EEN

LIK

VERF

NODIG?

                    (André BAERT)

 

BRUSSEL - Brussel weet buiten niet of het mooi of miezerig zal zijn. Mijn vierpersoonskamertje in de jeugdherberg is in mijn sjaal gekropen. Geen Aziatische geuren maar de bittere nasmaak van de literair ongewassen lichamen en fermenterende voeten. En net als in Athene, Barcelona, Amsterdam of Vianden gorgelen, spuwen, schrapen en winden de Japanse broeders de badkamers tot concerten waar Wagner het ‘ruiken’ naar heeft. De jeugdherberg is het permanent centrum van de zoekende wereld. En van daaruit en na een plechtiger bespreking in een klein kantoortje van het VIZO schuif ik aan naar het conferentiezaaltje van de Koninklijke Musea voor Schonen Kunsten van België (U moet uw uitnodiging beter lezen, mijnheer! Ah, niet mee!?).

Belangrijk of minstens heel interessant is het concept zelf. Een producent van ijsjes laat de pareltjes op het kroontje blinken door cultuur te linken aan de smaak. Daarmee heb je twee vliegen in één klap en blijft de room onbezoedeld. De SCHONE kunsten laten weerkaatsen op de LEKKERE producten. Subtieler dan de KRACHT van tabak te linken aan koers BINKEN. En de firma Häagen-Dazs verbergt zich niet achter de muur van schoonheid. Het is "... een nieuw initiatief... dat de consument een uniek en uitzonderlijk aanbod voorschotelt" in de hoop op een nog ruimere verspreiding. Om het geheel aan de man te brengen wordt beroep gedaan op AA.Communication (aacom@yap.be) die het heel taalvaardig rond sprekende zinnen heeft opgebouwd, aangelengd met een fris kleurenmengsel.

"Open uw ogen, maak uw zinnen vrij en geniet met volle teugen van de hedendaagse kunst..."

Dus: 

de firma Häagen-Dazs nodigt museum-minded België/Belgique uit op een "Open museum Experience, a taste of Contemporary art", een uniek en origineel concept waarmee (zij) de moderne en hedendaagse kunst (opnieuw) wil laten ontdekken, met de medewerking van de volgende musea:

 

het MUKHA Antwerpen (muhka@skynet.be )

de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel, (www.fine-arts-museum.be en info@fina-arts-museum.be)

het Musée de la Photographie te Charleroi (www.musee.photo.infonie.be en museephoto@infonie.be)

het SMAK te Gent (www.smak.be)

het PCBK te Hasselt (www.limburg.be/hof en pcbk@limburg.be)

het MAMAC te Liège (www.mamac.org en mamac@skynet.be )

het Musée Félicien Rops te Namen (www.ciger.be/rops en Rops@ciger.be )

en het 

PMMK te Oostende (www.pmmk.be )

En dan luisteren naar toespraken die vaak voorspelbaar zijn en te zelden interessant. Maar ik heb genoten van de zelfzekere intro van Eliane De Wilde, de bewuste banen van Olivier Brems en de spontane accenten van Denis Gielen. Een kort verslag

 

Mevr. Eliane De Wilde, conservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, schets eerste als ‘buitenstaander de waarde van dit project en duidt op de grote waaier aan kunsthistorische werken van de 14de tot de 21ste eeuw die in haar museum te vinden zijn.

 

Van oud naar moderne. En ze vindt meteen dat Brussel ter vervollediging recht heeft op een afdeling hedendaagse kunst.

 

 

Dhr. Olivier Brems, deskundige Mukha Antwerpen, geeft een snel, boeiend en positief beeld van het actuele kunstgebeuren.

Hij situeert het complementair karakter ervan in twee hoofdstukken: achtergrond en wat/wie.

De achtergrond

Er is een globaal stijgende belangstelling voor kunst sedert de tachtiger jaren. De grote kunstcentra bloeien en er komen ook nieuwe initiatieven. Het Smak in Gent en het PMMK in Oostende. Olivier Brems laat niet na zijn eigen ‘ploegbaas’ Flor Bex in de vroege narcisjes te zetten maar zegt ook dat er geen belangrijk verschil is tussen Vlaanderen en Wallonië waar straks het veelbelovend Grand Hornu museum opengesteld wordt.

Hij vraagt zich ook af of een zekere centralisatie zoals in de buurlanden niet nuttig zou zijn. Hij speelt daarmee in op de wensdromen van conservator Eliane De Wilde. Daartegenover staat dat de buitenlandse musea kunnen werken met vele miljoenen Euro’s terwijl België het rooit met enkele miljoenen. Maar het gaat erop vooruit. En vergeten we niet, zegt hij, dat België de grootste verzamelaars telt en het gemiddeld bezoekersaantal vaak boven de 100 à 200.000 uitloopt, waarvoor hij de verzamelde pers ook bedankt.

Wie en Wat (*)

De Belgische kunstenaars hebben zeker sedert de negentiger jaren een goede reputatie, ze zijn actiever met hun presentatie bezig en hebben een groeiend succes op de internationale podia. De eerste nieuwe generatie tot 1990 zijn Bijl, Decordier, Charlier, Panamarenko, Broodthaers, opgevolgd door de generatie na 1990 met Tayman, Delvoix, Denmark,... Waar uit het Belgisch kunstenaarscollectief vroeger zo’n 12 individuele exposities in het buitenland werden genoteerd, kan je na 1995 rekenen op een stijgend gemiddelde van 75 à 150. Dat succes ligt zowel bij het toeval als bij de verbeterde bronnen, dus "gevraagd" worden en daarna zelfverzekerder méér durven.

Heeft de Belgische kunstenaar een eigen identiteit of een non-identiteit? Er zit in ieder geval bijna altijd een stuk humor of ironie in, een surrealistisch trekje, de draak steken met een banaliteit die uitvergroot wordt naar een ambitieus plan en een duidelijke originaliteit in de uitbeelding. De Belgische kunst heeft dus succes en wordt heel vaak als referentiepunt aangehaald tijdens grote internationale debatten.

 

 

 

Dhr. Denis Gielen, conservator van het Grand Hornu, vervolledigt het beeld dat Olivier Brems opgehangen heeft. Hij beeldt het uit aan de hand van een reeks kunstwerken die het hoogtepunt van de hedendaagse Belgische kunst uitmaken. Een eervolle, impressionante collectie ‘Belgitudes’ waarin naast het originele en de humor zeker veel plaats voorzien is voor de tegenstrijdige aanhalingen, opzettelijke onregelmatigheden, een speelse insubordinatie en het steeds terugkerende surrealisme dat eigenlijk het ‘embleem’ van de Belgische hedendaagse kunst is.

En hij toont René Magritte, Broodthaers, Liseque, Charlier, Corlion, Delvoix, Garrant,... Ondertussen voel je de liefde die deze toekomstige conservator heeft voor de Belgische artistieke aard met haar eigenzinnige kantjes, de monumentaliteit van de statements, de strijd tegen de dwaze critici die teveel naar het buitenland keken, het woordenspel dat sedert Magritte bijna een must is geworden, en de incorporatie van de meest actuele tendensen in die Belgische eigenheid. Best een afzonderlijke expositie waard.

 

Waarna Tim van der Laan van Häagen-Dazs breed glimlachend de ijsjes in de zaal komt verkopen. Virtueel en met zijn eigen passie. Wanneer hij zegt dat iemand hem ooit aangeraden had ‘dominee te worden’, wist ik meteen hoe laat het was. (Zegt hij dat of verzin ik het?)

Ik dacht daarbij aan de Oostendse klassieker van een enorme tros VVV ambtenaren die met uitgerokken lippen en ontblote tanden pijnlijk het toeristisch jaar aanbijten. Wat niet nalaat Häagen-Dazs oprecht te feliciteren voor deze grandioze intentie.

 

OPEN MUSEUM EXPERIENCE

zondag 7 april 2002

www.openmuseumexperience.be

((*) met excuses voor eventuele spellingsfouten in de namen)