GRAFFITI, KUNST?

Ja, maar... soms wel, meestal niet.

Graffiti heeft haar oorsprong in de beginjaren 70. Het zijn "anonieme symbolen, leuzen of tekeningen op muren van gebouwen, openbare vervoermiddelen, wanden van toiletten, bushaltes, etc. De inhoud varieert van handtekeningen en logo’s van popgroepen tot politieke leuzen en discriminerende opmerkingen." De techniek is snel en handig: spuitbus, krijt of viltstift.

Graffiti is het teken in het geheugen van de stad. Een gekleurd of wit/zwart teken aan de muur dat gemaakt wordt door jongeren tot pakweg 25 jaar. Ze willen hun geëngageerd gevoel openbaar maken aan de hand van tags of tekens van identiteit. Van op een bepaald moment aan het randje van de illegaliteit schrijven op een oneigen muur.

De eindresultaten zijn zelden een piece (kunstwerk) maar in extreme gevallen een cross (overschildering). Door dit laatste signaal worden heel vaak prachtige murale graffitikunstwerken beschadigd.

Na de rode bizons van Altamira, de erotiek en het krassen van Pompeï, de muurkalkers van de ouderwetse verkiezingen – inclusief de knokploegen – is graffiti nog een jonge kunstuiting. Een expressie die ontstond uit de Punk of het nihilisme met een boodschap, over massaconsumptie van spuitbussen tussen 82 en 95 naar het inpassen van artistiek verantwoorde vlakken als trompe-l’oeil in het stedelijke landschap. Wat hebben ze gemeen? De dragers zijn niet de traditionele afgebakende stukken canvas of paneel, maar de vaak ruwgelaten muren van de locatie waar men leeft. Het zijn tekens aan de wand, signalen van de tijd, de schriftuur van een daad of van een protest.

Wanneer de uitvoering een breed verhaal wordt, hebben we het over muurschilderijen zoals die in vele zuiderse landen prachtig worden ingekapseld in het dagelijks gedocumenteerd leven. Ze worden prestigieuzer wanneer ze deel gaan uitmaken van of specifiek gemaakt zijn voor een interieur, zoals de murailles van Delvaux en Magritte in de kustcasino’s. Het wordt pas echt grandioos wanneer het oorspronkelijke snelle muurteken tot officiële muurschildering opgewaardeerd en gecatalogeerd wordt.

Keith Haring

Eén zaak blijft hoe dan ook: ze willen gezien worden, zoals het oorspronkelijk protest van ‘killroy was here’. Na de killing Roy kwam de fantasie van Keith Haring (1958-1990) van wie het Casino van Knokke een grandioos muurstuk bezit. Met Keith Haring kwam die graffiti definitief in de kunstgeschiedenis. Ergens tussen Picasso en body-art. Tussen twee onafwendbare accenten.

Het boeiende eraan is, dat die hoofdacteur eigenlijk heel subtiel begon via krijttekens op afgebakende lege zwarte publiciteitspaneeltjes in de metro of op straat. Daar hield hij zijn woordenschat en tekentaal aan over die dan aangewend werd voor het pijnlijk, het – als dat al kan -charismatische verhaal van AIDS op doek, papier, textiel, pot en pan,... Tot een container op het strand van Knokke, afgewerkt met enkele beschilderde vuilnisbakken. Spijtig genoeg staan deze artistieke gebeurtenissen niet genoteerd op de officiële Keith Haring website. Wat er wel staat, is dat hij de push naar zijn specifieke eigen beeldende taal voor het eerst gevoeld heeft bij een retrospectieve van de Belgische kunstenaar Pierre Alechinsky in de New Yorkse Carnegie Gallery, 1977

De toekomst is echter verzekerd. Na de throw-ups, de tweedelige tags met lijn en kleurvulling, zijn de 3D’s gekomen. Daarin wordt een perspectief gesuggereerd, terwijl in de meest recente teksten er reeds sprake is van echte drie dimensionale graffiti in klei, beton, cement en plaaster.

Wachten op Tom

Tom is sedert een paar maand semi-professioneel bezig met graffiti als museaal werk. "Dat betekent dat ik me moet toeleggen op canvas van momenteel hooguit 2 m². Die beperking in volume maakt dat ik de spuitbus op een fijnere manier moet afstellen. Maar het geeft me ook de kans om het intuïtieve van het faden, de kleurovergang beter te bestuderen en uit te werken."

Wat de sculpturale graffiti betreft betreden we een totale andere wereld: "De spuiter wordt kunstenaar maar blijft de basisgedachte trouw. Het volume in een muurstuk komt door de lijnen en de gradaties van kleuren. Kleuren zijn slechts zichtbaar dankzij het licht. Dus, wanneer ik een lettervolume in hout, plaaster, brons maak, kan ik de intensiteit en de eigenheid van de graffiti, namelijk het tekstuele en het verdiepende, invoegen door het beeld de juiste lichtinval te geven."

En Knokke? De meeste griffels hebben we al eens gezien. Ze worden na verloop van tijd met een ‘ongelooflijke trefzekerheid eindeloos herhaald’, waardoor het spannende er helemaal van af is. De ‘kijker"’ verliest de interesse, want uit de crews (groepjes) komen geen innovators (vernieuwers) meer. Er zijn nog slechts de pseudo-toys (meelopertjes) die, pampervers uit de lagere school, hun ding willen verklappen omwille van het cool effect. En dat druist regelrecht in tegen een van de essentie van graffiti, namelijk het grote geheim. Het wordt ook hier "wachten op Tom".

André BAERT

30.05.2002  

  
[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]