|
Oostende. Fotografie zoals het
hoort is een toegevoegde waarde aan schaal van schoonheid. Maar te weinig
liefhebbers kennen die plastische waarde. Daarom dat we in NOT eigenlijk
heel veel terugkomen op fotografische presentaties. Sommige fotografen
worden meerdere malen ‘belicht’, zoals Patrick Pottier.
Lichttorens als bakens
in een landschap onder een wolk .
Ik heb het werk van Patrick Pottier al een paar keer kunnen bespreken.
De grote titel die ik er uit onthouden heb is deze van ‘de intieme reis’.
De mens fotograaf gaat met specifieke bagage naar een verhoopte boeiende
locatie. Drie elementen om te bewaren en waaruit we mens, materiaal en
plaats onthouden.Deze drie laden maken de kast. Het zijn de drie filters
die ons in gelijk welke volgorde tot een vast resultaat moeten begeleiden.
Zo’n kleine definitie heeft als doel een beperktere visie op het werk
van Patrick Pottier te kunnen uitbouwen. Zodat we van u mogen eisen dat je
de werken van deze fotograaf bekijkt aan de hand van enkele zekerheden.
Er is respect voor een perspectief zonder absurde slaafsheid. Dat
betekent dat niemand een onevenwicht zal voelen, of ’t is in een
nadrukkelijke compositie waarbij het beeld overduidelijk is.
De natuur is de vaste locatie waarin een thema eerder bij toeval
ontstaat en daarna zonder manie aangevuld wordt tot een reeks waarin tijd
en plaats overbodig zijn. De lucht is de enige grens waarover nagedacht
moet worden. Steen en bouwwerk staan en zijn. Lucht overkoepelt, kleedt
in, geeft temperatuur en verhaal.
En dan de herkenbaarheid. Hoe komt het dat u en ik het werk van Patrick
Pottier in een volle zaal er zo meteen kunnen uithalen. Thematisch? Niet
direct maar er is altijd wel een link naar het water.
Liefst het zeewater waaruit hij na de fotosessie zo dolgraag de
vruchten proeft. Geografisch? Europa aan diezelfde waterkant. Licht? Ja,
want fotografie is licht, maar niet altijd alleen het licht van het
moment. Patrick Pottier is herkenbaar door de benadrukking van zwart en
wit tot de grootst mogelijke tegenstelling met behoud van alle visuele
details. Zwart bestaat maar is bijvoorbeeld door twee lichtere variaties
een duistere deur. De harde zon op een witte muur laat sporen van schaduw
na. Wat vaak meteen als zeer hard wordt aangevoeld, blijkt eigenlijk een
uitzuivering te zijn.
En dat principe komt de intensiteit van de werken ten goede. Geen nood:
ik heb het vroeger ook niet meteen gezien. Het is pas wanneer je een
ontevreden gevoel hebt dat je dubbel zo goed moet zoeken naar je ongelijk.
Ik heb lang en veel gekeken, want er is nu al een tijdsverschil van pakweg
10 jaar tussen de eerste tentoonstelling in het VLC, toen nog in de
Langestraat, en nu.
Nu zijn het lichttorens naast de oude watertoren. Lichttorens als
bakens in een landschap onder een wolk. Het zijn geen monumenten, geen
krachtige obstakels die toch alle weer en wind kunnen trotseren. Vaak
zuiders warm, soms historisch, te veel te klein. Bakens, vuurtorens. Beeld
van afscheid en eenzaam nagelaten aan de rand van land en continent.
Statige glorie in een verroeste haven vol onzekere pakhuizen.
Lichttorens in gietijzer of namaak Romaans boven woeste Normandische of
Bretoense keien.
Verhalen, histories. Eerlijk in de verte of hooguit op een duin. Kort
op een kantige rots in de luwte van duistere hoge Schotse heuvels. En dan
krijg ik zo’n ontgoochelend gevoel over Lange Nelle.
Die naam dekt nu een kritiek.
Mag ik halverwege een vraag stellen. Een vraag die los staat van deze
fotografische kunstwerken maar die ontstaat wanneer je die schoonheid
bekijkt: heeft een amateur-fotograaf per definitie een geringe sociale
betrokkenheid? Moeilijke vraag. Moet een niet professioneel fotograaf een
engagement aangaan? Hebt u al een fototentoonstelling gezien waarbij een
niet om den brode werkende fotograaf een sociaal standpunt ingenomen
heeft? Misschien wel wanneer je de werken van Dirk Duchau en Kathy
Goormachtigh over het bal du rat Mort ziet. Maar zelfs Kristien
Buyses reeks over Oostende heeft geen direct engagement. De dode rat
vertelt over het kleverige, het vleselijke achter maskers. ‘De’ ‘stad’
aan zee is vaak slechts ‘een’ stad aan zee.
Fotografie zoals we die hier graag zien kan wel aanleiding zijn tot
nadenken. Een aansporing.
Maar is vaak nostalgisch. Is vaak de oorzaak van heimwee. U begrijpt
dus meteen dat fotografie in grote mate gevoelens kan opwekken. Moet
opwekken, want de eenvoudige herinnering is te vaag
om de toegevoegde waarde naar kunst te kunnen waarmaken. Drie kletsende
oudere vrouwen van de Westhoekse fotograaf De Meirleir hebben het
soort engagement van een voorbije tijd. De grote prijswinnaars hebben hun
witzwart foto’s bloedrood vastgelegd in snapshots van dood en bijna
dood.
Ik wil een engagement misschien liever zien in de stijl van de
grandioze vaste collectie ‘The Family of Man’ in het Luxemburgse
Clairvaux. De fotografische geschiedenis van de mens, in 1955 samengesteld
voor het Museum of Modern Art in New York, in 1964 aan Luxemburg
geschonken
en zeer recent volledig gerestaureerd. Daarin staat de mens in een
landschap centraal. De tijd is de pijnmeter.
Moet een amateur-fotograaf dus geëngageerd zijn?Hij moet een
geëngageerd mens zijn die vanuit die eerlijke, vrije, kritische en
duidelijk broederlijke houding het schone toont. En zijn schoonheid is
zijn persoonlijk engagement tegenover u, de kijker. Maar ik verwacht iets
meer. Ik verwacht een duidelijk engagement om via de zoektocht naar de
perfecte opname, met gelijk welke techniek tussen ambacht en digitaal
manoeuvre, fotografie te promoten tot evenwaardige kunst. En dat het nu
voor eens en altijd gedaan moet zijn met die olieverfkoetjes en
zeilschepen boven het dressoir. Laat de schone fotografie uw muren sieren.
Maar ik bedoel dan wel: betaalbaar sieren.
André BAERT
14/01/2001
|