FOTOGRAFIE UIT WESTFALEN

1860-1960(1)

Oostende. Het is een attente schepen voor cultuur Verstreken die de gasten in het Nederlands en het Duits welkom heet. Attent en volgens Gouverneur Breyne blijkbaar ook discreet want hij verdwijnt na zijn toespraak achter de zuilen van het spreekplateau "zoals het een Tv-vedette past". En ook daar wordt allusie gemaakt op het licht dat Plato tijdens zijn zoektocht naar de onsterfelijk ziel tegenover de schaduw plaatst. Het tastbare en het kosmische als partners. Is dat niet de verwoording van kunst. De hogere waarde van de uitbeelding en de inspiratie? (2)

Fotografie bestaat via de blote billen op schapenvacht foto’s, de obligate familie- en klasfoto’s tot aan de passioneel verscheurde meisjesfoto’s onderin de kast. Dit zijn de persoonlijke herinneringen die geen essentieel beeldend deel uitmaken van het collectief geheugen dat de drager van de ‘wereldgeschiedenis’ is. En die opeenvolging van gebeurtenissen, deze historische feiten krijgen sedert pakweg 1840 hun invulling in het visueel dagboek van de fotografie. De universele taal is niet de spraakverwarrende taal (3) maar de monosyllabische appreciatie van de fotografie. Een stuk daaruit wordt getoond in deze tentoonstelling ’Fotografie uit Westfalen 1860-1960.’

De diverse sprekers wijzen ook op de stijgende belangstelling voor het medium fotografie door de organiserende ‘lichamen’. De Provincie West-Vlaanderen en Stad Oostende hebben in de laatste 5 jaar afzonderlijk, samen of in overleg met de culturele partners uit Westfalen fototentoonstelling opgezet en zo bijgedragen tot het aanscherpen van het collectief geheugen. En hoe beter dan door projecten te tonen die een duidelijke artistieke dus schone meerwaarde hebben.

 

Door de berg de foto niet meer zien

Fotografie is een samenloop van techniek, communicatie en kunst/ambacht, zegt de samensteller van de tentoonstelling en catalogus Dr. Volker Jakob. Rest dan nog te beslissen wat werkelijkheid is en waar fictie begint. In de 160 jaar van haar gestage evolutie en voor deze gelegenheid alleen in Westfalen is er een fotoberg ontstaan waaruit een 200-tal opnamen weerhouden werden. Ze zijn sprekend voor een doorlopende periode van 10 decennia maar uiteraard niet representatief voor een stijl of strekking. De randen worden verlegd in de tijd want de ‘eeuw’ gaat van 1844 tot 1968. 1960 staat als startdatum van de bewegende fotografie op "televisie". De grens van pelicule naar digitale registratie wordt niet overschreden. Dit blijft dus een historische tentoonstelling.

De samenstellers hebben 5 hoofdstukken bepaald. Cursief staan de voorkeurfoto’s van Dr Jakob.

Friedrich Hundt staat voor de pionier van de fotografie in Westfalen. De daguerreotype fotografie van zijn generatie heeft heel beperkte mogelijkheden want het is een niet multipliceerbare techniek die aan de ultieme kant van de gevoelige plaat raakt. Pas wanneer de fotografie uit het atelier naar de buitenwereld gaat en men het procédé negatief/positief kan toepassen, begint de intense opmars van de communicatieve waarde van beeldopnames. Terzelfder tijd neemt de middenstander het tot zijn taak het medium te commercialiseren (zelfportret Hundt – zie affiche)

Na 1850 en met het snelle industrialiseringproces in Europa wordt de fotografie meteen uit het pioniers en artistieke luik weggehaald richting klant en verkoper. Naast het fotograferen van personages en groepen begint men met het vastleggen van gebeurtenissen en uitzichten. De universele visuele bibliotheek komt tot stand. Met de gruwel van een perfecte geplande wereldoorlog in loopgraven krijg je ook de stillevens van een dorp of een pastoor in zijn lege kerk.

Men beseft dat er meer is dat het ‘zien’ alleen. Buiten het surrealisme is er de individuele ziel van het personage (close-up van jonge vrouw op affiche en uitnodiging).

2 à 3 decennia voor 1940 worden gedomineerd door het gemanipuleerd doen. Propaganda waarbij de zuivere professioneel verdrongen wordt door de goede amateur die opdrachten krijgt. In die zin begrijpen we ook de dubbelzinnige benadering van de fotografische ‘helden’ van dat derde rijk. Een kind op blote voetjes staat symbool voor een nieuwe soort beeldspraak waar plaats is voor teleurstelling, voor verwoesting en voor hoop in een eenvoudig kinderportret. Ik wil hier bij de lezer nogmaals aandringen op een dringend bezoek aan de permanente verzameling fotografie ‘A Family of Man’ in het Luxemburgse Clervaux !(4)

De restauratie na de misleiding en het geweld tonen eigenlijke een identieke stijl maar met andere horizonten. De ruïnes en het spektakel van steenhoop en onverstoorde kerktoren maken plaats voor hoogbouw en vernieuwde industriële inzet. In 1968 komt het nieuwe protest: de studenten met Kohn Bendit voorop prevelen een culturele revolutie. Afschuwelijk toegetakelde jongeren staan slim in beeld. Maar dat is mijn tijd. Ik word nu geacht bevooroordeeld te zijn.

Fotografie

Schrijven met licht. Vastleggen van het vergankelijke en dat vereeuwigde terugbrengen tot het plotse moment. Conservatie van een ogenblik door een kunstenaar. De techniek leidt de visuele geschiedschrijver die niet een kopie van een tijd maakt, maar die tijd van een derde naar een twee dimentie brengt, van kleur naar wit zwart. Van realiteit naar kunst.

En dat doet me weerom dromen.

Wat met het fotoarchief van de gebroeders ANTONY ?

De Zonprovincie

Ik wil dit hoofdstuk over fotografie afsluiten met een korte terugblik naar de inzet van de Provincie West-Vlaanderen voor haar ‘kunsten’ in samenwerking met het Duitse Westfalen-Lippe.

Uit de jaarverslagen van de provinciale dienst voor cultuur onthouden we voor de laatste 5 jaar:

1. Het uitwisselingsproject over jeugd- en kinderliteratuur waarbij de taalbarrière de aanzet was tot een dubbel woordkunstboek in 1997 met de aanverwante tentoonstellingen, academische zittingen en lezingen.

2. Het opwerpen van ‘de cultuur van de herinnering’ waarbij West-Vlaanderen en Westfalen langs het verdriet van oorlogen op zoek gaat naar hoe om te gaan me de vrede in 1998. Jaren voordien had men dit geweten reeds afgeroomd met de uitvoering van Benjamin Brittens ‘War Requiem.’

3. Een studiereis over de molens in 1999

4. En het 40-jarig jubileum van de uitwisseling: "Wat in de jongste veertig jaar aan intense culturele uitwisseling tussen beide landsgebieden werd gerealiseerd, is indrukwekkend geweest op alle domeinen van de kunst- en geestesleven, zoals tentoonstellingen, concerten, toneelvoorstellingen, publicaties, enz. Minder zichtbaar maar uiterst waardevol is de uitwisseling van ideeën, informatie en deskundigen. Een opsomming geven van alle realisaties die plaatsvonden tussen 1960 en 2000 is evenwel onbegonnen werk.

André BAERT

15/12/2001 (5)

(1) Venetiaanse Gaanderijen Oostende, van 26/10/2001 tot 06/01/2002

(2) De tekst is grotendeels opgebouwd uit de nota's tijdens de toespraken.  De volledige versie van de teksten van schepen Verstreken, de gedeputeerde Gunter Pertry en alle andere sprekers kunnen nagelezen worden in de persmap van de Provincie.

(3) De Provincie heeft daar wel iets aan gedaan via het project jeugd- en kinderliteratuut in 1997.  De neerslag daarvan is te vinden in een publicatie die uniek in zijn soort schijnt te zijn.  Info via de Provinciediensten

(4)Chateau de Clervaux, Musée The Family of Man, Luxembourg, permanent in maart en december van dinsdag tot zondag tussen 10 en 18uur.  tel. 352/929657.

(5)De tekst werd op 26/10/2001 bezorgd aan de cultuurdiensten van Oostende en West-Vlaanderen.  Een paar correcties en aanvullingen werden gesuggereerd en uitgevoerd..