|

|
WAT
VOELDE NAPOLEON TEGEN ZIJN BUIKBAND
?
(André
BAERT) |
9 kunstenaars protesteren schoon
|
|
Oostende - Document(a) is af, contest(a) is
in. Met deze belangrijke verschuiving in naam is er ook een
duidelijke verschuiving in kwaliteit. Zowel de inhoud als de
locatie zijn versterkt uit de verandering gekomen.
U kunt onze vorige bespreking hier nalezen
Fort Napoleon heeft zijn plompe waarde. Een paar jaar
terug als verloren verzand baksteenklomp in de duinen. Het
rook er altijd naar urine en insijpelend water. Ieder donker
nisje kon een moordenaar verbergen en toch sleepte je je
zoveelste jongste lief mee door die duistere gangen, altijd
en voor alles op de tast. |
Iedereen tijdens de openingsavond had daar een anekdote
over, zodat ik denk dat die kolossale muren menig naakte
kont gevoeld hebben. Sedert een paar jaar is daar
cultuurfilosofisch verandering in gekomen.
En dan blijft de authenticiteit van een ruimte bewaard.
Het wit bleef wit maar er kwam licht. De graffiti bleef
selectief en ongecensureerd. De muren hebben hun materie als
een mixed medium werk van Remaut of Hoenraet. |
|
CONTEST-ART
Mijn eerste indruk over de naamverandering was redelijk
terughoudend. Ik hield al niet meer van Document(a), net als
de vorige en huidige schepenen van en voor cultuur. De vlag
moet een lading dekken, en dat is zeer moeilijk te
realiseren. Zeker als je met een niet homogene groep
kunstenaars werkt. Neem daarbij de aard van het beestje,
namelijk één persoon of een idee verzamelt mensen om een
visie. Maar dan moet die visie universeel genoeg zijn om te
inspireren. Of van zo’n geladenheid zijn, dat de
inspiratie gestimuleerd wordt tot visionaire creaties. Met
een kijk op het heden en de hoop op een toekomst. Al stel ik
me de vraag of er wel nood is aan contestatie en
toekomstvisie, nu dat de afgebakende stap voor stap
maatschappij goed loopt. Ik bedoel: het gevoel van we hebben
nog een eeuw(igheid) de tijd. Drink en rol er een, zak in je
luiste stoel en bedenk de creatie van je leven. De
uitvoering volgt straks wel. |
Is die sfeer herkenbaar in Contest-art in Het Fort? In de
tekst van Hugo Brutin bij de tentoonstelling zeker
wel. En uiteraard in de wisselwerking tussen titel en
gebouw: contesteren, contre, tegen, …
Doolhof
Uit de selectie van vorig jaar zijn Georges Demeu,
Huguette Hamers en Fred Maës overgebleven.
Eigenlijk het triumviraat dat aan de basis lag van de eerste
versie dat op zich al de vervanger was van Eastern in Ostend
dat een te kort maar mooi tijdje overeind bleef.
Enkele suggestie om de verruiming steeds vers te houden:
- Ieder jaar een gastcurator uit de vorige editie
gekozen
- Iedere deelnemer mag 1 gast meebrengen
|
|
Philippe
Verbruggen
opent met een verfijnde ode aan de pentagonale pretentie
van Het Fort. Hij tekent die ster in een fel blauw of paars,
soms wit afgelijnd en daardoor per definitie met de kracht
van een militair teken. Maar de echte kracht zit in de
herhalingen van figuurtjes die naast elkaar, gepaard of
afwisselend gelijk zijn in hun gouden naaktheid. Deze
seriële verbeelding wordt dicht bij elkaar gepresenteerd
met zicht op een monumentje ter ere van het hout en het goud
dat geen kitsch wil zijn maar een vingerwijzing
|
Olivier
Pauwels
Terwijl Philip Verbruggen twee virtueel lijkende close-up
beelden presenteert, moet de triomf van de technologische
mens gaan naar Olivier Pauwels. Met zijn Cyberbabies
componeert hij babypoppen die hier en daar hun technologisch
interieur tonen. Een valei draadjes, raderen en chips die
het brein en het oog van deze kinderen van de toekomst zijn.
Zij lijken op elkaar, zijn dus ook verzeild geraakt in het
seriële leven, maar bewegen niet meer. Zelfs in de kelders
van Het Fort staat een cyberbaby-werkkind dat – ik zou het
zweren – putjes graaft in een prutserig zandbakje, achter
glas.
|
|
Huguette Hamers
heeft in een ½ ruimte van één sterbeen een permanent
naar aandacht vragende contestatie tussen stenen en ijzeren
bogen opgesteld. De witte portieken in perfect gebogen
metaal werpen hun schaduw als tegenstellingen tegen de
rechte witte muur. Hier en daar hangt ze een vezeldunne rol
met sloganwoorden die alles te maken hebben met een
aanklacht tegen onmenselijkheden. In dit labyrint van staal,
ijzer en schaduw, verscherpt in de glinsterende ketens,
wacht het sleutelwoord op het einde van nog niet gelezen
rol. Wie leest?
|
Jean Pierre Voeten
maakt nog steeds de mixed media werken, soms
paneelgewijs, soms als keramische schilderijen, waarin de
grijswaarde primeren, graderend rond een vertoetst blauw of
rood, en zo vervagen tegen die identieke realistische wanden
van dit machtig fort. Het licht maakt dat het werk bestaat.
En dat doet je nadenken over de pijn die versterkt wordt in
de duisternis en soms verdwijnt wanneer de kleur opgelicht
wordt. Heeft dat te maken met onze filmografische
ervaringen?
|
|
Fred Maës
is naast de (vaste) kern van de jaarlijkse manifestatie
ook de curator van deze editie. Zijn inbreng is herkenbaar
en telkens staan voort een verrassing. Soms toont hij totaal
nieuwe creaties, dan weer herschikt hij oudere contestaties
naar nieuwe thema’s. Zo weet u ook meteen waar Abraham de
mosterd haalde. Contesteren zit Maës in het bloed. Ditmaal
speelt hij met de dood. Het on-bestaan van een geraamte in
de zandgracht rond Het Fort met sferische dode kinderen en
ouders of wachters in profiel. De alchemie verkort naar
water en aarde, zonder lucht op flessen getrokken en veilig
weg van enig vuur. Deze halve waarheid kan de wereld redden.
Tenslotte een Afghaanse présence met sluierhoofd en
priesterkleed. Contradictie dat haar bestaan dankt aan het
klein televisieschermpje achter de kanten tralies waar haar
ogen moeten zijn.
|
Dirk Lamote
behoort al geruime tijd tot mijn ‘te volgen kunstenaars’.
Deze beeldhouwer heeft een denderende evolutie doorlopen van
exclusief actief creator van bedenksels en vormen, over
stenenfilosoof naar verzadigd zoeker die eindelijk de tijd
neemt voor de vorm alleen en aan de kijker geeft wat de
kijker recht op heeft. De schoonheid van een ongeschreven
dichtzin waarin de mens altijd centraal staat. Kan ook niet
anders, want de denkende mens zet zichzelf altijd af tegen
de labeuren van het pijnlijk schone dat blijft in
nestkastjes sarcofagen, een design tafel met opschrift (be
part of humanity) en videoperformance (minimaal) van zijn
hand die Algerijnse Arabisch diezelfde slagzin zo
onkalligrafisch mogelijk neerzet in een eenvoudig
zelfgemaakt schriftje. Voel te de vele tegenstellingen die
allemaal de aandacht vestigen op een subtiel protest tegen
te weinig aandacht hebben voor…
|
|
Bart
Soubry
is voor mij de meest volledige kunstenaar maar ook de
moeilijkste om te doorgronden. Ik voel me ook het minst
zeker bij zijn werk omdat die pertinente statements naar
vorm zo eenvoudig zijn, dat er meteen een bibliotheek
ideeën achter moet zitten. Denk aan de steenbrokcatalogus,
de marmervolumes bij het Vesaliusinstituut, de koorden in
Box 53 en hier de stapel zwarte soldatenschoenen met
daarboven een wierrook lichtje met kruis en halve maan.
Daarvoor triomfantelijk gebruikt maar verfijnd naast elkaar:
één zwarte en één witte marchschoen. Daarover galmt een
requiem in toonaarden van groot noodlot en feestelijke
historische dood. Terwijl buiten de mensen echt sterven. En
in een aan koorden verankerd nest, middenin en halverwege
hoog de pentagonale koer, lichten negen organische bollen.
Uit de schietgaten, onderuit naast de binnenpoort of
vooroverbuigend vanaf het kanonnenplatform domineren de
brute kracht van de stapels baksteen. Alsof een nest de
strategie broos maakt.
|
Robert Vollekindt
is een visueel denker. Hoofdzakelijk fotograaf weet hij
de vormen en de bespiegeling duidelijk uit te beelden. In
een ongesloten kubus van pakweg een m³ zet hij spiegels aan
beide zijden van een wit-zwart close-up die in zijn kortbij
status durft te vervagen naar tinten. Op enige afstand tegen
de muur een andere fotografische opname. Nu is het de
bedoeling dat de bezoeker met een hoofdtelefoon op in de
kubus kijkt naar de zich oneindig herhalende spiegelbeelden
terwijl een doffe stem een poëzie van de klank in ‘spiegelbeeld’
gebruikt. Dit object staat in de bakker van Het Fort, en in
de gang daarachter ligt een cementen vorm die in de
grijstinten en de bewust beperkte belichting bijna eenzaam
wacht op verval. Ware het niet dat een opening in het
kopstuk het startpunt is van een onduidelijke spirale
beweging. Zo ontstaat het orgaan cement, gekneed tegen
kippendraad en broos verhard tot een porseleinen leven.
|
|
Georges
Demeu,
een beetje verlaten in de zandgracht, maar prachtig
monumentaal. Tegen de donkerrode bakstenen. Geroest metaal,
3 meter hoog, puntig, licht bewegend in de verdwaalde wind
die vroeger de kilte over de vele gaten van Het Fort
verdeelde. Dit is de ultieme plaats voor deze vingerwijzing.
Veredeld in dat traag verval, helderder van kleur tegen de
wand en stoer opstijgend uit de zandbedding. Deze verticale
is volop tevreden in die grandioze verdwaaldheid. Want in
dit Fort verdwaalt men; Dit is een doolhof, alleen voor de
verdediger ontsloten. De contestant moet zoeken en
verdwalen. |
Deze expositie loopt in samenwerking met Stichting Vlaams
Erfgoed, de Cultuurdienst Oostende en e Peperbusse vzw.
Info Fort Napoleon, Vuurtorenweg 8400 Oostende.
Fax 059/32.00.56
E-mail: Fort.napoleon@skynet.be
Ook Stichting Vlaams erfgoed, Oude Beurs 27, 2000
Antwerpen
Tel. 03/212.29.70 Fax 03/212.29.75
E-mail: info@sve.be
Website: www.monument.vlaanderen.be
|
|