Vijfjaarlijkse Cultuurprijs
Provincie West-Vlaanderen voor
Raoul Servais
|
| |
|
|
"In een anekdote verdwaald"
"Servais" was voor het Oostendse kind van de 50iger
jaren de naam voor een piepklein winkeltje tussen de ‘Grote
Markt’ - eigenlijk Wapenplein en men wou het omzetten naar
Ensorplein - en de Groentemarkt. Klein, perfect propvol gevuld
maar overzichtelijk netjes. Marklintreintjes, modelbouw Revell,
Fleischman met de lichte sporen, plakhuisjes, mos, … een
weelderig archief voor het kinderhart dat bij Mevrouw Servais
altijd welkom was. Maar eigenlijk waren het de papa’s die voor
haar net toonbankje stonden, terwijl het kleine grut niet op kon
tornen tegen de (vermeend) verkeerde keuzes van de (even vermeend)
verspilzuchtige speelse vaders. Moeder Servais heeft gans Oostende
gezien. Zoon Raoul Servais is door de ganse wereld gezien. In
woorden is er weinig verschil tussen moeder en kind. Tweemaal
charmant, tweemaal kordaat, tweemaal geliefd. Van de vader weet ik
eerlijk gezegd niets meer. |
|

Of het is een vage vergelijking met de
Internationale Boekhandel (Devriendt) op enkele meters van de
legendarische en nu nog bestaande boekhandel Corman. Twee heren
die achterin herstellen, terwijl de dames dé figuren in de winkel
zijn. De ene in een gigantisch eigen gebouw, de andere knus
genesteld in een 'Piers-bâtiment' |
| |
|
|
Vijfjaarlijkse Cultuurprijs West-Vlaanderen
Diezelfde Raoul Servais (Oostende 1928) kreeg de
"Vijfjaarlijkse Cultuurprijs van de Provincie West-Vlaanderen
2001." Deze eer heeft een enveloppe van zo’n € 12.400.
Het is pas de derde keer dat deze prijs uitgereikt wordt. De
roemruchte voorgangers waren Prof.Dr.Hendrik Brugmans van het
Europacollega (1991) en de Stichting Ons Erfdeel (1996). Hij kreeg de prijs als ‘pionier van de artistieke
animatiefilm, dus minstens al voor zijn 15 films die hij tot op de
dag van vandaag gemaakt heeft: "(Hij) heeft met zijn
artistieke en creatieve oeuvre niet alleen de grenzen van de
animatiefilm verkend, verlegd, verruimd maar er tevens nog
ongekende dimensies en mogelijkheden aan toegevoegd."
|
|

De jury
noteert dat ‘animatiefilm nog steeds een weinig beoefende en
moeilijke kunstdiscipline blijft.’ Gedeputeerde Gunter Pertry
geeft een nageltje weg: "Tussen haakjes: er is tot op vandaag
nog geen specifieke prijs voor film." |
| |
|
|
De zegen van de (eerste) Vlaamse Filmintendant

|
|
Vlaams Filmintendant Lucas Vander Taelen schetst de cineast
Servais over 5 hoofdstukken. Animatie, een filmtechniek die
hij niet met de computer maar met zijn eigen methode vastgelegd
heeft. Hij noemt dat de Servaisgrafie waarbij hij de nadruk legt
op de quasi artisanale noeste en langdurige arbeid. Fascinatie
voor de technische kant van de filmkunst. Inspiratie of het
fenomeen van de zeer originele ideeën van Raoul Servais. Motivatie
waarbij het engagement nooit ver weg is. Tenslotte Transpiratie
want de som van de vier vorige maakt dat Raoul Servais enorm veel
werk steekt in de animatiefilm. En dat hij blijft werken met zicht
op een ….. heuse langspeelfilm? |
| |
|
|
Van Tovenaar tot Servaisgrafie
Is dat de samenvatting van het rijke artistieke leven? Terwijl ik
woorden voor hem bedenk, zit hij om de hoek te mijmeren over de
velden van Leffinge. Met misschien links de inspiratie voor een
olieverf en rechts de aanzet voor een animatiefiguur in
surrealistisch decor. Een fascinatie die hij sinds kind heeft. In
de feestelijke en mooie catalogus die de viering begeleid lezen we
zijn autobiografische nota’s. (zeer mooie uitgave van Goekint
Graphics)
Van iets dat getekend is en … toch kan leven. Hij wil
illusionist of tovenaar worden (pagina 11) en via een
sigarendooscamera komt hij aan zijn 35 mm camera die hem
frauduleus ontnomen wordt en dan na enig omzwerven terug bij hem
belandt. Om te blijven. Het uniek bij Raoul Servais is de
kunstzinnige invalshoek van de animatiefilm: "Ik vind dat de
hedendaagse schilder- en grafische kunsten |
|
zoveel meer mogelijkheden te bieden hebben op het gebied van de
tekenfilm. (pagina 15).
Er worden een aantal heel belangrijke peilers aangekaart. Het
scenario dat méér is dan een verhaal, de tekengrafiek die
eenvoudig en gestileerd is, die zelfs aan de rand van het schema
mag staan. En de dynamiek van de montage. Tel daarbij de zin voor
experiment en het zoeken naar een nieuwe dimensie… dan kom je
automatisch bij de Servaisgrafie. Ik verwijs iedereen naar
users.win.be/showtimevents/cinema/intervie/servais.html. waar het
systeem heel duidelijk (Franstalig) uitgelegd wordt. Een mooi stek
voor een degelijk beschrijven van leven en werk. Geen computerwerk
dus maar toch moet hij inleveren aan de ‘infografisten’:
"Voor de eerste maal moet ik vaststellen dat mijn assistenten
oneindig meer vakkennis hebben dan ikzelf. Ik ben tenslotte een
vorser in de 20ste eeuw die zich plots voorbijgestreefd
voelt door een galopperende technologie" (pagina 19).
|
| |
|
|
|
Tenslotte: "Ik verafschuw vedettisme" maar de catalogus
sluit met een impressionante reeks onderscheidingen. Helemaal
achteraan bengelen een paar speciale prijzen voor zowel hemzelf
als zijn totale oeuvre.
Hij is er ééntje vergeten: De Gouden Mathille van de
Vriendenkring Oostendse Persclub. Toevallig, want hij is een vaste
tafelgast van het jaarlijkse banket. |
|

|
| |
|
|
| André Baert,
14.12.2002 |
|
|
| |
|
|
| Bron en
illustraties: catalogus Provincie West-Vlaanderen |
|
|