Jacky De Maeyer wordt veelal geclassificeerd als herschikker van houten fragmenten tot een menselijke verschijning en in ruime mate is dat ook zo. Met die beperking dat deze uitspraak verankerd ligt in de oude monografieën. Verleden tijd dus. De beelden van Jacky De Maeyer zijn uit die spitsvondigheid opgestaan als nieuwe maar sobere ‘feniksen uit de passionele as’ die permanente evolutie heet.

Dat is zo de ruime conclusie die je kunt lezen in de kersverse monografie over Jacky De Maeyer, geschreven door – hoe kan het ook anders – Hugo Brutin, in een uitgave van Lannoo. In de summiere introductie gooit Marcel Van Jole met korte complimentjes. 55 jaar: "De volheid van het kunstenaarsschap bereiken." Jacky De Maeyer is 65 en dus volop in het verwerken van die rijpheid. Hugo Brutin echter raakt, net als goede wijn, op smaak. Zijn vernissages zijn golven van vergelijkingen. Deze monografie is voor zijn maat zéér uitvoerig met een zéér rijke woordenschat, inspirerende opsommingen in beschrijvende zinnen. Woorden die vaak de aangevers zijn van wonderlijke ideeën in heel lange zinnen, die je telkens opnieuw wil lezen om mee te gaan in dat labyrint van beeldende bedoelingen.

‘Op smaak’ is zijn vaak terugkerende kritiek op de pendante kunst, waarbij hij de museale desinteresse voor het werk van Jacky de Maeyer aanklaagt (p.9) terwijl en vooral aandacht is voor "blood, body en slijm". Een actuele kunst die teveel met geëngageerde "zegging" (p.12) bezig is en die alleen baat vindt in "overrompelende (wijzigingen) zoals tegenwoordig in de actuele kunst wel eens al te vaak gebeurt." (p.33)

Het eerste deel van de monografie is heel belangrijk om dat Hugo Brutin de essenties van de blijvende kunst van Jacky De Maeyer toont, met de nadruk op (p.9) de overstap van fragmentarische beelden naar bouwstenen. Naar monumenten die doorheen de tijd een ver doorgedreven vereenvoudiging hebben meegemaakt en nu uitblinken in Het Koppel of de ontwerpen voor Rotondes. Hugo Brutin noemt het "Works in Progress" (p.11) of het blijven "structureren en uitdiepen van een inspiratie die omzeggens (al) onmiddellijk bron is geworden." De herkenningspunten zijn gebleven: de verticale lijn (mens), de accenten en het "mondje" die de uitbeelding van erotiek zouden kunnen zijn. Onthouden we wel dat de inhoud van de werken sterk neigt naar archetypes (p.25), dus zeer eenvoudige tekens die door hun vormelijke duidelijkheid vaak misverstaan worden. Zo is de naam ‘totempalen’ (p.37) voorbijgestreefd en dringend aan een naamsvernieuwing toe.

Die spitsvondigheden vervagen heel snel wanneer ze op één vlak herhaald worden. (p.25) Wat is er dan zo eigen en herkenbaar? Zeker en vast het (eik)hout en de huid van die materie die uit de bewerkingen van branden, verfvegen en politoeren "het werk van een bijzonder sensuele kunstenaar" bewijzen. (p.26) Het vermoeden van iets ritueels (p.19), "van een antropomorfe structuur me etnische uitstraling die het cerebrale verklaren overstijgt." Een identiek gevoel werd al uitgelegd in de catalogi bij de exposities ‘Kronkronbali’ (figuratieve terracotta uit West-Afrika – KUL 1991 en Desko Kortemark 1992) en ‘Het Afrikaanse gezicht van Corneille (PMMK en Roland AR Kerkhoven 1992): de uitbeelding van een intentie en/of een emotie op twee verscheidene plaatsen en door twee verschillende kunstenaars kan principieel identiek zijn. Elk met eigen culturele aanknopingspunten. Dus, wanneer Jacky De Maeyer in zijn (p.22) "Vase Close" - niet Ivoren Toren maar wel op een onbesmet eiland – creëert, kan die creatie grote verwantschappen vertonen maar (p.20) hij "handhaaft zijn uniciteit sinds jaren zonder iets van zijn hedendaags zijn te verliezen." De totem als misverstand betekent dat "de vormen een meer autonome en letterlijk veelzijdig bestaan" moeten gaan leven. (p.38) En in zekere zin wordt het lichamelijke door die eenvoud nog meer aangedikt. In een duidelijke environtale houding krijgt het monumentale de bovenhand. Weg uit die totem, los van de vertelling, worden het mondje en de verleidende golf alleen nog vormen.

Hugo Brutin omkadert daarna alles tussen data sinds 1990 met paragrafen over het ontstaan van een beeld en de nieuwe vormentaal in juweel, op papier en door de maquette. U kunt de vernissagetekst hier nalezen. Het boek is een uitgave van Lannoo en kost 39.50 Euro. Naar aanleiding van de voorstelling van het boek stelt het SMuSKO tot 15 februari enkele sculpturen ten toon.  Meer info op www.jackydemaeyer.com 

André Baert

23.01.2004

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]