Labyrint in je archieven.
Het is goed mogelijk dat ik volledig in de
ban van Dokumenta 11 ben gebleven. Dat kan omdat de
registrerende en bewarende functie van de kunst bij mij altijd
op de voorgrond heeft gestaan. Wanneer je lokaal of hooguit af
en toe nationaal kijkt en zoekt, dan vind je zelden kunstenaars
waarvan de uitstraling of het verhaal een duidelijk blijvende
toegevoegde waarde heeft. Een presentatie kan frapperen,
afstoten, charmeren. Een collectie kan je intuïtie aanscherpen.
Wat ook, een impressie moet je vooruit helpen in de vrije wereld
tussen hand en hoofd. |
|
Van een tentoonstelling kom je altijd terug
met een verruimende visie, je moet nadien alleen nog selecties
houden. Wat houd je voor gezien en wat zal de volgende weken,
maanden, zelfs jaren je visie bepalen. Heb je hoe dan ook een
visie wanneer je die vaststellingen vaak laat meegolven op de
emoties van korte plastische ervaringen. Zijn de momenten van
walging en de momenten van verbluffing voor en door Jan Fabre
voldoende gefundeerd, om hem te vatten in het minimale
referentiekader waarin zijn iconen in te delen zijn. Minimaal,
omdat de kern van zijn vormgeving precies dat geven van vorm of
van gestalte is via de menselijke uitvloei of de metamorfose
ervan. |
Het archief van Fabre
Tot die conclusie kom ik na een paar keer de
presentatie in het SMAK gezien te hebben. Ik heb me daarbij niet
laten leiden door de museale inbreng. Al moet onthouden worden
dat de symboliek van labyrint en spiraal waarop de
tentoonstelling gebouwd is, je leidt langs een pad dat je als
een thriller of een opvoering brengt naar kleine en grote
hoogtepunten. Je mag je laten gaan langs zo'n uitgestippeld
parcours. Ieder nieuw kabinet, iedere nieuwe cabine geeft
indrukken die op zich bestaan en die al dan niet intentioneel de
volgende aanporren en het voorbije opwarmt. Of niet. Hoe je het
wil zien.
Ik zie het als een archief dat keurig geklasseerd vertelt over
een kwarteeuw Fabre die ik leerde kennen in het Museum voor
Moderne Kunst PMMK in Oostende. Ik had er tijdloos genoten van
de herrie rond badkuipen met bic-kleur en verstomd gestaan over
het feit dat men vooraf wist dat Fabre helemaal niet, nooit zou
afkomen naar de perspresentatie en de vernissage van zijn
expositie tekeningen in het PMMK.. Tentoonstelling waaraan ten
andere een zeer mooie catalogus gekoppeld werd. Op zo'n moment
voel je als leek in dat wereldje een soort rancune voor de
kreator die afwezig blijft. Misschien nog goed dat ik hem
ondertussen nog niet gezien heb. |
|

Ik vermoed een bepaalde viriliteit die ik uit
Jan Cremer geleerd heb. Maar die keer dat ik 'Ik' zag, bleef er
alleen nog de smaak van verf over en vervlogen de avonturen en
het vlees. Ik bedoel maar: Het zien van Fabre via de films
verheft hem tot een status van de grote onbekende die hij moet
blijven.
Vandaar opnieuw mijn gehechtheid aan het catalogeren van
emotionele feiten en biografische accenten, om te komen tot de
plastische biografie die Kunst heet. |
|
Ik gebruik termen als observaties, analyses,
(her)compilaties, uitdiepen van herkenbare organische
formologie. Schetsen en ontwerpen die getuigenissen zijn van
ideeën en suggesties zijn voor een nieuwe creatie of een
ontstegen thema. Ik voel dan iets goddelijks dat zowel uit de
barok van zijn wezen als de sciencefiction van kunst en
wetenschap vloeit. Voordehandliggende picturale vaststellingen
in schetsen die door hun ontstaanslocatie en de materie de
kijker totaal desoriënteren. Dan krijg ik zelfs een gevoel van
walging voor meest natuurlijke van bloed of sperma: tweemaal
liefde, tweemaal dood. De mens is een dier, het dier wordt de
registratie van ons doen. Soms voel ik me ongemakkelijk door de
suggestieve kracht van een seriële uitwerking; soms verval ik
in een hunkering naar nadenken wanneer twee professoren en een
kwakkelende kunstenaar op monumentale braak- of mestballen
circussen. De zwaartekracht roept hen naar het dal. De lens
houdt het spektakel op een koud heuvelveld. Le scarabé sacré
zit overal en wordt van Egyptische Nijlgod tot skelet voor
beeldende kunst of partner in een kleine mixed media van
hotelkamer en menstruatiebloed. Gerda bloedt, de professor is
dood. En de blauwe uil, de rode papegaai en de naakte man
dansen.

Dansen van de filmische lichamen. Bewegen.
Doelbewust wandelen in de gangen van een natuurkundig museum,
hectisch zoeken in catacomben vol archieven. |
|

Bewegingen die precies willen beslissen over
leven en dood, overleven, in of uit dat leven stappen, hoop die
bijna altijd ontastbaar wil zijn. Onzekerheid of de zekerheid
dat alles moet bestudeerd worden. Ofwel via de plastische lijn.
Ofwel via de lichaamslijn in harmonie met een opdracht of een
klank.
De dans wordt uitgepuurd tot de essentie van verhaal en
beweging. De vraag is naar de lichamelijke uitbeelding van een
in se geëngageerd probleem (het zijn) maar dan van zo'n
geladenheid dat het een strijd wordt. Soms in de symbolen van
bloed en uitwerpselen, waarbij de ongenaakbaarheid van het ritme
eigenlijk de uitbeelding van onze broosheid is. Het kind in ons
- het broze maar ook het onwetende - glijdt altijd uit. Maar het
is de man of de vrouw die het ondergaat. En dus is het de
volwassenen die hulpeloos en naakt glibbert waar anders een
kever sierlijk zou flaneren. In zijn oudheid was dat falen
zelfdoding, hyperventilatie of vechten. Onecht maar gestileerd.
Dus slechts of vooral een symbool. Een metafoor tussen
wanstaltige foetussen op fles in een natuurhistorisch museum.
En dat zou Fabre moeten kunnen zijn |