Dirk Demeyere en Christophe Denys
in  Galerij R53

   

Een van de grote krachten die mij naar een kunstwerk trekt is de benadering van de materie waaruit het kunstwerk gemaakt is. Ik ga te snel.  Ik start nooit vanuit het vooroordeel dat dit of dat kunst is. Iets wordt kunst wanneer het ofwel spontaan en daarna doorbloeiend, of niet meteen maar na geduldig wachten opbloeit naar een prachtig stuk. Maar ook "prachtig stuk" lijkt me een te flauwe bornering van schoonheid. Koppel gewaarworden aan blijven voelen en in die zelfs korte tijd uitgroeien tot een vertrouwd geluk. Vanuit deze vormgevoeligheid start bijna meteen de interesse voor de diepere technische waarden van de materie en de techniek. Twee instrumenten die me altijd opnieuw uitgelegd moeten worden via een gids, een 

medewandelaar of een boek. 
Of de oudste zoon die om redenen Benjamin heet. De kloof tussen intuïtief aanvoelen van de kunstzinnige schone waarde enerzijds en de technische, mathematische opbouw anderzijds maakt mij tot zowel een loos vissertje als een kunstgevoelig mens. Allemaal om te zeggen dat ik eigenlijk wel weet waarover ik het heb, maar er zijn geen andere academische steunbeertjes dan een permanente studie en vergeten. Wat ik mooi vind, is mooi en goed. Dus is het werk van Christophe Denys en Dirk Demeyere zeker goed want ze voldoen aan mijn twee principiële eisen: inhoud en techniek, lees materiebehandeling en resterend verhaal. Dat en de fijne presentatie door de galeristen van R53.

   

Galerij R53: Denys

Galerij R53 - Demeyere en Denys

  

Christophe Denys (Kortrijk 05.03.1974) heeft in zijn nog jonge carrière een aantal selectieve keuzes gemaakt. Een degelijke opleiding aan Sint-Lucas dat garant staat voor een combinatie ruime kennis en bestudeerde vrijheid en daarna vaste exposities bij Athena Kortrijk. Hoofdzaak is de appreciatie die hij krijgt bij de Gaverprijs Waregem, Stimulans Kortrijk, Sint-Pietersabdij Gent en andere selecties. Plus werk in het bezit van de Provincie West-Vlaanderen. Zowel Van den Bussche als Hoet hebben dus anno 21ste eeuw oog voor deze kunstenaar. Terecht. Want wat Denys presenteert is louter poëzie van materie en de anekdote van de opbouw. Gelaagd werken in olieverf is gelaagd werken aan een archeologie van het hedendaagse. De symbiose van de kleuren tot achter elkaar verscholen plateaus die als een virtuele hemel vragen om mee te stappen met de zowel complexe als eenvoudige symboliek van de rechte lijn en de gebogen lijn. 

De transparantie van ingekleurde cirkels omtrent lijnritmes. Let op: hier signeer ik de aanloop tot geometrische werken. Neen. De tweede stap is de belangrijkste. Er is geen bindende systematiek want de materie olieverf heeft de meest eerlijke vervloeiingen als kind aan huis. De warmte van de materie maakt een nieuwe kosmos die zowel de pretentie van een kleinigheid mag hebben als het vaag bedrog van het universele. Achter de geur van de verf ligt de schoonheid van kunst, van natuurlijk additieven van een levend geworden mixed-medium. Van striemen, vlekken en lopers die door zichzelf te zijn kunst laten gemaakt worden. Laten gemaakt worden! ? !
Daan Ray noteert: "De schilderijen mogen dan een landschappelijke indruk geven, ze zijn eerst en vooral schilderijen." Stef van Bellingen noemt het dan "schilderkunstige landschappen" en omdat hij altijd in olieverf werkt, ook nog "schilderijen met een geheugen."

   

Galerij R53: Demeyere

Galerij R53: Denys

   

Dirk Demeyere (Roeselare 1948) kreeg alle aandacht na zijn 2de prijs tijdens de Nationale wedstrijd voor Beeldhouwkunst van het August Vermeylenfonds 1989 en 1990. Zoals iedereen weet is een tweede prijs vaak een eerste prijs die men niet meteen durft te geven. In het geval van Dirk Demeyer zal de pertinent figuratieve kant van de ingezonden werken er wel voor iets tussen zitten. Een jury probeert te vaak het eigen gelijk in de ‘intellectuele’ plastische uitstraling te steken. Dirk Demeyer heeft die verdoken wereld niet nodig. De woede van een kettingzaag in zijn gevoelige handen wordt tot een vorm geworden contradictie. Een boom of een boomstronk behoudt zijn essentiële vorm en zijn soortnaam in de natuurlijke glooiing en in de broosheid van de houtstructuur. De blessure is daarbij heel belangrijk. 

 Het teken dat tegendraads in het hout de vorm van het beeld bepaalt. Is het nu een verdere uitholling, een gelaagde opbouw, een ritme of zelfs de suggestie van een organisch verhaal of een personage, telkens beklijft de tendens van de vezel. De pijn die bloedloos schoonheid geworden is. De bomen, de takken, de ontschorste naaktheid van jaren groeien wordt niet getergd. Er is bijna sprake van de meest duidelijke toegevoegde waarde.. Voor zo’n kunde vergeeft men graag de kleine prutserijtjes van gewitte vormpjes in een kadertje.
Hugo Brutin noemt het in 2000 "een dialoog, een samenspraak tussen de kunstenaar en zijn materiaal." Ik verwijs ook zeer graag naar de tekst van Wim Vanseveren (1999) over de expositie in Den Haag. Zalig en perfect afgerond.

   

Van 9 februari tot 16 maart 2003 in Galerij R53, Romestraat, Oostende www.Galerie-R53.be en R53@online.be
André Baert
22/02/2003

Bron: 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]