De tuin der (geestelijke) lusten van 
Jeroen Daled en Yves Beaumont

    

Ik voel voor mezelf dat mijn zoektocht naar het schone raakpunten heeft bij het intuďtieve maar niet zonder structuur kan overleven. Met Jan Hoet kreeg dat ellebogengevoel een andere definitie. De som van ervaringen, de mimiek van een gepassioneerde herkenning, de conclusie na lange gesprekken en het streven naar een zo absoluut mogelijke vrijheid van de kunstenaar. Ook dat is een concept. Het idee is passie met nadien een verzwakking per toegepaste structuur of techniek. Let op. Met Delvoye hebben we onthouden dat de techniek niet noodzakelijk van de kunstenaar zelf moet komen, en ook conservator Willy van den Bussche laat met de billboards van Elger Esser tijdens 2003Beaufort zien dat de letterlijke herinnering ook kunst is.
Als ik even hierover mag doorbomen. Met 2003Beaufort kreeg het concept een monumentale dimensie in haar grootse eenvoud. Vandaar dat het zo belangrijk is dat van de getoonde werken, voorstudies en omkaderingen in de presentatie ingebouwd worden. Een kunstwerk is de vorm geworden kunstenaar, die zo multidisciplinair mogelijk moet zijn omdat de mogelijkheden van bronnen en presentaties, van oorsprong en uitwerking zo rijk geworden zijn. Een kunstenaar is ook een bedrijf geworden. Hij mag dus niet meer in zijn klassiek ivoren torentje kruipen, maar moet ‘in de kou’ gaan staan. In die optiek moet iedere kunstenaar, waar die naam ook voor staat, gedocumenteerd bekeken worden. En precies dat is de bedoeling van een kunstgalerij.

    

Over het ZIJN van GEWEEST zijn

      

         

Ik ken Yves Beaumont uit veel fragmenten. Jeroen Daled was voor mij de revelatie van Kunstgrepen 2002 en de perfecte samensmelting met Marc Cloet. Complex en daarin machtig.

Het zou dus een moeilijke expositie kunnen worden, dacht ik in de bus op weg naar Galerij R53. Moeilijk omdat je over de grens van directe communicatie moet stappen. Jeroen Daled en Yves Beaumont hebben een gedragen hermetische eigenschap waar het ‘zijn’ van de kunstwerken domineert boven hun ontstaan en hun verhaal. In beide gevallen wordt ‘iets’ gevat. Bij de ene omhuld, bij de ander in de toverspreuken van in lagen verscholen vormen en verf. Opnieuw twee ontastbare feiten die eigenlijk de uitbeelding van het ‘zijn’ van een kunstenaar zijn.

En ik kom graag terug op de eerste gedachten: het concept, de schepping die slechts een momentopname is die meteen in de gebruikte materie verdwijnt. Boven elke terechtwijzing wil ik eerst bij de ene verf en bij de andere cement of gips zien. Verf als drager van mythe en sluier. Cement en gips als de mutanten van harde aarde. Daar stopt de eerste vaststelling. Wat je ziet is tweeledig: vermoedens, vormen en de dragers van die herkenning. Verf die iets verbergt, versteende pulver die als omhulsel een dramatische invulling beschermt. En de vraag naar de bron: "Wat stond daar eerst?"

   

        

De natuur en de mens. Bij Yves Beaumont zoek ik naar het schone van een organische aanwezigheid die zoveel met de natuur of het landschappelijke te maken heeft. Een plant, een monument, een uitzicht, een tastbare herinnering in deze of gene kamer. Maar eerst moet je doorheen de laag op laag verf die zowel glinstering als bescherming is. Het gekoesterde wordt overschilderd om als herinnering voor de kunstenaar bewaard te blijven. Heel af en toe laat hij een fragmentje uit dat verleden zien, alleen om de schoonheid en het intieme van verf nog te verduidelijken.

Jeroen Daled heeft zijn visie als vermoedelijke leegte in druipstenen wezens verborgen. Wachters van wat voorbij is en alleen in de materie van de aarde bewaard blijft als het stof van een zich steeds recyclerend engagement. Ik ben mens en de vorm blijft. Stil, want in die versteende houding praten alleen de anekdoten van daarnet of van lang geleden. Dit waren mensen en zijn nu passanten die niets meer kunnen vertellen, of ’t is in de korrelige pijn van hun textuur.

    

"Het Klopt", zegt kunsthistorica Els Vermeersch

    

De inleider heeft beide kunstenaars in de galerij op een uitgesponnen, boeiende en gedocumenteerde wijze ‘ingekapseld’ in de som van zoveel culturen die allemaal zoeken naar de ultieme sensatie van schoonheid. Van het intieme huis, het reizende boek en de dromende cello.

    

     
U krijgt nog de 'sluitende' inleiding door kunsthistorica Els Vermeersch door hierboven op haar blad te klikken.

Tentoonstelling van 08.02.04 tot 14.03.04
Zaterdag & zondag van 14u tot 18u
vzw Galerie R53, Romestraat 53 - 8400 Oostende
T:059/519444 Gsm:0475/824052 
E Mail: R53@online.be     WWW.Galerie-R53.be

André Baert
09.02.2004

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]