|
"Kleur is licht. In deze reeks
over opgravingen staan de aanvankelijk reisindrukken,
schetsen en foto's vooraan. In het atelier wordt
bijvoorbeeld de Chinese kom een vorm in een zanderig
decor. Breekbaar, vormelijk maar steeds met een herkenbare
verwijzing naar de oorspronkelijke vorm."
In die zin zitten we met ons
materie-impressie redelijk goed. Inleider Monic
Wittebolle, docente St.-Lucas Gent (tekst
in bijlage) wijst naar het absolute zoeken en de
uiteindelijke vondst die dan vaag en dagdagelijks opnieuw
geïnterpreteerd wordt. Zo zou ze inderdaad het mysterie
van de oudheidkundige trouvaille kunnen vervangen door de
vormelijke verzanding. En zo wordt het figuurlijke van de
potvorm een verfvorm waarin een recipiënt kan herkend
worden. De intense kracht uit die historische tijd wordt
een universeel signaal dat uit lijnen bestaat.
In die lijnstijl zijn de skeletten
minder subtiel. Ze zijn op zich al niet denderend
attractief, laat staan als schrillere contouren op papier
of canvas. Lizette de Koker laat die menslijkende
kalkstructuur vervagen tot een lijnenspel dat niets
metrisch of abstract heeft, maar in tegendeel kort op de
herkenbare bal speelt. Ik vind de reflectie van klei en
zand als elementaire complementen belangrijker en
verfijnder getoond, dan de bruuske realiteit van
stoffelijkheid van het lichaam bij de ultieme tot zand
geworden kei. Hoe dan ook: Lizette de Koker geeft iedereen
een verhaal mee. Over de tijd en de aarde. Over tastbare
en ontastbare. Die doordachte benadering leidt niet tot
laksheid of oeverloos filosoferen. Zij is een gedreven
kunstenares, een actieve schilder die heel vaak aan 5
werken tegelijk maar in reeksverband werkt. |