Gevonden Tijd

Jan van Wilgenburg is vooral gekend voor zijn keramisch werk. Daarbij overstijgt hij de combine van materie en vorm om te komen tot een versteende of verbronsde emotie waarin een gedaante nooit ver weg is. Hoe verweerd, getaand, gekerfd het volume ook is. De drie dimensies maken het makkelijker om zich in te leven in het organische aspect van de vormgeving: slankheid, golving, buik, verlangen, …  Nu brengt hij een reeks schilderijen die zowel collage, assemblage, toeval als plak- en vliegwerk kunnen zijn. Samenvoegen van gevonden stukken. Schikken naar evenwicht en harmonie, vervlakken tot twee dimensies en aanvullen met de synthetische schoonheid van mixed-media componenten en kleurpigmenten. Die handelingen worden geleid door een aantal accenten die heel duidelijk uit de werken treden: de vergankelijkheid van de trouvaille dus de beperktheid van de tijd dat zo duidelijk wordt door de eigenheid van de nieuwe, door klasseren ontstane context en door de plastische recyclage van de materies.  Waar de vondsten lokaal tussen polder en landweg kunnen liggen, gaan de meer verheven werken hun tastbare inspiratie halen in de restjes esoterie, mythe en meditatie.  De grotere diepgang van de werken van Jan van Wilgenburg lees je in de vernissagetekst van Hugo Brutin.

André Baert

"Jan Van Wilgenburg"

Mijn eerste contact met werken van Jan Van Wilgenburg was er een van een dominerende sensualiteit bij het zien van zijn keramieke sculpturen die de bevreemdende en aangrijpende esthetiek van een rijpe lichamelijkheid opriepen. Mijn meest recente ervaring met zijn schilderijen of beter gezegd wandsculpturen is er daarentegen een van gerijpte spiritualiteit. Sensualiteit en spiritualiteit: twee ogenschijnlijke antipoden die met elkaar gemeen hebben dat de vorm de gedachte dient.

Het is daarnaast ook uiteindelijk niet zo verbazingwekkend dat het zinnelijke en het spirituele nauw met elkaar verwant zijn. Dat is trouwens heel duidelijk te merken in het gehele beeldende oeuvre van Jan Van Wilgenburg. Als ik mij niet vergis, dan heeft hij, sinds hij in Watou is aangekomen en er zich heeft gevestigd, omringd door honderden objecten en aanwezigheden, geen keramisch werk meer gemaakt. Daarom is het zo boeiend dat zijn recente schilderijen en zijn vroegere beelden hier samen aanwezig zijn, zodat men zich kan verbazen over een vormelijke diversiteit die toch een geestelijke eenheid blijk te zijn.

De keramieken van Jan Van Wilgenburg zijn sierlijk en realistisch tegelijk. Ik ben ervan overtuigd dat zowel hun ritmiek als de uitstraling van hun door de tijd en de ervaringen getekend zijn velen onder ons zullen beroeren. Voor mij waren zijn vrouwelijke gestalten een revelatie. Ik werd getroffen door hun vertederende buik die vergankelijkheid evoceert, een zacht in zich opnemen van vreugde en verdriet suggereert, van passie en tengere dichtgegroeide blessures en nog veel meer. Zoals de bronzen van Christian Leroy, zo ontroerde mij de naar de mens verwijzende vaart van zijn sculpturen.

Ik heb Jan Van Wilgenburg pas jaren later hier in de Peperbusse leren kennen, een Hollander met een artistieke hoed en een mooie vrouw in de achtergrond.

Ik dacht dat hij ouder was omdat ik in mijn schuldige argeloosheid geneigd ben ouderdom en ervaring op een gelijke hoogte te plaatsen. Ik had iemand ontdekt die net zoals ik meer oog had voor de identiteit en de onweerstaanbare charme van een getekend lichaam dan voor de kille glamour van wat als perfect wordt omschreven of erger nog, dat via niet eens discrete ingrepen nostalgisch naar een vorm van uiterlijke volmaaktheid streeft of naar een pseudo-jeugdigheid.

U hebt allen ongetwijfeld al vaak keramieken beelden gezien en hebt daarbij kunnen vaststellen dat veelal lovenswaardige inspanningen worden geleverd om de materie te laten spreken en haar een korrelige of andere uitstraling te geven. Het gevoel dat een inspanning werd geleverd om een voortreffelijk resultaat te bereiken is hier niet aanwezig. De beweging van het lichaam, van een liggend naakt bijvoorbeeld of van het schitterende hier aanwezige schuin rechtopstaande bronzen beeld met de kenmerkende titel ‘De kracht van het zijn’ of van een torso, is een zo evident en tevens welsprekend gegeven dat mag worden geconcludeerd dat de kunstenaar het bij manier van spreken in zijn handen heeft, dat hij zijn beelden, als het ware spontaan, een elegant wellustige eigenheid kan geven, dat hij de zinnen van de kijker onweerstaanbaar kan strelen.

Hoewel de vormentaal en de uiterlijke thematiek van zijn sculpturen helemaal anders is dan die van zijn schilderijen, toch hebben zij veel met elkaar gemeen. Zij refereren aan vergankelijkheid en aan het aftakelen in de adem van de tijd, wat schoonheid of een esthetische ontroering echter niet in de weg staat. Zij vallen op door een schuine ritmiek, die in de ruimte wordt opgenomen, en die ongetwijfeld met de creatieve emotie van de kunstenaar te maken heeft. Zij zijn nauwgezet opgebouwd en bezitten niettemin een wijds en lyrisch elan, een fundamentele vaart. Zij reflecteren de authenticiteit van iemand die dan nog van zichzelf beweert dat hij slechts een instrument is van een hogere kracht. Dat zijn wij allen een beetje, maar hij geeft dat gevoel een bredere dimensie.

Zijn schilderijen of noem het tweedimensionale assemblages rond een dominante betekenis of een concrete ervaring zijn samengesteld uit tientallen elementen die men veelal als objets trouvés omschrijft. Het vreemde en boeiende daarbij is het feit dat uit die barokke ontmoeting van zink en lood, van spiegeltjes, collages van papier en van vergane kledij, van sluiers van roest en stukjes dierenskelet, van zuiltjes en ornamenten, van licht en donkerte, dat uit die hartstochtelijk bijeengebrachte puinhoop een eenheid groeit, een beeld ontstaat, een structuur verschijnt die inderdaad aan het protserige van een kerk of van een religie doet denken, aan de sereniteit van wat door het boeddhisme wordt aangeraakt, aan ruimtelijkheid, aan leven en dood, aan klassieke abstractie in zijn stad van zink met opnieuw zijn karakteristieke schuine ritmiek en zijn picturale allure.

Men voelt de geestelijke ondertoon in zowel het barokke als het uitgepuurde, in de esthetiek van verfrommelde kledij in Oosterse tinten, in tastbare zinspelingen en verborgen gefluister, in ogenschijnlijk totaal van elkaar verschillende brokjes materie die zich uiteindelijk met elkaar verzoenen, in wat autonoom als een krachtige compositie kan worden aanzien, in een rustige harmonie die uit tientallen vleugjes onrust is gegroeid.

De schilderijen van Jan Van Wilgenburg zijn retabels gewijd aan weemoed en hartstocht, aan harmonie en heropstanding, aan wat de tijd liefdevol heeft omkneld en aan wat wij als de geestelijke metamorfose van de dingen van iedere dag zouden kunnen omschrijven. Dat belet niet dat zij ook op beeldend vlak merkwaardig en uniek mogen worden genoemd.

Hugo Brutin

Gallerie De Peperbusse
24 januari 2004

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]