Omtrent Van den Bussche
Triënnales: Van Brugge naar Beaufort

   

In EMBRYO van "De Peperbusse" verscheen in 2001 een transcriptie van een interview met Hoofdconservator Willy VAN DEN BUSSCHE. In de hitte van de vermeende ‘machtsstrijd’ tussen Hoet en Van den Bussche noteerde de redacteur van dienst als bijtitel: "Over (voornamelijk) zichzelf en over Jan HOET."

Dat ‘zichzelf’ betekent eigenlijk dat Willy Van den Bussche heel vaak moet optornen tegen de onbedachtzaamheid en lome eenvoud waarmee de zeer actuele intuïtieve kunst bij de liefhebber aanvaard wordt als het summum van plastische uitbeelding. Die inhoud mag, en Van den Bussche zal dat niet tegenspreken, maar daarnaast moet er evenveel aandacht zijn voor de andere waarden van de schone actuele kunsten. Zoals de symboliek van de inhoud, de duidelijk afleesbare technische capaciteiten van de kunstenaars,… alles dat toen teveel in de richting van Modern werd geduwd en dus de etiquette postexpressionisme meekreeg. Op zijn minst ‘post’ want dat is een sleutelwoord in de onophoudelijke zoektocht naar het definitief cultureel klassement.

Met Modernisme in Painting toonde hij de verfwaarde, met Between Earth and Heaven werd de figurativiteit in de verf gezet. En let op mijn woorden: met Beaufort 2003 komt hij terug in het duidend spoor van zijn Triënnales die eind zestiger eerste helft zeventiger jaren liepen. Hoogtepunt was de derde versie in de Beursgebouwen. Hij heeft ondertussen dertig jaar gewerkt aan een overtuigingskracht die uit ‘zijn’ museum moet stralen. De catalogus ‘Eigen kunstbezit’ van de Provincie (1963, Gaby Gyselen) toonde heel duidelijk dat de verzameling zwaar overhelde naar de expressionisten. Het strekt conservator Willy Van den Bussche tot grote eer dat hij een ‘al dente’ verzameling moderne kunst heeft opgebouwd waarmee men permanent de vergelijking met de actuele tendensen aankan.

Dat Van den Bussche een man van visie is, had men al moeten vaststellen uit de eerste catalogusinleiding van het PMMK (1979). Toen had men reeds de staalkaart toekomstige exposities kunnen voorspellen. Met Beaufort 2003 kneedt hij ‘als het ware’ een monument dat bij deze eersteling heel broos geplaatst wordt maar na september 2003 misschien wel eens zijn meesterwerk zou kunnen zijn. Misschien? Zeker! En nu ik er over nadenk: wordt 2006 dan zijn afscheid?

Eén paragraaf onthoud ik uit het betoog van de catalogus van het PMMK 1979: "Waar de avant-garde in ons land naartoe gaat, is echter nog niet duidelijk… Ook wordt nog de conceptuele kunst in veelvuldig nadoen als naschoolse activiteit beoefend. De tentoonstelling ‘Actuele Kunst in België’ die onlangs in het Museum voor Hedendaagse Kunst te Gent werd gehouden en … (waren) demonstratief voor deze bewering." (p.109). De perfecte inleiding voor het verslag en de transscriptie hierna. De hiernavolgende tekst werd stilistisch leesbaarder gemaakt.

   

Canvas Intro

   

Is Jan Hoet een charlatan en is de hedendaagse kunst die hij promoot op niets anders gebaseerd dan onkunde? Wie naar de tentoonstelling 'Between Earth and Heaven' gaat kijken in Oostende zal geneigd zijn om die stelling te beamen.

Conservator Willy Van den Bussche heeft in elk geval een expositie opgezet waarin hij de vloer aanveegt met de zogenaamde 'modernisten' onder leiding van kunstpaus Hoet. Van den Bussche vindt het hoog tijd om de verloedering van de kunst een halt toe te roepen en de zogenaamde klassieke waarde in ere te herstellen.

   

INTERVIEW

   

"Met deze tentoonstelling wil ik namelijk beweren en ook enigszins bewijzen dat er opnieuw een grote belangstelling bestaat bij de kunstenaars voor het métier en voor die klassieke waarden.  Ik wil gewoon de kunst terug op een sokkel plaatsen en de kunstenaar terug zijn statuut geven, zoals hij 'als schepper naast God' dit ooit heeft gehad."

"En dat brengt ons bij het feit dat ik het systeem, dat maakt dat iets tot kunst wordt uitgeroepen, met deze tentoonstelling in vraag wil stellen. Nagenoeg alle musea, galerijen en al de verzamelaars scharen zich gedurende een bepaalde periode achter dezelfde kunstenaars. Er is zelfs sprake van een soort van bendevorming. Tegen die systeemvorming reageer ik. Niet tegen Jan Hoet. Het is totaal verkeerd te zeggen: ‘Hij is tegen Jan Hoet!’ Dat is geen waar."

"Ik heb met Jan Hoet niets te maken. HOET is HOET en ik ben VAN DEN BUSSCHE! Ik vind het foutief om ons altijd met elkaar te vergelijken. Het enige wat ik zou kunnen zeggen is dat ik met kunst bezig ben en dat hij met zichzelf bezig is !!"

"Die verwarring van museumdirecteur/curator en artiest/curator en wat weet ik allemaal, is tegenwoordig zo groot en zo in de hand gewerkt, dat we tot een chaos zijn geëvolueerd. In die chaos wil ik nu opnieuw een zekere orde brengen door een tentoonstelling te maken met een aantal kunstenaars die juist het omgekeerde doen. Die juist opnieuw belang hechten aan dat métier, aan de vormgeving, aan de harmonie en aan die klassieke waarden die zij uit het verleden hebben gerecupereerd."

"Het flessenrek van Mariani (met die antieke koppen daarop en het doodshoofd met een hand waarin een penseel zit ) is een volkomen aanfluiting aan het adres van Duchamp. Duchamp had de bedoeling om te choqueren. Nu heeft men de bedoeling om datzelfde flessenrek als kunstwerk te gaan programmeren. Dat kan dus niet. Het is ook heel eenvoudig om dat te doen. Vandaar de enorme stijgen van het aantal kunstenaars die daarmee bezig zijn. Ik zeg dat die kunst onkunde is gestoeld !"

"Maslov en Kuznetsov zijn op Between Earth and Heaven vertegenwoordigd met een fantastisch mooi schilderij. Een monumentaal doek dat mijn stelling ondersteunt: de harmonie die in dat schilderij steekt spreekt uit de evenwichtige compositie, gelijkwaardig verdeeld over het vlak. De naaktfiguren zijn een duidelijke referentie naar oudheidkundige manier van denken. Men krijgt hier dus op een zeer humoreske manier een voorstelling van een antiek ensemble, een bijeenkomst van mensen die zich rond de figuur van Novikov verzamelen. Novikov die in feite de grote mijnheer van de Academie van St.-Petersburg is waarrond een echte school bestaat die de nieuwe klassieke tendensen programmeert. Ze distantiëren zich van de onkunde van de hedendaagse 'kunstenaars' die zich misschien wel bezighouden met afvalmaterialen maar daar ook NIETS mee doen."

"Met de assemblagetechniek kan men ook picturaal en schilderkunstige werken. Het bewijs wordt hier geleverd door David Mach. De kleerhangers die hij van de nieuwkuis meekrijgt, assembleert hij met lastechniek tot een klassieke buste."

"Er is de tendens om de ambachtelijkheid als ouderwets te bestempelen. Als voorbijgestreefd. Dat mag niet. Het kan niet zijn dat ambachtelijkheid van de kaart wordt geveegd. Ook al zijn de technologische vooruitgangen zo sterk, de technologie vergt ook métierkennis."

"De meeste extreme voorbeelden van de technologische vooruitgang worden hier ook voorgesteld, gekoppeld aan het verleden. Gekoppeld aan die traditionele klassieke gewoonten. Bijvoorbeeld Paloma Navares die werkt met digitale fotografie om een ode te brengen aan Botticelli, aan Ingres, aan die onvervangbare voorbeelden van klassieke schoonheden."

"Men kan stellen dat in de kunst van vandaag anno 2001 eigenlijk 2 richtingen zijn. Een groep die afgestemd is op het chaotische, dat intuïtieve, dat losbandige, dat bestiale zelfs. En de andere groep die bezig is met de esthetische kant van het kunstwerk."

"Met het einde van de ene eeuw en het begin van de nieuwe moeten wij ons herbronnen. We moeten de artiesten, de kunstenaars met elkaa confronteren. De twee wendingen met elkaar confronteren als we willen komen tot een soort 'sorte des idées, qui allume l’arts libéraux .....' Dat is de doelstelling van deze tentoonstelling."

   
Bron : TERZAKE (Canvas) mei 2001
Tekst, inclusief het herzetten van het interview: André Baert
  

Bron: 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]