|
Oostende -
Jabbeke -Ik begin omgekeerd. Vooraleer iemand me
kan vertellen of voor ik iets lees over de kunstenaar en het
kunstwerk, noteer ik in de tuin van Permeke over de beelden
van Johan Tahon. Ik krijg een verbijsterend visoen van een
frisse walging. Ik vind de tuin, die nog maar pas in zijn
oorspronkelijke staat herzet was, ontsierd door die amorfe
vertikale hompen materiaal. Dit lijkt een mystiek
laboratorium waar de dood versneden wordt tot bijbelse
afschrikkingen. Ah, noem het de speeltuin van een alchemist
of een schaakspel van Bosch, maar dan verpoverd naar wat
plak en hechtwerk..
Eerste indrukken hebben zoiets van: "En nu zo snel
mogelijk weg zien te geraken." Maar de ‘zoeker’ in
mij wil dralen tussen het pas geschoren gras – zalig om
die ene dag te kunnen genieten van grashoppen zonder
allergisch gesnuffel – en opzettelijk de ingewikkelde
titels negeren. Ik wil weten wat mij afstoot. Maar dan komt
een nieuwe warmte want ik kan stap voor stap mijn gevoel
kwijt in die organische massa.
Aanvankelijk denk ik dat die torso’s die geen torso’s
zijn iets te verbergen hebben over pijn en onvrijheid. Ze
hebben de tormenten van vervlogen eeuwen in hun nieuw lijf,
de geschiedenis van een volk dat zelfs nu nog geen vast land
heeft maar slechts één toren opgeblazen heeft. Veel
bruggen, dat wel en kunst gebeeld in alle tonen van
vrijheid. |

Johan Tahon beeldt ook. Tot cocons herzette mensen die
als grillig vlezige en transparante wolken wijdbeens uit de
grond komen. Permanent wiegende vleugels in een boom.
Tormenten in brons, explosies, mutaties. Zelfs liefde die
pijn doet. Vormloos met een witte sleurt aan elkaar
geknepen. Figuren die te duidelijk in de gevangenis van
hechtingen en gietkanalen bronsvast zitten, los van de
wereld als losgekliefde bomen waarvan de takken haarfijn
afgesneden zijn.
En hoe langer ik kijk, hoe meer ik stil praat met een
groeiende warmte voor die onmogelijke mensen die in de tuin,
in de kamer, het atelier, het kleikot van Permeke wachten op
een verhaal. |