STEVEN (kraplack) DEVOLDER

Eenvoudige tekenkundige genialiteiten

   
De Hand
    

"Beeldend Oostende" van Norbert Hostyn (Uitg Van de Wiele, 1993) kreeg toen de kritiek dat sommige kunstenaars vergeten waren en anderen ten onrechte opgenomen werden in de rijke reeks kunstenaars-aan-zee. Hoe dan ook: een heruitgave is dringend nodig en de Conservator der Stedelijke Musea heeft één der stille bloeiers niet vergeten. Toen was het nog gewoon KRAPLACK die vooral furore maakte in de OHK en iedere kunstliefhebber charmeerde met zijn technisch kunnen en inhoudelijke eenvoud. "Beter nog dan zijn vader" was een gehoorde kreet, wat dan vooral die beroemde vader Roland Devolder een kleur van fierheid deed krijgen. En nu nog.

Het is Steven Kraplack Devolder geworden: boven alles een waardig jong kunstenaar die het schalkse nooit verloren heeft. En in die schalksheid is hij nog steeds letterlijk en figuurlijk moeilijk voor commentaar te strikken. Niet geheimzinnig maar integendeel heel expliciet. Want hoe onhandig hij zijn kunnen ook ontmaskerd, hij is onmiskenbaar een tekentalent. De lijn verraadt de meester. De arabesken van kleur en scherts zeggen dat dit gefundeerde plastische berichten zijn. Soms leven de weinige kleuren alleen dankzij de perfect geplaatste  schaduwen. Een schaduw is een tweede leven dat gecontrasteerd en gekoppeld toch nooit zelfstandig kan leven. Een schaduw is tegen-leven, niet anti-leven. Woorden, allemaal woorden waar Kraplack waarschijnlijk weinig aandacht aan zal besteden. "Veel woorden overleven hun reis niet. Ze blijven ergens hangen, breken in tweeën, en vaak blijft er niet meer van over dan het geluid van een wc die wordt doorgetrokken." (Arnon Grunberg, De Mensheid zij geprezen, Atheneum A’dam 2001, p 28)

     

     
De Lijn
   

Inleider Roland Laridon had uitzonderlijk ook zo’n gevoel, maar dan meer: "Zoals zaad door een vagina zwemt, zo zwemmen woorden door het hoofd." (idem) Waar hij anders breedvoerig de fluctuaties van de plastische geest ontkleedt tot de mooie voorgedragen klanken, bleef hij nu akelig kil in het midden van een ruim lege zaal. Hij bundelde zijn volledige toespraak tot het herhaalde "Er overkomt je iets". "Neem het in u op," en voor het "onbehagen want kunst" haalt hij bewijzen bij spot en ironie, bij "low-brow en de grillen als tekens van kunde en zekerheid." Om de poëzie van Roland Laridon in te tomen, moet je van héél ver komen: de schoonheid in het werk van Steven Devolder was hem ditmaal voor.

Steven Kraplack Devolder wordt dus alom geprezen. Terecht, want onvoorbereid sta je meteen voor de zekerheid van zijn technische kunde. Hij tekent met inkt, potlood maar ook verf en aquarel.  En dat vergt op zich een ontzettende standvastigheid en een gestaag sterker worden meesterhand. Geen probleem. Hij kan het zelfs aan altijd iets van een pijn mee te geven, een onevenwicht in de textuur die precies in dat unieke teken het banale van het meesterlijke scheidt. De inhoud is vaak uit een vlak potje getapt maar honderduit in de kunde versterkt tot telkens nieuwe hoofdstukken uit een plastisch dagboek. Ik vind geen woorden genoeg om mijn waardering te uiten: altijd zéér intens, vol maar onvolledig en dus met vragen en een vleugje nostalgie naar decors en personages die iets betekenen of betekend hebben: intimiteit, kritiek, impressies na de feiten?

De mystiek van de leguaan tegenover de lust van naaktheid. Stills uit een ongemaakte video worden geëngageerde symbolen voor een tijdperk. Zoveel verhalende schoonheid en dan is er nog de kleur. Een vibrante variatie van blauw met geel en groen; blauw en wit vlees, rood haar en blauw paard. De techniek is zo eigen dat hij zich spelletjes met straatperspectief kan permitteren en ernstig blijven in de illusies die hij inkadert.

    

      

En wat nog?  Te weinig en altijd te laat. Lang geleden en daarom zo gesmaakt.

André Baert
14.10.2003

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]