Is het nu PMMK

Of

MMK

van de Provincie

West-Vlaanderen?

Oostende. Een persvoorstelling in het Museum voor Moderne Kunst, kortweg PMMK, doet iedere deelnemer herinneren dat cultuur op vele plaatsen nog belangrijk is en dat er officiële instanties zijn die de schone kunsten willen promoten. Daarmee zet ik de Provincie West-Vlaanderen graag in de bloemetjes omdat ze met de uitbouw van het Museum een sterke culturele troef in hande hebben.

De provincie heeft veel musea of velerlei themata. Het PMMK staat daarbinnen als enkeling omdat de collectie zo ruim en tot ver buiten de lokale grenzen haar wortels heeft. Dit is een Vlaams Museum, een Belgisch Museum met een Europees hart. Met een positief globaal hart En je moet er het kloppend hart van de hoofdconservator Willy Van den Bussche bijnemen als essentiële pomp.

Een pers-speciaaltje kan er natuurlijk altijd bij. Let maar op de zoektocht naar de controverse binnen de conservator, het gebroebel rond Ku(n)st 2003 (meer daarover later) en het geval FABRE ten tijde van Between Earth and Heaven (1). Toen wou Koningin Paola 100.000 € ophoesten (eventueel via de Gemeenschappen) voor een "plafond bedekt met scarabeeën (mestkevers)" (2) van Fabre.

In zijn inleiding tot de verzamelde pers had conservator Van den Bussche het over de kwaliteit en klassieke waarden die opnieuw, hier en na ‘Between Earth and Heaven" getoond worden. Hij laat tezelfdertijd constateren dat de klassieke waarden in alle stijlen, periodes en technieken terug te vinden zijn. Bij Vermeersch gaat het via de basis van tekenen en schilderen naar het persoonlijk accent van de (monumentale) keramiek.

JOSE VERMEERSCH

Retrospectieve 1922-1997(3)

Geboren op 6 november 1922 te Bissegem, gestorven op 13 december 1997 te Lendelede. Hij volgt heel vroeg cursussen aan de Academie van Kortrijk en later te Antwerpen. De tweede wereldoorlog is spelbreker en pas wanneer Constant Permeke de leiding van de academie op zich neemt, hervat Vermeersch zijn studie. Met verve, want "met Permeke heft hij de drang naar een oerkracht gemeen."

Dit is een heel belangrijk biografisch gegeven want de essenties waarvoor Permeke staat zijn even nadrukkelijk in de inspiratie van Vermeersch aanwezig via bijvoorbeeld de vrijheidsdrang, de oerkracht, het primitief landgebonden feit, de wezenloze en mysterieuze figuraties. José Vermeersch is een sterke figuur wiens oeuvre na een lange incubatietijd van nadenken en kunde verwerven uitgegroeid is tot een verbeelding met een vrije eigen plastische taal die statisch, zonder anekdote, een werkelijkheid dus brengt die uniek is. Figuren die kijken naar één richting, géén dialoog voeren, er is alleen de aanwezigheid in onze wereld terwijl ze eigenlijk van een andere wereld zijn.

Dat geldt voor zowel de schilderijen en de tekeningen die me ontzettend verbazen door hun gefundeerdheid in de oude waarden, want je vindt er verwijzingen naar het sociaal drama van de mens maar ook de aanzet tot introspectie-engagement van Picasso (4). En uiteraard ook voor de beelden. José Vermeersch blijft voor velen de keramiek beeldhouwer en precies daar is er meer te zeggen over de link tussen vormgeving en techniek.

Ik citeer ruim uit het persbericht (5): "De figuren (...) groeiden als het ware organisch van onderen naar boven onder het zachte gekneed van zijn handen. Zij werden opgebouwd als uiterst dunnen holle vormen. Er is geen ruggengraat en dat dwingt onder het boetseren zijn eigen wetmatigheden af. Deze vorm van werken verschafte de figuren dan ook een bijzondere economie. Hun massa beperkt zich enkel tot wat nodig is om hen overeind te houden. Dit maatwerk is voelbaar in elke gestalte. Disproporties in de ledematen dragen derhalve niet alleen bij tot de dramatiek, ze zijn noodzakelijk om zijn wezens op de been te houden."

Dit is zo’n trefzekere realistische vaststelling die maakt dat de verblinden anekdotiek rond een kunstenmaker vervaagt naar de zuivere kunde van diezelfde creator. En dat zet de logische evolutie in een duidelijk licht.

Circa 1960: schilderijen met expressieve figuren uit een vergane glorie en in een ongedefinieerde ruimte.

Daarna klei die stijgend een figuur wordt en die nadien beschilderd wordt. De hechte binding tussen gerichte creaties en de grondige kennis van het métier voert hem naar het schilderen met klei.

De laatste stap is vanzelfsprekend: hoe ver kan klei uitgezuiverd worden of waar ligt de grens van de broosheid.

De Reacties

Het lijkt warempel een vaste waardemeter, die verwijzing naar het ‘te veel’. Ook ditmaal wordt daar in De Morgen (6) naar verwezen. De auteur centreert zijn zoektocht naar de indruk: "Ze staan erbij en kijken ernaar. Soms zitten ze, soms maken ze een soort gebaar. Meestal zijn ze naakt, soms hebben ze een juweel, een pruik, een kleed aan. Soms zijn ze mens, soms hond. Ze komen voort uit de grond. Ze zijn ook uitdrukkelijk sprakeloos. Ze zijn ook uitdrukkelijk raadselachtig. Ze zijn vooral van klei gemaakt." En in die broosheid "... spreken (ze) per stuk , een samenspraak doet ze al te zeer verstommen. Dan worden ze een massa, dan wordt hun liefdevol behandelde klei een brij en dat verdienen ze niet." Wat dan neerkomt op een groot respect voor deze Vermeersch., maar "Groots is deze kunst nooit, een enkele keer overstijgt ze zichzelf. Ze presenteren in de enorme hoeveelheid die het PMMK laat zien, maakt ze er bovendien niet spannender op."

Hugo Brutin (7) noemt hem "...een merkwaardige kunstenaar die nog gedurende meerdere decennia voer voor kunstcritici en hun voervolk, de filosofen, zal zijn." Waarom de kunstenaar niet volledig positief ingeschat kan worden? Teveel de aandacht aan de aanvangsjaren, het zoeken, het stroeve opstarten... "Eigenlijk is dat niet zo belangrijk wanneer men de latere productie bekijkt, waarin hij blijk geeft van een uitzonderlijke techniek en van een uitstraling, zegging en spanning die ieder voor zich op een of andere manier tracht te verwoorden en verklaren."

Jan Guillemin (8) ten slotte duidt naar de wisselwerking der getoonde technieken: "... we kunnen onze lezers de raad geven om naar die retrospectieve te gaan. Al ware het maar om te ervaren hoe beelden en schilderijen elkaar kunnen verrijken."

De Publicaties

Bij Openbaar Kunstbezit verscheen een indrukwekkend Kunstboek over José Vermeersch waarvan de catalogus bij de tentoonstelling een soort compilatie is (9). Over 7 hoofdstukken wordt het leven ‘gegrepen’:

de jeugd (1939-1945), de nieuwe mens (1945-1958) opbouwen (1958-1966)

bevrijding (1966-1969) doorbraak (1969-1979) roem (1980-1990)

Indian Summer (1990-1997).

Het is heel interessant een vergelijking te maken met de indeling die Vermeersch in 1995 zelf zou hebben voorgesteld. Die indeling werd niet weerhouden omdat de datering onjuist zijn . Maar ik vermoed dat er geen twijfel mag zijn aan de betekenis van de hoofdstukken. De kerngedachte van de kunstenaar staat diametraal tegenover de respons van de buitenwereld.

1938-1945: jeugd- en studieperiode 1945-1955: naoorlogse periode 1955-1965: eerste crisisperiode. 1965-1975: openbaringsperiode 1975-1985: tweede crisisperiode

1985-1995: de periode van de herhaling.

De educatieve tentoonstellingsgidsen zijn weerom prachtige staaltjes van drempelverlaging voor een jonge generatie die eigenlijk tot 16 jaar gratis toegang zou moeten krijgen. Alhoewel: 2,48€ van je 13de af is nog geen drama voor ouders met goede intenties.

André BAERT

09/2001 – 17/12/2001

 

(1) 23/02/2001-02/09/2001

(2) Mark Vlaeminck in Het Nieuwsblad van 04/04/2001

(3) tot 17/02/2002

(4) Ik vergaap me aan de schilderijen van naar omhoog starende halftotalen.  Ze doen me denken aan een werk dat me als kind fascineerde en daarop een identiek beeld.  De titel kan zoiets als ..."het squadron vliegt over..." geweest zijn.  Als kind heb je een brede fantasie.

(5) PMMK 059/50.81.18

(6) Bernard Dewulf in De Morgen van 26/10/2001

(7) De tekstfragmenten van Hugo Brutin komen uit de Zeewacht van 28/09/2001.

(8) Tijdingen 28/09/2001

(9) Het kunstboek (€ 111,58) van Rik Sauwen en Willy van den Bussche en de catalogus (€ 28,51) van Willy van den Bussche met Rik Sauwen zijn uitgaven van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen.