| De mens
Oostende - ‘Opvallend hoezeer het menselijk lichaam dit jaar in de kijker van de kunst stond. Niet als tempel van het verstand, evenmin als zinnelijk object van schoonheid. Wel als prooi van gruwel en sadisme. De beeldende kunst van 2000 was amoreel. Kunstenaars lieten in hyperrealistische werken mensen verminken, folteren of verkrachten.’ (1) Daarbij wordt verwezen naar de Cloacamachine van Wim Delvoye en de anatomische beelden op de tentoonstelling Körperwelten. Wanneer ook verwezen wordt naar een bushalte bij Auschwitz denk ik meteen aan Peter Vanheirzeele die in zijn tekeningen onder de naam Herr Seele Cowboy Henk een schoentje voor de schouw van zo’n dodenkamp laat zetten met een vraagteken naar het heilig resultaat . Choqueren? Maar neen. Wijzen op. Wanneer Roger Remaut pakweg 1985 in Temse (2) een installatie neerzet, vat hij de plaats en tijd in zijn geheel goed samen. Een overdekte duistere ruimte waarin zowel een kruis, hakenkruis en jodenster op de blanke muren gepijnigd worden …… op enkel kilometer van Breendonk. Een prachtig idee waarrond we werken van Roland Devolder, Willy Bosschem, Danny Bloes, Marcel Verdren en Dirk Michiels (schilder) hangen. Maar … geen mens die wilde komen kijken. "Strontmachines en mosselpotten" (3) zijn veredelde schoonheid. Engagementen worden altijd genegeerd. U voelt met mij het cynisme. Maar van zo’n cynisme blijft de expositie in het Museum voor Moderne Kunst in Oostende gespaard BETWEEN EARTH AND HEAVEN DE EERSTE INDRUK De Morgen (4) verwittigde er meteen voor: humor. Humor in een heel brede waaier van soorten, tussen ver te zoeken finesses en zwartgalligheid. Uitgevoerd in schilderijen, beelden, installaties, digitale fotografie, video, computerkunst, performances, … Het lijkt een soort drang van Conservator Van den Bussche om een collectie te maken waarbij heel vaak gezocht wordt naar een confrontatie met de bezoeker, en dan nog liefst de bezoeker die weet wat er zo allemaal op kunstzinnig vlak gebeurt in dit klein plukje klei aan de Noordzee. Hij spreidt zijn opzet en visie over 4 zuilen en "hij gaat de controverse niet uit de weg." (5) Ik wil daarbij vastleggen dat de exposities in het PMMK geen circusevenementen zijn waar bv toerisme aan gekoppeld wordt. Ik noem het graag wetenschap van het schone. In die zin is de ze recensie speels overdreven: "…Maar in feite houdt de goeroe niet echt van veel ceremonieel en voelt hij zich op zijn best als hij kan schoppen tegen de vaste waarden en stromingen in het kunstlandschap." (6) En wanneer de pennenruiter het pand verlaat, sluimert in hem het onbegrip: "Klassiek kan ook fun … ook al hing er niet veel werk die ik thuis in mijn woonkamer zou hangen." Waarom? Misschien kan het antwoord in de Morgen gevonden worden: "Het is een toegankelijke tentoonstelling waar de dagjestoerist die zich bij de Mosselpot van Marcel Broodthaers de bedenking maakt: ‘Mijne kleine kan dat ook’, verrukt zal uitroepen: ’Schoon geschilder, dat zou ik in mijn living willen hangen.’ Maar wie ook houdt van het soort kunst dat ‘door een bepaalde groep wordt gepousseerd’ kan er, met ene beetje zoekwerk, ontdekkingen doen. Een toegankelijke en alles behalve ‘tegendraadse’ tentoonstelling." (7) Ingaan tegen de tijd, tegen het systeem, tegen wat overal getoond wordt en meteen aanvaard wordt als onbesproken en pertinent blijvend deel van de actuele, hedendaagse of zelfs moderne kunst in wording. De 300 werken van deze tentoonstelling hebben een zelfde tendens, een zelfde inhoudelijkheid gemeen in de referentie naar het klassieke van de Grieken, de Romeinen, de renaissance, de barok en het neoclassicisme van zoveel eeuw terug. En uit die referentie onthouden de 100 deelnemende kunstenaars een soort nieuw klassiek dat indruist tegen de snelheid van de actuele creatiedrift. De conservator gaat zelfs zo ver deze tentoonstelling, die het resultaat is van een lange voorbereiding en het besef dat die diffuse stijl meer dan 10 jaar aanwezig is, voor het nageslacht te definiëren als ‘nieuwe klassieke bewegingen in de actuele kunst.’ Waardoor men hem weer een soort profetische tovenaarsmuts zal willen opzetten. Denk maar aan Modernisme in Painting. Ook daar was er de zoektocht naar het aanvaardbare, het goede van het schone, het herinmetselen van de elementaire waarden. Ik rond zuil één af: conservator Van den Bussche wil (terecht) onthouden worden door een aantal beklijvende en gedocumenteerde picturale statements. Men heeft hem daarvoor reeds bekroond met o.a. De Gouden Mathille, van de"Oostendse Persclub" Twee: maar net als in de titel is er een markant verschil tussen Earth en Heaven. Tussen met beide voeten op de grond staan en toch leven in de schemerzone van de dromen, van de fantasie, van dat soort paradijs dat zo typisch aanwezig is in de oude klassieke stijl. En hier ligt de inhoudelijke controverse: met humor en cynisme spreken alle werken zonder bijgevoegde tekstuele uitleg voor zichzelf. De eenvoud van de universele taal van het tintelend gevoel van glimlach en grimlach. Het leuke daarbij is dat men met heel veel graagte die ‘oudere’ exposanten van het museum terug ziet waar men vroeger ook al goedgeluimd aan voorbij wandelde: Chia, Langer, Mc D,.. Zuil drie gaat over de essentiële eis van conservator Van den Bussche: de metierkennis. Bewijzen dat men zijn vak kent. De ironie en het realisme kunnen slechts in die zin bestaan als indrukwekkende plastische communicatie, als de maker ervan ook de vakkennis heeft. Ik verwijs meteen naar de rode draad in het museumbeleid van het PMMK. Naast het tonen van de hedendaagse moderne kunst uit eigen hart en in confrontatie – want door vergelijking stijgt de individuele waarde – moet de presentatie altijd doorgrond zijn van degelijkheid. Zowel voor de verfpartijen als de driedimensionale textuur. En weer verwijs ik naar het ‘testamentaire’ Modernisme in Painting dat zijn uitbundig vervolg kreeg in de echte klassieker van ‘Van Ensor tot Delvaux’. Ik herinner me regelmatige verwijzingen naar de ‘verse-verf-geur’ van het museum. Museum aan Zee met een eigen lokaal geurtje? Ik vermoed nog altijd een neiging tot afstoting tussen het provincienest Oostende en de uitstraling van het provinciaal museum. Zuil vier: de basis die gemaakt heeft dat dit coherent geheel in de gerenoveerde zalen van het Museum voor Moderne Kunst perfect past. Drie Europese tenoren op het vlak van kunstkennis hebben samen met conservator Van den Bussche (als commissaris-generaal) deelgenomen aan de selectie: zijn collega uit Sint-Petersburg mevrouw Ekaterina Andreeva, Agnes Rammant kunsthistorica en Ed. Lucie Smith, onafhankelijk kunstcriticus en auteur. Uit die samenwerking kwam men snel tot de conclusie dat er twee bovendrijvende groepen zijn. De Russische groep rond een soort neonacademisme en grandioos vertegenwoordigd in de expositie met …. En dan de Nuovi-Nuovi Groep uit Rome. Uit de verzamelen van ideeën en uitbeeldingen kwam het besef dat de waarnemingsstijl van de mens totaal veranderd is. Laten we de uitzonderlijke feiten van big brothers en co voor wat ze zijn: feiten die niet meer weg te denken zijn maar waar je vrijwillig aan voorbij mag gaan. Als men het je toestaat, wel te verstaan. Conservator Van den Bussche brengt in die te snelle tijd een kijk op SCHOONHEID die je niet recht in de ogen mag kijken, wil je niet verstenen of door de gekloonde centaur meegesleurd worden naar het machiavellaanse doolhof van betaalde videoseks en computerritme. Zoals de affiche het verraadt: de gereflecteerde rechtop zichtbare kop is de realiteit. De monumentale kop die aan de muur hangt is illusie. Dit is een expositie die maakt dat het Museum voor Moderne Kunst in Oostende recht heeft op de ‘kwaliteitslabel’ van Bert Anciaux Ten Slotte Het PMMK blijft een levend museum dat voortdurend zoekt naar de juiste binding met de vaste, frequente en te losse bezoekers. Voor de sterk geïnteresseerde liefhebber organiseert men bijvoorbeeld een debat of een gespreksmoment. Het panelgesprek voor Between Earth and Heaven kon niet starten wegens te weinig inschrijvingen. Dat betekent niet te weinig interesse, maar meer een te vage persoonlijke noot voor de potentiële geïnteresseerden. Dit is Brussel, Gent of Rijsel niet. Dit is, net als Brugge en Ieper, een nog niet helemaal attent provinciestadje… dat groeit. En in navolging van Nederland wordt ook hier gezorgd voor de open kijk op kunst. Kinderen (100fr) met ouders of grootouders (gratis) worden uitgenodigd op een bezoek met creatieve activiteit inbegrepen. Een prachtig initiatief dat bewaard moet blijven en dat met der tijd moet groeien. Zo zullen alle bezoekers van Between Earth and Heaven de manifestatie onthouden als een bron van métier met een raam naar de humor. André BAERT 02.2001 (1) Dirk Martens in Het Nieuwsblad van 26/12/2000 (2) Een organisatie van vzw De Peperbusse ism het toenmalige Ministerie van Onderwijs en Cultuur (3) Idem dito 1 (4) 22/02/2001 (5) Fragmenten uit de persmap (6) GVO in het Nieuwsblad van 01/03/2001. De titel 'Goeroe' wordt op 08/03/2001 ook door Dirk Martens in het Nieuwsblad gebruikt. Wie is nu de 'bedenker'? (7) Nica Broucke in De Morgen van 03/03/2001 |