|
Nacht
van de
Musea en Galerijen
|
|
Oostende – Het is goed geweest. De derde Nacht van de
Musea en de Galerijen was opnieuw een overdonderend succes
dat duidelijk zichtbaar was in de bewegingen in de stad.
Ik heb duizend kilometer rambleren door Barcelona (zie
ook Koffers) achter de pen en moet mijn optimisme over de
derde uitgave van de ‘Nacht’ nog uitschrijven. Kan dat,
4 uur na de laatste zonnestraal op het wijnterrasje? 24 uur
na dikke koffie, brood en pikante worst? 12 uur na het 20°
C verschil tussen Catalunya en Zaventem?
Ik herbron me aan de slotwoorden van vorige bespreking:
"En wat die ‘Nacht van de Musea’ betreft. De
Galerijen waren tevreden en starten nu al een brainstorm
voor 2002. Navraag naar het ‘waarom’ van de negatieve
kritiek in het Laatste Nieuws van 12/02/2001 stuit op
onbegrip, temeer daar niemand de auteur gezien heeft. ’t
Zal wel weer werk van ondergeschikten geweest zijn. Rik
Labeeuw sluit zijn stukje positiever af met deze referentie
naar de eindevaluatie: "Het opzet dan de stedelijke
cultuurdienst is in elk geval lovenswaardig en verdient
zeker meer belangstelling dan dit jaar het geval was."
Mag ik daarom aan de organisatoren vragen de pers beter in
te lichten over doel en samenstelling van een dergelijke
manifestatie." (NOT 04/01)
We zijn er dit jaar vroeg aan begonnen. Voor 18 uur uit
de duur van de Peperbusse en nà middernacht was er nog
licht tegenover ‘d’Ofgebrande Kerke’. Teveel om goed
te zijn maar elk op zich zéér goed. Een aantal was reeds
besproken: Picks
Art Gallery, De
Peperbusse, De
Plate, Met excuses dus aan Galerij R53, Box 38, Orion
Art Gallery, FP-Art Gallery, The Gallery, 3-D Gallery en
Fort Napoleon.
Het verslag met oren en poten.
|
|
Inhoud:
- Stedelijk Museum voor Schone Kunst
· Jan
en Oscar De Clerck
· Portretten
·
’t
Mu-Zee-Um
·
Xavier
Tricot
-Museum voor Moderne Kunst
· José
Vermeersch ·
Christian
Meynen
- Galerijen
· Galerij
Ulenspiegel: André en Gustaaf Sorel met Mia Moreaux
· Kari
Bert en Gilberte De Leger
· De
zaak Dreyfus in de Venetiaanse Gaanderijen en Galerij
Le Rat Mort
|
|
Stedelijk Museum voor Schone Kunsten
Oostende
ons SMuSKO’tje
|
| Jan
en Oscar De Clerck
Oostende - Ik heb het verhaal
van Jan en achteraf Oscar De Clerck al ettelijke malen
verteld en kort in tekstverband Kunstkontakt gepresenteerd.
Met gevoelens die veren tussen een respect voor de
kunstenaar en een medelijden voor de mens. Ik baseer mij
daarvoor op de verhalen die overgrootvader Arsène Blondé
debiteerde, anekdotes uit de familie van Ary Sleeks.
Eigenlijk uit de mond van ‘Le tout Ostende’ van toen en
nu nog een beetje.
En dan blijft vooral de kleur die tinten wordt achter een
nevel, een wolk, een mistwaas of een lichtinval op damp. En
met dat licht zitten we bij de tijd rond Ensor (met
uitlopers tot in Cobra – Asher Jorn, bv) zodat die
wazigheid een stuk van haar somberheid ontdaan moet worden.
Misschien is de figuur en daarna de figuratie van Jan De
Clerck niet zo afmattend.
|
Misschien is er plaats voor een eenvoudige vorm van
verheldering waarbij de lijn, de golflijn die bijvoorbeeld
met de horizont speelt of de zigzag van eb en vloed, het
echte verhaal inhoudt.
En zo wordt een zeeschap abstract. En dus van een hogere
waarde (…) Vergeet ook de andere stijlwerken niet: het
pointillistische ritme, de folkloristische kleurexplosies,
de sociale kroeglopers, … Heel veel maar zeer lang in een
lokaal kleedje verdoken gebleven.
Oscar De Clerck is veel minder productief weergegeven op
de tentoonstelling. Omdat er minder werk is, uiteraard. En
de stukken die er zijn blijven stijlstukken uit een epoque
waar de totaliteit van interieur en inboedel (voor de
behoede burger) hoog aangeschreven was.
Ik noteerde met stip het werk ‘De Ontaarde’
|
|
* * * * * * * |
| Portretten |
|
|
Oostende
- Een tweede aangrijpende reeks is de verzameling portretten
van het museum. Een reeks die we op diverse momenten
afzonderlijk reeds gezien hebben.
In deze gebundelde staat krijg je een indruk van rijkdom.
Een verzamelcatalogus zou eigenlijk heel aangenaam zijn.

(Bulcke) (c) Stedelijk Museum Oostende |
Ik denk daarbij aan de foto’s van Booz, het portret van
Tricot door Martinsen, de fameuze Bulckes, uiteraard Ensor
in eigen persoon door anderen en door hemzelf, Sorel in zijn
ambtenarentijd met of zonder Winterhulp en een heel fijne
Johan Goekind.
De portretten zijn dus uit eigen boezem en zullen af en
toe opnieuw hun ‘kop’ opsteken.

(X Tricot door L. Martinsen) (c) Stedelijk
Museum Oostende |
|
* * * * * *
|
| ’t
Mu-Zee-Tje |
|
|
Oostende
- Sedert september loopt in de leeszaal van de oude
stadsbibliotheek het educatief project " ’t Mu-Zee-Um’
van Horizon en het SMuSKO. Ewout Vanhoecke en Bruno Lamelyn
zijn ‘het idealistische duo’ (Rik
Labeeuw Laatste Nieuws 05/09/2001) dat
hoopt dat de kinderen geïnspireerd zullen zijn om
"blij en goedgemutst door het leven te stappen."
Tegen november lees ik in de persberichten van het duo
alleen nog de naam van Ewout, aangevuld met Yves Boone.
Het is in ieder geval een broeiende creatieve kamer waar
de kinderen vanuit de kunstwerken leren kijken naar die
nieuw gevonden schoonheid
|
Dat betekent ook dat de begeleiders eerste die ‘moeilijke’
kunst moeten ontdoen van een dikke laag ‘grote mensen’
filosofie om te komen tot de essenties van verhaal, kleur,
techniek. In de kleine en frisse folder stippen ze hun
hoofddoel in kleurtjes aan:
- verwondering
- verbeelding
- ontdekking
- ervaring
- creatieve intelligentie
- expressiemogelijkheden
(muzeeum@skynet.be en tel 059/26.90.64) |
|
* * * * * * * |
| 2
x Xavier Tricot |
|
|
Oostende
– Twee maal Tricot, eigenlijk 3 keer want zijn portret
door Martinsen wordt ook gepresenteerd in het SMuSKO. En
hoe.
Deel één is een heel boeiende collectie prenten, foto’s,
brieven, catalogi en dedicaties. Met dat soort stukken wil
Tricot – gerenommeerd auteur en zelf plastische kunstenaar
– aantonen dat de besproken of aangesproken kunstenaar tot
in het private leven een unieke mens is. En van die enige
menselijke wezens spaart hij dan de relieken van een diepe
of snelle kennismaking. Bewijzen of Preuves d’Artistes.
En het toffe daarvan is dat Xavier Tricot die rijke
collectie die gekroond wordt met talloze persoonlijke
accenten, schenkt aan het Oostends artistiek geheugen.
Deel twéé toont zijn eigen schilderijen en tekeningen
over de Holocaust. |
Na veel terzakes en terzijdes laat inleider Eriek Verpale
in zijn kaarten kijken: "Wat weten wij af van de gruwel
Daarginds."
Niets en dat wil Xavier Tricot ook niet ontsieren. Zijn
creaties zijn eerst en vooral grisailles, aanbrengen van
grijze toetsen die in hun afgemeten afzondering en vanop een
afstand precies de fotografische verwazing van de realiteit
zijn. Met dichtgeknepen ogen door een waas van verdriet of
besmetting iets zien dat niet meteen het hart van de hoop
weggeeft. Weeral pijn. De pijn de mensenvervolging die na
eeuwen kort beschreven te zijn geweest, plots fulmineert in
de waanzin van de Kampen.
De sterke kant van deze tentoonstelling is dat we op een
totaal andere en heel minimale wijze geconfronteerd worden
met wat we weten en rees gezien hebben, maar nu op een
uitvergrootte wijze. Een historisch interactief verwijt.
www.Artsite.be/musea/MSKOostende.htm
|
|
Museum voor Moderne Kunst
PMMK |
|
José Vermeersch
|
|
|
Oostende - Ik
verwijs naar de bespreking in NOT.
Ik geef alleen nog wat randinfo uit reeds eerder aangehaald
krantenartikel (De Morgen van
26/10/2001 van Bernard Dewulf)
Vermeersch als schilder: "Hij schilderde zichzelf
zoals zijn beelden overkomen: haast expressieloos,
nauwelijks peilbaar."
Vermeersch totaal: "Groots is deze kunst nooit, een
enkele keer overstijgt ze zichzelf."
|
Vermeersch in het
PMMK: "De beelden (…) spreken per stuk, een
samenspraak doet ze al te zeer verstommen… Ze presenteren
in de enorme hoeveelheid (…) maakt ze er bovendien niet
spannender om.
http://www.ku-n-st.be (Beaufort) |
|
* * * * * * * |
|
Christian
Meynen:
Cités de Sable |
|
|
Oostende - Deze tentoonstelling
werd aangekondigd als « de voorbode van de Triënnale
voor hedendaagse kunst aan zee" (met andere woorden
Beaufort).
Wij kennen de kust als een naoorlogse betoncomplex
waarvan het Europacentrum ooit het hoogste in Europa was en
waarvan de continuïteit maakte dat er nooit meer een
overstroming zou zijn. Als men de deuren en de ramen
tenminste dicht zou laten.
Ik ken diezelfde kust als een mooi septemberverhaal van
huizen waartussen alleen nog zand beweegt en de
winterstormen bewijzen dat de mensen eigenlijk verplicht
zijn dat zand op te vegen, anders verdwijnt ieder stukje
beton onder een golf duinen.
De kust is dus broos omdat ze eens leeg doods is. Ook in
een stad aan zee waar zoveel gebouwen het verhaal van
verval, failliet of kort succes onthouden.
|
Vreemd dat ik dit nu echt kan of wil zien. Ik zie in mijn
half eiland een bron van rijkdom die pas mooi wordt wanneer
de laatste toerist zijn gat naar het septemberstrand gekeerd
heeft.
Het is die broosheid die de Brusselse landschapsfotograaf
Christian Meynen over een lange periode verzameld heeft in
zwart-wit opnamen.
Maar het houdt uiteraard daar niet op. Meynen heeft me
getoond – en conservator Willy Van den Bussche in zijn
begeleidende tekst ook – dat er een soort armoede schuilt
in die valse rijkdom van tweede verblijf en unieke locatie.
Meynen sluit aan bij een aantal gekende stadsfotografen
zoals Gilbert Fastenaekens (Brussel) en Bernd & Hille
Becher (Düsseldorf). Dezelfde bron vermeld ook Thomas
Struth (Duitsland) en Jan Kempenaers, Niels Donckers en
Jean-Paul Deridder (België)
(De Morgen, Luk Lambrecht,
13.12.2001)
|
|
(c) C. Meynen/PMMK |
|
* * * * * * * |
|
In de Galerijen
|
|
Dubbelgeluk
in "Ulenspiegel" |
|
|
Oostende -De galerij van André
Sorel was een herbronning voor de liefhebber van wat ooit
een drukke artistieke bezigheid binnen deze stede aan zee is
geweest. Ik tel op: de Peperbusse waar de Oostendse
kunstenaars aan huis waren en van waaruit allerlei
uitstralingen gebeurden, daarnaast maar kort De Kunstgilde
en sedert een pak jaren de regelmaat waarmee lokale
grootheden in het SMuSKO getoond worden.
Er is slechts één rode draad: deze van permanente
evolutie en alle daaraan gekoppelde brieven van afscheid. De
Peperbusse stoomde richting nationaal en internationaal met
af en toe een lokale held, het SMuSKO bleef zijn stad trouw
al was het maar omdat oud-schepen Vercruysse Haeghebaert het
zo ingebakken heeft (en terecht) en de andere locaties en
ideeën bestaan niet meer. Zelfs de gerenommeerde jaarlijkse
tentoonstelling Oostendse Kunstenaars moest stopgezet worden
wegens… overlast van bemoeials en lastige klanten.
En precies dat moet heropgestart worden. Straks proberen
we het misschien in Middelkerke een keertje, maar in
Oostende moet dat. Vergeten we niet dat wat ooit klein begon
via deze salons groot geworden is. Het vraagt alleen een
geduldige en ambivalente (of omnipotente) middenpilaar. Ik
kandidaat? Ja.
|
Dus André Sorel, aangevuld met een restje Gustaaf Sorel,
en Mia Moreaux. Minstens twee oorspronkelijke kunstenaars
die in de tweede helft van de 20ste eeuw hier
naam en furore hebben gemaakt. De appreciaties zullen
verschillen. Dat spreekt voor zich, want niet iedereen houdt
bv van collagewerk met een erotische tintje of van brons en
marmer waarin een organische verwijzing de natuur en de
evolutie, de permanente conceptie, uitgehouwen of ingebakken
zit. Het abstracte in beide gevallen is vrijgevig wanneer
het over waarderingen gaat omdat de figuratie nooit echt ver
is. De ene kneedt het verhaal en de filosofie in een
surrealistisch definitiebad, de andere verlijnd of
monumentaliseerd de herkenbaar buiten proporties. Het detail
wordt hoofdzaak. Of uit het kleinste is het grote ontstaan.
Is het dan niet altijd zo dat het uitvergroot resultaat,
het gegroeide zichtbare, zo zwak is dat het overdonderen van
het formaat het moet waarmaken? Daarin ligt dan de discussie
over landschapskunst of kunst in het landschap. Maar dat is
voor straks.
Ik verwijs ook meteen naar de monografie van Mia Moreaux,
uitgave 2000, met een duidelijke illustratieve waarde en
weinig datagegevens. Een bewuste keuze, veronderstel ik. We
moeten NU vooruit. |
* * * * * * *
|
|
Gilberte De
Leger en Kari Bert
|
|
|
Oostende - Een zelfde
herinnerende ervaring heb ik bij de tentoonstelling van Kari
Bert en Gilberte De Leger. Twee kunstenaars die het grootste
gedeelte van hun artistiek leven in en om deze stad hebben
doorgebracht.
Dat doet me eraan denken dat de binding tussen de
woonplaats en de invloedssfeer heel belangrijk is maar niet
dominerend in de benadering door derden. Ik bedoel dat beide
kunstenaars één zijn met Oostende maar dat de andere
woonplaatsen in de kleinste dorpen evenzeer aanspraak mogen
maken op hun toegevoegde waarde.
Raoul Servais woont in Leffinge maar Oostende eist hem op
(...). Ja, maar Middelkerke heeft ook recht op zijn
uitstraling. En mag hem dus eren.
|
Noem hen praatvaren. Zeer open kunstenaars die vanuit een
warme liefde voor het schone de verf met een verhelderende
kracht gelegd hebben.
Meestal abstract maar in hun Lumennumen (...) periode ook
wat frivoler en – dacht en denk ik – wat naast de
kwestie. De stippeltjes missen de kracht die uit de
verfvegen en organische kronkels straalt.
En zo voelen we opnieuw die oorspronkelijke extroverte
plastische werkzaamheid van ‘oud Oostende’ toen ZE
allemaal samen mekaars even- en tegenpool waren. Die
Oostendse kunstenaars die alleen nog in catalogi samenkomen. |
|
(C) NOT
|
|
* * * * * * * |
| Venetiaanse
Gaanderijen |
|
|
Oostende – Martine Meire
en haar ploeg van de dienst Cultuur Oostende zijn vingervlug
in het aanbrengen van thema’s die een pedagogische
meerwaarde hebben. Niet alleen tijdens het toeristisch
seizoen, maar nu ook tijdens het gewone schooljaar of
cursusjaar.
Na de gruwel van wat met de Joodse Gemeenschap Oostende
gebeurde, wil men teruggrijpen naar de perverse houding van
wat eigenlijk democratische grootmachten moeten zijn.
Frankrijk heeft een lange antisemitische bagage mee te
zuilen. Hoogtepunt is de degradatie en afvoering eind 19de
eeuw van Dreyfus, Frans militair die ongewild geschiedenis
gemaakt heeft. Deze officier zou landverraad gepleegd hebben
(doorsassen van militaire geheimen aan de Duitse (!)
vijand), daarvoor zwaar gestraft worden om uiteindelijk toch
de bewijzen bijeen te krijgen van zijn onschuld. Wat blijkt:
zijn Joodse afkomst was de enige reden voor deze onzinnige
en racistische willekeur.
De Zaak Dreyfus heeft het wereldnieuws
gehaald. Emile Zola (1840-1902), die toen net de
socialistische intellectuele kant had gekozen, spuwde zijn
ongenoegen over het artikel J’accuse in Le Figaro in 1898.
Hij moest het rumoerig land verlaten en verbleef tot 1899
– jaar waarop Dreyfus gratie kreeg – in Engeland
|
Nu is het ook belangrijk dit feit iets ruimer in de
Europese Geschiedenis te plaatsen. Jan Romein (in
Op het breukvlak van twee eeuwen, Quirido 1967)
schrijft dat de politieke stand van zaken in Frankrijk toen
zeer nefast was en dat men het zich niet kon permitteren dat
het leger een blaam zou oplopen. Zeker niet omdat de
traditionele moraal, door de kerk aangeleerd, in het gedrang
zou komen. Dat, zeker het jood-zijn van Dreyfus en de steeds
terugkerende vraag naar de echte waarde van leger en recht
waren de ingrediënten van een land op de rand van een
nieuwe revolutie. In 1895 werden zijn epauletten
afgeschuurde, zijn sabel gekraakt, en werd hij afgevoerd
naar het Duivelseiland.
De geschiedenis noemt Dreyfus een reden, een
uitgangspunt, een stellingname. Men was toen voor of tegen
de macht van leger en kerk of libertijns denkend en
democratisch. Datzelfde gevoel speelt in Spanje de eerste
noten van wat 36 jaar later de Burgeroorlog zal worden.
De publicaties noemen de zaak-Dreyfus "model voor de
strijd voor vrijheid en de rechten van de mens, tegen
willekeur en racisme" en staat dus ver van dat andere
slachtoffertje Anne Frank, ook Joods en een a-politiek
symbool.
info via Cultuurdienst 059/56.20.15 |
|
* * * * * * * |
| Le
Rat Mort |
|
|
Oostende
- Tenslotte nog naar Galerij Le Rat Mort, morbide verwijzing
naar het cabaret in Parijs (waar Ensor die éne keer uit de
band gegaan is, zegt men) en het gelijknamig bal in
Oostende. Naast de eigen werken presenteert Roland Devolder
het prachtig beeldhouwwerk van een Engels (?) kunstenaar
wiens naam me ontsnapt is.
|
De beelden hebben een uitstraling die perfect past bij de
seriële indruk die bij Roland Devolder zo de toon speelt.
Ik bedoel de zich herhalende herkenbaarheid alsof het over
een familiekroniek gaat. Ik hoop meer info over hem te
kunnen verzamelen om eventueel afzonderlijk te bespreken. |
|
* * * * * * *
|
|
We hebben de ‘reis’ afgelegd met een stiekem geheim
vraagje. Is Oostende rijp voor dergelijke nog vaak elitair
genoemde manifestaties?
En Of. Honderden wandelaars bewijzen dat de studie (De
Morgen 22/11/2001) over museumbezoek
(en ook aan galerijen) in minstens één optiek juist is:
(jong) en wil NOCTURNES!!! 19% zou onder de 25 jaar zijn en
26% boven de 55. Daartussen is men blijkbaar volop bezig met
de opvoeding van de toekomstige museumbezoekers die
eigenlijk daardoor niet zien hoe je aan museumbezoek moet
doen. Of precies zien hoe je het niet moet doen. Versta je?
Daarom noteren de onderzoekers dat de doorsnee artistieke
voyeur eerst informatie opzoekt, terplaatse ook info wil
ontvangen, de taak van de suppoosten heel hoog inschatten en
dus graag ’s avonds op stap gaan tussen de verfklodders en
marmerblessures. Je kan er ten andere niet jong genoeg aan
beginnen.
U dus volgend jaar OOK.
André BAERT
10/02/2002-22/02/2002
|