DOCUMENT(A) 4

Oostende. Kunstcentrum ‘De Peperbusse’ organiseerde tijdens de paasvakantie de vierde editie van haar selectie kunst uit eigen buik: Document(a) 4. Een gebeurtenis waarbij de nieuwe Schepen voor Cultuur aanwezig is. Dat betekent woorden uitwisselen.

Eerst het restje ongebruikte zinnen ter ere van een nieuwe cultuurbaas: "De cultuurraad van Oostende noteerde dat de functie van Schepen van of voor Cultuur evenwaardig is aan de frequentie van verkiezingen. Dat wil zeggen: telkens een ploeg aanschuift wordt het dienblad doorgegeven aan cultuur. Het lege dienblad dat daarnet door onze vrienden Kris en Geert Lambert fonkelend middenin het souperende maal rechtop werd gehouden terwijl - en ik citeer nu ongeveer Roland Laridon – het koppel Johan en Jean tussen de vette kluiven de accrochages oogluikend toegelaten hebben.

Wat rest? Teveel fluistert men mij in het betere oor dat de schelp van cultuur slechts schelp is. En wat zit er in die schelp? Een nieuwe schepen. Dit is de man die nu zwaar onder ieders vuur gebukt zal gaan, omdat hij uit de dossiers naast zijn bed besparingen moet toveren." (1)

U krijgt de beide inleidingen in de oorspronkelijke volgorde. De eerste tekst (2) werd tijdens de opening maar voor het lezen aan de Schepen voor Cultuur voorgelegd, zodat er geen verwarringen of misverstanden zouden zijn. De tweede is van de heer Schepen Verstreken. Beide teksten vullen elkaar dus aan.

1. Specifieke inleiding door André BAERT

"Als ik hier voor deze stedelijke katheder sta, voel ik me altijd een beetje verwant met eminente sprekers. Maar eigenlijk ben ik het logisch gevolg van het luisteren naar onder andere Roland Laridon, het lezen van Jan Guillemin, het verstaan van Hugo Brutin, en het bestuderen van Norbert Hostyn. Ik heb slechts het hunkeren naar de globale kracht van uw ex-collega Geert Lambert die kunst met de pap meekreeg. En wat Leo Madelein betreft: te veel niet gehoord. Minstens vier tenoren voor één schepen!! En straks, wanneer ik dan weer wat ouder wordt, misschien een 5de.

Eigenlijk 6 tenoren, want het idee De Peperbusse is slechts een ontstaansgeschiedenis met tijdens de laatste 12 jaar Roland Monteyne aan het roer als cavalier seule, omdat ik meer met een kroost bezig was. Dus dit Oostends Artistiek Document is van zijn hand.

De ernst. Ergens ter hoogte van Zandvoorde en de zoveelste omlegging om in deze stad aan zee te geraken, begreep ik opnieuw maar kersvers dat er een link is tussen kunst en cultuur. Dat cultuur de kunst domineert, omdat cultuur een andere lading heeft dan kunst. Wanneer kunst in die zin de meerwaarde is, Mijnheer de Schepen, is cultuur de motor om tot die meerwaarde te komen. De link is het feit dat ze onafscheidelijk zijn. Onafscheidelijkheid is als een positief woord bedacht. Een hechte band, een stuwende kracht, liefde, aanmoediging. Ik kleef er voor de actualiteit een dosis verdraagzaamheid bij.

Dus wanneer ik de hechting tussen kunst en cultuur minimaliseer naar samenhorigheid, dan zit daarin ook meteen de noodzaak van elkaar begrijpen en verdragen. Kortom: alles zou rozengeur en maneschijn moeten zijn. Moeten zijn, ware er niet de onophoudelijke discussies die vanuit cultuur als vurige pijlen naar de kunst afgeschoten worden. Het schone krijgt geen boterham van haar onafscheidelijke vriend cultuur.

Cultuur zit vast tussen de leuning van een denkzetel. Want denken is de oorsprong van de oorspronkelijke cultuur. Ik denk en creëer. Ik maak het schone tastbaar. Maar een ander in die zetel met zacht lederen grenzen lijnt dat schone in ordentelijke bewoordingen voor een allesomvattend en onaantastbaar verslag. Cultuur. Het schone in Oostende wordt begrensd. Waardoor. Door de warme gloed van een sterk museum voor moderne kunst, maar ook door de afwezigheid van een even warm stedelijk museum voor schone kunst waar de emmertjes alleen in hun noodzaak hedendaags zijn. Cultuur in Oostende lekt op de kunst.

Nu is dat eigenlijk niet correct van mij om meteen ’s morgens omstreeks het moment van het traditioneel opkikkerend drankje op de kap van een schepen van en voor cultuur te gaan zitten. Zeker niet wanneer hij nog een beetje fris nat achter de oren is. Anderzijds heeft hij gekozen voor een mandaat en heeft hij deze zetel toebedeeld gekregen onder deze of gene interpolitieke bespreking met veel handtekeningen. En dan zit je in zo’n soort zacht lederen zetel, met zicht op een zeilschip uit Antwerpen, stad aan een stroom waar cultuur onder haar vorige burgemeester rake klappen gekregen heeft.

En dan ben je cultuurschepen in Oostende, stad aan zee, tussen het Zandvoorde van de burgemeester en het oud kerkhof vlakbij de minister. Daar ben je nu cultureel verantwoordelijk voor. En eigenlijk zou dat dan het moment van zwijgen moeten zijn. Echt waar. Want voor het Nieuw Oostends Tijdschrift heb ik een lange monoloog bijeengespaard waarin ik allerlei van uw woorden afweeg tegenover mijn culturele realiteit.Herkauwen.

En ik heb me daarin veel vragen gesteld. Veel antwoorden zijn automatisch losgeweekt uit de gebeurtenissen na de verkiezingen of het terugvallen in de realiteit. Een paar blijven, mijnheer de Schepen. Zoals kunst en cultuur. Want in deze stad aan zee is cultuur hertrouwd met toerisme en wordt kunst een beetje als het egoïstisch pleegkind meegenomen. Want kunst zit nu eenmaal besloten in de rechte lijn tussen creatief denken, techniek en realisatie. En dus mag je op geen enkel moment spreken van barrières breken, drempels verlagen, uit de elitaire hoek halen, wanneer het over de schone kunsten gaat.

Kunst komt uit het hart. Het hart is voor elk van ons uniek. En is dus onveranderlijk. Maar wordt heel vaak lamgelegd en heropgestart met mediatieke feiten die kant nog boord halen. De plicht naar vette borsten te kijken op de ene commerciële zender, terwijl op de andere twee meiden elkaar aflikken om nadien in de Humo geportretteerd te worden als sterren, dan wel pornosterren. En dan, als toppunt, de kunst van de liefde verculturiseren tot een toeristisch manifest: Kamasoetra in Oostende. Dat is de grote broer in de stad aan zee, in de schaduw van een lauwe ‘Tettebrugge’. De visser in lendendoekje blijft het decorum voor de toerist, zoals uw ex-collega Dries Vermeersch het zo pikant kon vereeuwigen

Het gelijk is vaak vast te stellen door de resultaten van de reacties die het idee beknotten tot een lauw compromis. De pers maakt het tot zoiets als: Ontmoetingcentrum voor kunstenaars wordt cultuuratelier met repetielokalen. Het Nieuw Oostends Tijdschrift zegt dan:

 

‘Schat ‘k zien weg wi noa ’t repetiekot…’

Cultuur. Kunst. C of K. En waarvoor dank."

 

2. Officiële Opening door Johan Verstreken

"Het begin van de lente was in onze stad tot voor enkele jaren telkens het signaal voor een reveil van het kunst- en galerijleven. ‘Was’: want sinds 2000 overbrugt het initiatief ‘Nacht van de Musea’ de relatieve leegte tussen de piek rond de kerstperiode en deze rond Pasen. Beide kunstmusea, Stedelijk en Provinciaal, draaien sinds enkele weken weer op volle toeren met spraakmakende tentoonstellingen.

Grote namen van eigen bodem vinden we in diverse galerijen: Brigitte Claeys in Box 38, Bart Soubry in het Vesaliusinstituut, Xavier Tricot in het Kunsthuis, André Sprumont - een Europaprijs geselecteerde van weleer – in De Peperbusse. Inmiddels breekt dit weekend ook het multidisciplinaire lentekriebels-kunstprogramma los. Er is het project ‘Raamwerk’ dat kunst aan gevels en in uitstalramen brengt. En straks is er ook weer ‘Ankers’ van de Kunstacademie.

Even traditioneel Paasgebonden is een uitgave van ‘Ostend Document(a)’, een organisatie van de vzw De Peperbusse van Roland Monteyne met een naam als een knipoog naar het vierjaarlijkse gebeuren in Kassel. We leren hier telkens een aantal kunstenaars uit de Peperbusse-entourage op een andere manier kennen: de enorme ruimte van deze hal zet aan tot creëren van groter werk wat in normale Oostendse galerieomstandigheden bijna nooit kan.

Voor een stad van 70.000 inwoners presteert Oostende niet slecht qua aantal activiteiten in de sector der beelden kunsten. Toch is dit niet voldoende. Nieuwe uitdagingen bieden zich aan in de cultuursector.

Minister Anciaux wil in 2002 een nieuw decreet op het gemeentelijk cultuurbeleid invoeren. Dit decreet wil gemeenten aanzetten tot een kwalitatief geïntegreerd lokaal cultuurbeleid. Eén van de voorwaarden is dat de gemeente in samenspraak met het culturele veld een cultuurbeleidsplan opmaakt waarin duidelijk wordt gemaakt dat een geïntegreerd cultuurbeleid wordt gevoerd. Een ‘cultuurbeleidcoördinator" zal de verzuchtingen van lokale actoren aan de bestaande lokale voorzieningen moeten koppelen.

Ook bij ons zal de beeldende kunst in het cultuurbeleidsplan worden opgenomen. Zo zijn er de cultuurateliers, zo is er deze ruimte die – naast andere zaken – vaak dient voor tentoonstellingen met culturele allure. Ook na de ombouw van dit Feestpaleis tot spektakelruimten zal onze stad nood hebben aan een goed ingerichte niet-museale tentoonstellingsruimte voor groepen of individuele kunstenaars.

Onze musea en ook deze in andere steden hebben een welomlijnd beleidsprofiel dat liefst gediversifieerd is ten overstaan van de musea in de regio. Dat profiel niet te schenden behoort evenzeer tot de filosofie van het modern cultuurbeleid. Dit alles biedt perspectieven zodat het gemeentelijk cultuurbeleid afkomt van het image van lelijke eendje aan de staart van de rij. Maar het impliceert dat de sector zelf initiatieven zal moeten nemen en op een volwassen manier zal moeten debatteren over de reële verzuchtingen naar het lokalen cultuurbeleid."

André BAERT

04.2001

(1) Tekst n.a.v. de vernissage Willy Cools en Anette Defoort in 'De Peperbusse' 02/03/2001

(2)André BAERT, afgesloten op 01/04/2001