|
BOX 51
Oostende – Kust-Vlaanderen is (nog) een meerjarig
project rijker. Van 16 december tot 27 januari loopt in BOX 38
(1) de biënnale BOX 51 in een coördinatie van Marc
Quatacker voor de Fifty-One Club Oostende.
DE INTENTIE
Het concept is tweeledig. Aan de basis ligt een eenvoudige
houten box van 20x20x20 cm waarin, waarmee of waarrond 20
aangesproken kunstenaars mogen ‘spelen’. Dat spelen zal een
duidelijke meerwaarde hebben want de geselecteerde deelnemers zijn
niet niemand:
Roger Raveel Roger Somville
Jan Burssens Jef Van Tuerenhout Willy
Bosschem Paul van Gyseghem
Jacky De Maeyer Hubert Minnebo
Piet Stockmans Bart Soubry
Henri Lannoye Edward Leibovitz
Christian Silvain Micheline Beddeleem
Charles Szymkowicz Giampoalo Amoruso
William Sweetlove Brigitte Claeys
Yves Velter Yves Beaumont
De deelnemende kunstenaars zijn verdeeld over drie generaties:
die van 70, van 50 en van 30. De opsomming is niet alfabetisch,
dus vermoed ik een chronologische rang. Vraag is wie is hoe oud?
Iedere gast toont naast zijn doos van Pandora ook een 5-tal
werken, zodat niet alleen een concept overblijft maar er ook oog
is voor de totale schoonheid uit dit plastisch avontuur.
Het eindresultaat van deze artistieke manifestatie moet een
spaarpotje zijn: "Met de opbrengst van deze tentoonstelling
zal in 2003 het tweede luik worden georganiseerd, zijnde een
wedstrijd voor Jonge Belgische Beeldhouwers." Vandaar de
subideetjes: het is een ‘eindejaarstentoonstelling’ met als
thema ‘Kunstenaars helpen kunstenaars’.(2)
Die wedstrijd heeft een aantal kantjes. Er is de uitschrijving
van het concours, de selectie en dan het laureaatschap. De winnaar
of winnares mag haar werk dan uitvoeren waarna het geschonken
wordt aan de beeldenroute tussen PMMK en SMuSKO. ’t Is niet de
eerste keer dat ik vanuit een Oostendse vereniging – was het nu
een serviceclub of een handelaarbond, ik weet het niet meer
precies – deze intentie hoor.
HET RESULTAAT
De tentoonstelling is over de diverse niveaus van Box38
verdeeld.
De inkom oogt heel mooi en keurig met de grote intentionele
lege doos van Bart Soubry. Van de monumentale kubus blijven
alleen de ribben over. De rest werd splinters en ongeschaafde
blokken die bijna mathematisch goed op de bodem liggen. Ook in
tapijt spaart Bart Soubry een touw uit. De ene heeft alleen de
materie met de andere gemeen. Twee keer de kunstenaar in vol
wezen: de stof die de inspiratie aangeeft.
Daarachter de heel boeiende beelden van Paul van Gyseghem.
De door hitte onbuigzame ruïnes van mens, techniek, mens en
techniek, fijne metaalwaarden in een subtiel evenwicht op sokkel.
Vaal mat antraciet. Het toevallige spinnenwed vertedert de
bedoeling.
Daarna volgt de verwarring. Het is een moeilijk te volgen
expositie omdat ik niet meteen de centrale lijn vind. Akkoord:
centraal staan twee rijen sokkels met elk één of soms twee
boxen. Maar de kracht die in dit unieke gebeuren zit, krijgt geen
echte uitstraling. Of ’t moet zijn dat het bereiken van een
resultaat naar de toekomst boven alles kraait, en dan begrijp ik
waarom de ‘collecte bus’ zo onesthetisch centraal staat. Neen:
in dit geval wil ik de organisatie wijzen op bv het lichtpunt
systeem waarbij de box in een duistere ruimte alle aandacht
krijgt. Ik heb de indruk dat de intentie en de infrastructuur van
de galerij dit structureel aankunnen, dus moet men dat voor een
volgende sessie voorzien. Dat of liever nog een creatievere
methode.
Want de kunstwerken die verzameld werden mogen dat verwachten.
De inkom is dus zeer gepast, de overloop naar de ‘boxring’ ook
maar de rest heeft dat pakhuissfeertje behouden, wat meteen de
reden is van de rommelige indruk. De grote Raveel vergaat
omdat het zo herkenbaar is, Stockmans vervaagt alleen tot
de ronde doosjes in de zachte duisternis, Minnebo lijkt te
wachten op uitverkoop, mijn geliefde Jacky de Maeyer ... Roger
Somville, Jan Burssens, Jef van Tuerenhout,
zelfs een Henri Lannoye, Charles Szymkowicz en
Christian Silvain zijn herkenbare waarden die volk trekken. Ik
wil mezelf ervan overtuigen dat een van de basisredenen van die
verwarring te vinden is bij de desinteresse van vele deelnemers om
hun werk zelf te plaatsen. Want die inzet van de kunstenaar maakt
ook dat hij sterker is. Neem nu Willy Bosschem die het
perfecte voorbeeld is van de gebundelde kunstenaar. Naast het feit
dat hij aangenaam en mooi werk levert, is hij een van die weinigen
die zijn werk ‘presenteert’. Zijn expositieplaats is perfect
uitgewerkt. Het is af, wat voor de meeste andere dus niet geldt.
Gelukkig is de kracht van het werk van Micheline Beddeleem
zo immens sterk en aantrekkelijk. Onvoorstelbaar hoe vertedert en
humoristisch ze de extra large dames meesterlijk tekent en kleurt
in een op het randje af cartooneske of karikaturale. En toch meer
dan ruimte laat voor de diepzinnige toegevoegde waarde van de
kunst met grote K. Ook Brigitte Claeys bekoort met haar
vaal oprijzende volumes die in lichte tonaliteit een bijkomende
dimentie geven aan en vlak gebeuren. Maar de waarheid achter het
verticale gebeuren kan wel in de reeks foto’s liggen. Foto’s
van woonvolumes waarbinnen één gebouw op dat afdrukpapier een
rechthoekig kleurvlak krijgt.
Daarnaast en (relatief?) jong: Yves Velter en Yves
Beaumont. De ene met een soort poëzie van de gemeten
waarheden in grafieken en computerpaper. De andere vanuit een
landschap dat alleen kleur is.
Ik verslons geen enkele deelnemer. Iedereen toont degelijk
eigen werk. Ik hou me hier bij deze enkele voorbeelden omdat ze me
meteen opgevallen waren. Ik bedoel maar dat William Sweetlove me
als altijd verwarmd heeft met zijn veredeling van het zo absurd
eenvoudige als de ingrediënten van het (mogelijk) culinaire
genoegen. Gekleurd op wit. En het glaswerk van Edward Leibovitz
(kennen wij elkaar uit Het Masereel Centrum Kasterlee ?) en Giampaolo
Amoruso dat heel mooi kadert in het revival van glas als
artistiek medium.
DE BOXEN
De boxen zijn meestal zeer herkenbaar uitgewerkt. De bieder en
gelukkige eigenaar nà 27 januari 2002 zal met herkenbare waar
naar huis gaan. Raveel doet dat uiteraard met spiegeltjes, Stockmans
met versteende windwapperende strookjes terwijl Sweetlove*
er croissant en pin-up voor over heeft. Velter verstopt het
ritme van tekst en grafiek achter spiegelglas, Bosschem
zendt een driedimentionele kat en Beaumont* verlandschapt
de doos wit. De Maeyer heeft heel terecht een
blokkendoos gemaakt, Silvain kleeft het kind en Minnebo
omhulst de doos met plakjes figuur geworden metaal. Van Burssens
heb ik een doos met chocoladepapier gezien (...), een touw van Soubry
en ingekerfde personages bij Beddeleem. Claeys*
verdeelde een bijgekleurde foto als rechtzijdige puzzel die
precies in de doos past, enz.
(* = met stip, voor zover ik er verstand van heb)
André BAERT
22.12.2001
(Het geeft me geen gelukkig of goed gevoel om met zo’n
nasmaak te moeten schrijven over mijn eerste bezoek aan BOX38.)
ANNEX
Op 21 december 2001 noteert Hugo Brutin in De Zeewacht dat
er toevallig drie generaties opgedoken zijn uit de rijke koekendoos
vrienden, kennissen en kunstenaars van samensteller Willy
Bosschem. Wat de boxen zelf betreft: "Sommigen hebben er
een meesterwerkje van gemaakt, anderen hebben blijk gegeven van een
schrijnend gebrek aan inspiratie."
We hebben de evolutie van de expositie en de opbrengsten
niet kunnen volgen via Internet. Uit de krant halen we
het resultaat: €20.445 of 824.750 bef. Rik Labeeuw noteert
in het Laatste Nieuws van 29/01/2002 de reactie van organisator Marc
Quatacker: "Een succes over de hele lijn. We kunnen met een
gerust gemoed beginnen aan het tweede luik van ons
kunstevenement."
André baert 08/02/2002
(1) Rogierlaan 38, 8400 Oostende, 04769/55.09.54, www.box51.be
(2) tekstfragment tot hier ter nazicht doorgestuurd op
27/11/2001. Geen aanvullingen.
|