|
Albert Hagers is ook het verhaal, een anekdote over het
provincienest dat tot stad aan zee werd opgepompt, met
personages die elk een stuk ellende of geschiedenis van de
beperkte mens meegeeft. Die zee is slechts het einde van het
platteland waartegen een vesting wordt gemaakt. Aan de ene
zijde tegen wolvende golven, aan de andere zijde tegen
honger en ziekte, geus en geloof.
|
De uitschieters zijn klein maar heel strikt genietbaar.
Marine 34 heeft alles van een zee van Permeke. Hoge zee 35
draagt de drukte van een marine van Musin. Twee
prachtstukjes. En altijd gaat het over evenwicht, harmonie
in allerlei kleurtoetsen en de lijn van ononderbroken
verbondenheid van de techniek en de inhoud.
|