In de reeks Oostende voor Anker:

ALBERT HAGERS

in het SMuSKO

Oostende - Met de expositie werk van Albert Hagers in de Molenaerszaal van het SMuSKO krijg ik een bevlieging van nostalgie naar de oude Peperbusexposities halverwege de tweede helft van de vorige eeuw (klinkt zo ver af) en de accrochages die in de tientallen jaren daarvoor in de officiële zalen van de stad werden gehouden. Voorstellingen waarbij niet gekeken werd naar de presentatie van de werken, maar waar het werk op zich de waarheid over de techniek en de inhoud moest bewijzen aan de vele bezoekers.

Ondertussen lijkt veel veranderd maar is er alleen de presentatie-eis bijgekomen, waarbij het wetenschappelijke of/en museale op de tweede plaats komt te staan. Dat is zo een beetje de ‘tragiek’ van het PMMK waar de conservator heel vaak aangevallen wordt voor zijn overladen exposities. Akkoord : het oog wil ook wat en dat oog heeft recht op een voorstelling die naar vormgeving met zijn tijd mee is. Een perfect goed en evenwichtig gelokaliseerd kunstwerk krijgt een enorme meerwaarde.

 

Daarmee weet je meteen dat de expositie van Albert Hagers niet mooi oogt voor de contemporaine liefhebber die uit is op een snelle en verteerbare wandel langs echte olieverf. Dat is alles. Voor de rest zit ik dus met dat positief nostalgisch gevoel dat me terugbrengt naar de tijden van vader Gustaaf en zoon Robert Vanheste die beiden met een gedrevenheid eigen aan de familie en de tijd, een maritieme wereld hebben uitgebouwd die toen precies op zo’n gevulde manier werd voorgesteld.

Albert Hagers staat dus met zijn werken en voor zijn stijl op de beste mogelijke wijze gepresenteerd. To the point. Zakelijk klaar voor inspectie. Wat we ook gretig en lang hebben gedaan voor de introductie door Freddy Dufait, de week voordien in de Peperbusse door schepen Johan Verstreken tot eminent Ensorkenner gelauwerd.

 

 

Ik ben met een goed gevoel rondgegaan. Een gevoel van gebalde kunst waarbij de techniek de verf binnen de technische grenzen houdt. De kromme van een staketsel is sterk, de vleugels van de meeuwen maken een wijde bocht in de lucht, de lijn van kruwers loopt recht van hand tot diep in de zee, wolken zijn

harmonische spiralen waarbij heel vaak een frisse kleur wordt verwerkt tot een speels concert waar de zeegeluiden nog in ontbreken. De grote sloep is in de som van boeg en kade het bewijs dat er beweging bezig is.

 

 

Albert Hagers is ook het verhaal, een anekdote over het provincienest dat tot stad aan zee werd opgepompt, met personages die elk een stuk ellende of geschiedenis van de beperkte mens meegeeft. Die zee is slechts het einde van het platteland waartegen een vesting wordt gemaakt. Aan de ene zijde tegen wolvende golven, aan de andere zijde tegen honger en ziekte, geus en geloof.

De uitschieters zijn klein maar heel strikt genietbaar. Marine 34 heeft alles van een zee van Permeke. Hoge zee 35 draagt de drukte van een marine van Musin. Twee prachtstukjes. En altijd gaat het over evenwicht, harmonie in allerlei kleurtoetsen en de lijn van ononderbroken verbondenheid van de techniek en de inhoud.

André BAERT

20.05.2002