|
Oostende - Een kunstwerk van een kunstenaar
die ik ‘ken’ benader ik anders dan het wildvreemd stuk
schoonheid dat naar die schoonheid langzaam moet insijpelen.
In het geval van Bennie Simoens (1951) sta je voor een
staalkaart indrukken die je heel secuur moet hanteren wil je
niet vervallen in de te pertinente uitbeeldingen. Wanneer ik
stel dat ik Bennie Simoens een hermetisch mens vind, dan wil
dat véél zeggen, maar vooral dat hij een gesloten
denkwereld heeft waaruit zo af en toe het parfum van het
mooie woord of de kolom van verfijnde tekens opstijgen. Maar
ben ik dan niet teveel ingepalmd door het mysterieuze dat
rond de figuur bestaat. Wie maakt het mysterie. Is het geluk
om iets beeldend of woordelijk te kunnen zetten geen teken
van verlossing van een aantal maatschappelijke frustraties.
Is, hoe dan ook, Bennie Simoens een barrière die moet
omsingeld of gebroken worden vooraleer de zuivere honing
proefbaar wordt. En dan besef ik dat ik hem te weinig gezien
heb omdat hij zo zelden exposeert. Was het 4 of 5 jaar
geleden dat er een redelijke collectie getoond werd?
Ik zet het verhaal van de persoon op de plank met
verhalen die ik als traag, soepel en telkens per hoofdstuk
afgewerkt ervaar. Met die herontdekking van het eenvoudige
stap ik door de zeer aantrekkelijke Picks Art Gallery. Ook
daar voel ik bijna meteen die zekerheden van afwerking, van
geconfronteerd worden met een picturaal verhaal dat het
evenwicht van een gedicht in zich heeft. Dat is het: wat met
woorden in plooien valt, kan met een paar vaste
schilderkundige schema’s ook.
|
Het ritme van poëzie is voor mij de aandacht verleggen
naar herhalingen die niet noodzakelijk in één stuk moeten
voorkomen.
Gespreid over een reeks of een bundel kan een accent, een
inhoud, een beeld of een woord, noem het een drijvend
eilandwoord, de gids naar de mens zijn. Bij Bennie Simoens
zijn dat twee vaste waarden. De herhaling van bv een kat,
een pakketboot of een eendje. En het vaste ritme van de
vlakverdeling die het meest rustig wordt bij de kat die in
één of overlopend in twee van de drie vlakken van een
werkstuk nadrukkelijk geliefd wordt.
Die vlakverdeling is me bijgebleven. Het oppervlak wordt
een visie op een harmonisch leven of de zoektocht naar
evenwicht. Daaruit ontstaat een landschap of een interieur
met het object dat alleen nog de contoure van een anekdote
is. Een pakketboot was ooit het symbool van maritiem
Oostende maar is nu nog slechts een titel in wit/zwart met
geel. Altijd in varende beweging die dwars of diagonaal
gesuggereerd wordt. Het prachtige in die ‘marines’ is
een sculptuurtje, veegje of een lik witte verf (Ik noteer
een rozige tint maar ben beducht op een verkeerde indruk of
lichtinval?) dat zowel de materie voorstelt als een nevel
die over een voorbijvarend schip hangt. In die serene pracht
zit dan de nostalgie die alle kanten uitkan. Dan is de tube
leeg en wordt een deel van het werk. Ik hoop dat u nu ook de
grote impact van die kleine werkjes begrijpt: zoveel visie
en gevoel over de totaliteit van evenwicht der
vlakverdeling, de repetitie van een figuratie en de materie
die meeleeft in het verhaal. Veel, héél veel om op te
nemen. |