Knuffelwarmte in Amsterdam

De knuffelkilte die ik van Rik Delrue in de Brakke Grond onthouden heb wil ik in Amsterdam vergeten. Niet langs de walletjes voorbij de Kloveniersburgwal waar de ruime Jeugdherberg De Doelen staat. Ik zoek het in de mensen die slenteren en het paar historische tentoonstellingen die liefde in hun vaandel dragen.  Zoals in

De Nieuwe Kerk, Rijksmuseum Amsterdam en Vincent Van Gogh Museum

    

NIEUWE KERK

     

In de schaduw van het lawaai van de FAB-Fanfare zoek ik naar tekens van affectie en liefde in de tentoonstelling "Liefde uit de Hermitage" ( www.hermitage.ru ) in de Nieuwe Kerk tegenaan het hoofdstedelijke Paleis op de Dam. Een open en blote gebeurtenis waar ze de feitelijke erotische prenten netjes achter pluche overgordijnen presenteren. Kwestie van een gewaarschuwd … is er twee waard. Voor de rest een prachtige tentoonstelling waar ik volgende accentjes uit haal. Een minuskul Chinees ivoren beeldje van een naakt maar zich zedig en toch uitdagend beschermend meisje uit de 18de eeuw, de zéér jonge marmeren "Adam en Eva" van Bartholomé (1900), tweemaal de romig broze marmeren liefdes van Rodin in "Amor en Psyche" en de "Dichter en de Muze", een prachtige "Les Filles" van Rouault en niet te vergeten een verbazende ‘De Tuin der Liefde’ van Carel van Mander waar de langbenige meisje zo naast de blankbroze keramische maagden van Jacques Verduyn mogen staan www.nieuwekerk.nl 

Illustraties:
Bartholomé: http://www.artcyclopedia.com/artists/bartholome_paul-albert.html 
Rodin: http://www.artcyclopedia.com/artists/rodin_auguste.html  
Rouault: http://www.artcyclopedia.com/artists/rouault_georges.html 
Van Mander: http://www.artcyclopedia.com/artists/mander_karel_van.html 

   

RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

   

Aangezien het Rijksmuseum voor een lange tijd zijn deuren sluit, heeft men in de recent ingerichte ‘Philipszalen’, rechtsnaast het hoofdgebouw, tot de zomer van 2008 de ‘Meesterwerken’ samengebracht ( www.rijksmuseum.nl ). De plastische pracht van de Gouden Eeuw die eigenlijk met de val Oostende en de rijkdom van de Oost-Indische Compagnie ontstaan is. 400 stuks van Jan Steen over Vermeer naar Rembrandt. Je kunt de audiogids gebruiken (€ 4), maar ik raad een vrije trage wandeling aan. Het zijn in alle eerlijkheid allemaal meesterwerken die met een kleine uitleg ernaast genoegen nemen. Voor de rest moet de pracht in je opnemen. Thuis kan je dan de zeer handige gids (€5) nalezen op de anekdotes.  4 hapjes heb ik meegenomen. Je kunt de illustraties via (*) opvragen via een alfabetische lijst.

De kinderen in de 17de eeuw van verwende nestjes en een ziek meisje. En ondertussen krijg ik steeds meer compassie met de vader en jankend kind die alle zalen doorworstelt. Tot zijn GSM de oneindige vrede van de olieverf verstoort en hij met overluide Texaanse nasaliteit de glorie van Amsterdam door de rust kerft.

De protestantse kerken die eigenlijk meer een ruimte zijn waar mensen samenkomen om iets te bespreken, hond incluis zoals bij Pieter Saenredam (*) (1649) Dat staat haaks op de weelde van de puur symbolische waarde van de katholieke kerken, al herinner ik me tekeningen en schilderijen van bv Vlaamse kerken waar het ontbreken van een overdaad aan meubilair een dergelijke functionaliteit doen vermoeden. Bij Emanuel de Witte zie je in "Interieur van een Protestants Gotische Kerk" (*) (1669) op de achtergrond het delven van een graf in de kerk.

De verborgen symboliek van liefde en het verlangen naar lichamelijke liefde staat heel plastisch te kijk. Pieter Codde laat zijn ‘Galant gezelschap’(*) (1633) gevogelte aanbrengen om de weelderige dames hun zucht naar ‘vogelen’ diets te maken. Gabriël Metsu, die voor mij de meester van ‘Het zieke Kind’ blijft is in ‘Het Geschenk’ (*) (1658) nog doeltreffender.

Liefde gaat samen met oesters. De collectie Meesterwerken toont drie oesterscènes waar telkens weer een culinair knuffeltje aan zit: de fijngeschilde citroen die in heel dunne plakjes wordt gesneden en het papieren puntzakje (rood/zwart opschrift) met peperbollen of ruw zout. Zo verfijnd dat je de smaak daar en op dat moment meeproef. Ik citeer voor de lekkerbekken: Jan Jansz Van de Velde (*) en "Stilleven met hoog bierglas" uit 1647, Willem Claesz Heda met "Stilleven met vergulde Bokaal" (*) uit 1635 en Pieter Claesz met "Stilleven met kalkoenpastei" (*) uit 1627.

Vergeet uiteraard Rembrandt van Rijn niet. De onvergetelijke Nachtwacht maar ook het kleine zelfportret waar hij de haarkrullen met de achterkant van zijn penseel gekrast heeft en de dikke dotten verf die zowel licht suggereren als licht weerkaatsen. Ook te zien in het werk van Philips Koninck "Vergezicht met hutten aan de weg" (*) uit 1655.

Liefde in overvloed, maar ik heb er niemand zien kussen zoals in de Nieuwe Kerk.

     

VAN GOGH MUSEUM

   

Tussen de monumentale bakstenen van het Rijks- en het Stedelijk Museum staat de geometrie van het Van Gogh Museum (www.vangoghmuseum.nl)  als een vloek en een kus.  Het oudste stuk dateert uit 1973 en is getekend door Gerrit Rietveld.  Ondergronds en daarna opnieuw drie hoog staat de gebogen vleugel van de Japanse architect Kisho Kurokawa.  Ik heb het al gezegd: in Nederland reizen is architectuur bereizen.
200 schilderijen, 500 tekeningen en 700 brieven (give or take one) lang kan je grasduinen tussen de  duisternis en het licht van Van Gogh.  Belangrijk daarbij zijn de twee toegevoegde waarden.  Eén: de wisseltentoonstellingen die de tijd van Vincent Van Gogh illustreren of een vingerwijzing willen zijn naar zowel inhoud, techniek als engagement van en rond Van Gogh.  Twee de afzonderlijke collectie die zij ondertussen ‘het Museum van de 19de eeuw’ zijn gaan noemen en waar je werk van Gauguin, Seurat enzomeer vindt.  Voor die collectie kocht het Museum zopas “Uitzicht vanaf een balkon” van Gustave Caillebotte uit 1880.  Het werk is met zijn 65 op 55 cm niet overweldigend groot maar zeer prominent en …. duur want aangekocht voor maar liefst 2.3 miljoen euro.  Caillebotte is bij de liefhebber minder gekend maar hij was een belangrijke deelnemer aan de tentoonstelling van de Impressionisten tussen 1874 en 1886.  Hij was vooral gekend voor “zijn uitbeelding van het moderne, stedelijke leven,” zoals het zicht vanaf zijn balkon op de Boulevard Haussmann in Parijs anno 1878.  “De combinatie van een decoratief balkonhek met een duizelingwekkend uitzicht op de straat beneden maakt het een van zijn meest opmerkelijke en experimentele composities.  Een blik in de diepte wordt verknipt door het lijnenpatroon van het hek.  Zo wordt een spel gecreëerd tussen het twee- en driedimensionale en tussen het reële en het abstracte, waarmee Caillebotte zich een volwaardige voorloper betoont van kunstenaars als Matisse en Picasso.” lees je in de persnota. 
En dan twee, neen vier tentoonstellingen.  La Scala, Die Brücke, Edouard Vuillard en de foto’s van Vincent van de Wijngaard.

    

Teatro a la Scala

   

De tentoonstelling “La Scala, De Opera en de Oriënt, 1780-1930” toont een aspect van het wereldberoemde operahuis in Milaan, namelijk de aandacht van de opera voor Egypte (Aïda), China (Turandot) en uiteraard Japan (Madam Butterfly) waarvoor de Van Goghs zo’n fascinatie hadden .  De tentoonstelling loopt heel secuur en eenvoudig langs maquettes van binnen en buitenzicht van het bouwwerk van Guiseppe Piermarini waarvan men zegt dat het “ … vanuit elke hoek van de zaal leek alsof je in het midden zat.”  Langs attributen en uitvergrote foto’s van de rijke scénografische studio’s tot aan een prachtige installatie met bamboe- en rietstokken (Oriënt!!) waarachter originele kostuums voor Puccini’s Turando uit 1926 getoond worden.  Ondertussen geniet je van een tiental met zorg gekozen operafragmenten Dat en de schetsen, tekening, ontwerpen, enzovoort.  Tezelfdertijd loop in het Theatermuseum de tentoonstelling “De Oriënt in de Opera Nu” (www.tin.nl )  Heb ik er ook ‘Liefde’ gevonden?  “Mon coeur s’ouvre à ta voix” zucht Camille Saint-Saëns.  Ik luister en mijmer weg naar de wisselende liefde van Manon Lescaut die helaas uit het westen moet komen.  (illustraties)

   

Die Brücke

    

Het nieuwe herenigd Duitsland zet alles op alles om de bevolking ervan te overtuigen dat de zwakke economie NU even snel en efficiënt weggewerkt zal worden als TOEN na die tweede wereldbrand.  Maar daarvoor – in wat wij het Interbellum noemen – is er zowel een diepe economische kloof, waarover kwasi romantische revolutionairen bruggen leggen en ondermijnen, als een onecht optimisme dat steeds verglijdt naar de karikatuur of het cynisme dat – voor Vlaanderen – een hoogtepunt kent in het treurende ouderpaar van Käthe Kolwitz.
In Duitsland of meer speciaal in het Dresden van 1906 komen een paar expressionistische kunstenaars samen om de randen en de grenzen van de schilder en tekenkunst af te tasten op zoek naar een geëngageerde visie op een wereld die in die nieuwe eeuw erg naar zichzelf op zoek is.  Ze zullen onthouden worden als de groep ‘Die Brücke’ (in Frankrijk heb je dan de Fauvisten   Op de site www.artcyclopedia.com kom je door vraagstelling bij de groep Die Brücke, de leden en hun werken in de wereldmusea.  Uit de presentatie in het van Gogh Museum onthoud ik graag de nasleep van de zoektocht naar expressie in de laatste rookpluimen van de loopgraven.  De getoonde collectie, komt uit de Hamburger Kunsthalle (www.hamburger-kunsthalle.de).

Ernst Ludwig Kirchner heeft in Zwitserland zijn museum (www.kirchnermuseum.ch ) in de nabijheid van de plaats waar hij na zijn (zelfmoord) dood begraven werd.  Het noodlot van een Nazi-Duitse bezetting wilde hij niet aanzien.  Wat liefde betreft verwijs ik naar “Het paar voor de mensen” dat enkele malen uitgewerkt werd en een mooi koppel op podium toont terwijl een onschoon publiek met onbegrip staart.  De “5 Cocottes” toont 5 deernen of musicalactrices in die typische expressievolle tekenstijl van Kirchner.  Van Karl Schmidt-Rottluff is er een prachtige hoekig (kubistisch) landschap met bloemen.  Otto Dix fascineert door de reflexie op de dood tijdens die wrede oorlog.  Prachtig daarin is de inkttekening “Bomkraters bij Doutrieux opgelicht door lichtkogels.”  Van Emil Nolde is er natuurwerk, Van Max Beckmann zijn de composities van personages in een groep waarbij het accent van de aanwezigheid ook het formaat van de inzet bepaalt.  Tenslotte Otto Mueller die twee prachtige meisjes in de duinen neerzet. 
Wat overblijft, is een gevoel van onmacht omdat de wereld de hand van de kunstenaar bepaald heeft.  De lijn op het mooie tafereel is verbitterd door de tijd.  Eenzelfde torment loopt door de grafiek van Van Gogh.
(Illustraties)

   

Vuillard, Vincent van Wijngaard en het Museum van de 19de eeuw

   

Tezelfdertijd loopt een selectie grafiek van Eduard Vuillard dat eigendom is van de stichting Vincent Van Gogh.  De link tussen beide kunstenaars en uiteindelijk de invloed van Van Gogh op de groep Les Nabis ligt in de appreciatie van de Japanse prentkunst.  “… een stijl die zich kenmerkte door de nadruk op kleurvlakken, contouren en silhouetten.”  De reeks foto-opnamen van Vincent van de Wijngaard toont de locaties waar Vincent Van Gogh ooit verbleef.  Hij doet dat met een redelijk groot plan en steeds vanuit een vreemd inhoudelijk perspectief.  De locatie (kamer, huis of straat) wordt niet als document aangegeven maar bevoordeeld tot herleven verplicht door de actuele bewoners die er op hun meest vervallen wijze bij staan of zitten.  Nergens is er een sprankele hoop of ’t is in de blauwe lucht en het beetje warmte van een nachtelijk licht.  Er zijn ook een aantal catalogi waarvan we alleen het cahier van het museum over La Scala hebben kunnen inzien.  Het fotoboek oogt prachtig maar ik heb het helaas niet kunnen raadplegen.
Je verlaat het museum nooit zonder een verfrissende wandeling langs de tijdgenoten van Van Gogh.  Ik vraag jullie aandacht voor een paar uitblinkers van dat moment.  Anton Mauve ‘Houthakkers’ waar de bruine tinten van omwoelde aarde en gevallen bodem eigenlijk slechts het decor zijn voor de fris houtkleurige inkervingen van de hakbijlen.  Jules Breton betovert met de ‘Jonge boerin met een Schoffel’ die me meteen doet hunkeren naar de aangekondigde expositie Dante Gabriel Rossetti of de meester van de Pré-Raphaelite Brotherhood.  Ik wil alle amateur-schilders die de pretentie hebben goede naaktportrettisten te zijn verwijzen naar het onvoltooide “Uitgeputte Moenaden nà de dans” van Laurens Alma Tadema waar je duidelijk de schetsmatige lijnen ziet waarover nadien de perfecte invulling moest volgen.  Velen die nu rondhuppelen als ‘meesters’ kunnen nog niet tippen aan de kracht van die lossen achtergebleven schetslijnen.  In de afdeling grafiek moet je nog eens kijken naar het “Chelsea Hospital” van Hubert van Herkomen en “De Barricade’ van Morel.  Dat en de collectie Japanse prenten natuurlijk.

   

Ah Vincent,

Net als Ensor kan je me zo in de war brengen.  Ik kom bij je in huis en wordt steeds overmand door een gevoel van onmacht omdat je zo ontastbaar bent met die titel van grote kunstenaar.  Alle andere werken die ik hierboven aangehaald heb krijgen zo weinig aandacht, terwijl lange trage rijen mensen met alle geuren en talen langs je verven bloemen, landschappen en scheefgezakte stoelen paraderen.  Waaraan denken ze?  De anekdote is slechts de aanleiding om een lijn te zetten.  Liefst met een kronkeling die jouw handen snel en juist plaatsen, die de afgelegde leg blijven tonen.  Zoals in de bomen of de takken of in een stoel of een figuur.  Heel vaak heb ik het initiële gevoel van afkeer omdat alles zo dat subtiele evenwicht van een gestructureerde zoeker verstoort en me te snel op de (retorische) vraag ‘wat is Kunst’ doet afzakken.  Waarom?  Omdat de leegten, de tot een minimum herleide verf en dan weer net omgekeerd de aangedikte plukken materie net als het licht van Rembrandt zijn.  Omdat ik meteen de uitbundige schilder en tekenaar zie die eigenlijk met materie verf en hersens bezig is.  Omdat alleen die toetsen blijven.  En ik herhaal mezelf: “De anekdote is slechts … de aanleiding.”  Terwijl ik aandacht heb voor de uitstraling en de inkleding,  vergeet en vervaagt die verwondering en wordt het schone voor iemand anders bewaard.  De binding verdunt tot slechts een vage streng met vlokjes flitsende herinneringen.  Met dat gevoel ga ik terug in de regen van Amsterdam.

     
André Baert
10-11 januari 2004

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]