Bekentenissen achter ‘D’Ofgebrande Kerke’

 

 We spreken af met André Baert (A.B.)in de schaduw van ‘De Peperbusse’. In de verte klinkt de laatste de orgelstoot voor vanavond. Is dit de klank voor een woord,

NOT: Schrijven over muziek is niet evident.

A.B.: "Inderdaad. Ergens schreef ik dat ik niets begrijp van de muzikale taal als technisch gegeven. Muziek dekt voor mij vele ladingen omdat dàt muzikale analfabetisme me beperkt tot gevoelens zoals van vlinders in de buik of de hersenspinsels door onkunde en toch herkennen. Willen maar niet kunnen omdat niet kennen de bovenhand haalt. Een gemiste kans, maar… dat weerhoudt mij niet die gevoelens op een eerlijke wijze te uiten in woorden die uit het diepste van datzelfde vlindernest of die wegkabbelende hersens opborrelen."

NOT: En toch waag je je aan een bespreking van de zeer lokale orgelconcerten.

A.B.: "Maar van die gemeende emoties en duidingen rond de concerten in de dekenale kerk maakte ik eigenlijk een chronologisch verhaal die ik eerst aan organisator Peter Ledaine stuurde. Twee reacties: een was de intentie geen correcties aan te brengen omdat ik uiteindelijk vrij was te noteren wat ik wil. Nadien stuurde hij een bericht met de terechte opmerking: "Ik vind uw informatie (echter) soms heel onvolledig en weinig geargumenteerd."

NOT: Muziek doet nadenken en herinneren. Vandaar waarschijnlijk het poespasje zinnen en gedachten dat je noteerde tijdens die concerten o.l.v. Peter Ledaine.

A.B.: "Voila: muziek is klank, maar dan in dezelfde zin als cijfers wetenschap geven. Of kleuren een kunstwerk maken. Er is nochtans een essentieel verschil: het intuïtieve karakter is ongelijk verdeeld over de disciplines. In de wetenschap ligt het intuïtieve vaak aan de basis van een ingeving die uit een wetenschappelijk hoofd komt. Dus inderdaad: ik noteerde alleen wat ik emotioneel kon onthouden. Ik kon daardoor geen aandacht besteden aan die stukken die mij minder aangetrokken hebben. Ik kan dat ook niet argumenteren. Ik kan alleen vergelijken en met overgave de klanken volgen. En precies daardoor ben ik heel veeleisend. Door dat tekort aan bagage."

NOT: Geactualiseerd uiteraard.

A.B.: "Je mag niet verwachten dat een uitvoering met een mindere bezetting dezelfde klankvulling zal hebben als de volledige uitvoering. Ik heb meestal geen geduld voor kladderende maar veeleisende amateur-schilders. Ik ben dus hoe dan ook moeilijk."

 

NOT: Moet een cultureel tijdschrift geen helpende hand zijn?

A.B.: "Natuurlijk. Een geïnteresseerd oor als dat van mij zet de volle aandacht altijd op het herkenbare effect. Zowel naar melodie als naar aansluiting. In het geval van het Orlandus Ensemble (gezelschap) of Consort (tijdelijk) moet ik ook over een barrière van onvolledigheid gaan. Ik weet dat de samenstelling van zo’n muziekgroep vooral heel peperduur en delicaat kan zijn. Wanneer iemand me dan zegt: "Je mag niet verwachten …" dan ben ik al bereid te genieten van de eenzamere klank van Orlandus. Als ik dan automatisch aan het vergelijken gaat, moet ik me heel duidelijke afzetten tegen een soort voorspelde ontgoochelingen. Wat verwacht wordt, kan aanvaard worden."

NOT: Wat nu volgt zijn de nota’s van het moment. Een visueel klankbeeld op orgel en de hoop op barok?

A.B.: "Ja: liefst barok. Ik houd ontzettend van dat ritme dat zoveel zekerheden geeft.

Ik moet er wel bij melden dat ik deze nota’s eerst doorgestuurd heb naar de organisatoren van de concerten. Ze waren er helemaal niet tevreden over omdat, en ik citeer, "het uiteraard uw volste recht (is) deze indrukken te verwoorden en op papier te zetten. Ik vind (zegt Peter Ledaine) uw informatie echter soms heel onvolledig en weinig geargumenteerd." Daarmee doelde hij terecht op mijn keuze om alleen dat in woorden om te zetten wat ik aangrijpend vond. Ook de cynische ondertoon in o.a. watertrappelend orgel valt niet in de smaak."

NOT: Terecht?

A.B.: "Natuurlijk, maar mij impressies zijn intieme ontboezemingen. Dus ik maak een muzikale column. Een lezer heeft er iets aan maar een muziektechnicus vergaapt zich daarin aan mijn kommerloze nonchalance. Lees maar."

 

Impressie 01/06/2001:

Barokmuziek in de Kapucijnenkerk. Steengeruis in een kerkje, intiem behangen met een oud schip en de herhaalde verwondering over zoveel volk voor dat soort muziek. Het concert loopt traag. Een derde van het programma is hoekig en langdradig, waardoor de eventuele kracht van het koor verloren gaat in de uitgesponnen liflafjes. Ik denk dan aan een barokke opdracht voor de componisten: maak een stuk dat zo lang is als de actie of de geactualiseerde interesse vereist. Ondertussen konden de oude vrijsters de kalk van de pilaren bidden en werd de zoveelste Christus helemaal van zijn kruis gehaald. Ik vermoed een arend op het altaarstuk en denk aan het Musée de l’Aigle van Broodthaers in Brussel: hier klinkt een verzameling klanken die stilaan naar elkaar groeien. Traag, op het ritme van een altijd zuchtend orgel, nostalgie en afscheid in de zoom, over de dood die in het Baroks zoveel keer ziekelijker klinkt dan bij het opgewekter slot. De dirigent fladdert tussen de knusse solo’s voor viool, fluit en cello.

Impressie 08/09/2001:

Het is niet evident, een dergelijk orgel. Ik verdwaal nog te vaak héél snel in de doolhof van pijpen die klanken tussen de stenen verplaatsen. Hier werkt men naar het vrije leven van een klank, want welke muzikant weet hoelang hij moet wachten op de afwerking van een noot in deze akoestiek. Alleen deze die in deze ruimte kan ademen. Die de taal van de componist een fractie kan ombuigen naar de stenen wachters tussen de hoge muren. Ik zet een reeks uitroeptekens achter de variaties op "Veni Creator" van Maurice Duruflé

Impressie 15/09/2001:

De prachtige zuivere trompet van Bart Coppé. Het klavierstrelen van Pierre Thimus is heel picturaal en zacht, speels en fris. In het begrijpelijke "Petite Prélude" herinner ik me een orgel dat zingt. Brahms’ "O Gott, du frommer Gott" klinkt haarzuiver in de hoge ruimte en de dialoog van twee violen met de sopraan Hilde Coppé in Bachs "Jauchzet Gott" neemt je mee in een vijfdelig genot.

Impressie 29/09/2001:

Gerrie Meijers is een succulente organist die heel dynamisch door Liszts "Ich hatte viel Bekümmernis", virtuoos en feilloos door Brahms’ "Präludium" en overrompelend door Bartholdys "Sonate V opus 65" speelt. Is het nu omdat het een vrouw betreft, dat de finesse maandenlang blijft nastrelen?

Impressie 20/10/2001:

Precies voor deze avond mocht de kermis op het plein géén muziek ‘laten’. Maar de soepele François Bocquelet brengt die verboden kermis in de kerk in een sidderende "Cantilène" van Jules Grison. Het "Ave Verum" van Mozart is prachtig uitgevoerd. Daarna volgt een Requiem, dat eigenlijk verdwaalt in de akoestiek van de kerk.

Impressie 15/12/2001:

Een feestelijk concert met een watertrappelend orgel. Voorspelbaar, maar dat heeft alles met de tijd van het jaar te maken. Ik onthoud de "Ave Maria" van Tomas Luis de Victoria en de prachtige baslijn in Lodovicio Viandana’s "Exultate Justi".

Impressie 09/03/2002:

Intro.

Wanneer ik helemaal achteraan in de kerkzaal bij een bankje kan neerzitten en schrijven, herbekijk ik één jaar na datum nog maar eens een keertje mijn muzikaal amateurisme. Ik stel me de vraag naar de aard van mijn interesse voor ‘klassieke’ muziek omdat het antwoord daarop geldig moet kunnen zijn voor zoveel andere liefhebbers die daar tussen de pilaren luisteren naar mooie klanken. Van thuis uit heb ik eerder de zwier en de warmte van een eenvoudige radio onthouden. Ik hield van gesproken passages, wedstrijden, shows en live optredens van Duitse zangers en Helmut Zacharias. Eigenlijk ben ik nooit echt sterk geïnteresseerd geweest in de actuele muziek. Alleen de monumentale orkestraties of de solo’s heb ik onthouden. Van Pink Floyd tot Jimi Hendrix. De verrassing kwam pas met de eerste stereo en het manipuleren van de klankrichting. Zet er wat boxen bij en je hebt een intellectuele kakofonie waarover je honderduit kunt kletsen. Ik denk dat klassiek bij mij uit een Parelvisser en een Verdi aan 78 toeren komt. Uit de meestal door anderen verpeste muzieklessen op school en de beeldende opstellen die ik er over mocht maken. De trillingen leerde ik pas in het Casino Kursaal. Geen bagage dus. Ik heb alleen voldoende liefde en een ambachtelijkheid om met woorden de klank van een andere mooi te verwoorden. De muziek inspireert tot woordcombinaties die voor mij de tekenlijn van de klank moeten zijn. Ik zie lijnen, kleuren en perspectieven groeien. Vooral Barok doet me herleven.

"Johannes-Passion" van Bach

Vergeef me de emotie maar ik voel me verrijkt wanneer ik twee violisten van Il Fondamento in het orkest herken. En Hilde Coppé uiteraard die me altijd fascineert. Ze lijkt me zuiver en de lijnen van haar toonhoogten vloeien over de zachte fluit en het gebrom van een cello. Een aria is een dialoog tussen haar stem en een instrument. Twee gelijkwaardige componenten die heel goed op elkaar moeten ingespeeld zijn. Instrumenten durven nu eenmaal af en toe en eventjes beverig uit de bocht gaan.

 

Marleen Vannieuwenborgh

2001 en 01/07/2002

 

Het programma voor 2002-2003 vindt u hier. Voor informatie kan je terecht op vd.moortel@pandora.be. We kunnen deze cyclus helaas niet bespreken via onze medewerkers. De organisatie laat het volgende weten: "Om direct en zonder omwegen te antwoorden op de vraag naar de perszitjes: omdat een mens nooit weet tot hoever zoiets uiteindelijk leidt, hebben we beslist om daarmee niet te beginnen. We vinden bovendien dat de tickets behoorlijk goedkoop zijn en de abonnementen al helemaal. Sorry dus, gratis zitjes zullen er voor niemand zijn." Mail van 16.08.2002.