Denkend aan Orgelpunten

Oostende - Oostende heeft culturele tradities hoog te houden. Het universele karakter van Ensor eist de aandacht, maar ook op muzikaal vlak is er een rode draad die start ten tijde van de bloei van deze mondaine badstad. Accolade in de mondiale historie die maakt dat cultuur na de verknechting aan de weinig vrijheid latende christelijke waarden een ivoren toren beeltenis krijgt door het vermeende intellectualisme, scheldwoord voor een geestesverlichting die nu nog doorbloeit. Het populaire religieuze geraakt vervangen door de nieuwe innerlijkheid van de mens. Het ‘zijn’ en het ‘ik’, zoals je overal tot vervelens toe hebt moeten lezen. Ik zet er meteen naast dat de religieuze muzikale erfenis geen last is maar wel, hopelijk maar niet dominerend, een aanzet tot modernisme in klanken. Een pianotoets kan de intensiteit van leed en geluk in zich hebben, zowel in de krachtige klanktoetsen van Kurtŕg of het metier van Jan Michiels. De muzikale traditie is het

dagboek van bijvoorbeeld ondergaan.

Naast de concerten van het Casino Kursaal en de gesoigneerde voorstellingen van het Fonds Georges Maes (secretariaat@conservatoriumoostende.org en www.conservatoriumoostende.org) zijn er sinds vorig jaar de ‘orgelgelinkte’ concerten in de dekenale Sint-Petrus- en Pauluskerk waar men een paar jaar terug Stefaan Dombrecht wegens ‘op rust’ moest proberen te vervangen. Let wel: proberen, want de muzikale pallet van deze orgelvirtuoos en muziekpedagoog kent weinig grenzen. De kleinste rand lag bij hem thuis in de drie muzikale kinderen van welke Piet (Lemmensinstituut) en Paul (Conservatorium Brussel) - (twee heiligen zou je denken, maar...) op internationaal vlak hoge toppen scheren. Dochter pianiste Hilde is altijd bezorgd over haar broers. Wie Il Fondamento zegt, weet dat daar de barok, de hobo en de verfijning van Paul Dombrecht in leven.(info@ilfondamento.be en www.ilfondamento.be)

Ter informatie: de concertreeks in het CKO is beëindigd en wordt tijdens de renovatie niet voortgezet op een andere locatie. Er is geen gepaste ruimte gevonden die plaats biedt aan de 1200 trouwe liefhebbers die de grandioze akoestiek van het CKO-gebouw gewoon zijn. Dit standvastige publiek is ook niet te vinden voor een verplaatsing buiten de stad. Ooit werd een voorstel gelanceerd om te verhuizen naar de abdijkerk van Koksijde, maar dat werd toen in NOT door de betrokkenen van tafel geveegd. De schepen van en voor cultuur zegt terecht dat de Sint-Janskerk een ideale locatie is met een ruim zicht door het ontbreken van de typische kerkzuilen en met een zeer goede akoestiek. En niet te versmaden: de stoeltjes zijn kontvriendelijk.

Het blijft de vraag wat er over anderhalf tot twee jaar zal gebeuren met de Concerten en Recitals van het CKO. Schepen Johan Verstreken heeft er – zoals gewoonlijk - een positief oog op. Maar hij wil eerst een structuur opbouwen waarin alle afzonderlijke groeperingen die muziek presenteren, samen rond de tafel gaan zitten. Daaruit zou een eenheid in diversiteit moeten ontstaan, gecoördineerd, zodat de kwaliteit optimaal kan zijn en het bezoekersaantal door uitgebreide bekendmaking veel ruimer wordt. Van zodra die werkbron functioneert, kan Oostende alle muzikale kanten uit... als er centen zijn natuurlijk. Het minste dat hij kan beloven is zich te zullen zetten om tijdens de besprekingen voor de nieuwe CKO-concessie een aantal geschreven belofte uit de brand te halen. Zoals de zekerheid dat x-aantal klassieke concerten moeten kunnen doorgaan. Of het aan het abonnementstarief van vroeger zal kunnen, hangt af van de besprekingen. Maar het grote aantal geďnteresseerden moet toch een vingerwijzing zijn of een drukkingsgroep worden.

Orgelpunt in Oostende is Peter Ledaine (1967) die sinds 1990 en effectief op groot orgel sinds 2000 de beuken doet sidderen onder zoveel geweld. Naar aanleiding van de ‘ingebruikneming van het gerenoveerde orgel’ werden eerst op 7 mei en daarna op 13 en 19 mei 2000 concerten gegeven met op het programma orgelwerken van Mozart tot, jawel, Dombrecht. Belangrijk daarbij is het ontsluiten van het voor leken vaak gerekte spel van de orgelpijpen naar toegevoegde solisten, zangers, ensembles of strijkorkesten. Bovenal belangrijk is het feit dat met deze ‘ingebruikneming’ een reeks Sint-Petrus- en Paulusconcerten werd opgestart waarvan er in 2001-2002 al 8 en nu in 2002-2003 opnieuw 8 werden uitgevoerd. Een rekensommetje? Een twintigtal concerten in 3 jaar. Tel daar de concerten van het Conservatorium en het Casino bij en je kunt niet

anders dan vaststellen dat Oostende een ruime muziekkeuze biedt ... of geboden heeft.

Ik herinner me dat naar aanleiding van het officieel opstarten van het orgel op 7 mei 2000 geknutseld werd met woorden om de authenticiteit van de klank en het metier te omschrijven, terwijl in dezelfde zucht een wolkje cultuurpolitiek werd meegegeven. Niet alleen 1830 was een bevrijding maar ook 1604. Daar wil ik graag een andere opinie tegenover zetten. Je kunt de tirannie van twee lakse tutters als Albrecht en Isabella niet boven de vrijheidsdrift der Geuzen zetten, hoe protestants deze laatsten ook mogen geweest zijn. Ik hoop dat de viering van het Beleg van Oostende diezelfde historische fout NIET zal maken. Kijk maar naar het optimistische beeld dat Nieuwpoort in 2000 over de slag van 1600 heeft kunnen presenteren.

Ter Informatie: De organisatoren van Oostende voor Anker, of op zijn minst Hubert Rubbens, liet in de pers noteren dat hij werk zal maken van deze viering. We hebben hem per mail naar meer informatie gevraagd maar ondertussen is er nog geen antwoord gekomen. De Culturele Raad Oostende heeft ondertussen wel een werkgroep opgestart die allerlei ideeën naar hun uitvoerbaarheid nagaat en bespreekt met Cultuur en Toerisme Oostende . Informatie cultureleraad.oostende@pandora.be.

Terug naar het begin van de zin: tezelfdertijd sprak men over het ambacht van het maken van een orgel en de artisticiteit van de kast of het meubel er rond. En dat de indruk van ‘een slordige verzameling pijpen’ pas een taal kan maken ‘mits door vaardige handen bestuurd.’

Waarna we opnieuw bij Peter Ledaine komen. Biografische fait divers lees je in Edmond Tourlamains ‘Mensen van Hier‘ (Zeewacht 07.12.2001) en in de kleine publicaties die bij de concerten horen.

André Baert en Marleen Vannieuwenborgh

30.06.2002