MBRA aan ZEE

Monument van Herlinde Seynaeve

Oostende - Aan het begin van de zomervakantie opende Oostende nog maar eens een vernieuwd stuk zeedijk ter hoogte van de Hypodroom. Zeer mooi. Een soort imitatie staketselvloer in tropisch hout met hetzelfde hoogtegevoel als wandelen boven water. Ruim, warm, uitnodigend. Aan een uiteinde, komenden uit de richting van Mariakerke, staat een arduinen toren. Alleen al naar materiaalcontrast zeer geslaagd. De verrassing komt pas wanneer je de toren zelf omzeilt of beklimt. Plots sta je voor een monumentale trap die uit de diepte van strand tot hoog boven de dijk van breed naar smal gerond opstijgt als een bijna onoverkomelijke klim.

Daarop een brons van Herlinde Seynaeve. Van dichtbij lijkt het heel goed op het schilderij ‘Duizeling’ van Leon Spilliaert. Guido Lombaert (Laatste Nieuws 01.07.2002) laat conservator Norbert Hostyn zeggen dat "Umbra de driedimensionale vertaling" van dat schilderij is. Maar waar in het schilderij nog steeds een gelaat herkenbaar is, kiest Herlinde Seynaeve voor het anonieme van een opening waar het gelaat kon zijn. Een gelaats-nis, de vide van een kluizenares die omzwachteld versteent door een feit dat voor haar gebeurt. De illustratie in de SMuSKO catalogus 1990 vermeldt een (ver) vermoeden van gelaatsuitdrukking want ‘een ondraaglijke afschrikking kan uit haar blik worden afgelezen’ (p.58). Diezelfde tekst heeft het ook over een ‘aartslelijke vrouwenfiguur’, maar dan heb ik de indruk dat hier verwijzingen naar "De Windstoot" vermengd geraakt zijn.

De figuur die Herlinde Seynaeve op de drempel van de pijnlijke trap zet, is enerzijds vergelijkbaar met Spilliaert maar is in belangrijke details anders. Ik zeg wel: anders. Het essentieel verschil ligt in de broosheid van de figuur. Het schilderij toont een zwart geklede vrouw die alleen in de grijzere tinten van gelaat en één hand wat naaktheid toestaat. Ze wordt levendiger gemaakt in haar duistere staat door een wapperende sluier of lange zijden sjaal, opnieuw het vermoeden van onderrokken zoals in de ‘Windstoot’ en vooral de stokkende beweging van twee benen in het opstappen. De broosheid tegenover de kolossale trap ligt in de schaduw die de ondergaande zon voor de twee benen tekent.

Komen we terug naar het monument, dan herkennen we het – op zijn minst gezegd – gepaste van de te hoge treden van de trap. Dàt monumentale is eigenlijk een barrière waar de figuur mee moet worstelen. Die worsteling wordt een pas aangekondigde berusting bij Herlinde, want de vrouw – het meisje – zit met haar ene been danig op de hogere trede. Zij stopt de strijd, daar waar Spilliaert de strijd of de schrik zelf weergeeft. Hier ligt het cruciaal verhaal of het cruciaal verschil van de creatie van het beeld. Bij valavond met een zelfde lichtinval als bij Spilliaert staat het linkerbeen grandioos in schaduw afgetekend op de trap. Er is hoop in die fijne lijn. Maar daarboven ligt geen bewegende kracht meer. De zwarte vlakken van de opbollende kledij in het schilderij wordt bronsvolume. Als tastbare delen van hoofd, romp en heupmassief zie ik de mogelijk schone kracht van de materie.

Het is op dat moment van schoonheid dat ik een beetje spijtig ben dat Herlinde Seynaeve Spilliaert zo trouw is geweest. Men mag die vergelijking niet maken, maar door de sterkte van ‘Duizeling’ of ‘De Tovertrap’ moet de liefhebber compensaties zoeken. Ik heb het beeld tweemaal een uur bezocht. Telkens bij veranderend licht en in gezelschap van artistieke vrienden die heel openhartig over het beeld wilden dialogeren. Telkens dezelfde klemtonen: mooi in het totaalconcept, afhankelijk van licht, tegenlicht, en liefst niet te strikt met Spilliaert gaan vergelijken. Kunst is liefde en schoonheid. Hoe dan ook. En de verkorte sluier kan mij niet overtuigen. Ik weiger uiteraard in te gaan op een polemiek tussen de metier van de ene of de andere. De plastische schoonheid ligt in de individuele authenticiteit die gerust directe bruggen mag leggen.

Spilliaert heeft een teken, een pose, een herkenbaarheid (een sjabloon) op een onverdeelbaar belangrijke trap gezet. Ook daarin is men dan geslaagd. De trap is echter slechts onderdeel van een ritme.

In mijn dossiermap over Spilliaert bewaar ik een nieuwjaarswens van het PMMK met een trap in de grote zaal. Perfect Spilliaert, mijnheer, mevrouw,...

toegezonden aan betrokkene tussen 01 en 10.08.2002

aanvullingen: vanaf 5 augustus 2002 en afgesloten op 8 augustus 2002

De aanvullende teksten staan afzonderlijk hierna onder de titel: 

Monument aan Zee: Keuzevorming ter sprake

 

André Baert

12.08.2002