Verrassende Hommage aan THOMAS DEPUTTER

 

Middelkerke: De idyllisch in de duinen gelegen Calidris (1), Westende bij Middelkerke, heeft een smulbare tentoonstelling binnen haar overbelichte ruimte. Zo’n tentoonstelling waar je als liefhebber van het ruim moderne of het geselecteerd hedendaagse misschien niet meteen naar toe gaat, maar waar je heel eenvoudig, misschien wat overvol, tegenover een schilderkunst komt te staan die doortrokken is van nauwkeurigheid, vakkennis, zuiverheid, en wat nog meer. Het klinkt enthousiast. Terecht.

Want het zijn niet alleen maar schilderijen, aquarellen, misschien een witzwart tekening, wat schetsen en gekopieerde notulen. Dit is een Hommage aan Thomas DEPUTTER(1896-1972), een gedreven kunstenaar die met een vaste kennis een levensverhaal uitgewerkt heeft waarin zowel respect voor de materie en het metier als een voorliefde voor het ruim landschap heel vast komen te staan. Het landschap als soortnaam voor natuur, zee, kust, stad en personage.

Uit leven en werk

Uit de toespraak van Norbert Hostyn (2), Conservator van de Oostendse Musea, komen de volgende tekststukken, aangevuld met elementen uit de brochure, op tekst van Julien Pylyser (3).

Geboren in 1896 in Middelkerke en meteen tot ‘een bekend lokaal kunstenaar."(4) Gebombardeerd. Hij was leerling aan de Tekenschool van Nieuwpoort bij Emile Ollevier. Hij had een grote bewondering voor deze schilder en laat van daaruit zijn eigen stijl doen groeien. Hij schrijft zich ook in aan de Academie van Oostende, maar "daar kon hij echter niet aarden."(5)  Zelf had hij slechts één leerling, Alain Lombaert, uit Gistel, een schilder die ik jaren terug kende maar die ik totaal uit het oog verloren heb. Ik kan zelfs geen connectie tussen beiden bedenken of herinneren.

Is hij lokaal, dan is hij lokaal standvastig. En bezig in het nu nog zeer gezellig café Vlissinghe in Brugge. Maar dat gewoon bezig zijn mag geen synoniem voor kaalheid, amateurisme of kladschildering zijn. Mijn opgewekte waardering die ik terplaatse kon opmaken, leest u hierna. Hij heeft in en voor zichzelf ontdekt dat de eenvoud veel kan bieden. "Ce peintre réduit les ‘moyens’ à leur plus simple expression"(6), of "uitpuren tot lyriek"(7)

Tenslotte een citaat uit de monografie opgespaard:

"In de schilderkunst moet men voor alles schilder zijn, de denker komt achterna."

Inleider Norbert Hostyn bespeelt ook de vergelijkende toets wanneer hij in verband met deze kunstenaar ook andere min of meer tijd- of lotgenoten aanmeldt. Wanneer het over de ‘zelfstandigheid’ gaat verwijst hij naar een Anto Diez, een Marc Plettinck. Wanneer het de streek aangaat duimt hij voor de uitersten van Karel van Vlaanderen en Peter Simoen.

Signaal van Talent

Ik hou van de kleur, de lijn, zo wonderlijk samengebracht in de taferelen, de uitzichten op straat of de gebouwen. Ik stel me daar graag de vraag naar de dominantie bij. Is het een fait divers, een anekdote een inspirerende perceptie die traditioneel afgewerkt wordt? Of gaat het om een permanente uitdaging van het metier waardoor zowel frisse tinten als duistere angsten perfect maar niet overdreven uitgebeeld worden. Ik huiver bijvoorbeeld heel aangenaam bij de indringende eenzaamheid van de twee figuren op weg naar de ‘Berechting’. En dan die sublieme koppen waarin telkens een torment vastgelegd wordt in de schuine lijnen tussen neus en mond. Met uitzondering van ‘Emiel Ollevier’ die eerder ‘historisch’ overkomt. Dit is duidelijke een kunstenaar die leeft naar zijn plastische tijd.

Bij zijn havenzichten, boomrijen, stadszicht of het station van Oostende, de vroege mailboot en molens denk ik graag aan Antoine Schyrgens, die met eenzelfde gedrevenheid maar een ietsje minder trefzeker deze taferelen voor zijn lokale rekening heeft genomen. (Wat zou van zijn oeuvre nu nog overblijven ?) Speciale aandacht voor een alweer sublieme ‘Processie te Oostende’ die daar aan het eind onze straat kruist. Zomaar verglijden of aan ons voorbijgaan? Een ‘Kerkportaal’. En dan die bespatte hemel boven de Mont-Saint-Michel. Of de subtiele was boven de tent aan de ‘Normandische Kust’, inclusief het fijne Honfleur.

Wanneer ik vermoed het allemaal al eens te hebben gezien, dan stel ik een verkeerde kritiek. Want het is de combine tussen vakkennis en tijdsgebonden taferelen die dat doen vaststellen. Hij is dus superbe goed. Punt.

André BAERT 11.2000

(1) Van 18 tot 26/11/2000, dus véééél te kort

(2) 17 november 2000

(3) Hommage aan Thomas Deputter, uitgegeven door het Gemeentebestuur Middelkerke, Cultuurdienst

(4) Monografie p. 7

(5) Monografie p.12

(6) Monografie p. 18

(7) Monografie p. 19