CULTUURKAART MIDDENKUST

Middelkerke - Een goeie twee maand terug, precies op 07/11/2001 kon ik over de koppen van het aanwezig publiek in de raadszaal van het gemeentehuis van Middelkerke heen de ernst van de cultuurdragers aanstaren. 17 clubs waren vertegenwoordigd of waren het 17 aanwezigen. Stel dat er daar en dan een pertinente vraag werd gesteld of dat er gepleit werd voor een vèrgaande modernisering (...), dan had de lokale democratie niet gebaat geweest. De voorzitter van de Cultuurraad Ides Huyghe (en zijn kundige mee-stuurders) heeft dat perfect ingeschat door de Groot-Middelkerkse cultuur op te splitsen over werkgroepjes die elke heel gedetailleerd hun standpunten, gevoelens en wensen konden formuleren.

Mijn eerste indruk van hangende lipjes over de 10% subsidievermindering maakte plaats voor een optimisme omdat deze werkwijze zou moeten leiden tot een betere ‘klantenbinding’. Modern woord waarmee aan het begin van de 21ste eeuw bedoeld wordt dat er meer interesse zou moeten gekweekt worden.

Oostende zond schepen Johan Verstreken die nog vlotter dan anders het heil van Oostende deed galopperen op de idyllische zeeschappen. Bredene verblufte met een schepen die net niet kon verklaren dat hij eigenlijk weinig te bieden had. En Middelkerke pronkte als gastheer en bij monde van de burgemeester.

Oostende bouwt aan Mercurius maar zegt te weinig over de toekomst van het Feest- en Cultuurpaleis en het casino, Bredene bouwt een multipurpose zaal met 1.000 zitjes maar herindeelbaar (250.000.000 bef of € 6.200.000), Middelkerke herkneedt het feestcomplex tot een trio van toneelzaal, foyer en fuifkroeg. 3 etages voor 3 generaties, aangevuld met het prestigieuze Huis aan zee of is het strandhuis.

Het ene cultureel raadslid plukt het laatste brokje broodje uit de mondhoek, de andere functionaris is toe aan een sapje. En Jacques Deroo steelt gekleed de show. Met gemompel over de toespraak van burgemeester Michel Landuyt heen en hyperactief voor de lens van de fotograaf van dienst.

Interesse genoeg op de jaarlijkse voorstelling van de Cultuurkaart Middenkust. Drie hoogwaardige cultuurfunctionarissen mochten redelijk uitvoerig klappen over hun eigen cultuurtroeven. En aangezien die troeven goed bespeeld moeten worden, kunnen de dragers van zo’n cultuurkaart rekenen op een soort vaste korting.

En dan het hoogtepunt van het feest:

TRIO DOR

Stemmen

Doek op. Gejank van de instrumenten in de coulissen. De zaal vult traag en geduldig nà de toespraken één hoog met broodjes.

De stuwende kracht, binnen de artistieke stuurgroep van de cultuurdienst, die zorgt voor het lichtklassiek hartje van het midden van ter Streep is Lydie Lequeux. Denk op zijn minst maar aan het blokfluitensemble dat vorige zomer in Mannekensvere veel aandacht trok (NOT 2001 en hier in bijlage). Op 18 mei verzorgt ze brassband en op 5 juli zou er weleens wat van de klarinetten te veel kunnen zijn.

Spelen

De traditionele nieuwjaarsreceptie van Cultureel Middelkerke oogt schraal in de Bacarazaal van het Casino van Middelkerke. En ook de aankondiging biedt zoveel onzekere vermoedens: divers, vermengd, sublimeren tot nieuwe composities, improvisatie, geen partituur, telkens opnieuw gecreëerd worden, eigenzinnig,... zijn een paar van de trefwoorden die zowel krachtige talenten kunnen beschrijven als hulpeloze experimenterende amateurs die uit zijn op een doos met klanken. Ik denk aan ‘De Krekels hebben het Gezien’ van Karel Jonckheere, ook al uit dat Roemenië waar vandaan DOR komt: nostalgie.

Een Trio: Wietse Beels (viool), Gewen Cresens (accordeon) en Vlad Wevenbergh (klarinet en basklarinet). Ze starten heel ritmisch met een ‘Boze Hesp’ en eindigen een tweetal uur later met een klank pingpong. Tussendoor voel je stijgende verwachting in de zaal. De klezmer pijn streelt de reisverhalen in klanken die Slavisch en een enkele maal Iers vreemd gaan. Ze werken gestructureerd, voorbereid, dus de improvisatie is een beetje als de schijnbare verwarring of vrijheid van Jazz of Bernstein. Maar niet in zo’n keurslijf, zodat ze af en toe wat over-improviseren, alsof de intuïtiedrang van Jan Hoet ook in de klarinet hoorbaar moet zijn.

Ze spelen soms dansend, soms slepend, soms traag, dan weer als een galop over een imaginaire poesta. Een verhaal van twee geluiden en het ritme dat aaneengestreeld wordt door een soms hardnekkige viool die boven de barse klarinet moet geraken. De accordeon is de hoefslag. Astor Piazola op sleeptouw. Ingehouden in The Canterbury Tango en daardoor geconcentreerde klank als dikke veilige trossen in de deining van luider en stiller. De basklarinet huilt over de Townships van Afrowy (of dan toch de ingebeelde film ervan want eigenlijk gaat het over hun repetie dorpje in de Ardennen)

De zaal is geboeid. Zij die zelf muzikaal actief zijn hebben het, net als de Roemeense krekels, al gehoord. Ze staan in verrukking voor die toondoorzetting. Wanneer ze aan het einde alle registers opentrekken krijgen ze dan ook net geen staande ovatie.

(hernomen verslag 08/07/2001 over de opvoering van 06/7/2001)

 

Impressie Vier op ’n rij

De Cultuurdienst van Middelkerke zendt ieder jaar samen met de eerste zomerzon en idemdito regen de klassieke klanken over het ontdorpt Mannekensvere op de rechteroever van de IJzer Dit jaar was de sfeer intiem onder het romphouten dak van de kerk.

"Vier op een rij" staat voor de vier blokfluitvirtuozen Joris van Goethem, Han Tol, Paul van Loey en Bart Spanhove. Met Fred Brouwers (CLARA) zijn zij de troubadours-new-style. Dat betekent een combinatie van muziek, woord - niet specifiek gezongen – en inhoud. Niet zomaar een verhaal, maar "Een Stuk Hout" van Middelkerkenaar Jan Simoen. Zo heb je alle ingrediënten bij elkaar.

Noem dit het verhaal van een volgroeide Oudgriekse boom met muzikale capaciteiten die aan het Florentijnse hof van de dood op de openhaard gered wordt om blokfluit te worden. En via een goddelijke ingreep en versplintering ontstaan de 101 soorten blokfluiten, van om en bij de 15 cm tot 2 meter.

Het arsenaal aan blok-fluiten dat het Flanders Recorder Kwartet meesleurt is immens groot en onvoorstelbaar rijk in toon. De 4 muzikanten hanteren een mix aan klankverschillende blokfluiten die de ene keer hemelse intenties verzekeren en dan afdalen naar het vlakkere land van de pop. Muziek van 1300 tot 2001, aangevuld met wat geproest, gefluit en andere mondvaardige klankjes waar je geen houten instrument voor nodig hebt, geklop op trommeltjes of gegoochel met ongelijk gevulde colaflesjes… waarom dàt? Omdat er aanvankelijk nog geen blokfluitje van een cent te koop was.

Fred Brouwers heeft alle verwachtingen ingevuld: hij is kleiner en schraler van postuur dan de expressieve kop doet hopen – men komt immers altijd bedrogen uit - maar de stem is identiek aan de trilling op het doekje van mijn oud lampenradiootje. Ik sluit heel even mijn ogen, hoor dat die zachte stem uit de stoere kop meer lucht bevat dan die gekraakte en vertekende stem van mij, open mijn ogen opnieuw en staar recht in die huiselijke diagonalen van zijn kijkers. Had ik niet gelezen dat één fles rode wijn per avond zijn verplicht bijtankertje was? En toch niet rood in oog en neus. De stem, de charme, de nonchalance.

Een prijzenswaardig initiatief dat gezinsvriendelijk is. Men start vroeg in de vooravond en nog voor het echt donker is mag men terug naar af. De ouders betalen de normale prijs van 300,-fr. Er is een eenmalige toeslag van 100 fr voor kinderen tot 15 jaar, ongeacht hun aantal. Op naar volgend jaar.

André BAERT

8 juli 2001