|
WERF v/d 12 Units
Middelkerke - 12 kunstenares aan het werk zien in één
week geeft een vernieuwde impuls om het feit ‘leven’ op een
frissere manier te gaan bekijken.
Er is één dwingende beperking in deze uiting van vrolijkheid.
Deze 12 kunstenaars zijn geen groep maar hebben op een of andere
manier een gemeenschappelijke kant. Die raaklijn heeft te maken
met de bronnen van waaruit de selecties zijn gebeurd. U zult bij
het nalezen van de biografische gegevens merken dat een aantal van
die raaklijnen te vinden zijn bij persoonlijke vriendschappen,
gelijklopende tentoonstellingen, bundeling van krachten voor een
bepaald project, enzomeer.
Deze staalkaart is meer dan een toevallige keuze. Dit is een
kruidig boeket Europees optimisme. Zowel naar inhoud als naar
metier, naar kunde van de kunstenaars. Geen enkele zuil of Unit
geeft een terughoudend bericht, ook al is de bron van het bericht
vaak tergend actueel of levensbelangrijk dringend. Zoals de
natuur, het universum en de plaats van de mens in die tijd en
ruimte. Men kan inderdaad niet licht voorbijgaan aan deze
indringende problematieken. Ze zijn één met ons voortbestaan.
Let er op hoeveel kleur gebruikt wordt, elementair maar
doordringend aanwezig of rijkelijk uitgeverfd over de zuil. En in
het ene geval van wit/zwart staat dat zwart als verheerlijking,
bevestiging van het schone van de concertstoel voor
buitengebruik.; wit/blauw is het verfijnd bericht van nostalgie
naar een tijd die aan de basis ligt van de actuele positieve
ingesteldheid.
Wanneer je die 12 kunstenaars aan het werk ziet, wars van enig
vooroordeel over herkomst of onderlinge raakpunten, dan zie je 12
meesters aan het werk. U kunt ze hierna herlezen, zoals ze in de
brochure voor 12-Units werden voorgesteld
INHOUD:
Cracking Art
Enrico T De Paris R.
Victor Kastelic
Noëlle Koning
Yvonne Mostard
Mathias Pérez
Jean-Luc Poivret
Bernardi Roig Jean-Claude
Saudoyez William
Sweetlove Eric Vande Pitte
Jos
van der Sommen
Cracking Art
Italië www.crackingart.com
info@crackingart.com. Is de naam van een groep van 7 Europese
kunstenaars die heel dicht bij elkaar rond Biella in Noord-Italië
wonen. De leden zijn Omar Ronda, Ranzo Nucara, Marco Veronese,
Alex Angi, Carlo Rizette, Kicco en Allessandro Pianco. Projecten
en performances van Cracking Art liepen reeds 4500 meter hoog op
de Mont Blanc, aan de krater van de Etna en de Stromboli, met 1000
dolfijnen voor de kathedraal van Milaan tot zelfs in het
terughoudender Firenze. Momenteel maken ze furore in op de
Biënnale van Venetië met een massa vergulde plastiek
zeeschildpadden die ze straks hopelijk over gans de wereld bij de
meest gerenommeerde monumenten willen opstellen
Noem hun zuil een stilleven, een standbeeld of een
herinneringszuil aan de natuur van de zee, het strand, de
zeevruchten en de zeevogels. Noem het een mooie collage van
plastiek vissen, krabben, kreeften, meeuwen, zeesterren, schelpen.
Noem het ook een ongelooflijk banaal kunstwerk dat haar
bijklank krijgt in de vergulde zeesterren en krabben of geblauwde
meeuwen. Steeds opnieuw kom je terug naar de natuur van de zee.
Het water is de oorsprong van al het leven.
Dan moet je stilstaan bij wat wij dat water aandoen. Vervuilen.
Die vervuiling wordt hier niet kortaf aangeklaagd. Integendeel.
De 7 kunstenaars hebben een hart voor het mooie van de natuur
en daar rond hebben ze een manifest opgesteld dat Cracking Art
noemt. Daarin staat dat plastic, dat gebruikt wordt voor al hun
kunstenwerken, een synthetisch product is uit de thermoschemische
behandeling of ‘cracking’ van olie. "De mens heeft de
organische bron waaruit olie ontstaat omgebouwd tot plastiek
waarmee de vorm van een levend organisme nagebootst wordt. Wij
nemen de tegenovergestelde weg. We brengen die bron van olie terug
naar de oorsprong: de natuur.’
Wanneer het over zeer grote manifestaties gaat, werken de 7
kunstenaars ter plaatse aan het project. Zoals momenteel op de
Biënnale van Venetië. Voor een kleinschaliger project als 12
Units kwam de bedenker en de bezieler van Cracking Art Omar Ronda
zelf naar Middelkerke. Wie ook uit de manifeste groep afgevaardigd
wordt voor een project, waar dan ook ter wereld, krijgt van de
groep het concept, de richtlijnen en de planning mee. De
uitvoering zou dus door gelijk welk lid van de groep quasi
identiek zijn. En dat is het unieke aan Cracking Art. De
onvoorwaardelijke samenhorigheid die ze, naast het engagement voor
de natuur als oorsprong van het leven, ook aan deze wereld willen
doorgeven.
Enrico Tommaso De Paris
Italië Mel-Belluno, °1960 Woont en werkt nu in Turijn.
etdepari@tin.it www.temaceleste.com/Artisti/Deparis Exposeerde in
de grote Italiaanse culturele centra zoals Turijn, Siena, Trieste,
Perugia, Milaan, Bologna en Venetië. Werk werd eveneens
gepresenteerd in het Spaanse Valencia. In België was hij
uitgenodigd in galerij Artiscoop II Brussel, galerij J. Arets
Knokke-Heist en het ICC Antwerpen. Samen met Sandro Chia en
William Sweetlove nam hij deel aan een boeiende expositie in het
Museum van Bommel-Van Dam, Nederland. Spraakmakend was zijn
deelname aan ‘Art is Life’ in het Museum voor Moderne Kunst
PMMK in Oostende.
Enrico T. DE PARIS stelde eerst vast dat er in de onrembare
hedendaagse evolutie tussen sociale migraties en biotechniek een
‘state of things’, een status is voor de man van vandaag en de
levenswijze van vandaag, maar dat dit moet vastgelegd worden in
simulaties, in symbolen, open gedachten, permanente berichten, in
‘Works in progress’: niets is afgewerkt of ‘t is daar en
slechts dan in het gedacht van de toevallige kijker. De Paris
werkt voor een stuk aan de rand van het sprookjesachtige, de
speelse symboliek die de aanleiding wil zijn tot verder creatief
nadenken. Leven. Blijven leven
Victor Kastelic
Italië Salt Lake City, °1964. Woont en
werkt sedert 1987 in Turijn.Deze veel toegelichte beeldende
kunstenaar exposeerde op heel wat prestigieuze locaties. Turijn,
Milaan, Siëna, Firenze, Trieste, Rome, Napels en Livorno om het
binnen Italië te houden. Daarnaast was werk te zien in Dallas en
in België bij Artiscope Brussel, Beelding Brugge en in het Museum
voor Moderne Kunst PMMK te Oostende naar aanleiding van ‘Art is
Life’
Dit kleurrijk spektakel van Victor Kastelic heeft een hele weg
afgelegd voor het tot dit mooi ogend resultaat kon komen. Maar er
is een tweede bodem die langzaam haar geheim zal prijsgeven.
Kastelic start vanuit een stapel publicaties over de tuin. Hij
scheurt er aantrekkelijke bloemen uit en maakt op die manier een
soort collageschets die de basis is voor de originele ‘stencils’
of ‘pochoirs’. Dat betekent dat de realistische bloem door de
kunstenaar hertekend werd en dat die nieuwe realiteit daarbij nog
meerdere malen kan herbruikt worden. Een keer rechtop, dan
omgekeerd, een fragment links, de rest op een ander paneel,
enzomeer.
Op die wijze ontstaat een aantrekkelijk impressie van de natuur
die door de eventjes overdreven kleuren eigenlijk een valstrik
geworden is voor de aansnellende kijker. En van dichtbij ziet men
dan de waarheid: een valse collage met valse kleuren, benadrukt
door het plotse besef dat een beperkt aantal bloemstukken aan de
basis ligt van het boeket. Terecht stelt Victor Kastelic deze
vraag: ‘Wie zag ooit zoveel bloemen op een winderig strand?’
Onthouden we dat het assembleren als uitbeelding duidelijk moet
zijn en dat de kleuren in een heldere acryltint feller worden. Het
is dus niet de bedoeling fotorealistische te werk te gaan. In
tegendeel: het theatrale moet de boodschap van die nieuwe
enscenering letterlijk en figuurlijk dik in de verf zetten. Dit
verbluffend of overdonderend effect wordt nog vergroot door de
opbouw op deze zuil: 4 maal 4 panelen van 75cm op 75 cm maken 16
bijna barokke vlakken.
De eindvraag is dan duidelijk: zoek de verschuiving van
oorsprong naar resultaat. Vindt het belangrijk verschil tussen
realiteit en fictie.
Noëlle Koning
België Ukkel, °1960 Deze Belgische
kunstenares volgde scenografie aan Ter Kameren Brussel en groeide
van daar uit tot een multidisciplinair beeldend kunstenaar die
schildert maar ook collages, illustraties en films maakt. De thema’s
liggen aanvankelijk in een kleurige, vegetale en barokke wereld
waarbij de nadruk de ene keer bij kleur en de andere keer bij
verwijzing naar een sprookje of een legende ligt. Ze geniet zowel
in België als in het buitenland waardering voor haar werk. Arets
Knokke, Artiscope Brussel, Paul De Wever Wakken, Victor Horta Huis
Brussel, Veranneman Kruishoutem en Galerie Hugo Godderis Veurne.
Ze werd diverse malen geselecteerd voor de Prijs van de Jonge
Belgische Schilderkunst. Zowel de Franse Gemeenschap als het
Museum voor Moderne Kunst, PMMK Oostende kocht werk van haar aan.
In het buitenland was ze diverse malen te gast in Sydney
Australië en in Italië, Duitsland, Zwitserland en Tsjechië, Een
hoogtepunt is een studiebeurs om naar de picturale oorsprong van
Australiër op zoek te gaan.
De zuil van Noëlle Koning is een collage werk. Het
aanvankelijk vermoeden dat je hier te maken hebt met een soort
verwarrend kleurencircus, geheimzinnige lijnen en krullen die
helemaal niets met elkaar te maken, is fout. Hier staat een
picturaal dagboek. In volledige harmonie met de locatie.
Noëlle Koning start vanuit repen sterk papier, in het atelier
beschilderd in een intuïtieve stijl maar met herkenbare accenten.
Zo herken je in de kleurencompositie iets vegetatiefs, een stuk
natuur, humus, bladgroen, schimmel, de macro-effecten van gekliefd
hout. De verticale lijnen worden een ladder. Een ovaal of een
gebogen lijn wordt een stuk stilleven met een overweldigende
gekleurde en opgezette tafel. Een stapel van die vellen is de
basis voor het uiteindelijk kunstwerk. Op de zuil worden repen uit
het ene vel geplakt met fragmenten uit het ander. De kunstenares
weegt permanent af waar het kleurevenwicht zit, en hoe de
verticale lijn een ladder wordt of straks de illusie van een
openbrekende zuil. Noëlle Koning zoekt intens naar een nieuwe
visie die uit bestaande creaties moet groeien. Wat ze ooit
opstartte evolueert tot iets nieuws. Een herschikt dagboek van
snelle beeldende en schilderachtige expressies. De anekdote zit in
een toegeving aan de locatie: een vage lichtere tint over de zee,
een vlucht witte strandpaaltjes, verzameld strandspeelgoed
en visnetjes.
Yvonne Mostard
Nederland Maasbracht, °1954 Studeerde
aan de Stadsacademie en de Jan van Eyckacademie Maastricht. Ze
exposeerde vooral in Nederland in galerijen met naam en faam. Meer
en meer is haar werk te bewonderen tijdens grootse projecten,
thematische accrochages of tijdens museumexposities met andere
gekende kunstenaars. Zo was ze te gast in Madrid, New York, Los
Angeles, Berlijn. Maar ook in het Belgische Alden Biezen, Gent,
het Demedtshuis St.-Baafsvijve, Verviers, Soignies, Mons, Le
Roeulx, La Louvière.
Is dit een omfloerste zuil? Neen. Dit is niet de zuil die
spreekt over de gedrapeerde dood. alleen al omdat de kleur zo
hemels is. Mag je hier bij dit zwaar gedrapeerd monument denken
dat alles wat waarde heeft verborgen wordt in deze beklemmende
zuil? Of mag je juist wel hopen dat het licht dat rond en doorheen
de gordijnen leeft een uitnodiging is om over iets na te denken.
Nadenken, ja, maar waarover?
Yvonne Mostard houdt van het toneel, van de duidelijke woorden
van poëzie en theater of van de tonen van een opera. Woorden die
tussen die net opengeschoven doeken gegeven worden aan de gretige
luisteraar of aan de kijker die vol verwachtingen staart naar het
theater bij de turkooizen stof. Toneel is in deze betekenis
monumentaal. Het ligt dus in de bedoeling van Yvonne Mostard ons
aan te sporen tot nadenken over wat we zeggen. Over wat in ons
leeft. In de stijl van Rilke die haar nauw aan het hart ligt:
"Wie heeft niet, angstig, voor het doek van zijn hart
gezeten"?
Wie durft te zeggen dat hij nooit stil heeft gestaan bij zijn
gedachten, ambities, verlangens, angsten, falen, verlies. En dat
is precies wat hier bij deze zuil moet gedaan worden.
Zelfreflectie of kijken naar iets en van daaruit over onszelf
nadenken. Open staan voor beschouwen. Met de ruimte van de zee
achter deze zuil, vervaagt het doek en moet je tot rust komen. En
nadenken over jezelf.
Mathias Pérez
Frankrijk °1953 woont en werkt in
Auvers-sur-Oise. m.p.carteblanche@wanadoo.fr. Mathias Perez is
sedert 1985 docent aan de Academie voor Schone Kunsten van Mans.
Zijn artistieke ingesteldheid maakte dat hij op uitnodiging twee
jaar heeft kunnen wonen in het overweldigende Rome rond de Villa
Medici. Daar heeft hij de liefde voor het verticale en het lichaam
aangescherpt, want staat Rome ook niet voor de imposante zuilen en
de atletische marmeren torso’s . Vanuit diezelfde uitstraling
die hem ondertussen tot één der groten van het Franse plastische
gebeuren heeft gemaakt, kreeg hij in 1996 een rijke monografie
aangeboden.
Mathias Pérez kan op deze zuil twee delen uit zijn verzameld
werk kwijt. Het verticale en het lichaam. De zuil als een
rechtopstaand lichaam en daarop veredeld de essentiële
lichaamsdelen.
Er is meer, anders had hier geen zuil gestaan maar een
monumentale Japanse fallus, een bikkelharde Delphische navel of
een Centraal-Afrikaanse vruchtbare vagina. Hoe dicht beide
werelden elkaar ook naderen, Pérez staat met die sensibele
lichaamsdelen boven het seksuele, boven het erotische.
De architectuur van de mens wordt opgesplitst over een tiental
aan elkaar gelinieerde tekeningen die blijkbaar allemaal iets met
de erogene zones te maken hebben. Maar eigenlijk zijn het de
mozaïeken van waaruit een nieuwe gevoelige mens zal moeten
gemaakt worden. Fallus, borst, vagina, copulatie lijn, jaartal, de
lijn van arm en been. De genen voor de nieuwe schoonheid.
Pérez heeft nog een ander opbouwend bericht gestoken in de
zuil. Per kant komt er één tekening bij. Van één op wand 1
naar vier op kant 4. In hoekzicht groeit het uit, buiten de
grenzen van de verticale drager. Dat en de blauwe en groene tinten
die één worden met het geel van het strand. En een knipoog naar
het bijna naakte bruinend meisjeslichaam dat vaak op dat strand
onder de 12 Units zal wachten. "Seks oude stijl wordt
hedendaagse materie waar zowel kleur als vorm en licht uit
bestaan"
Zo’n doordachte opbouw duidt op een rijke ervaring.
Jean-Luc Poivret
Frankrijk Bayeux, °1950 Poivret is een
kunstenaar met grote naam en faam in Frankrijk. Hij heeft les aan
de academie van Duinkerke. Werk van hem werd opgenomen in de
verzamelingen van diverse grote musea zoals het Centre Pompidou
Parijs en daarbuiten in Californië en Tokio. Hij exposeerde onder
andere in Nice, Parijs, Duinkerke, Toulouse en Lyon. Daarnaast
waren er individuele presentaties en groepsprojecten in Spanje,
Zweden, Duitsland, de Verenigde Staten, Luxemburg, Canada,
Roemenië, Finland en Engeland. In België was werk van hem te
zien in Knokke en Brussel.
Wat je ziet is wat je krijgt. Kaas. Vers aangesneden kaas die
in zijn meest eenvoudige vorm zo uit de kaasencyclopedie
overgetekend werd. Bijvoorbeeld geitenkaas op grijs getinte
achtergrond. Een hoekje moet eruit. Dat is belangrijk.
Maar zoals het NU vanzelfsprekend is dat wielen rond zijn en
dat een kaas in een hoek aangesneden wordt, was het TOEN, heel erg
lang geleden, onmogelijk om in te zien dat het universele even
eenvoudig te benaderen was. U begrijpt het: deze kazen hebben meer
te bieden.
Deze kazen zouden net zo goed nauwkeurig genummerde vakken uit
de hemelkoepel kunnen zijn. Klaar voor astrofysische bestudering.
Want dat gebeurt echt in het laboratorium. En dan zijn die hoeken
heel belangrijk, want precies in het midden van het volume zit de
zichtbaar gemaakte massa. De kracht van het universum. Je hebt
door het opensnijden van een nog onbekende wereld iets totaal
nieuws ontdekt. Wanneer je die benadering begrijpt, dan staat de
kaasvorm voor het eenvoudig symbool, een doedel van ons volledig
leven.
Dan is er nog de kleur en de oorsprong. Poivret heeft een
jongensachtige fascinatie voor het aluminium van
gevechtsvliegtuigen en de grijstinten die daar bij passen. Als
fervent vlieger heeft hij, gedragen door dat grijze metaal, het
grote oneindige landschap van het heelal tot heel dicht benadert.
Dat was de aanzet tot nadenken over het universum.
Het culinaire genoegen heeft de brug gelegd tussen de oorsprong
van het leven en de uitbeelding ervan.
Bernardí Roig
Spanje Palma de Mallorca, °1965. Hij
woont en werkt op Mallorca en in Madrid. Hij werd heel vroeg in
zijn carrière opgemerkt en kon meteen meedraaien in het creatief
patroon van de grote kunst. Dat maakt dat hij over gans de wereld
kon exposeren. In de Verenigde Staten was werk van hem te zien in
Los Angeles, Chicago, Washington, Florida. Daarnaast op Costa Rica
en in Japan, Venezuela, Mexico, Cuba, Argentinië, Brazilië.
Uiteraard ook in Spanje en Italië, Zwitserland, Slovenië,
Denemarken, Noorwegen, Duitsland, Frankrijk In België werd hij
uitgenodigd bij Artiscope in Brussel Waar deze zuil als een ode
aan de mens uit slechts een paar stoelen bestaat, heeft hij reeds
honderden gelijke zitjes serieel en gevuurd in diverse musea mogen
presenteren. Straks is het de beurt aan New York.
Deze zuil is een eerbetoon aan u, de kijker naar dit méér dan
gewoon maar monumentaal werk. Een eerbetoon aan de gewone
liefhebber of de toevallige passant die vaak vanuit een hard
stoeltje kijkt naar een stuk toneel of een poppenkastvoorstelling.
Of luistert naar een meeslepend concert. Uw stoelen werden
herschikt tot een verfijnd sculptuur van houten latten boven op
een majestueuze zuil. Bernardi Roig heeft er niet zomaar zwarte
verf tegenaan geborsteld. Met de ruwe brandende toorts heeft hij
het hout ontdaan van verf of vernis en dan nog heel even de
creatieve kracht van vlam en zuurstof laten inwerken op het hout
tot ze die warme zwarte tint gevonden heeft.
Wie dacht dat vuur alleen pijn en ellende is, de warme gloed in
de koude winter buiten beschouwing gelaten, moet zijn te
eenzijdige visie aanpassen. Toen de zwarte as van verbrande verf
langs de zuil wegwaaide, stond daar geen ruïne maar een wit-zwart
tekening tegen het ruime blauw boven de Noordzee. Iedere zijde
mooi in evenwicht, telkens een labyrint van zwarte latjes,
geschilderd met vuur. De perfecte metafoor met een eenvoudige
opdracht: zit, weet dat je zit en denk na, voel dat je daar op die
stoel nadenkt.
Jean-Claude Saudoyez
België Grand-Eglise, °1944. Heeft een
autodidactische achtergrond. Hij debuteerde in 1970 als
beeldhouwer en mocht 5 jaar later reeds rekenen op een eerste
officiële appreciatie bij de prijs der ‘Jonge Belgische
Beeldhouwers.’ Hij exposeerde ondertussen in Bergen, Antwerpen,
het Paleis voor Schone Kunsten Brussel, het Museum voor Modernen
Kunst PMMK Oostende en verder op diverse plaatsen in Frankrijk,
Italië, Nederland, Hongarije, Duitsland.
Het bericht van Jean-Claude Saudoyez is zeer realistisch en
direct herkenbaar. Een soort zeemeermin, drie paar schoenen en
twee spiegels. Het is ook even direct waarneembaar dat er iets
tekort is. Een lichaam. Noem het een tastbaar lichaam, want de
enige lichamelijke uitbeelding die hier aangetroffen kan worden is
de uwe.
Bij Jean-Claude Saudoyez wordt van de kijker verwacht dat hij
eerst geniet van het werk en dan de tijd neemt om buiten het eigen
lichaam zelf te gaan kijken. Maar dan moet je je eerst bewust zijn
van de dialoog tussen breekbaarheid, vergankelijkheid,
aantastbaarheid enerzijds en het tedere, het zachte en het
sensuele anderzijds.
Uit deze zuil zult u begrijpen dat er meerdere schoonheden
bestaan. Dat van het uiterlijke dat je zelf kunt vaststellen in de
twee spiegelend vlakken. Maar je zult er geen perfectie ontmoeten.
Het gepolitoerd metaal heeft een stuk dwarsheid behouden die
vervormingen, verkleuringen, of vervagende achtergronden worden
waartegen je eigen uiterlijke schoonheid minder belangrijk wordt.
Wat blijft is de eerste herkenning. De contoure. Eén van de
lagen waaruit de mens in zijn omgeving samengesteld is. Dat dunne
vliesje dat refereert naar het lichaam wordt verduidelijkt in de
garnaalvrouw in cortensstaal die voor een stuk afwezig naar haar
zee kijkt. Op de rugzijde een compositie van drie paar schoenen in
gradatie van dichtbij naar ver en van laag naar hoog.
William Sweetlove
België Oostende, °1949. Studeerde
plastische kunsten in Gent. Werd reeds heel vroeg in zijn
carrière bekroond met grote prijzen, gaande van Jonge Belgische
Schilderkunst over de Europaprijs voor Schilderkunst van de stad
Oostende tot buitenlandse appreciaties en beurzen. Een volledige
opsomming van zijn artistiek werkzaamheden vraagt een volledig
boekwerk. Hij exposeerde in Italië, Nederland, Duitsland,
Frankrijk, Luxemburg, Turkije, de Verenigde Staten en België,
waaronder het Museum voor Moderne Kunst en galerij JL Oostende, De
Zwarte Panter Antwerpen, Artiscope en Paleis voor Schone Kunsten
Brussel.
William Sweetlove toont hier zonder duidelijk onderscheid drie
modellen van de perfecte samensmelting van het banale en het
essentiële. Model 1 is bijvoorbeeld de presentatie van het
materiaal bruidskant, kotelet en geit, en de kleuren wit en rood.
Variatie twee is witte bruidskant, rode kotelet en witte met rode
geit. Op witte sokkel die rood geaderd werd tot namaakmarmer.
Nummer drie vinden we bij opgeplakte namaakkant dat vast geverfd
is, plastiek vlees uit een Italiaanse fabriek en twee polyester
geiten op de top met vijzen vastgeklemd.
Drie heel tastbare benaderingen die elk een andere verhaal over
onszelf vertellen. De eerste vertelt alles over wat je
meteen ziet en waarvan jij waarschijnlijk ook wel goedlachs
genoten hebt.
De tweede benadering volgt de eerste maar zwakt dat optimisme
af. Je moet nadenken en de signalen herkennen van het milieu in
nood, mond- en klauwzeer, afgevoerde biologisch gekweekte geitjes
achter de duinen. Bruidskant is hoopgevend, maar het rood kan ook
bloed zijn.
En overstijg je dat nijpend probleem dan kom je bij de derde
benadering over de reden waarom deze tijd op deze plaats zo is.
Namelijk de mens die de kitsch tot topwerk gemaakt heeft. Nep is
voor sommigen mooier dan het origineel. Trek je die lijn door, dan
stel je de namaak mens, het namaakproduct boven het originele en
lach je eigenlijk met de genetische waarde van jezelf. Dan hou je
jezelf niet voor waar en ernstig.
Waar zijn we dan nog mee bezig? William Sweetlove moet er
geen jaren over nadenken om uniek te zijn. Het unieke wordt hem
door de omgeving aangegeven. De lucht, het voedsel, water, dieren…
het milieu dat onscheidbaar rond kunst leeft. En de mens.
Dat begrijpen vraagt nog iets anders dan de rijpheid om alleen
van het plastische te kunnen genieten.
Eric vande Pitte
België Kortrijk, °1950
eric.vandepitte@online.be. Eric vande Pitte studeerde aan het
Hoger Instituut Sint-Lucas Gent. Zijn tentoonstellingen hebben
veelal het karakter van een project met duidende titels:
"Pitte schrijft zich in", "Misfit",
"Jardin Méditerranéen", "Details" … Hij is
een veelgevraagd deelnemer aan internationale presentaties in
Nederland, Frankrijk en Duitsland. Het Museum voor Moderne Kunst,
PMMK Oostende presenteert tot drie maal zijn werk. Individueel met
een grandioos kunstboek voor "Details" (1993) en
uiteraard naar aanleiding van "Modernism in Painting"
(1993) en "Magritte en de Hedendaagse Kunst" (1998).
Voor dit wadend kind heeft Van de Pitte een lade uit zijn
kindertijd volledig opengetrokken. Vakantie aan zee, want een deel
van zijn roots ligt in Nieuwpoort. Blauw zo kinderlijk warm als
van het dubbelpotlood rood/blauw uit zijn schooltijd. En spelen.
Niet wild of ongeremd maar in de veilige beweging van waden. En
dan verstillen tot het vermoeden van een doelbewust gelukkig kind
dat zoekt. Naar wat? Misschien ligt het antwoord onder andere in
het gebruik een Franstalige onderschrift: "La petite
baigneuse est très courageuse."
Dit is de verwijzing naar zijn kinderlijk vermoeden dat alle
kunstboeken die hij toen thuis niet kon vinden, in het Frans
geschreven moesten zijn. Boeken in de bibliotheek of op school en
in alle mooie musea werden toen in die taal verzonnen. De details
blijven kleven; een kind zoekt heel vroeg naar zijn toekomst. Wat
klein is voor de groten, zijn soms drama’s voor die kleintjes.
Dit is dus ook een tijdszuil geworden. Gegroeid uit een reeks
kleine blauwe tekeningen waarvan eentje zo grandioos tot monument
kon worden uitvergroot. Dit is de tweede helft van de vorige eeuw
die langs de modernste computertechniek gemonumentaliseerd wordt
naar vandaag. Zonder verlies van detail. Met de banalere hulp van
de denkende mens konden de kreukjes van het oorspronkelijk
zijdepapier tijdens de screening bewaard blijven. Het fotografisch
reliëf is visueel tastbaar, zo zuiver is dit monument.
Het wadend kind wordt tweemaal voorgesteld op twee aan elkaar
gespannen doeken. De lijn van de romp lichtafgerond op de rand van
de zuil zodat de rechte hoek heel duidelijk en volledig haar
verlengend effect heeft. De twee kinderen waden niet achter
elkaar; ze komen naar mekaar toe. Of gaan uiteen, elk naar zijn
horizon. Blauw op blauw om te verdwijnen met de andere mooie
herinneringen aan een kind in zijn tijd.
Jos van der Sommen
Nederland Eindhoven, 1960. Jos van der
Sommen studeerde aan de academie van Eindhoven, afdeling
schilderen en grafiek, en aan de Jan van Eyck academie in
Maastricht, parttime grafiek. Hij exposeert regelmatig in de
Artkitchen Gallery in Amsterdam en Galerie.Maurits van de Laar in
Den Haag. Verdere belangrijke exposities zijn De Pronkkamer Uden,
Noordbrabants, museum Den Bosch en het Stedelijk Museum Amsterdam.
Zowel het Stedelijk Museum als het Noordbrabants museum hebben
werk van hem aangekocht. Voor België was werk te zien in Galerij
de Witte Beer in Brugge (met Eric vande Pitte), Scharpoord
Knokke-Heist en het Provinciaal Centrum Beeldende Kunsten Hasselt.
Jos van der Sommen is een verzamelaar van feiten. Uit kranten en
tijdschriften geknipt en opgestapeld, gespaarde objecten,
zelfgemaakte foto's, kortstondige impressies en alledaagse
gebeurtenissen. Deze worden gebruikt in nieuwe vervreemde
combinaties, die een gevoel van verwondering oproepen. Ieder
schilderij lijkt een eigen verhaal te vertellen, waarin toevallige
momenten, dromen , fantasieën ten grondslag liggen.
‘Zij bewonderen de schoonheid der seizoenen’, de titel is
net als de uitbeelding heel eenvoudig. Op een achtergrond van
zand, zee en lucht staat een rokend mannenhoofd boven een
boomwortel die uit een bolhoed komt. Aan de zijkant een levendig
palmblad. Wat je ziet is een technisch proces van schetsen en
schilderen. Het resultaat van een plichtsbewust kunstenaar die een
synthese van zijn volledig oeuvre op 4 zuilkanten neergezet heeft.
In principe is dit dus een meesterwerk. Omdat ieder afzonderlijk
stuk vooraf de hoofdrol heeft gespeeld in een kleiner werk of
tegen een monumentale muur.
Op de vraag ‘Wat staat hier?’ is het antwoord heel
eenvoudig: ‘een hoofd, een wortel en een bolhoed. Noch de
gekozen beeldelementen noch de titel vertellen ons echter het
werkelijke verhaal. Van der Sommen speelt bewust een spel met de
werkelijkheid, die hij transformeert tot een surreële en
droomachtige wereld, soms met een humoristische ondertoon.
Associaties maken een installatie. De picturale ervaring is in
ieder schuifje evenwaardig aan het totaal of aan het herschikt
detail. Is kunst dan nog uniek? Neen, maar wel des te meer van de
mens en zijn metier. Het is van deze tijd
(teksten werden opgesteld door André BAERT in juni 2001.
De afdruk is gebaseerd op een werkdocument voor de
catalogus.)
|