KUNSTGREPEN

Kunstgrepen loopt al sinds 1996 in Middelkerke en wordt georganiseerd door de Cultuurdienst (cultuurdienst@middelkerke.be en www.middelkerke.be/kunstgrepen).

1996: Beelden in het Park

1997: Wind 1 (10 deelnemers)

1998: Reis naar een Nieuw Tijdperk van Raphaël August Opstaele

1999: De Elementen (12 deelnemers)

2000: Droomtorens en Zintuigen van Johan Désiré Opstaele

2001: 12 Units (12 internationale deelnemers)

Het kan niet anders dan dat ik het ritme van de 12 UNITS van vorig jaar mis en aanvankelijk wat terugschrikt voor de grilligheid van een ‘collectief’ gebeuren waarbij iedereen voor zichzelf uitmaakt welke ruimte in beslag genomen zal worden. Dat repetitieve is mij lief en geeft kracht aan een bericht. 12 gelijke zuilen waarop 12 sterk verschillende artistieke individuen een creatie zetten maakt en toch is er dat er minstens één band .

Het is dus eerst wat wennen en dan met groeiend enthousiasme wandelen langs de beelden van Wind, de werken aan de muur van KUnST op Post, de presentatie van KUnST te Leen en uiteraard Fast Affection Bear van Rik Delrue. 4 x hedendaagse kunst.

Locaties

Evenement

Deelnemers

Middelkerke-Westende

Wind

Brusselmans Luc

   

Van Stichel Nico

   

Vertessen Liliane

   

Soubry Bart

   

Claes Pierre

   

Cauwelier Willy

   

Lamote Dirk

   

De Cauter Wim

Middelkerke-Westende

Fast Affection Bear

Rik Delrue

Westende-Bad

Kunst op Post

Cloet Mark

   

Marc Cordenier

   

Daled Jeroen

   

Hanssen Karin

   

Jacobs J.J. Frie

   

Jans Wim

   

Pattyn Brigitte

   

Verhaeghe Ria

Westende-St.-Laureyns

Kunst te Leen

Diverse

Luc Brusselmans

(Boom 09/03/1939)

Kasteelstraat 24, 2000 Antwerpen. Tel. 03/290.41.13

luc.brusselmans@eudoramail.com

Volgde de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Diverse individuele en groepstentoonstellingen waaronder ICC Antwerpen, het MUHKA en Campo Antwerpen, recent voor Kunst in Huis en in Nederland (Haarlem en Friesland) met een inleiding door G. Vereecke van De Brakke Grond Amsterdam

Werk: Balkenconstructie 400/130/130 onderaan donker, bovenaan wit

De sculpturen van Luc Brusselmans zijn " met ambachtelijke zorg uitgevoerde objecten." Dit frame is een symbool. Het hout is gewild gebogen, alsof het aan wind en regen heeft moeten weerstaan. En in het torment van raakt de top gekwetst. De massief donkere basis houdt het enkele meter uit, maar is hoger door de wind geërodeerd. Het evenwicht is verstoord; een hoek is gekwetst.

Wat blijft is het silhouet van een balk die op de zeewering uitwaait en stilaan vergaat. "Een paar simpele lijnen, waarvan de uiteinden zich verliezen en die een balk suggereren. Een tekening in de ruimte, open wanden. De binnenruimte wordt niet angstvallig gecapteerd, niet gevangen. Ze raakt de buitenruimte. Er wordt stilte gecreëerd, als het ware uitgespaard op de omgeving."

Het feit dat het werk zuiver en gestileerd overkomt, maakt het tot een vreemde constructie over vergankelijkheid en erosie.

De pijn van het lidteken komt tot een visueel recht wanneer je binnen het volume staat. Tegen de warmte van een blauwe lucht lijkt de onderbreking van de lijnen een verfrissing. Bij valavond een geheimzinnige poort. Bij storm en wind een symbool van gestileerde vergankelijkheid. Een tegenstelling tussen de materie die eigenlijk heel sterk zou moeten zijn en de onvatbare kracht van de wind die in alle traagheid de schoonheid klieft.

Helaas wordt de robuuste kracht voor een stuk ontladen door het gebruikte materiaal. Het gaat immers niet om balken maar om een omhulsel dat in haar diverse facetten herkenbaar blijft. Spijtig, maar ik vermoed dat het kromtrekken van volle balken tijdrovend is. Misschien wel onmogelijk. Had de kunstenaar er dan niet beter aan gedaan het werk in metaal te maken, zodat de vermoedelijke onschendbaarheid tastbaar zou zijn geweest?

 

Niko Van Stichel

(Mortsel 03/03/1973)

Stationstraat 30, 9170 Sint-Gillis-Waas, 03/773.42.36

Studeerde aan de Koninklijke Academies van Gent en Antwerpen,

Exposeerde o.a. in de Galerij van de VUB, Galerij "De Muze" Gent, Liedermeerspark Merelbeke, Egyptisch Paviljoen Zoo Antwerpen, ...

Werk werd opgenomen in de catalogi van lente van de Kunst Dendermonde, Galerij Jansen & Kooi Warnsveld, Espace Eifel-Branly Parijs,

Werk Campsite Middelkerke 7 à 8 x 150/125/70

Polyester afgietsels van een origineel. 3 tentjes aan de voor- en achterkant open met doek. Zilverkleur met antigraffiti pv lak. Vlag

Dat Niko Van Stichel sinds zijn eerste vakantiekamp een fascinatie heeft overgehouden voor de tent, is bij deze 7 + 1 objecten duidelijk. De tentjes staan symbool voor mobiliteit in volle vrijheid, oorlog of gezocht avontuur.

Een gelapt huis voor de arme, een zilverkleurige schuilplaats voor de hippe trekker.

Wat een verzameling van buigende stokken en wapperende zeilen zou moeten zijn, "laat zich niet beperken door die wind en blijft weerbarstig in dezelfde houding staan." Omdat het doek vervangen is door polyester met hier en daar een lapje stof er aan. Het symbool is illusie geworden. De vrijheid van wonen ligt vast in onplooibare en seriële vormen die zelfs de dynamiek van het slakkenhuisje verloren hebben.

Erger nog: dit is "Campsite Middelkerke", één uit een (fictief) keten van "NVS Enterprises - Campsites", waarvoor terplaatse met stickers reclame wordt gemaakt.

Middenin object 8: een vlag, een verklaring van aanwezigheid of van bezit zoals op een onbekend eiland en de maan.

In die vlag staat het logo van deze wereldwijde keten: een tentje met schoorsteen waaruit een huiselijk wolkje opstijgt.

Dit is een staalkaart van zijn kunnen. 7 tentjes die symbool staan voor geprefabriceerde veiligheid of bescherming tegen de niet nadenkende kracht van de natuur. Alleen de inkom kan niet afgegrendeld worden en iedereen die de zon op het strand zoekt, kan zijn luie karkas tegen het glinsterende cliché leggen. Met of zonder badhanddoek.

Dit is een geëngageerde kunstuiting die ruimer had mogen gepresenteerd worden. 20 tentjes en een operatiezaaltje van Artsen Zonder Grenzen. 20 tentjes en een multiraciaal kerkhof. 20 tentjes en een massagraf. Hulp, zoals die in de media getoond wordt, is een contrast tussen redden en afscheid nemen. Tussen tent en grafkuil.

Het seriële in het werk is heel belangrijk omdat daardoor een realiteit ontstaat. Méér zou het concept dus nog sterker maken. Het ‘sociëteitsgevoel’ barst dan uit haar plastische grens en wordt een nieuwe realiteit.

 

Liliane Vertessen

(Leopoldsburg)

Kerkhovenweg 218, 3970 Leopoldsburg tel 011/40.18.14

Exposeert in grote galerijen en musea in binnen- en buitenland. Nam al in 1999 deel aan Kunstgrepen. Exposeerde recent in het PMMK met Seven Crimes-One Case en Between Earth and Heaven. Monumentaal beeldhouwwerk van haar staat in Hasselt, Geel, Zwijndrecht, Bilzen, het Vlaamse Parlement en in de nieuwe Koning Albert II laan, midden in de nieuwe ministeriële kantoren van Brussel-Noord.

Werk

Inox beeld op sokkel, totale hoogte ongeveer 3 meter

De naam Liliane Vertessen staat voor heel wat kunstzinnige kwaliteiten, waarvan authenticiteit de kroon draagt. Dat betekent dat iedere uitbeelding, op doek, in geënsceneerde foto-opname of in sculptuur trouw is aan haar visie, namelijk het tonen van de emotionele vrijheid van de mens.

Zowel in liefde als in dreiging.

Niet achterdochtig, onpersoonlijk maar speels en ondeugend. Voor een ‘lokale’ staalkaart kan je terecht in het Museum voor Moderne Kunst PMMK in Oostende waar twee monumentale inox beelden met neon opgesteld staan. Het ‘teken’ dat Liliane Vertessen daar tegen de muur zet is er één die affecties zou kunnen hebben met de groteske en overdonderende poorteffecten in Babylonische tijden.

Het kan, het mag, omdat de stroomlijn die deze kunstenares hanteert altijd de drager is van een universum aan cultuur.

In die zin zijn haar werken parels van ‘klassieke’ kunst, waarbij de krulletjes van en oudheid en renaissance afgerond werden naar het quasi koele denken van vorige en heel eventjes deze eeuw.

Tijdens Kunstgrepen presenteert ze het "Ondeugend Meisje" dat opgewonden in de wind kijkt. Haar rokje waait op, het paardenstaartje golft mee.

Het is een mooi meisje, gestileerd, zonder "frullekes", want al die details maken het moeilijker om de gevoelens van de figuur te zien. Ze is zuiver en uitdagend met die gaatjes in haar rokje.

Ze helt over naar achter maar ze zal niet vallen. Ze daagt de wind uit. Ze is sterk genoeg. Ze is een beetje zoals Liliane Vertessen zelf: altijd een stapje voor zijn en "in de vormen of kleuren de ontroering en de emotionaliteit tonen die daarin gevat liggen."

"Via het persoonlijke tracht ik het universele te bereiken." is de boodschap van dit meisje in de wind. Hier werd in ieder geval het signaal van geluk gebracht.

In deze tijden van discussie rond het beeld Umbra in Oostende – de uitbeelding van ‘de Tovertrap’ of ‘Duizeling’ van Spilliaert – kan je niet naast de figuratie van het wuivend haar van Liliane Vertessen tegenover de verkorte sjaal van Herlinde Seynaeve.

 

Bart Soubry

(geboren te Sint-Eloois-Winkel en getogen in Oostende)

Ramboutstraat 4, 8600 Keiem)

Tel en fax: 051/50.44.73

Werk in bezit van diverse museum. Exposeerde in 2000 in de VUB ter herdenking 30 jarig bestaan van de Vrije Universiteit, en CC Torhout. In 2001 was er de grootse expositie in het Vesalius Instituut Oostende en in groep in Tokio, Japan. 2002 was al druk met Galerij Box 38 en Fort Napoleon Oostende en Century to Century Sint-Pietersabdij Gent.

Werk: Ont-plooien

Materiaal: Cortenstaal 300/150 5 mm dik en 320 kg per element

Van Bart Soubry onthoud ik altijd de gebruikte materie. Marmer, touw, staal. Hij misbruikt ze niet, hij bespreekt ze tot vormen, stapels, houdingen. Dat klinkt ultra hedendaags, maar eigenlijk is Bart Soubry een kunstenaar die de klassieke waarden van een beeldhouwwerk aan de geïnteresseerden toont. Een blok fragiel wit marmer wordt in die broosheid bevestigd door de grillige randen, de boorgaten en de voortschrijdende blessure van een geëxposeerd werd. Een touw wordt gedraaid tot een houding waar een touw zich toe wil lenen. Een cirkel, een mand, een nest. En metaal wil eerst koud zijn, maar dan in zijn geoxideerd nieuw pakje een warmte geven. Door bijvoorbeeld geplooid te worden.

Het werk ‘Ont-Plooien’ van Bart Soubry wil aansporen tot bezinning bij een gegeven vorm over de wind.

Vier of vijf gelijke rechthoekige metaalplaten worden 2 maal geplooid.

Eerst in twee gelijke vierkanten en die dan elk één keer diagonaal geplooid worden vanuit de onderste plooihoek. Twee dimensies worden er drie.

Dan komt de setting in de ruimte: in mekaars plooi van vlak naar hoog geplooid, ofwel in een aslijn in dezelfde orde achter elkaar.

Het totaalbeeld is in beide gevallen principieel hetzelfde maar het is van een andere intensiteit. Wanneer ze achter elkaar staan ligt de nadruk op de evolutie van vlak naar opstijgen: ze zijn van hoog naar dalend geplooid of ontplooiend. De langgerekte waaiervorm wordt concreter en sterker wanneer de elementen in elkaar gepast worden.

Het gebruik van inox geeft een kleurschakering die parallel loopt met de grijze lucht boven de Noordzee. Een extra dimensie komt uit de permanent toegevoegde waarde van beweging en ritme door de windstoten en het geluid van de windvlagen tussen de metalen vlakken.

 

Pierre Claes

(Oostende, 16.07.1947)

Kerkstraat 44, 8400 Oostende, tel 059/80.04.27

kunstenambacht@belgacom.net

Opleiding bij Georges Demeu en Hubert Minnebo. Exposeert sinds 1981 en vanaf 2000 o.a. in kunstgalerij Holmenshoeve Slijpe, tijdens Open Monumentendag Oostende, in het Sint-Andreaslyceum, het Instituut Spermalie en het Huis de Meester te Brugge. Ontwerp van het monument "La Chêvre Folle" Oostende en het Maïslabyrint te Damme. Exposeert in december 2002 in het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten Oostende. Nam al deel aan Kunstgrepen 1997.

Werk:

Wind voor-zien: gerecupereerd ijzer, 450 cm hoog, sokkel 200kg en beeld 100 kg

De ijzeren constructie "Wind Voor-Zien" van Pierre Claes bestaat uit een tros grillige buizen, aan elkaar gelast als een blaasinstrument en voorzien van een avontuurlijke handleiding: ‘Toestel om te kijken waar de wind naartoe waait.’

Dit is de grootst mogelijke tegenspraak, want iedereen wil persé in de wind kijken, terwijl schade, kwetsuur en verlies achter de rug gebeuren.

Pierre Claes wil de wind voor-zien, voorzien, vooruitzien op de wind, zien waar de wind naartoe gaat. Het geeft allemaal te maken met een bestudeerde vrees. Het hergebruikt metaal wil een waarschuwing zijn, want de wind doodt wanneer je niet oplet. De geschiedenis heeft bladzijden vol winddoden geschreven. Dit is geen grap, geen zachte humor of een stoer lachen met een soort kustellende.

Dit is de pure ernst van overstromingen, windhozen en vernietiging. Wanneer het waait wordt Pierre Claes zenuwachtig. En met een nog onbestaande machine wil hij de verre buur waarschuwen: "Let op: het waait". De grillen van de zomer van deze tentoonstelling hebben ook het optimisme van dit werk getoond. Je kon nog heel even het ‘wegwaaiend’ blauw in omgekeerde schoonheid nakijken.

Ik stel me hierbij de vraag naar de eerste indruk die men van zo’n constructie krijgt. Naast het monumentale en het mobile is er ook het speelse dat in alle werken van Pierre Claes zit. De verwijzing naar vogels bijvoorbeeld, zoals ook in dit werk dat zowel letterlijk als figuurlijk het meest ‘bekeken’ werd.

 

Willy Cauwelier

(Roeselare 1954)

Ardooisesteenweg 466, 8800 Roeselare, tel. 051/21.07.94

Studeerde monumentale kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Gent (1980). In datzelfde jaar was het laureaat van de Provinciale Prijs West-Vlaanderen voor niet-multipliceerbare kunstvormen. Enkele recente tentoonstellingen en opdrachten: Artival Oostende (stationsgebouw) 2000, A(rt)ssenede 2001, opdracht geïntegreerd kunstwerk rust- en verzorgingstehuis Rumbeke 2001 en Boegbeeld Roeselare-Gent 2002.

Werk:

This is still Belgium: 20 Belgische vlaggen met inzet op vaste kaders, draaiend rond metalen staanders

In 1997 plaatste Willy Cauwelier een rij van acht meter hoge vlaggenmasten op de eblijn van het strand van Middelkerke. Tien witte vlaggen gingen via een dobbersysteem omhoog en omlaag met het getij. Voor de overzeese reiziger die de kust naderde, was This must be Belgium het eerste teken van het land van de Witte Beweging. Een paar maand later was er geen beweging meer. België is er nog, soms pertinent, vaak vluchtig als de wind. Het is ook interessant te weten dat men toen de democratische gedachte opzij zetten en dacht dat dit werk alles te maken had met ‘ik geef me over’ of ik stop met zoeken naar een westerse vrijheid. Zo heeft kunst eens te meer en duidelijk een geëngageerd luik.

Nu zet Willy Cauwelier twintig vlaggenstokken langs de dijkleuning. Net boven de hoofden wapperen Belgische vlaggen die op glasheldere platen werden gekleefd. In het midden van elke vlag staat het hoofd afgebeeld van twintig willekeurige Belgen. Merk de gelijkenis met de oude Oostblokvlaggen, waar een centraal teken het belang van het rijk moest vertalen. Een ‘hoofd’ is een portret van de kunstenaar.

This is still Belgium is niet langer wit maar een rijk en gevarieerd staalkaartje van mensen. De wind waait onverstoord tussen de strakke vlaggen, verschrikt hen met een korte wervel of doet hen bij windstilte kriskras staan.

 

Dirk lamote

(Oostende, 03/09/1959)

Kruidenstraat 10, 8400 Oostende, 059/50.86.34 dirk.lamote@wol.be

Behaalde de 1ste prijs Nationale Beeldhouwwedstrijd AVF in 1999.

Exposeerde individueel en in groepsverband in diverse galerijen, musea en projecten over gans Vlaanderen. Was al te zien op Kunstgrepen 1999.

Volgende recente expositie zijn belangrijk voor de huidige beelding: Cocon of een zoektocht naar nestwarmte (mei 2001), La Mia Casa of de aanvraag naar een weinig huiselijkheid (september 2001) en Be part of Humanity of het beleefde verzoek tot culturele verdraagzaamheid (maart 2002)

Werk

Abri, om de wind te ondergaan. 900/300/300 open houten constructie, wit gelakt, 200/30/60 zwart gepolijste arduinen zitbank, witte watervaste vloer en FL lampen

Een zeedijk is een lange afgemeten en betegelde ruimte tussen strand en duin. Meer is er eigenlijk niet. Alleen die synthetische laan waarover al tientallen jaren geflaneerd wordt. Mensen die naar elkaar luisteren, kijken naar gebronseerde schoonheid, het strand verkennen tot aan de vloedlijn en daarna verdwijnen achter Geus of Lait Russe. Dat paar mensen die zitten, kijken zonder aanvoelen. En niemand houdt van de wind die in volle schoonheid zand kan opwaaien, schuimkopjes op de golven tovert of gewoon je lichaam streelt. Het is deze sensatie die Dirk Lamote scherpstelt.

De negen meter wijde ruimte van palen, vloer en open dak met spanten is letterlijk een fysieke afbakening in een omgeving, Midden in de blinkend staketselwitte ruimte staat een imposante, 2 meter lange zwart gepolijste arduinen zitbank. Meer niet. Het is een schuilplaats, een ‘abri om de wind te ondergaan’, de enige plaats langs deze zeewering waar de wandelaar kan schuilen voor de opdringerige omgeving en waar hij ten volle kan genieten van de wind. Dit is een contradictorische schuilplaats, want het frame en het spanten dak houden geen gril van het klimaat tegen.

Een ruimte waarin je in open afzondering mag luisteren naar de zucht van de zeewind na 10 uur of de luchtadem die verkoelt met de ondergaande zon.

Bij valavond of in de nacht wordt de ruimte gedompeld in een koud licht dat zoveel meer plaats biedt in de duisternis. Dan is er licht om de wind te horen. Geïsoleerd op de wit weerkaatsende vloer in de open witte abri concerteren alle windklanken voor de stille arduinzitter die de wind wil ondergaan.

Dit werk van Dirk Lamote is actueel en heeft de intentie een communicatie te zijn tussen de mens als wezen of aanwezigheid in een omgeving en diezelfde mens als denker en belever van zijn omgeving. Gaat het over een steen, een bank, een ruimte, een tafel, een video, waarom geen opduikende tekens, dan heeft de mens er altijd iets mee te maken.

Die ‘opduikende’ tekens zijn er gekomen. Terwijl ik "Let your mind linger…" las, schoof aan de horizon een drijvende kraan voorbij. Aan boord en tot rust: De Flamingo die naar huis gevaren wordt. Dit was de unieke locatie voor een afscheidsgedachte.

 

Wim De Cauter

(Tielt, 07.02.1955)

Oude Heirweg 16, 8851 Koolskamp.

Studeerde aan het VTI Oostende en Sint-Lucas Gent, monumentale kunst. Exposeerde o.a. in Middelheim Antwerpen, tijdens een aantal belangrijke project van De Vooruit Gent, Works & Industry, Music & Poetry Paulusfeesten Oostende en Beeldrijk Zwalm. In 1998 plaatste hij een monumentale schoolpoort in Kemzeke. In 2001 is hij te gast op de klassieker Art-senede en in het CC te Ieper.

Werk

4 vislijnen met gekleurde doeken vormen de wimpels en windzakken. De totale lengte van het werk is circa 12 meter

"Mijn wimpels willen een baken zijn op de dijk. De sluike, sierlijke vlaggen op veerkrachtige vlaggenmasten en de gestileerde windzakken vormen samen een eeuwig bewegende sculptuur. Een soort van boeket voor de wind. Een ballet van licht en kleur. Het element van de zeebries wordt zichtbaar in een uitbarsting van kleur en beweging. Het geheel is een ode aan de aanstekelijke lichtheid van de strandvakantie, een speelse artistieke bijdrage aan het feest van de zee."

Met zoveel woorden omschrijft de kunstenaar zijn project waar het kleurenspectrum van de zon

en zee en de beweging van de wind monumentaal uitgebeeld worden

Vier windstreken in kleuren die buigen voor streling en geweld. Wat de kunstenaar ongevraagd aanbiedt, is het contrast van gekleurde doeken tegen een regennatte dijk in de sluimer van een passerende bui of te vroeg geboren storm. Dat is een essentie van kunst: zoeken naar de tweespraak tussen mobiel kunstwerk en de onvoorspelbare omgeving. De dans van alle elementen op het ritme van het moment.

André Baert

Tekstvorming tot 18 juni 2002

KUNST OP POST

Vanuit Kunst in Huis werden 8 kunstenaars aangesproken die in het oude postgebouw van Westende-Bad op een optimale wijze individueel een zelf te kiezen selectie werk mochten presenteren. Het uiteindelijke resultaat was een homogene tentoonstelling actuele kunst met een sterk mensgebonden thematiek. Zowel de plaats in de maatschappij als het introverte omgenoegen of ongelijk werd duidelijk naar voor gebracht. Alleen: de intensiteit van de expositie was zo rijk, dat nogal wat mensen afgeschrokken waren door de moeilijkheidsgraad. Een overzicht volgt zo meteen;

Daarbij presenteerde Raf Coenjaerts van Kunst in Huis een hele reeks kunstwerken uit de collectie in de Calidris, Sint-Laureyns Westende.

Informatie: info@kunstinhuis.be

Mark Cloet

Brouwerijstraat 4  9630 Zwalm  055/49.56.82

Exposeerde onlangs in Fort Napoleon en Galerij R53 in Oostende. Was ook te gast op Kunst & Zwalm, Beeldenbos en in Galerij William Wauters Oosteeklo. Deze zomer te zien op Theater aan Zee Oostende. Is sinds 2000 geselecteerd voor Kunst in Huis.

Soms is hij een plastische avonturier, iemand met een onblusbaar enthousiasme, die ons laat delen in zijn liefde voor de (kleine) dingen. Dan is hij de verzamelaar van objecten die hij veredelt in brons of presenteert als coryfeeën op schapjes. Hij is creatief en vindingrijk, waardoor gietkanalen sierlijke bronzen takken worden. Of een onbespeelbare fluit. Restanten, doosjes, boeken of blik worden esthetische monumenten voor verloren aandacht.

Bovenal staat een zuivere metierkennis die maakt dat zijn werken vrij kunnen communiceren met gelijk welk ander plastisch teken. Hij noemt zijn werk ‘de renaissance van de beleving’ en werkt om dit te bereiken sterk repetitief.

Op een bepaald moment twijfelde ik tussen een intuïtie of een vrije spontaneïteit in zijn artistieke activiteit. Een artikel geeft dus de juiste naam: onblusbaar enthousiasme waardoor we steeds verwonderd zijn door zijn creaties (HB 15.02.02). Anderzijds is het niet meteen eenvoudig om uit deze archeologie van mooie stukken en trouvailles, de bibliotheek of het archief (Sleppe) de anekdote te destilleren. Vandaar dat men soms spreekt van een ‘hermetisch atelier’. Deze moeilijkheidsgraad verdwijnt wanneer de kijker zich wil inzetten om de twee lagen van elkaar te scheiden. Eerst de verwarring om niet directe duidelijke tekens; dan het aflezen van de symboliek. Maar geldt dat niet voor alle ‘boeiende’ kunst?

Marc Cordenier

Bellestraat 18  8691 Alveringem

058/29.99.71 Marc.Cordenier@RLWH.be

Studeerde beeldhouwkunst aan de Westhoek Academie. Exposeerde in de culturele centra van Kortrijk, Zonnebeke, Knokke en Ieper en naam deel aan diverse projecten in binnen- en buitenland. Monumentaal werk staat bij het Provinciehuis Boeverbos. Hij behoort tot de selectie Kunst in Huis sinds 1985.

"Een beeld heeft een huid en een inwendigheid." Je kunt letterlijk ‘in’ het beeld werken maar je kan ook naar een essentie van beeldhouwkunst gaan: krassen in of verzamelen van been. Vanuit dat herwonnen ideaal stel je dan oermenselijke vragen die uit-gebeeld worden in volumes met een nieuwe huid van natuurlijk been. "Wie ben ik?" Vraagt het kwetsbare zelfportret. "Van waar kom ik?" Fluistert de zachte bolvorm.

"Waar ga ik naartoe?" Klimt de benen ladder.

Uit een reconstructie van dood leven in zelfgeprepareerde dierlijke beenderen leeft een permanente vraagstelling. Een doorleefde reflexie op de mens en zijn tijd.

In functie van dit uitgangspunt geef ik volgende tekst waarin Marc Cordenier de tijd omschrijft.

"Het heersende principe in ons industrieel tijdperk is de seriële productie. Het gebruik van uniforme materialen eigen aan dat proces, pas ik hier ook toe. Ik ontken echter de specifieke kwaliteiten van dat materiaal, enerzijds door herwerking anderzijds door herschikking. Gefascineerd door het fenomeen tijd, in een eeuw van snelheid worden snelle materialen omgezet door middel van een traag sculpturaal proces. De zoektocht naar vrijheid in confrontatie met de eigen herinnering leidt tot beelden waar tijd (erosie) zich meet met snelheid. Tijd = begin en einde. Is kunstmaken dan leren omgaan met het einde?

Jeroen Daled

Beenhouwersstraat 106  8000 Brugge

050/34.72.14

Exposeerde o.a. in Bureaux en Magasins Oostende, William Wauters Oosteeklo, De Brakke Grond Amsterdam, Sebrechtspark en De Slang Brugge, Kunstcentrum De Poort Zonnebeke. Werk in het bezit van het PMMK en stad Brugge. Geselecteerd voor Kunst in Huis sinds 1987.

Jeroen Daled toont driedimentionale koppen in cement of gips met een zeer aanwezige patine. Die koppen staan voor "de werkelijke plaats waarin we leven" en zouden dus ook de expressie van dat leven moeten hebben. Zo krijg je automatisch een indruk van geslotenheid, van zelfopsluitingen.

Maar alleen of in koppel is er een verstilde communicatie die in de mondhoek een teken van hoop geeft. Hoe onduidelijk ook, er is minstens geschiedenis tussen die mensenkoppen. Het bewaren van die ervaring maakt hen sereen.

Deze kleine selectie, gedeeltelijk gepresenteerd naast en met werk van Marc Cloet - wat dan weer heel veel zegt over het engagement van beide kunstenaars, kan je best aanvullen met de portrettenreeks in het Museum voor Moderne Kunst Oostende (PMMK) die gewiegd en gegolfd getekend zijn. Ik bedoel dat de lijnvoering in bochten en golven tot een levendig, evenwichtig maar amper getormenteerd hoofd komt dat staart of nadenkend wegkijkt. Ik kan me niet ontdoen van de neiging een soort afscheid te herkennen of het verdwijnen in zichzelf.

Karin Hanssen

Boomgaardstraat 91  2018  Antwerpen

03/281.08.69 www.Karin-hanssen.be k.hanssens@pi.be

Geselecteerd voor Kunst in Huis sinds 1995. Exposeerde o.a met ‘The Image of Reality’ Plovdiv Bulgarije (1993), ‘I Have a Dream’, Oh Brussel (1995) en ‘The Thrill of it all-Modern Living’ Netwerk Galerij Aalst 1999.

Karin HANSSEN verzamelt beelden en prenten van alledaagse situaties. Ze creëert hiermee een universele catalogus waarin de personages een herkenbaar rollenspel vertolken. Het totaalbeeld wordt onder een stolp van tijdloosheid en afstand gepresenteerd. De toeschouwer wordt een voyeur met een onvermogen om de tijd te vatten. Zo blijft de uitbeelding van bijvoorbeeld twee mensen of

een landschap de tegenspraak van het vermoedelijke verhaal.

Karin Hanssen lijkt aanvankelijk zeer verhalende schilderijen te maken. Ik vermoed bijvoorbeeld een opbeurende inhoud en een impuls geven om het familiale leven, de traditie van de hoeksteen van de (gedateerde?) maatschappij, in een aantrekkelijk daglicht te stellen. Of de zachte kalmte van een landschap dat decor en realiteit kan zijn.

Het vervreemdende zit in de alchemie van kleurvlakken die fotografisch gelijkende poses inkleurt tot vreemde, naamloze, aanzichtloze, geacteerde relaties. Noem het de pijnlijke kitsch van het gelukkige kind. De knijpende hand van een frisse moeder met dochter. De binding tussen schilderkunst en pelicule wordt duidelijk in volgende passage: "Ze weet in deze schilderijen een intrigerende spanning op te bouwen tussen het ‘rage’ nadrukkelijk gedateerde schilderije en het schijnbaar snelle van film en fotografie."

Frie J J Jacobs

Manderleylaan 31 2980 Zoersel

03/385.38.86 frj.jacobs68@yucom.be

Bij Kunst in Huis sinds 1988. Recent was werk van hem te zien op Kunstproject Overbruggen, Rudolfstraat 30, Videoproject Praktisch niet theoretisch - Annex Antwerpen, IKOB Eupen, Fort Napoleon Oostende en Galerij Bij de Boeken in Ulft, Nederland.

Een landschap van Frie J Jacobs is dat alleen in de titel. Ze ontstaat door het bewegen van het papier boven een natuurlijke verbranding en de bemoeienis van de wind. Roetsoorten zijn de sporenzetters die op het ritme van die bewegingen een universeel landschap tekenen. Je kunt er instappen, wachten, kijken en uiteindelijk beseffen dat die gedicteerde duisternis een natuurlijk optimisme omkadert. Daarnaast drie kleurrijke verschijnsel.

Transparante uitvergrote details van bijvoorbeeld een bloemblaadje op basis van fotografie.

Noem het ‘wat een kind ziet wanneer het een blaadje tegen de zon houdt’ en onthoud het essentiële geluk van die kleine schoonheid.

Frie J Jacobs is een intens kunstenaar die ieder signaal aangrijpt om na te denken over het zijn van de mens als beeld, klank of beweging. "Ik beken, ik ben een romanticus" waarmee de voltage van het werk gemeten wordt. Gestructureerd, georganiseerd maar met een frisse - zwart kan ook heel fris zijn - expressie; Een duidelijkheid die als een leesbaar gedicht ruimte laat voor gevoelige interpretaties. Romantiek heeft zijn drempels waar het de realiteit betreft. Romantiek is een oase: noodzakelijk en door het contrast essentieel. De denkpatronen die bij deze werken ontstaan hebben een optimistische ondertoon. Het klankbord ze het signaal om naar uw ritme.

Wim Jans

Gilsonstraat 159 1020 Brussel

02/478.17.21

Exposeerde in CC De Warande Turnhout, CC Westrand Dilbeek, CC Strombeek. Nam in 1992 deel aan het project HERMIT in het toenmalige Tsjecho-Slowakije.

Is sedert 2000 geselecteerd voor Kunst In Huis.

Aanvankelijk transformeerde Wim Jans het menselijke lichaam naar een taal van tekens. Zo werd bv het bekken een cirkel, dan steen, om uiteindelijk als zwerfkei een nieuw leven aan te vatten. Het cerebrale is eerst een bladvorm en daarna een natuurlijk blad dat gehecht wordt aan een zwevende rib. Het cerebrale en zijn symbool zijn dan één geworden. Een symbiose. Wim Jans kan zich dan vrijer verdiepen in de relatie die dat menselijk lichaam aangaat en zoekt naar een zuivere omgeving. Dit wordt gevisualiseerd: een huis en een weg. Een doel en een richting die warmte vinden in de rode Armeense klei(verf) die alles moederlijk beschermt. Studie ligt aan de basis van alle werken van

Wim Jans. Vanuit de dualiteit drang en precisie is deze kunstenaar een perfectionist geworden. Wat je ziet is het resultaat van lang afwegen, schikken en herschikken, zoeken naar de juiste definities en die definities toepassen op zowel het eenvoudigste stukje materiaal in een collage als op de gehele bedoeling. Alles staat voor iets. Alles heeft zijn getimed belang. Alles moet perfect passen in de fundamentele monoloog. Daarom dat nogal wat kunstliefhebbers de indruk hebben voor een ‘Ivoren Toren’ te staan, terwijl een korte uitleg door de kunstenaar zelf de boeiende, mensgebonden aard van het oeuvre vrijgeeft.

Die inhoudelijke precisie kan alleen door de doorgedreven kennis van het metier. Kennis van materie, van technieken, van klei tot fotografie. Kennis van de kunstgeschiedenis en daaruit de voor hem belangrijke signalen onthouden die leiden uit de vrijheden der tachtiger jaren en het vernieuwde surrealisme (eerder biomorf met biografische inslag) naar de actuele berichten die de jonge kunst brengt.

Het engagement in zichzelf en de open vragen naar de kijker.

Brigitte Pattyn

Meulesteedsesteenweg 417 9000 Gent

09/259.05.35 pattyn.brigitte@freebel.net

Studeerde plastische opvoeding te Brugge en Monumentale Kunsten aan het Sint-Lucas Gent. Sinds 1984 neemt ze deel aan kleinschalige initiatieven en projecten. Toonde werk in Oostende, Torhout, Lommel, Gent en galerie Très Kortrijk. Geselecteerd voor Kunst in Huis sinds 1984.

Brigitte Pattyn nodigt uit om intuïtief na te denken over humaniteit en schoonheid die naast de drama’s van deze wereld in het ’zelf’ overeind blijven. Ze vraagt ons onbevooroordeeld mee te gaan in het steeds wisselend ritme in de grote blauwe of oranje gele kleurvelden op opgekleefd ritueel papier. Ze laat ons luisteren naar de seriële lyrische en dramatische hoofdstukken uit een opera van

Philippe Glass en de keerspreuken voor de 21ste eeuw van Ben Okri. Uiteindelijk sta je stil bij haar reisdagboeken, haar cultuurhistorische bronnen en de intuïtieve snelle lijnen van een universele anekdote.

Het klinkt onmogelijk complex. Wanneer de kunstenares het zelf uitlegt wordt het in haar gehaastheid en haar fascinatie nog meer zwaarwichtig en vermoed je op een bepaald moment alleen het onleesbare in de kleuren, de vakken en de lijnen. Zo’n verwarring is begrijpelijk. Je hebt namelijk een kleine catalogus informatie nodig. Verwijzingen naar vreemde culturen, naar etherische energie, metafysica, de oerzucht, kwantumfysica, enzomeer. Maar eens je de legende snel in het landschap van materie en inhoud kunt herkennen, kan je mee in die wereld van ‘tekens en symbolen’ die heel vaak door hoeken of rondingen gedragen worden.

Ria Verhaeghe

Spinolarei 21 8000 Brugge

050/33.27.08 riaverhaeghe@hotmail.com

Exposeerde o.a. bij De Witte Beer Brugge, Clo Bostoen Kortrijk en C. De Vos Aalst. Nam deel aan het internationale treinproject Zijsporen, Inside-Outside, Overbruggen, Touch Me en uiteraard Expectant Town tijdens Brugge 2002. Werd in 1994 opgenomen bij Kunst in Huis. Haar video’s werden vertoond in Parijs, Berlijn en op het Filmfestival Courtisane Gent 2002.

Ria Verhaeghe is lichtbeeldmaker. Zij geeft volume aan gevisualiseerde herinneringen. Ze gaat een stap verder en ontdoet die impressie van alle anekdotes en concentreert zich heel sterk op het detail

dat essenties inhoudt. Zo komt ze tot het verzamelen van o.a. krantenfoto’s en eigen opnames van ‘verpakkingen’ die variëren van inpakpapier tot lichaam. Een doek bijvoorbeeld heeft dan structuren die de essentie van dimensie en lijn verbeelden.

Haar kortverhaal wordt een visie waaraan ze een RV of Ria Verhaeghe blauwlijntje toevoegt. Via weerspiegelingen en lichtinval wordt de ruimte dan een project. Ria Verhaeghe werkt ook heel vaak met bejaarden, senioren, patiënten uit instellingen. Daaruit groeien eigen creaties, maar belangrijker is dat ze op een visuele wijze probeert de vooroordelen weg te werken die bestaan over hun (plastische) capaciteiten.

updates:

2002.10: Souvenir Souvenirs

 

Afgewerkt 26.06.2002

André BAERT

Fast Affection Bear van Rik Delrue

Rik Delrue (Sint-Pietersstraat 8 8435 Sint-Pieters-Kapelle, 059/27.75.78 rik.delrue@belgacom.net) behoort met zekerheid tot de jonge keramisten die klei niet meer specifiek tot recipiënten kneedt, dan wel die plastische aarde een verhaal meegeeft. Tjok Desauvage mag dan wel de laatste pottenbakker genoemd worden, het is zijn textuur die de waarde maakt. Niet de komvorm maar de geometrie van de lijnen en vlakken. De pot wordt dan een monument voor de materie, zoals later uitvergroot in effectieve monumentale buitenbronzen.

Rik Delrue is een keramist die studeerde aan het Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten Sint-Lucas Gent. In 1997 werd hij Master in de driedimensionale vormgeving aan de Karel de Grote Hogeschool te Antwerpen. Naast uit rijk geïnspireerd leven is hij ook docent aan de Kunstacademie Oostende. Hij exposeert sinds 1985 met een regelmaat maar zonder overdrijvingen. Zijn hoofdbekommernis ligt in een vormgeving die ligt tussen de vlakken van het spontane kinderlijke en het gevuld ervarene.

In die zin onthoud ik een viertal hoogtepunten. Uiteraard de 13.000 plaasteren kabouters die vanuit het Gents volkskundige museum bij nachte de stad heel even bezet hielden. Voordien de reeks hoofdjes op metalen staaf. Geërodeerde kleiplakken met inkepingen die hen sprekend doen lijken op Indonesische schimmenspelpoppen. Onlangs ook een reeks kleitabletten waarop diverse data genoteerd worden die refereren naar bepaalde belangrijke gebeurtenissen in het leven van de kunstenaar. Naar aanleiding van Kunstgrepen tenslotte zijn er de plaaster beertjes in bokaal.

 

Twee elementen komen altijd terug: de herhaling en een inhoud die groter is dan de broosheid van keramiek kan doen vermoeden. De macht van het kleine, een verhaal voor een kind, de gestage autobiografie en niet gegunde knuffel. 4 signalen die je laten nadenken over de intensieve en grote waarde van fundamentele vrijheden zoals liefde, bescherming, respect, genegenheid, zorg, … Zoveel kleine dingen voor kleine mensen die hoe dan ook de toekomst uitmaken. Wat je hen meegeeft, wordt de toekomst.

"De bedoeling van het Fast Affection Bear-project is, verwijzend naar de consumptiegoederen die ons op een snelle en gemakkelijke manier voorzien van voedsel, een beer in beperkte oplage in productie te brengen. Deze knuffel bevredigt op dezelfde manier een levensnoodzakelijke behoefte, zij het hier warmte, affectie, genegenheid: de uiteindelijke symbolen van de beer. Het is trouwens opvallend hoe ons overdreven en nutteloos koopgedrag veelal een surrogaat is oor het gemis aan elementaire behoeften zoals affectie en genegenheid in ons leven. Het uiteindelijke resultaat is een gipsen beer die, net zoals de meeste consumptiegoederen, ingepakt wordt in een commercieel interessante en goedkope verpakking: een bokaal."

Ik wil tenslotte nog maar eens terugkomen op de trend om van een plastisch evenement een totaalproject te maken dat start bij de denknota’s en evolueert van uitvoering naar vertakking in andere locaties tot het verzegelen van een aantal beeldjes door een gekende kunstenaar of een mediatieke BV die door zijn of haar bekendheid de boodschap verder verspreidt.

 

September 2002

André BAERT