‘Mr Bush!’ said Hornblower.
‘Get the ship under way, if you please.’
‘Aye aye, sir.’

   
Oostende (voor Anker) - Beeld je in: ik sta met een been op een ‘bollaard’ en leun tegen een ingeroeste reling nabij een visserssloep. Naast mij staat een inspirator of bedenker, coördinator of promotor van Oostende voor Anker © die mij op de juiste momenten uit mijn rêverieën wegrukt. Tussen de geur van droogvis en visvrouwen quasi nonchalant en met kennis van zaken over zielen en trossen lullen.  Maar zo romantisch was het niet. Ik schreef de tekst aan de vaart bij Leffinge, stuurde die door naar Pit de Jonge die de persrelaties van OvA-Quintamare voor zijn rekening neemt en kreeg heel prompt duidelijke antwoorden. Hierna volgt dan de enscenering..
      

‘Stand by there, at the capstan, ‘ he ordered.’

Oostende voor Anker, derde editie, was geslaagd. Iedereen is het er over eens. Dezelfde duidelijke vormgeving als in 2001, dezelfde mogelijkheden tot bezoek, de geur van gebakken vis en de klank van scheepsmuziek, … een succes was.
Akkoord, er was de helft minder bezoekers, maar de weerberichten beloofden weinig goeds, terwijl het tijdens het hoogtepunt op zaterdag en zondag toch behoorlijk zalig was.
Thuis zeggen ze dat je alleen het weerbericht

van Koksijde mag geloven, en dat Oostende met haar ligging in de bocht achter Calais een eigen soort klimaat, een microklimaat, heeft.
In dat microklimaat zegt burgemeester Jean Vandecasteele dat de uiterst werkzame Oostendenaars "een oude roep herkennen en terrein herontdekken dat hen allemaal aanbelangt." Een zeer belangrijke uitspraak omdat daar twee ideeën aan vast gehecht kunnen zijn.

   

Fundament 1

Eén is het belang dat de burgervader hecht aan de zee en twéé is het besef dat de Oostendenaar iets verliest aan die zee. De vraag is: waar ligt de hoofdzaak. Bij het (tijdelijk) verlies aan maritieme activiteiten of wijst hij naar de ‘onveiligheid’ en zo naar de nieuwe zeewering. De verschuiving weg van ferry’s en visserij (het minimum moet nog geminimaliseerd worden) ten voordele van containervracht en de toekomstvisie op cruiseschepen. Ik vrees een beetje voor die passagiers en dus potentiële toeristen die in iedere haven zeer welkom zijn maar meestal direct doorreizen naar Brugge. Omdat Brugge nu eenmaal een merkpunt is op deze aardkloot. Je kan er alleen maar slenteren tussen de permanent gerestaureerde pseudo-middeleeuwse façades en moegeflaneerde een tearoom induiken. Oostende, bijvoorbeeld, biedt zeer interessante locaties maar die wegen niet op tegen het groot kanon Brugge. Toch niet voor de doorsnee wereldreiziger die er vet in geïnteresseerd is 

hun Britse voorouders langs Oostende naar Waterloo trokken om hun dappere soldaten in rood en wit aan flarden te zien geschoten worden. En dat ze daarbij Brugge –la Morte- links lieten liggen.

Hier pikt Pit De Jong in.
"Niet helemaal akkoord. Oostende (en daar ligt de taak van de Oostendenaar) is een stad met een interessant cultureel en ‘entertainment’ aanbod. Dat de vrachten ‘passagiers’ naar Brugge willen is evident, maar Oostende moet zich als meer dan een kaai of en perron aandienen.
Goede informatie voor de aankomst van de Cruise over wat je in Oostende allemaal kan doen, beleven en zien, een degelijke ontvangst en bewegwijzering en een informatiebalie van waar de cruisetoeristen verder kunnen trekken.
By the (gang)way: Oostende is de enige haven waar het cruisetoerisme NIET terugloopt, vergelijk met Gent, Zeebrugge en Antwerpen."

   

Fundament 2

Twee: in de komen paar jaar kan Oostende ook geen grootse manifestaties aanbieden wegens gesloten CKO. De speelzaal wordt dan wel grootser maar huist al die tijd in een werf. Zie jij de Duitse passagier jackboxen terwijl boven en naast hem luchtdrukhamers de trommelvliezen tarten?

Een moeilijk denkoefening voor de jonge burgervader.
Ik heb de neiging bij het Oostende voor Anker altijd links en rechts andere denkpistes in te lassen. Dus voor mij is deze manifestatie de aanleiding om Oostende groots te zien. Waarvoor dank.

   

Bij rondvraag over de bevinden van de derde editie kreeg ik van bezoekers, perslui en kinderen volgende opmerkingen:

1

Het waw-effect is weg. Het effect van de grote schepen is er nog en het zijn vooral die grote kleppers die tot de verbeelding spreken. Het ontbreken van de Sedov zou geen invloed hebben gehad. Akkoord, de Exeter heeft dat voor een stuk opgelost. Je kon lekker op haar dek rondslenteren. Maar zo’n viermaster … niet te vervangen (al hebben slechts 20 personen navraag gedaan bij de infobalie).  
Pit De Jong: 
"Het Waw effect: we zorgen ervoor de themata voor de volgende editie verder, breder en dieper uit te werken, gerelateerd aan een maritiem interessant gastland. Dat moet voor een nieuwe nieuwsgierigheid en dus toestroom zorgen. Verder moet er gewerkt worden aan een betere lay-out (kaai-indeling) en verbetering van de infrastructuur om de grote en kleine schepen degelijk aan te meren en 

bezoekvriendelijk te maken. 
Ook daar weer: als de Stad een beetje mee wil door bvb
  meer pontonruimte te creëren in het Montgommerydok (op verzoek van de zeilvaartschippers zelf!) en de Vlaamse Overheid eensdegelijk wil gaan baggeren (op sommige plekken is het in het Montgommerydok amper anderhalve meter diep bij laagwater!) moet er niet geïmproviseerd worden. En komen de schepen met een grotere gretigheid. 80% van de aanwezige schepen komen vrijwillig en voor de sfeer. De OvA organisatie heeft haar uiterste best gedaan: ronselen, promotie, inschrijving, informatie, assistentie tot en met meerdere geslaagde bemanningsfeesten. Laat de Stad nu ook eens iets doen om de sfeer te verbeteren door de maritieme faciliteiten aan te passen."

   
2

Vervelend dat je het ruim (met exposities) van de meest interessante schepen op zondag in de namiddag niet meer kon bezoeken wegens 'catering'. Aanvankelijk dacht ik dat OvA pure maritieme marketing geworden was. De pers meldt dat door het ontbreken van de Sedov de andere aandachtstrekkers de taak van recepties en co moesten overnemen.

Pit De Jong:
"Dit klopt ook. En qua bezoek mogelijkheden zie ook havenfaciliteiten. Hoewel we het nog meer moeten betrekken bij het publiek, eventueel met rondleidingen.
Maar wie gaat dat betalen? "

   
3

Het dorp voor de kerk was een grote boetiek. Veel meer dan vorig jaar werd er koopwaar getoond. Een nuttige markt met mooi textiel. En dat past hoe dan ook in de visie dat een havenstad een zeemansmarkt moet hebben. Maar denkpistes en vormgeving zijn twee totaal verschillende expressies.
Pit De Jong:
"Deze markt had de intentie dat mensen hun bakskist, schapraai en andere zolders zouden leegmaken en vnl. maritieme curiosa zouden aanbieden.  De reactie van de particulieren is zeer laag. Dus komen de zakelijke partners om de hoek. Persoonlijk heb ik de OvA en andere traditionele schepen foto’s en tekeningen tentoongesteld, veel kijkers, geen kopers.

Wellicht heeft dat te maken met een engte in de maritieme basis: in Bretagne is het aantal scheepsambachtslui veel hoger en wordt een dergelijke merkt dus een verlenging van het dagelijks bestaan. En bij ons?  Bij ons is het (nog?) een rariteit. Er wordt over nagedacht om de kwaliteit te  verbeteren en vooral meer leven in de brouwerij, pardon de markt, te brengen.
Oh ja, een standhouder –marktkramer, Scheepszaken die enkele van de deelnemende schepen verhuurt, was zeer tevreden: hij vond het publiek ‘uitzonderlijk’ en meldde dat er veel vragen kwamen en interesse was, maar het publiek niet eens wist dat ze op deze schepen konden meevaren. In Nederland varen er 450 van deze schepen rond."

   

"Let me have that glass, please Mr Prowse."

Wij zijn heel erg ‘vragende partij’ voor Oostende voor Anker.
Een gezinsfeest waar romantiek en maritieme wetenschap, aardrijkskunde en geschiedenis, de mathematiek van de ontdekkingen en de zeilen, de schoonheid van romp en boegbeeld...

Kortom: een volledige schoonheid samengebracht wordt. Het moet alleen allemaal gestructureerd worden in een aantal wandelingen met rustpunten. De kinderen vinden altijd een positieve weg.

En ook dat is dààr, voor anker, héél belangrijk.

   

(Engelse tekst: hornblower and the Hotspur, C.S. Forester, Pinguin 1977)
Ik verwijs ook graag naar de bespreking van Rik Labeeuw in Laatste Nieuws van 27.05.2002 en naar Tijdingen.

    
André Baert en Patricia Nicaise (07.06.2002)