MERCURIUS LEFFINGE

TE KIJK

Leffinge. Het is een goede gewoonte van de Kunstkring Mercurius (1) om jaarlijks uit te pakken met een tentoonstelling werken van haar leden. Ze tonen olieverf, aquarel, keramiek en tekeningen.

Ik veronderstel dat dit de bijna volledige kunstkring is. Herinner u het miraculeuze jaar 1996 (2) toen Mercurius zich goddelijk opsplitste in de oude garde en de splinterfrisse ambitieuzen. Veel troela en streven naar een uitgesproken vergelijk tussen ‘amateurs en zich goed in dat vel voelen’ tegenover ‘kunstenaars en zich nergens anders dan aan zichzelf kunnen meten’. In datzelfde jaar bestond de vzw Mercurius uit 14 leden en ik zie tussen 1997 en 2000 min of meer diezelfde aangename en pretentieloze sfeer. Met diezelfde ingesteldheid bekijk ik de versie 26 van 2001. De deelnemers zijn: Romain Van Eenooghe, Jan Defurne; Roland Hosten, Fred Sweetlove, Frie Dewilde, Irene Neyrinck, Rita Vergote, Joris De Bruyne, Christine Tratsaert, Roland Ide, Lut Rossey en Diana Dumarey.

Met de vernissage is het even pretentieloos als naar even goede gewoonte. De voorzitter Robert Spegelaere roept de notabelen steevast naar voor en verontschuldigt Mevrouw de Schepen Carine De Jonghe omdat ze op reis is, terwijl de dame in kwestie helemaal niet verontschuldigd moet worden: ze heeft haar wellustige en korte rust verdiend. Ze zal die rust kunnen gebruiken, want tijdens diezelfde vooropening gooide Burgemeester Michel Landuyt ettelijke miljoenen in de zaal. 2.400.000 voor het initiatief van West-Vlaanderen voor Ku(n)st 2003 en dan een duidelijke 5.000.000 per jaar voor de aanschaf van kunstwerken in Middelkerke (3). Waarna de in kubiekjes gekliefde patés, kaasjes, worstjes met dipsaus door de kroost des kunstenaars rondgezeuld wordt. Volwassen levensgezellen zorgen voor de natte beurt. Ondertussen zinderen de culture krachttermen van een kwieke voorzitter: Over de herfst die evenveel kleuren heeft als gans Mercurius samen, over de kleine dingen des levens en dat stukje leven dat iedere kunstenaar in zijn/haar werk nalaat.

We geven voor een keer een korte appreciatie van alle deelnemers.

Romain Van Eenooghe heeft me altijd weten te boeien door de gedrevenheid waarmee hij de structuur van zijn figuren - en dat zijn vooral vogels, bloemen, een zeldzame Japanse vrouw – lijn na lijn levendig weet te houden. De fellere tinten zijn dus helemaal niet storend maar bewijzen eerder de decoratieve en symbolische waarde van de werken, verwijzend naar de rust van klassiekere interieurs of de harmonie van een oosterse setting.

Roland Hosten en Diana Dumarey zijn schilders bij wie de materie heel belangrijk is en als dusdanig ‘goed uit de verf’ komen. Ze houden het vooral bij de strikt herkenbare figuratie en dat betekent dat voor hen ook de techniek veeleisend is. Ik vraag aandacht voor de vergelijking tussen bijvoorbeeld bestaande of gekende voorbeelden en de wijze waarop zij dat met hun kunnen weergeven.

Rita Vergote heeft blijkbaar grootse plannen: 150 patrijzen, hoenders, kwartels en fazanten (wat vergeet ik?) in hun typische vederdracht weergeven is geen sinecure. Al is hun lijf serieel te noemen, binnen die herhaalbare lijnen moet een wetenschappelijke precisie qua voering en kleur nagestreefd worden. Totaal anders zijn de snelle houtskool schetsen van naakten op klassieke wijze, waarbij de initiële trefzekerheid telt.

Roland Ide is zuiniger aanwezig en daarom heb ik des te meer kunnen genieten van de proporties van de felle vuurtoren tegen een fel blauw hemel. En van de vlakke kronkeling van de kelkblaadjes van de zonnebloem. In beide werkjes was het selectief gebruiken van de kleur heel aantrekkelijk.

Jan Defurne presenteert kleinere werken met de nadruk op het aquarelgebeuren. Waarom ‘gebeuren’? Omdat water en verf samen heel labiel zijn en van de gebruiker dus een strenge toepassing eisen. Maar die labiliteit, die vergankelijkheid van de oorspronkelijke kleur in de druk van het water, maakt dat het landschap licht opgetild wordt. En in die bijna mysterieuze weelde noteert de schilder een gedicht.

Lut Rossey heeft me speciaal geboeid omdat ze de seriegrafie aandurft. De ets. En eigenlijk kan je doorheen haar ganse gepresenteerde collectie de hand van de tekenaar zien. Ik hou bijzonder van de Falaise in verf maar eigenlijk nog meer van het falaiseachtige Ault in ets. Ik bedoel de lijnvoering die een indruk van monumentaliteit niet kan verbergen. Dat en mijn grote liefde voor de ets die ik meegekregen heb van Denise Verstappen.

Joris De Bruyne vertedert zowel de liefhebber van de tekening als de verslinder van verhalende uitbeeldingen. Hij is een voltreffer op deze expositie omdat hij zo fris, speels, misschien naïef uit de spanning van het serieuze werk treedt. Hij houdt van onmogelijke machines die iets organisch hebben en zijn levende wezens lijken marginale heksen en feeën. Geen familie is onvertekend op de hagelwitte bladzijden.

Fred Sweetlove en het naakt. Gevaarlijk. Maar geslaagd. Zelfs in de kleine formaten waar de souplesse van de snelle veeg of de brede contoure onmogelijke verdoezelaars zijn. Hij heeft gekozen voor een van de meest veeleisende disciplines. Ik geniet van die ietwat hoekige lichamen die zo teder ontstaan tussen al die schetslijnen en richtingen. Lijnen die een hunkering naar het schone mogelijk maken. Verrassend mooi.

Christine Tratsaert beoefent een bevestigde stijl van landschap en schetsmatig lichaam in aquarel. Dat betekent dat men dus eerst en vooral tekenvaardigheid moet hebben om met een eenmalige lijnkans de juiste toets te zetten. En ten tweede moet de aquarel zo transparant mogelijk aangebracht worden, waardoor eerder een illusie dan een fotografische reproductie ontstaat. Geen gemakkelijke techniek.

En dan komen we bij de twee keramisten. Irène Neyrinck bouwt de klei op tot recipiënten, figuren, groepen, vormen waarbij zowel de kleuring als het robuuste van de materie een grote rol spelen. Dit is geen broos porselein maar hanteerbare keramiek. Frie Dewilde daarentegen biedt even stevige vormen, maar door de spitse afwerking en door de zachte tinten behoort het werk tot een andere dimentie. Ik heb haar werk al een paar keer heel positief besproken, dus beperk ik me tot de vraag of die twee ‘vissen’ de start voor een nieuwe reeks zijn? Het lijkt me zéér aantrekkelijk

André BAERT

(06/10/2001)

(1) Kunstkring Mercurius, Slijpesteenweg 92, 8432 Leffinge, 059/80.35.91 

(2) NOT, eerste reeks, nummer 2 (1997-1998)

(3) Zie verder bij andere artikels over zowel Middelkerke als Beaufort/PMMK