La Chèvre Folle

   

Een evocatie van een Oostendse kunstgalerij uit de sixties

   

In een Tijdingen van eind 2002 lees ik bij Jan Guillemin een aanhaling van de grote Mecenas Gulbenkian: "No judgement about a living painter or a living art can be more than tentative: it all depends on what happens next." Wat nadien gebeurt kan je moeilijk inschatten. Dat maakt dat de tentoonstelling rond La Chèvre Folle een unieke kans geeft om die gevoelens van toen te toetsen aan de resultaten van nu. Conservator Norbert Hostyn verzamelde van omzeggens alle kunstenaars, die daar ooit geëxposeerd hebben, werken uit de zestiger jaren die in het bezit zijn van het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten. Er moesten uiteraard wat aanvullingen gebeuren buiten de eigen collectie. De algemene teneur is dat de verzameling hedendaagse kunst die Frank Edebau ooit kon samenkopen uniek is. Maar tijdelijk, omdat men nadien geopteerd heeft voor een andere strategie. Dat en de komst van het PMMK uiteraard. Daarover loopt momenteel een zowel beangstigende als beschimpende polemiek. We rapporteren daarover in een ander artikel.

De beeldende kunst is meer dan alleen maar de uitbeelding. De vormgeving is vaak een tendens en in het beste geval een avant-garde. De grootste rust komt uit de kunstwerken die voldoen aan vaste ankers. De inhoud van de eventuele anekdote of de figuratie is begrijpelijk. Zowel de emotie als het engagement is in de striktste zin aanwezig. Kunst is tijdloos, de omschrijving moet ontdaan worden van de ontstaansgeschiedenis of de reden van bestaan. Kortom: de pure schoonheid van een kunstwerk is in zijn naaktheid zichtbaar.
Ik kon het ook 'de patine' van de bewezen tijd genoemd hebben. Of de herkenning van wat toen nog gewaardeerd moest worden en nu als geaccepteerd volstaat.
Een dergelijk gevoel heb ik wanneer ik wandel langs die drukke maar rijke collectie ex-exposanten van La Chèvre Folle. Dat en de noodzakelijke existentiële pijn die samen met de tabaksrook een echte bruine kroeg maken. Weg de heemkunde van 'In de 14 billen' en 'Café Dieppe'. Leve la Rive Gauche Ostendaise.

   

Leve la Rive Gauche Ostendaise.

   

De tentoonstelling bestaat uit 4 delen. Vooraan de verzamelde werken, daarachter het levensgrote decor van de voorgevel van de kroeg met daarbij de gezellige verwarring van memoralia en papierstapels tussen zetels en tafels. Schuinweg links de accolade voor twee kunstenaars die een speciale band hebben met de Zotte Geit: Pierre Claes en Alain Depiere.

Deze laatste ken ik eigenlijk niet, of 't is van horen, lezen en uiteraard als coryfee van de legendarische kroeg. Oprichter, uitbater, jazzdraaier, expositieorganisator, ... allemaal en genoeg om zo zot als een geit te worden. Ik heb hem toen een paar keer gezien, maar ik was te jong om het allemaal 'be-leefd' te hebben. 

Ik leefde nog in het gotisch expressionisme (term van Louis Sorel) van Gustaaf Sorel. 
Het werk van Depiere lijkt me heel sterk aan te leunen bij de mixed-media techniek, maar dan rudimentair gesableerd. Noem het zandschilderingen waarbij de kleurpigmenten heel sober toegevoegd worden. Zo ontstaan zijn sterk vereenvoudigde schappen of taferelen.
Pierre Claes is de maker van de gestileerde geitenkop in recuperatie-ijzer die op de exacte locatie van de ondertussen afgebroken kroeg opgesteld staat. Waar hij aanvankelijk het metafysische op doek projecteerde, stapte hij via de omweg van rijke creativiteit over naar steeds meer doordachte ijzeren sculpturen. De basis blijft het maken van een herkenbare creatie uit gerecupereerd ijzer. De kraanvogels zijn weg. In de plaats komen de mobielen die aanvankelijk speels zijn en evolueren naar uitgewerkte studies. Door die herkenbare evolutie is er weinig sprake van cynisme of humor door vergelijken te trekken met grote creatoren tussen Da Vinci en Panamarenko. Het lijkt er op dat er heel wat ernst in die niet eens vermeende beweeglijkheid zit. En geleidelijk aan bouwt Pierre Claes een collectie die ooit in een verzamelde staat een belangrijke boodschap zal geven over het verschil tussen creativiteit en kunstzinnigheid. Want beiden zijn ondertussen daar en dan in elkaar gegroeid.

    

'de patine' 

   

De rijkdom zit in de tientallen artiesten die door de smalle deur van de kroeg kunst hebben aangebracht. Rechtstaand, soms een plaatsje aan het tafeltje. Schilderijen aan de muur en aan de witte (...) façade. Toen de laatste kram uit de muur werd getrokken, wisselenden diverse uitbaters en maakten het roemrijke plekje tot wat de buurtbewoners noemden: "Een Louche Zake". Het laatste paar jaar waren er alleen dichtgespijkerde ramen en de deur, daarna een metalen korset met reclame. Waar tenslotte nog alleen de ratten woonden, staat nu een sierlijke bank voor eenzame harten.


Hubert Minnebo, Jef Van Tuerenhout, Willy Bosschem, Kari Bert en André Sorel
  


 
Kari Bert, Gilbert De Leger, Hubert Minebo met echtgenote

André Baert, 01.01.2003
     
Voor de Zaaltekst van de expositie met inleiding, geschiedenis van de Oostendse galerijen, deelnemers en de catalogus van de expositie: Maak je keuze 
      Vernissage Hugo Brutin    Catalogus expositie door Norbert Hostyn
  
      Historiek La Chèvre Folle door Norbert Hostyn     Geschiedenis Oostendse Galerijen door Norbert Hostyn
[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]