|
"Toen Denise Verstappen september
vorig jaar overleed, had ze minstens drie heel actieve
levens achter zich: een van kunstenaar, een van
natuurminnend organisator en een van levensgenieter.
De kunstenares kende een internationaal succes. De
natuurminnares bouwde een ecologisch centrum aan de
Belgische kust. De levensgenieter…. werd plots en
veel te vroeg in een rolwagen gekluisterd: zonder
beweging, zonder taal. En aan de zeezijde van de
revalidatie probeerde ze nog die glorie te redden in
kribbelige tekens van de natuur.
Denise Verstappen (1933-2002) is minstens een uitspraak
waard: "Kijk naar de kleine dingen."
Daaruit groeiden natuurstudies, bedenkingen over de
mens, uitbeeldingen van kernachtige sagen en
notities over die kleine dingen om ons heen."
Met deze heel kernachtige tekst werd de tentoonstelling
aangekondigd.
Drie levens en - neem het van mij aan
– een familiaal leven waarin cultuur te pas en te onpas
aan tafel bijschoof. Zij kende die andere kunst van
proportioneren niet. En delegeren was ook haar zwakste
punt. Drie expressieve levens waarin zij centraal wilde
staan. Op die manier verdeelde zij haar geliefdheid
over een ruime waaier mensen die elk vanuit hun eigen
cultuurzetel hun appreciatie op veelal uitbundige wijze
toonden. Elk voor zich en allen voor haar. Een
openhartige kunstenaar is een kwetsbare kunstenaar
waarrond dolfijnen golven maar vaak ook haaien klieven.
Wanneer dan plots die legendarische kracht een deuk
krijgt, stort een wereld in elkaar. Als tenslotte
haar grootste vriend Jan traag maar definitief afscheid
moet nemen, blijft er van die dappere vrouw nog slechts
kracht en woede over. U kent haar, ik ken haar:
wanneer ze in haar rolwagen door de straten van haar
tweede stad geduwd moest worden, sleepte ze onder haar
heldere geest een woeste dynamiek met zich mee. Het
zou haar fataal worden.
En dan doet een expositie als deze heel veel pijn want je
ziet alleen maar grenzen. Bij de opstelling van de werken
heb je naast schuldgevoelens altijd opnieuw de sensatie
van over de rand te vallen. Evoluerende originele werken
komen uit hangen, zolders en kelders. Het concept blijft
herleesbaar. De vormgeving is vaak gedateerd. En opnieuw
moeten we een sommetje maken die u als eventueel eigenaar
van een ‘Denise Verstappen’ iedere dag moet maken. In
welke mate heeft zij een tijdloos idee op een
stijloverschrijdende wijze uitgewerkt? De trotse eigenaar
of eigenares moet leven met de geschreven herinneringen.
We hebben ze uit onze kelder opgehaald en voor u hersneden
tot essentiële vragen over de doorleving.
"De weerspiegeling van een
innerlijk protest" zegt Georges Deprince in zijn
inleiding van 18 december 1982. Van een menselijk protest
zegt Roland Struys want "wat is kunst zonder
mens-zijn?" Het zou dan "oppervlakkig,
schijnheilig, snobistisch, gerobotiseerd, mat, zielloos,
inhoudloos zijn." Fred Vandenbussche voegt daarbij
een "intiem soort humor" dat ze zowel hier als
buiten de kustvlakte vindt. Anderzijds blijft ze ‘gekweld’
door die steeds terugkerende toetsen als ‘nederig’
(Norbert Hostyn en Herman Moerman) en‘bescheiden’
(Yvette De Lee). Marcel Vandamme legt in 1981 de vinger op
de oude wonde: "… ondanks haar bescheidenheid, haar
bijna schuchterheid – of misschien juist dààrom des te
overtuigender – een militante figuur (is) die het
opneemt tegen onrecht, begaan is met het leed van de
zwakken, die opkomt voor natuurbehoud en dus ook voor
natuurstudie…"
"In de mens zoekt zij naar de
innerlijke spanningen die hem tormenteren, zijn opgang en
zijn diepte, zijn verlangens, zijn deemoed en de berusting…"
schrijft nonkel "Jacques" Jack Verstappen voor
het Kasteel van Westerlo in 1981. Hugo Brutin blijft tot
1987 bij die gevoeligheid want ‘wij moeten het wellicht
hoofdzakelijk op die manier bekijken, in haar pogingen om
de realiteit zo getrouw mogelijk te benaderen, het respect
aflezen voor de door het werk, door de zon en door de tijd
getaande wezens." En verder: "Die wezens behoren
bijna tot een andere tijd…" Michiel Strumane sluit
zijn inleidende tekst van 1987 zo af: "Ik moet
toegeven dat ik een zulke universele opengesteldheid en
kennis die voor onze tijd zelden wordt, wel een beetje van
haar benijd."
Denise Verstappen draagt een engagement
plus, want het is "echte kunst die ontroert en die
blijft." Deze zinsnede komt van Gilbert Rogiers die
toen anno 1982 ongewild profetische vragen stelt:
"Waartoe zal de confrontatie van het oeuvre van
Denise Verstappen met de tand des tijds leiden? Als je het
mij vraagt: de namen van de meeste zullen vervagen in de
nevel der tijden, maar Denise Verstappen zal
blijven." Hij waagt zich ver: "Dit schrijft men
niet straffeloos iedere dag, zelfs niet om de zoveel
jaar!"
Het weergeven in tekstverband van een
gesprek botst altijd op dezelfde vlakheid: de
onmogelijkheid om de animatie van het moment weer te
geven. Je kunt enkel bepaalde karakteristieken beschrijven
met conventionele woorden. Wanneer de echtheid van een
persoon dan in zijn geheel niet te vatten is binnen
lettergrepen, rijzen de echte problemen. Wat betekenen
woorden als gevoel, romantiek, menselijkheid als je de
echte mens niet kent. Als je de echte mens niet meer kan
kennen?
Schoonheid is de zielskracht van één
mens, in ons geval een beeldende kunstenares, samengevat
tot de eenvoud van een uitbeelding, een figuur of een
concept en in die opvatting steeds beperkt door de nood
aan een vorm, waarin een kunstenares de meest individuele
gevoelens heeft gestoken. Voor zij die mij niet kennen:
met ziel bedoel ik de ontastbare en onbegrensde inspiratie
van ieder mens, zonder de beperking van de periode. Een
kunstwerk kan geslaagd genoemd worden als een bundeling
van minstens twee gevoelens door twee mensen op één
emotionele lijn komen te staan. Gelijklopend,
tegenovergesteld of zoals meestal: aanvullend. Dit
supplementaire karakter bewijst de rijpheid van minstens
twee zielswezens.
Wanneer je met deze houding naar haar
werk kijkt, kan je van Denise Verstappen dus geen
overdreven en dus onnatuurlijke schuchterheid verwachten.
Zij biedt een open dialoog die vaak eenvoudiger is dan
lijkt. Zij toont een monoloog van gemoed en gevoel in een
‘natuurlijk’ kader. Wanneer je dan die emotionele lijn
gevonden hebt en je bereid bent mee te gaan, dan stap je
naar een open boek, een levensverhaal dat slechts in
raakpunten verstaanbaar kan en wil zijn. In het geval van
Denise Verstappen vind je de mens en natuur.
In hetzelfde artikel laat ze volgende
belangrijke en in de tijd aangepaste passage noteren:
"Ze ziet haar gehele oeuvre vervuld van een brok
symboliek en een stuk sfeer, die je in een landschap of in
een portret kan terugvinden. Centraal in dat geheel staat
de mens ‘vriend’ en dat was aanleiding genoeg om haar
inhoudelijke waarde helaas te beperken tot ‘ze is lief’.
Het artikel gaat verder: "Zijn het sfeerbeelden?
Neen, want anders vervalt de inhoud en de kracht in een
anekdote zonder inhoud. Het zijn wel sfeerschilderingen,
omdat ze een sfeer geven waarin de mens opnieuw centraal
staat. Door de diepte rond de onderwerpen, soms verkregen
door het witte van de achtergrond, groeit voor ons niet
alleen een onderwerp op zich, maar ook "die kleine
schoonheid waaraan we maar al te veel voorbijgaan."
En dat is de filosofie van Denise Verstappen, noem het nu
het nu maar testament. Verworven door observatie en
omgezet naar een weinig opeisende druk die zowel
menselijk, actueel als mystiek en esoterisch kan zijn.
Ik stelde haar toen een eerste
samenvatting voor: "De werken hebben een verminderde
agressie, die op een duidelijke en menselijke manier tonen
wat eerlijk in haar omgaat. De ‘geëngageerde’ litho’s
staan in kontrast tot de rust die uit de geobserveerde
natuur komt."
Op de vraag of ze ook over de grens van
hier en nu gaat, heb ik nooit een antwoord gekregen. Ze
aanvaardt dat haar werken iemand tot rust kunnen brengen
omdat ze altijd op zoek is naar de twee componenten van
het zijn. Zij werd atheïstisch opgevoed, maar weet dat in
ieder mens iets van het ‘vreemde’ zit. Zij bekijkt het
ruim en noemt zich een humanist op zoek naar de universele
bron van het goede en het kwade. Van de liefde.
"Er is iets", zegt ze.
"Alles kan niet zomaar uit een mens komen. Het moet
van ergens afzakken naar de menselijke gedragingen. Het is
in die zin verkeerd die energie te beschouwen als een
reden om fatalistisch tegenover de wereld te staan. Ik
sluit die ‘oude’ tekst af met een open einde: "We
kunnen eigenlijk bladzijden vullen met samenvattingen van
interviews, besprekingen en theorieën. En ik neem dit als
besluit en vergeet u het niet: Dit is Denise Verstappen.
André Baert
Nieuw Oostends Tijdschrift 06.12.2003 |