(Oostende heeft teveel afscheid moeten nemen van de makers van schone kunsten. Staf Debleecker, Robert Vanheste, Gust Michiels, auteur John Gheeraert en Denise Verstappen. We hopen samen met de familie en vrienden van deze kunstenaars een visuele hommage te kunnen opbouwen. Ladies first ?)

   

Denise Verstappen

   

Antwerpen 06.01.1933 – Oostende 23.09.2002

Wat artistieke invulling betreft ligt zij heel dicht bij de basis van het idee ‘De Peperbusse’ en was ze heel regelmatig mede-initiatiefnemer van tentoonstellingen of nevenactiviteiten. Een volledige lijst exposities in binnen- en buitenland is te groots. We houden ons momenteel bij haar Oostends plastisch anker: De Peperbusse en de optelsom. 25 jaar, 300 tentoonstellingen waarvan 4 individuele van Denise Verstappen: 12.09.1979 - 06.01.1982 - 03.10.1984 - 15.04.1987.

     

"Toen Denise Verstappen september vorig jaar overleed, had ze minstens drie heel actieve levens achter zich: een van kunstenaar, een van natuurminnend organisator en een van levensgenieter.  De kunstenares kende een internationaal succes.  De natuurminnares bouwde een ecologisch centrum aan de Belgische kust.  De levensgenieter…. werd plots en veel te vroeg in een rolwagen gekluisterd:  zonder beweging, zonder taal.  En aan de zeezijde van de revalidatie probeerde ze nog die glorie te redden in kribbelige tekens van de natuur.  
Denise Verstappen (1933-2002) is minstens een uitspraak waard:  "Kijk naar de kleine dingen."  Daaruit groeiden natuurstudies,  bedenkingen over de mens,  uitbeeldingen van kernachtige sagen en notities over die kleine dingen om ons heen."
Met deze heel kernachtige tekst werd de tentoonstelling aangekondigd.

Drie levens en - neem het van mij aan – een familiaal leven waarin cultuur te pas en te onpas aan tafel bijschoof. Zij kende die andere kunst van proportioneren niet. En delegeren was ook haar zwakste punt. Drie expressieve levens waarin zij centraal wilde staan. Op die manier  verdeelde zij haar geliefdheid over een ruime waaier mensen die elk vanuit hun eigen cultuurzetel hun appreciatie op veelal uitbundige wijze toonden.  Elk voor zich en allen voor haar.  Een openhartige kunstenaar is een kwetsbare kunstenaar waarrond dolfijnen golven maar vaak ook haaien klieven.  Wanneer dan plots die legendarische kracht een deuk krijgt, stort een wereld in elkaar.  Als tenslotte haar grootste vriend Jan traag maar definitief afscheid moet nemen, blijft er van die dappere vrouw nog slechts kracht en woede over.  U kent haar, ik ken haar: wanneer ze in haar rolwagen door de straten van haar tweede stad geduwd moest worden, sleepte ze onder haar heldere geest een woeste dynamiek met zich mee.  Het zou haar fataal worden.

En dan doet een expositie als deze heel veel pijn want je ziet alleen maar grenzen. Bij de opstelling van de werken heb je naast schuldgevoelens altijd opnieuw de sensatie van over de rand te vallen. Evoluerende originele werken komen uit hangen, zolders en kelders. Het concept blijft herleesbaar. De vormgeving is vaak gedateerd. En opnieuw moeten we een sommetje maken die u als eventueel eigenaar van een ‘Denise Verstappen’ iedere dag moet maken. In welke mate heeft zij een tijdloos idee op een stijloverschrijdende wijze uitgewerkt? De trotse eigenaar of eigenares moet leven met de geschreven herinneringen. We hebben ze uit onze kelder opgehaald en voor u hersneden tot essentiële vragen over de doorleving.

"De weerspiegeling van een innerlijk protest" zegt Georges Deprince in zijn inleiding van 18 december 1982. Van een menselijk protest zegt Roland Struys want "wat is kunst zonder mens-zijn?" Het zou dan "oppervlakkig, schijnheilig, snobistisch, gerobotiseerd, mat, zielloos, inhoudloos zijn." Fred Vandenbussche voegt daarbij een "intiem soort humor" dat ze zowel hier als buiten de kustvlakte vindt. Anderzijds blijft ze ‘gekweld’ door die steeds terugkerende toetsen als ‘nederig’ (Norbert Hostyn en Herman Moerman) en‘bescheiden’ (Yvette De Lee). Marcel Vandamme legt in 1981 de vinger op de oude wonde: "… ondanks haar bescheidenheid, haar bijna schuchterheid – of misschien juist dààrom des te overtuigender – een militante figuur (is) die het opneemt tegen onrecht, begaan is met het leed van de zwakken, die opkomt voor natuurbehoud en dus ook voor natuurstudie…"

"In de mens zoekt zij naar de innerlijke spanningen die hem tormenteren, zijn opgang en zijn diepte, zijn verlangens, zijn deemoed en de berusting…" schrijft nonkel "Jacques" Jack Verstappen voor het Kasteel van Westerlo in 1981. Hugo Brutin blijft tot 1987 bij die gevoeligheid want ‘wij moeten het wellicht hoofdzakelijk op die manier bekijken, in haar pogingen om de realiteit zo getrouw mogelijk te benaderen, het respect aflezen voor de door het werk, door de zon en door de tijd getaande wezens." En verder: "Die wezens behoren bijna tot een andere tijd…" Michiel Strumane sluit zijn inleidende tekst van 1987 zo af: "Ik moet toegeven dat ik een zulke universele opengesteldheid en kennis die voor onze tijd zelden wordt, wel een beetje van haar benijd."

Denise Verstappen draagt een engagement plus, want het is "echte kunst die ontroert en die blijft." Deze zinsnede komt van Gilbert Rogiers die toen anno 1982 ongewild profetische vragen stelt: "Waartoe zal de confrontatie van het oeuvre van Denise Verstappen met de tand des tijds leiden? Als je het mij vraagt: de namen van de meeste zullen vervagen in de nevel der tijden, maar Denise Verstappen zal blijven." Hij waagt zich ver: "Dit schrijft men niet straffeloos iedere dag, zelfs niet om de zoveel jaar!"

Het weergeven in tekstverband van een gesprek botst altijd op dezelfde vlakheid: de onmogelijkheid om de animatie van het moment weer te geven. Je kunt enkel bepaalde karakteristieken beschrijven met conventionele woorden. Wanneer de echtheid van een persoon dan in zijn geheel niet te vatten is binnen lettergrepen, rijzen de echte problemen. Wat betekenen woorden als gevoel, romantiek, menselijkheid als je de echte mens niet kent. Als je de echte mens niet meer kan kennen?

Schoonheid is de zielskracht van één mens, in ons geval een beeldende kunstenares, samengevat tot de eenvoud van een uitbeelding, een figuur of een concept en in die opvatting steeds beperkt door de nood aan een vorm, waarin een kunstenares de meest individuele gevoelens heeft gestoken. Voor zij die mij niet kennen: met ziel bedoel ik de ontastbare en onbegrensde inspiratie van ieder mens, zonder de beperking van de periode. Een kunstwerk kan geslaagd genoemd worden als een bundeling van minstens twee gevoelens door twee mensen op één emotionele lijn komen te staan. Gelijklopend, tegenovergesteld of zoals meestal: aanvullend. Dit supplementaire karakter bewijst de rijpheid van minstens twee zielswezens.

Wanneer je met deze houding naar haar werk kijkt, kan je van Denise Verstappen dus geen overdreven en dus onnatuurlijke schuchterheid verwachten. Zij biedt een open dialoog die vaak eenvoudiger is dan lijkt. Zij toont een monoloog van gemoed en gevoel in een ‘natuurlijk’ kader. Wanneer je dan die emotionele lijn gevonden hebt en je bereid bent mee te gaan, dan stap je naar een open boek, een levensverhaal dat slechts in raakpunten verstaanbaar kan en wil zijn. In het geval van Denise Verstappen vind je de mens en natuur.

In hetzelfde artikel laat ze volgende belangrijke en in de tijd aangepaste passage noteren: "Ze ziet haar gehele oeuvre vervuld van een brok symboliek en een stuk sfeer, die je in een landschap of in een portret kan terugvinden. Centraal in dat geheel staat de mens ‘vriend’ en dat was aanleiding genoeg om haar inhoudelijke waarde helaas te beperken tot ‘ze is lief’. Het artikel gaat verder: "Zijn het sfeerbeelden? Neen, want anders vervalt de inhoud en de kracht in een anekdote zonder inhoud. Het zijn wel sfeerschilderingen, omdat ze een sfeer geven waarin de mens opnieuw centraal staat. Door de diepte rond de onderwerpen, soms verkregen door het witte van de achtergrond, groeit voor ons niet alleen een onderwerp op zich, maar ook "die kleine schoonheid waaraan we maar al te veel voorbijgaan." En dat is de filosofie van Denise Verstappen, noem het nu het nu maar testament. Verworven door observatie en omgezet naar een weinig opeisende druk die zowel menselijk, actueel als mystiek en esoterisch kan zijn.

Ik stelde haar toen een eerste samenvatting voor: "De werken hebben een verminderde agressie, die op een duidelijke en menselijke manier tonen wat eerlijk in haar omgaat. De ‘geëngageerde’ litho’s staan in kontrast tot de rust die uit de geobserveerde natuur komt."

Op de vraag of ze ook over de grens van hier en nu gaat, heb ik nooit een antwoord gekregen. Ze aanvaardt dat haar werken iemand tot rust kunnen brengen omdat ze altijd op zoek is naar de twee componenten van het zijn. Zij werd atheïstisch opgevoed, maar weet dat in ieder mens iets van het ‘vreemde’ zit. Zij bekijkt het ruim en noemt zich een humanist op zoek naar de universele bron van het goede en het kwade. Van de liefde.

"Er is iets", zegt ze. "Alles kan niet zomaar uit een mens komen. Het moet van ergens afzakken naar de menselijke gedragingen. Het is in die zin verkeerd die energie te beschouwen als een reden om fatalistisch tegenover de wereld te staan. Ik sluit die ‘oude’ tekst af met een open einde: "We kunnen eigenlijk bladzijden vullen met samenvattingen van interviews, besprekingen en theorieën. En ik neem dit als besluit en vergeet u het niet: Dit is Denise Verstappen.

André Baert
Nieuw Oostends Tijdschrift 06.12.2003

 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]