Gallerie De Peperbusse : 29/10/2001 - 19/11/2001.

------------------------------------------------------------------------

Thierry SAEY schilderijen

° Lommel 1952

Kunststudies :
- Stedelijke Kunstacademie Oostende (1984 - 1993)

Vermeldingen :
- 1ste prijs 'Sheba van de Belgische Kunst' Brussel (1993)
- 1ste prijs 'Nationale Prijs voor Schilderkunst Louise Dehem' Ieper (1995)
- selectie 'Europaprijs voor Schilderkunst' Oostende (1996)

Werken in openbare verzamelingen :
- Stedelijk Museum Ieper ("laat, later, te laat" en "zwart in groen")
- Museum voor Schone Kunsten Oostende ("in stilte")

Individuele tentoonstellingen :
- 1994 : Vrijzinning Laïcerend Centrum Oostende "Het speelveld"
- 1995 : Vesaliusinstituut Oostende "De gebeurtenis"
            Feest- en Kultuurpaleis Oostende "Stille optocht"
- 1997 : Museum voor Schone Kunsten Oostende "De lege spiegel"
- 1998 : U.V.V. Brussel "Onmacht"
            Kunstgalerij Vlaamse Zaal Antwerpen "Aanwezig - Afwezig"
- 2001 : Gallerie De Peperbusse Oostende "BeleveNISSEN"

Als hedendaags kunstenaar wil ik met middelen waarover men nu beschikt uiting geven aan mijn individualiteit. Inhoudelijk gebeurt dit door de werkelijkheid te benaderen i.p.v. de realiteit, plastisch verklaart dit mijn huidige keuze voor het onderzoek van pigmenten gebonden met organische middelen.

Daar ik geen maatschappelijk buitenstaander ben; weerspiegelt mijn werk de hedendaagse levensopvattingen, zijn er sporen te vinden van de aanwezige toekomst. Dit verklaart mijn keuze voor figuratie en meer bepaald mijn voorkeur voor de mens.

In een wereld waar men onderworpen is aan het volslagen toeval, waar gebeurtenissen niet onderhevig zijn aan een patroon van noodzakelijkheid, waar niets zin heeft, kan men deze chaos ondergaan of zijn bestaan uitwissen. Een bewustzijn zal om zichzelf in stand te houden zin zoeken, t.t.z. orde scheppen in de omringende chaos. Het middel daartoe is de illusie. Het aanvaarden van het bestaan houdt deze keuze voor de illusie in. Alles is illusie. Deze keuze kan onbewust berustend onderwerpen aan opgelegde illusies betekenen, maar kan ook een bewust verwerpen ervan zijn om vervolgens over te gaan op een eigen zingeving (actieve zin of passieve zin).

Wat is nu het verband met mijn keuze voor figuratie ? Mijn intuïtie vertelt me dat kiezen voor zuiver abstract zoeken is naar een andere orde, die onvermijdelijk evolueert naar een hogere orde verbonden aan geloven in een dirigent of naar een inhoudloze orde die enkel decoratieve waarde heeft. Deze risico's zijn natuurlijk ook terug te vinden bij een figuratieve aanpak, maar het lijkt me dat een uitweg aanhouden eenvoudiger blijft. Figuratie kan polyinterpretabel gebracht worden, zonder ondertitels. Blijft nog mijn voorkeur voor de mens, niettegenstaande dat wij niet het centrum van het bestaan uitmaken. De steeds veranderende rationele theoriën leiden tot de conclusie dat onze wereld niet zozeer uit feiten bestaat, maar eerder uit interpretaties. Als mens kan ik bijgevolg geen enkele uitspraak over de wereld buiten me maken zonder in antropocentrische speculaties te vervallen. Voldoende reden om de mens bewust centraal te plaatsen.

De mensheid bestaat uit individuen met een uniek innerlijk die hun eigen leven moeten regelen, maar aangewezen blijven op de anderen. Door een invoelend zien te bewerkstelligen tracht ik persoonlijke ervaringen en subjectiviteit te integreren, tracht ik het gevoelsleven van de ander te laten ontdekken. Dat ik hiermee geen maatschappelijke omwenteling zal veroorzaken staat vast, dat ligt trouwens niet in mijn bedoeling, maar ik hoop dat projectie in de uitnodigende leegte beschouwingen stimuleert.

Thierry SAEY (2001)

 

Kunstrecenties

Tekens aan de wand : De Kunst van Thierry Saey

De schilderijen van Thierry Saey zijn 'Tekens-aan-de-wand' zowel in de figuurlijke als letterlijke betekenis van het woord. De mens in zijn oeuvre is een teken van iets... Dat laatste echter laat ik in het vage want het is :ONUITSPREEKBAAR. Maar het kan ergens wel zichtbaar gemaakt worden.

Op een achtergrond van lichtgroen, vaalgroen , roestbruin wordt de gehurkte, de zittende, de kruipende, de staande mens afgebeeld. In zijn werken verschijnt hij in een ietwat ver- en geborgen, belaagde en bedreigde figuratie. Zich geborgen voelend, zich beschermd voelend, zich bedreigd voelend, zich belaagd voelend maar vooral zoekend naar iets wat moeilijk definieerbaar is...

Tussen de twee polen van geborgenheid en bedreiging beweegt zich zijn oeuvre maar toch veraanschouwelijkt en gefixeerd want het gaat in wezen om de uitbeelding van een verhoogd en een verhevigd bewustzijn.

De witte, fijne, subtiele en o zo broze lijnen van een menselijke aanwezigheid - wat een subtiele lijnvoering als contrast tegenover de keiharde materie - trilt als symbool van de geest in de korzelige verf, weerbarstig maar toch door de kunstenaar beheerst en onder bedwang gehouden.

Blijft de mens eeuwig gevangen ?
Zit hij voor eeuwig achter de tralies ?
Moet hij er een kruis over maken ?
Moet hij er een streep doorkrassen ?
(doorhalen kunnen we het niet noemen)

Staat hij voor een hindernis die hij nooit zal kunnen nemen ?
Zal hij de bocht nooit kunnen nemen ?
Kan hij wel de sprong wagen ?
Jawel, maar dan om te belanden in het niets.

Achter ramen die nooit opengaan staat hij de mens, in zijn kooi : de kamer omringt door blinde muren. De existentiële spanning van angst vereenzaming en verwachting worden in zijn oeuvre op sobere maar treffende wijze uitgebeeld. Tegenover het gesofisticeerde, de overvloed, het gezochte, het artificiële, het decoratieve, het oppervlakkige staat ZIJN EENVOUD.

Maar welke uitdrukkingskracht zit niet in die soberheid en schraalheid. Het gaat er immers om, om met een minimum aan middelen een maximum aan uitdrukkingskracht te creëren.

Het werk van Thierry Saey in je opnemen betekent meteen dat je er een rijker mens door wordt : gevoelens van angst en pijn worden er gecombineerd met gevoelens van weemoed en melancholie.

De kwetsbaarheid van ons bestaan wordt er op plastische wijze, op unieke wijze door weergegeven.

Roland LARIDON (1995)



Opvallend in zijn werk lijkt ons een vorm van esoterisme, een verborgen of niet meteen voor de hand liggend hanteren van symbolen. Zijn koloriet is beheerst en vertoeft in de eerder donkere en okerachtige tinten. Er bewegen menselijke wezens in zijn doeken, wezens die profielen zijn, eterische inkarnaties van een gedachte. Het doek wordt eveneens bevolkt door driehoeken en lijnen, door geometrie die niet zomaar is aangebracht, maar die wel het 'verhaal' dat door het personage wordt aangegeven aanvult. Het is niet meteen voor de hand liggend dat een driehoek een Freudiaanse betekenis heeft en dat vierkanten en lijnen meer zijn dan een afbakening of beeldend kompositorische elementen.

Hugo BRUTIN (De Zeewacht 1995)



Vorm en gedachte ontmoeten elkaar vrij vaak in de beeldende kunst en het siert de kunstenaar indien hij aan zijn vormentaal een diepere betekenis kan geven, iets kan oproepen dat met de geest, de spiritualiteit, het vergeestelijkte te maken heeft om aldus de kijker niet louter visueel te beroeren. In de schilderijen van Thierry Saey valt die geestelijke dimensie meteen op, in ruime mate omwille van het feit dat altijd eenzelfde personage verschijnt in een eerder summiere of beter gezegd wellicht van individuele trekken ontdane verschijning tegen een - schijnbaar - monochrome achtergrond van luminieus groen en oranjebruin of iets dergelijks.

Schijnbaar, omdat bij nauwkeuriger toezien het vlak waarin de gestalte - die een mens in het algemeen wil uitbeelden - opduikt een bewogen en geladen huid bezit waarin wordt gekrast en geschreven, vlakjes materie in reliëf zich ordenen, een andere tint die bijna gelijk is aan de moedertint die zich heeft genesteld en het zwart eigenlijk bestrooid is met donkerrode brokjes materie. Maar dat de gedachte dit alles primeert, ligt voor de hand. De mens wordt gesitueerd in een kringloop, in een ruimte waarin hij is gevangen gezet, in een stilte die drukt, in relatie met anderen, in twijfel verzonken, de mens als sjabloom bijna, als een donker teken dat via houding en situering tal van betekenissen onthult en incarneert.

Hugo BRUTIN (De Zeewacht 1997)



"Voor de Spiegel" : Het oeuvre van Thierry Saey

Thierry Saey intrigeert door zijn sober magistraal diep doorvoeld sterk existentialistisch oeuvre dat overkomt als sterk filosofisch en geduldig gegroeid en onderbouwd. Hij doet dit met een materiebeheersing en technische vaardigheid die een 'conditio sine qua non' is voor de getrouwe weergave van zijn zieleleven. Een wijsgerige boodschap, geeft hij meteen in zijn oeuvre mee.

Het is immers de Hoogste Tijd dat de mens zich - in deze hoogtechnische wereld van automatisering, computerisering en van de zo geprezen informatiesnelwegen - begint af te vragen : wie hij is en waar hij staat. Hij dient dus met kompas of passer zijn weg of middelpunt te zoeken m.a.w. zichzelf te situeren.

Gekraste, zwart en zwaar getekende, geschilderde gestalten liggen, zitten, zitten gehurkt, staan of stappen in zijn sober-eenvoudig maar sterk-prangend oeuvre.

De kunstenaar Thierry Saey drukt het zelf als volgt uit :

"In mijn werk wordt uitgedrukt hoe de mens zichzelf alsook de dingen ervaart. Geen illustratieve weergaven van de mens in zijn dagdagelijksheid of perversies van de op status (quo) gefixeerde samenleving, wel denkbeelden over oerangsten en vertwijfeling. Contourlijnen omsluiten het afwezige lichaam, kooien de geest die eenzaam opgesloten zit. Het gebrek aan persoonsgebonden informatie wijst op het universele en vergankelijke."

Tot daar de woorden van de kunstenaar.

Het is ontstaan na een lang inwijdings, rijpings- en groeiproces, waarbij alles gewikt en gewogen geworden is. We kunnen het beschouwen als oorspronkelijk, oer-degelijk en geduldig opgebouwd werk, als een uit een boom rijp gevallen vrucht zoals R.M. Rilke het ooit zo beeldrijk uitgedrukt heeft, in zijn 'Briefe an einen jungen Dichter' : 'Geduld ist Alles'.

Bescheiden, sober en stil als hij is in de dagelijkse omgang des te indringender, pregnanter en overtuigender komt hij over in z'n oeuvre.

Roland LARIDON (1998)