Als hedendaags kunstenaar wil ik met middelen
waarover men nu beschikt uiting geven aan mijn individualiteit.
Inhoudelijk gebeurt dit door de werkelijkheid te benaderen i.p.v.
de realiteit, plastisch verklaart dit mijn huidige keuze voor het
onderzoek van pigmenten gebonden met organische middelen.
Daar ik geen maatschappelijk buitenstaander
ben; weerspiegelt mijn werk de hedendaagse levensopvattingen, zijn
er sporen te vinden van de aanwezige toekomst. Dit verklaart mijn
keuze voor figuratie en meer bepaald mijn voorkeur voor de mens.
In een wereld waar men onderworpen is aan het
volslagen toeval, waar gebeurtenissen niet onderhevig zijn aan een
patroon van noodzakelijkheid, waar niets zin heeft, kan men deze
chaos ondergaan of zijn bestaan uitwissen. Een bewustzijn zal om
zichzelf in stand te houden zin zoeken, t.t.z. orde scheppen in de
omringende chaos. Het middel daartoe is de illusie. Het aanvaarden
van het bestaan houdt deze keuze voor de illusie in. Alles is
illusie. Deze keuze kan onbewust berustend onderwerpen aan
opgelegde illusies betekenen, maar kan ook een bewust verwerpen
ervan zijn om vervolgens over te gaan op een eigen zingeving
(actieve zin of passieve zin).
Wat is nu het verband met mijn keuze voor
figuratie ? Mijn intuïtie vertelt me dat kiezen voor zuiver
abstract zoeken is naar een andere orde, die onvermijdelijk
evolueert naar een hogere orde verbonden aan geloven in een
dirigent of naar een inhoudloze orde die enkel decoratieve waarde
heeft. Deze risico's zijn natuurlijk ook terug te vinden bij een
figuratieve aanpak, maar het lijkt me dat een uitweg aanhouden
eenvoudiger blijft. Figuratie kan polyinterpretabel gebracht
worden, zonder ondertitels. Blijft nog mijn voorkeur voor de mens,
niettegenstaande dat wij niet het centrum van het bestaan
uitmaken. De steeds veranderende rationele theoriën leiden tot de
conclusie dat onze wereld niet zozeer uit feiten bestaat, maar
eerder uit interpretaties. Als mens kan ik bijgevolg geen enkele
uitspraak over de wereld buiten me maken zonder in
antropocentrische speculaties te vervallen. Voldoende reden om de
mens bewust centraal te plaatsen.
De mensheid bestaat uit individuen met een
uniek innerlijk die hun eigen leven moeten regelen, maar
aangewezen blijven op de anderen. Door een invoelend zien te
bewerkstelligen tracht ik persoonlijke ervaringen en
subjectiviteit te integreren, tracht ik het gevoelsleven van de
ander te laten ontdekken. Dat ik hiermee geen maatschappelijke
omwenteling zal veroorzaken staat vast, dat ligt trouwens niet in
mijn bedoeling, maar ik hoop dat projectie in de uitnodigende
leegte beschouwingen stimuleert.
Thierry SAEY (2001)
Tekens aan de wand : De Kunst van Thierry
Saey
De schilderijen van Thierry Saey zijn
'Tekens-aan-de-wand' zowel in de figuurlijke als letterlijke
betekenis van het woord. De mens in zijn oeuvre is een teken van
iets... Dat laatste echter laat ik in het vage want het is
:ONUITSPREEKBAAR. Maar het kan ergens wel zichtbaar gemaakt
worden.
Op een achtergrond van lichtgroen, vaalgroen ,
roestbruin wordt de gehurkte, de zittende, de kruipende, de
staande mens afgebeeld. In zijn werken verschijnt hij in een
ietwat ver- en geborgen, belaagde en bedreigde figuratie. Zich
geborgen voelend, zich beschermd voelend, zich bedreigd voelend,
zich belaagd voelend maar vooral zoekend naar iets wat moeilijk
definieerbaar is...
Tussen de twee polen van geborgenheid en
bedreiging beweegt zich zijn oeuvre maar toch veraanschouwelijkt
en gefixeerd want het gaat in wezen om de uitbeelding van een
verhoogd en een verhevigd bewustzijn.
De witte, fijne, subtiele en o zo broze lijnen
van een menselijke aanwezigheid - wat een subtiele lijnvoering als
contrast tegenover de keiharde materie - trilt als symbool van de
geest in de korzelige verf, weerbarstig maar toch door de
kunstenaar beheerst en onder bedwang gehouden.
Blijft de mens eeuwig gevangen ?
Zit hij voor eeuwig achter de tralies ?
Moet hij er een kruis over maken ?
Moet hij er een streep doorkrassen ?
(doorhalen kunnen we het niet noemen)
Staat hij voor een hindernis die hij nooit zal
kunnen nemen ?
Zal hij de bocht nooit kunnen nemen ?
Kan hij wel de sprong wagen ?
Jawel, maar dan om te belanden in het niets.
Achter ramen die nooit opengaan staat hij de
mens, in zijn kooi : de kamer omringt door blinde muren. De
existentiële spanning van angst vereenzaming en verwachting
worden in zijn oeuvre op sobere maar treffende wijze uitgebeeld.
Tegenover het gesofisticeerde, de overvloed, het gezochte, het
artificiële, het decoratieve, het oppervlakkige staat ZIJN
EENVOUD.
Maar welke uitdrukkingskracht zit niet in die
soberheid en schraalheid. Het gaat er immers om, om met een
minimum aan middelen een maximum aan uitdrukkingskracht te
creëren.
Het werk van Thierry Saey in je opnemen
betekent meteen dat je er een rijker mens door wordt : gevoelens
van angst en pijn worden er gecombineerd met gevoelens van weemoed
en melancholie.
De kwetsbaarheid van ons bestaan wordt er op
plastische wijze, op unieke wijze door weergegeven.
Roland LARIDON (1995)
Opvallend in zijn werk lijkt ons een vorm van esoterisme, een
verborgen of niet meteen voor de hand liggend hanteren van
symbolen. Zijn koloriet is beheerst en vertoeft in de eerder
donkere en okerachtige tinten. Er bewegen menselijke wezens in
zijn doeken, wezens die profielen zijn, eterische inkarnaties van
een gedachte. Het doek wordt eveneens bevolkt door driehoeken en
lijnen, door geometrie die niet zomaar is aangebracht, maar die
wel het 'verhaal' dat door het personage wordt aangegeven aanvult.
Het is niet meteen voor de hand liggend dat een driehoek een
Freudiaanse betekenis heeft en dat vierkanten en lijnen meer zijn
dan een afbakening of beeldend kompositorische elementen.
Hugo BRUTIN (De Zeewacht 1995)
Vorm en gedachte ontmoeten elkaar vrij vaak in de beeldende kunst
en het siert de kunstenaar indien hij aan zijn vormentaal een
diepere betekenis kan geven, iets kan oproepen dat met de geest,
de spiritualiteit, het vergeestelijkte te maken heeft om aldus de
kijker niet louter visueel te beroeren. In de schilderijen van
Thierry Saey valt die geestelijke dimensie meteen op, in ruime
mate omwille van het feit dat altijd eenzelfde personage
verschijnt in een eerder summiere of beter gezegd wellicht van
individuele trekken ontdane verschijning tegen een - schijnbaar -
monochrome achtergrond van luminieus groen en oranjebruin of iets
dergelijks.
Schijnbaar, omdat bij nauwkeuriger toezien het
vlak waarin de gestalte - die een mens in het algemeen wil
uitbeelden - opduikt een bewogen en geladen huid bezit waarin
wordt gekrast en geschreven, vlakjes materie in reliëf zich
ordenen, een andere tint die bijna gelijk is aan de moedertint die
zich heeft genesteld en het zwart eigenlijk bestrooid is met
donkerrode brokjes materie. Maar dat de gedachte dit alles
primeert, ligt voor de hand. De mens wordt gesitueerd in een
kringloop, in een ruimte waarin hij is gevangen gezet, in een
stilte die drukt, in relatie met anderen, in twijfel verzonken, de
mens als sjabloom bijna, als een donker teken dat via houding en
situering tal van betekenissen onthult en incarneert.
Hugo BRUTIN (De Zeewacht 1997)
Thierry Saey intrigeert door zijn sober
magistraal diep doorvoeld sterk existentialistisch oeuvre dat
overkomt als sterk filosofisch en geduldig gegroeid en onderbouwd.
Hij doet dit met een materiebeheersing en technische vaardigheid
die een 'conditio sine qua non' is voor de getrouwe weergave van
zijn zieleleven. Een wijsgerige boodschap, geeft hij meteen in
zijn oeuvre mee.
Het is immers de Hoogste Tijd dat de mens zich
- in deze hoogtechnische wereld van automatisering,
computerisering en van de zo geprezen informatiesnelwegen - begint
af te vragen : wie hij is en waar hij staat. Hij dient dus met
kompas of passer zijn weg of middelpunt te zoeken m.a.w. zichzelf
te situeren.
Gekraste, zwart en zwaar getekende,
geschilderde gestalten liggen, zitten, zitten gehurkt, staan of
stappen in zijn sober-eenvoudig maar sterk-prangend oeuvre.
De kunstenaar Thierry Saey drukt het zelf als
volgt uit :
"In mijn werk wordt uitgedrukt hoe de
mens zichzelf alsook de dingen ervaart. Geen illustratieve
weergaven van de mens in zijn dagdagelijksheid of perversies van
de op status (quo) gefixeerde samenleving, wel denkbeelden over
oerangsten en vertwijfeling. Contourlijnen omsluiten het afwezige
lichaam, kooien de geest die eenzaam opgesloten zit. Het gebrek
aan persoonsgebonden informatie wijst op het universele en
vergankelijke."
Tot daar de woorden van de kunstenaar.
Het is ontstaan na een lang inwijdings,
rijpings- en groeiproces, waarbij alles gewikt en gewogen geworden
is. We kunnen het beschouwen als oorspronkelijk, oer-degelijk en
geduldig opgebouwd werk, als een uit een boom rijp gevallen vrucht
zoals R.M. Rilke het ooit zo beeldrijk uitgedrukt heeft, in zijn
'Briefe an einen jungen Dichter' : 'Geduld ist Alles'.
Bescheiden, sober en stil als hij is in de
dagelijkse omgang des te indringender, pregnanter en overtuigender
komt hij over in z'n oeuvre.
Roland LARIDON (1998)