Gallerie De Peperbusse

02/11/02 - 24/11/02

----------------------

Jan MICHIELS schilderijen - bronzen beelden - grafiek

° Oostende 9 februari 1953

Kunststudies
- Bouwkundig tekenen en sierkunst V.T.I. Oostende
- Opleiding in atelier van vader Gust Michiels

Selekties
- 2000 : wedstrijd voor schilderkunst Vermeylenfonds Oostende

Intro
Er komt een 'moment' dat men zich eindelijk kan uitleven. De jaren van 'gestolen' tijd om zich creatief bezig te houden zijn voorbij.
Het aanvoelen en bewerken van verschillende materialen werden reeds vroeger aangeleerd in het atelier van vader Gust Michiels, versterkt door een schoolopleiding bouwkundig tekenaar.
De gave en de kennis werden aangevuld met praktijk in het atelier.
Na jaren rijpen van ideeën en het opslaan van levenservaring, komt de doorbraak van een eigen kunsttaal "TRIANGULAIR", samenhangend door driehoeken, in ieder vlak zijn kleur, vormgeving en expressie gevangen.
Door gebruik te maken van verschillende disciplines, als grafiek, pastel, schilderen en beeldhouwen, met als belangrijkste begrip "DE DRIEHOEK IN AL ZIJN FACETTEN" en deze samen te smelten, ontstaat een geheel van figuratie en stijl.
(Jan MICHIELS 2002)

Al bij zijn eerste werken geeft Jan Michiels, zoon van de onvolprezen Oostendse beeldhouwer Gust Michiels, blijk van een eigenzinnige vormgeving en een daaraan verbonden beeldende durf. Hij schildert, etst en snijdt houten vormen die later bronzen moeten worden.
Hij heeft zichzelf een beperking opgelegd die onvermijdelijk gevolgen heeft voor zijn vormentaal, namelijk het werken met driehoeken. Hij is de schepper van het triangulaire beeld. 
Wie met driehoeken werkt bouwt structuren op en moet een oplossing vinden voor wat eigenlijk het best of het makkelijkst via een cirkel of een glooiing wordt weergegeven. Zijn vrouwenfiguren kunnen dus nauwelijks mollige wezens worden met bolle vormen. Toch kan hij het wel suggereren.
Net zoals zijn broer Dirk 'Dick', is hij bouwkundig tekenaar. Men is geneigd te stellen dat zoiets in zijn werken zichtbaar is. Met zo een opleiding kan men echter alle kanten uit. Hier was de keuze duidelijk en zijn de resultaten bevreemdend en intrigerend.
Ondanks de strenge beperking van het stapelen en het in elkaar passen van driehoeken is de diversiteit van zijn figuren en taferelen groot. Soms bereikt hij een fantasmagorische sfeer die iets surrealistisch heeft. Een andere keer denkt men aan een art deco figuur. Nog een andere keer verrast een veelheid van kleuren die allen hun eigen ruimte hebben ingenomen en daarvan niet afwijken. Sommige van zijn naakten, zoals het 'Mijmerend meisje' in gele pasteltinten, lijkt heel even reeël en oogt dan weer sensueel omwille van de houding en de gebaren maar ook door de vormentaal.
Af en toe verschijnt een cirkel zoals in de ets en de sculptuur 'Druppels', waarin figuurtjes leven die in hun driehoekigheid zich toch aan de vorm van een vallende druppel hebben aangepast. Merkwaardig in zijn zelfs kleinere sculpturen is hun monumentaliteit en tevens het feit dat zij van alle kanten kunen worden bekeken en een harmonisch geheel vormen.
Harmonie is een term die past bij zijn werk en daarnaast ook een flink stuk vervreemding omwille van de vlakverdeling en de dwangbuis waarin zijn figuren driehoekig en toch gratievol zijn ondergebracht.
Jan Michiels staat aan het begin van een kunstenaarscarrière en dat sluit een aantal beperkingen in. Het is echter meteen al duidelijk dat hij een beeldende persoonlijkheid bezit en die wil uitbouwen. Wij kijken met belanstelling uit, want de eerste tekenen zijn meer dan hoopgevend.

(Hugo BRUTIN, kunstcriticus oktober 2002)

* * * * *

Gust MICHIELS kunstschilder - beeldhouwer - etser
° St. Amandsberg (Gent) 16 juni 1922

Kunststudies
Beeldhouwen, grafiek, bouwkunde aan de Academies van Oostende en Gent

Exposeert

sedert 1941

Kunstrecenties

De laatste decennia heeft de beeldhouwkunst een aantal veranderingen of groeiprocessen gekend. Haar assemblage-sfeer heeft zich op gigantische manier uitgebreid, zodanig dat velen die zich als een volwaardig beeldhouwer aanzien nauwelijks in een steen of een blok hout hebben gekapt.. Zij stapelen gewoon en brengen allerlei "vondsten" met elkaar in verband, te pas en te onpas. Maar daar gaat het nu niet over. Ook in het zuivere en reeële beeldhouwen, dat wil zeggen het kappen in bij voorkeur steen worden andere aksenten gelegd. Het lijkt wel alsof de breuklijn van een steen, de blessure, meer emoties oproept dan de sierlijk ietwat gekunstelde gewreven en gepolijste gestalte. Die evolutie, die hedendaagse sensibiliteit, is ook in het beeldhouwwerk van Gust Michiels merkbaar, zij het dan op een eigen en onvervalste wijze.
Nu is het wel zo dat in het volledig oeuvre van Gust Michiels vorm en gedachte op merkwaardige wijze in elkaar versmelten en dat in de loop der jaren de basisgedachte op steeds subtieler en ook meer gedurfde manier wordt weergegeven en in de verschijningsvorm wordt geïntegreerd
. Het is bekend dat in het beeldhouwwerk van Gust Michiels de band met de zee en de mensen daarrond, met visserij en vissersvolk, met natuur en kultuur op heel bijzondere en niet eerder geziene manier wordt uitgebouwd en weergegeven. Het merkwaardige daarbij is dat een zo ideale osmose of noem het versmelting is bereikt dat de argeloze en niet ingewijde toeschouwer niet meteen merkt maar toch wel een beetje aanvoelt dat de vrouwengestalte of het vrouwelijk gelaat het zacht strelen of het harde beuken van de wind in zich draagt, dat haar haartooi de spitse vorm van een vis of het gestroomlijnde van een schelp suggereert, oproept en eigenlijk ook herhaalt, dat de mond niet alleen de beweging van naar een bepaald punt toelopende lippen vertolkt, maar ook nog iets anders is, dat het gehele wezen inderdaad een sierlijk en bijna triomfantelijk jeugdig zijn oproept maar daarnaast ook de versteende gestalte is van een emotie, een gedachte, een betrokkenheid, dat wil zeggen op de eerste plaats iets dat buiten de materie bestaat en er toch in gevat werd. Het komt erop neer dat in de beelden van Gust Michiels telkens meer leeft en langzaam ontluikt dan de som van ritmes en modules, van vlakken en van harmonieën.
(Hugo BRUTIN, kunstcriticus De Zeewacht 1992)

Gust Michiels : "Nog lang niet klaar"

"Mijn leven lang heb ik honderden opdrachten uitgevoerd. Nu heb ik het gevoel dat ik nog lang niet klaar ben."
Gust Michiels heeft naar eigen zeggen tijdens zijn leven te weinig tijd gehad om te exposeren.
"Altijd was ik druk in de weer met het afwerken van opdrachten. Op die manier staat mijn werk een beetje over heel Vlaanderen. Een opdracht houdt natuurlijk een beperking in voor een kunstenaar."
Aan inspiratie heeft Gust Michiels geen gebrek.
"Mijn hoofd zit boordevol ideeën. Niet dat ik nieuwe thema's aanboor. Ik heb mijn eigen weg gevonden : veel van mijn werken gaan over de vergroeiing van de mens met zijn beroep. Hoe een vissersvrouw op de duur zelf het uitzicht krijgt van een vis. En natuurlijk, de zee en de wind. Daarover gaat mijn werk. Het is in de manier van vormgeven die ik blijf evolueren".
"Al lagen mijn roots in het Gentse, toch heb ik altijd geweten dat ik niet meer van de zee weg zou gaan. De zee, dat is de vrijheid, de ruimte. In het binnenland word ik bevangen door een gevoel van begrenzing. Als jonge knaap heb ik uren rondgezworven aan de visstrap. Uit die jaren stamt mijn liefde voor de vissersvrouwen. Door de jaren heen heb ik die figuren uitgeklaard; lijnen weglaten en de vereenvoudigd ".
(Bruno WYNS, journalist Het Nieuwsblad 1992)

Kunstenaar viert talent bot op hout en marmer

We kennen Gust tot op de draad en we weten dat hij sterk aan het groeien ging toen hij die opdrachten van keramiek kwijt was. Gust heeft zijn leven lang getekend, geschetst en gekrabbeld, maar zijn talent zou hij vooral met hout en marmer 'botvieren'. Op beeldhouwen is hij verslingerd en hij zei het ons eens zo : "Uit die ruwe harde materie is er nieuw leven te halen en dat is voor mij de hoofdzaak."
(Jan Guillemin, Kunstjournalist Het Volk 1992)


Van beeld naar steen

Zo kan je de evolutie van Gust Michiels vatten. Aanvankelijk was er de figuratieve maar symbolische uitbeelding van de vissersvrouw die nog alle zee-attributen geaksentueerd bij zich hadden : vismondje, schelphaar, windlijnen, ... Naar aanleiding van de grote retrospektieve in het Stedelijk Museum, was voor de twee keer duidelijk geworden waar de evolutie te vinden was. De inhoud bleef herkenbaar, maar de steen zelf kreeg meer waarde.
Logisch, denk je, want iedereen wil modern doen. Juist, maar bij Gust Michiels kan je die verdenking op je bil schrijven, want zijn leeftijd, dus lange evolutie, duidt op een gestaag opgaan in die gezuiverde richting. Van figuratief naar figuratief werk met restjes natuursteen, maar natuursteen waarbinnen de vorm van een zeeminnend-personage nog herkenbaar maar door de wind aangetast is.
Karakter dus, waardoor de tastbaarheid van de materie belangrijk wordt. Een brok Spaanse marmer is de aanleiding tot het afvlakken van segmenten tot een figuur, blokking en gelijnd, waarin de elementen onderhevig zijn aan de natuurlijkheid van marmer. Er is niet meer de blessure of de breuk alleen. Er is eerst en vooral die blessure, die eigenheid, en dan pas de be-werking.
In enkele stukken gaat Gust Michiels zo ver dat de steen alleen blijft en er helemaal geen plaats is voor het verhalende, of 't moet vanuit de taster-kijker komen.
 
(André BAERT, kunstrecensent Tijdingen 1992)

* * * * * * * * * *