OPEN DOOR KOKSIJDE 2001

INTRO 1/06/2001

Ik heb gehuild toen de Sea King nogmaals overwoekerde. Eerst was er een zacht bevrijdend geluid waartussen een dieper gebrom zijn weg zocht. Met knalletjes, krakelingen als pijnscheuten en dan de buikige kracht die aan zoveel drenkelingen de zekerheid van redding heeft gegeven. Ze komt als een geheim vanachter een duin of over een hoog huis. Met een licht golvende balletpasje verschuilt ze de robuustheid van de opwachtende romp.

Ik heb gehuild met de Sea King omdat de turbulente macht pakken pollen in mijn ogen en neus gepompt heeft. Seizoenspijn die blijkbaar geen leeftijd kent. Nu voor het eerst, ongeveer net over de 45 en was ik dus een gevechtsvlieger geweest, dan werd ik buitenstrijd op rust gezet. Ik blijf een vechter. Vaak tegen molens, geen wieken wegens te veel wind, met onuitwisbare woorden op papier. Ook die pijn blijft, leeftijdsloos.

De kolonel-bijna-op-rust Emants-Gast had het in een zacht en zuiver Nederlands gezegd: dit moet gevierd worden. 25 jaar Sea King en doe er maar 30 jaar Alouette III, 40 jaar Heliflight Koksijde en 50 jaar Hawker – Hunter bij. 5 jaar heeft hij er ondertussen aan gedokterd. Samen met het organisatorisch kruim van de Luchtmachtbasis van Koksijde. Het mooie blauw in de Blue Room, blauwe ogen en achteraf fier grijs haar. De doelwitten nummer 2 van de betalende Spotters die gemakkelijk €50 betalen voor een fotosessie. Er waren voor de start al 200 inschrijvingen en in Griekenland zaten enkele Belgische spotters in de cel wegens vermende spionage. ‘This is the right time, in the right place and with the right people.’ Het recept voor een verbluffend, boeiend, gezellig opendeur weekend van de basis Koksijde. ‘De mooie opdracht die we hebben’ wordt geleid door een kolonel die zichzelf een manager noemt. Hij dient zijn personeel.’ Nog tot 27 september.

Koksijde - De Seekings

DE SHOW07/07/2001…..

We hadden geluk: vroeg ‘geland’ met de bus. Drie van de vier kinderen meegenomen. De twee jongens zijn stapel op die brommende en knetterende toestellen. Nu toch, maar vroeger kropen ze dicht bij mama’s (voor hen) veilige borst of brulden ze na de middag de helft van het wegsoezende grasplein wakker. Geluk want in alle rust konden we toestel na toestel bekijken en toch steeds terugvallen op de piloten die in alle houdingen staan, liggen (de Duitsers lagen allemaal plat bij hun namaakkip en bierkan) of zitten bij hun obsessie. Ze geven met een nonchalante fierheid formeel hun handtekening met naam en graad in het zelfgemaakt notaboekje. De catalogus sparen we voor de huisbibliotheek. Dat menselijke contact maakt voor ons de hoofdtoon.

Wij gaan altijd toestel en mens kijken. En verbaasd staren naar de absurd volversierde liefhebbers die als onechte piloten door de massa slenteren, met een kalmte die in de boeken en.

films over de Battle of Britain spreekwoordelijk was maar hier aan de rand van bespot worden beweegt

Daarboven een beeld van spanning en weerstand wanneer een vliegtuig na een rechte vlucht hoog en snel draait en altijd de indruk geeft plots veel trager vooruit te bewegen, te vechten tegen de kracht die vleugels doet kraken. De tanoy bespreekt type en beweging, geeft naam en toenaam aan de voorbijflitsende piloot die gelukkig vaak (maar nog te weinig) de klank van zijn tactische orders, vragen en suggesties over het vliegveld drapeert. De gids van dienst is heel ernstig met zijn taak bezig. Spijtig van dat overdonderend en veeleisend muziekkabaal tussendoor. Bij de helikopters van de Amerikaanse ‘Cavalery’ blijft de ‘smell of napalm in the morning’ hangen. Daar geraken ze nooit meer vanaf. Maar die matzwarte herinnering versoepelt in de statische presentatie van die prachtige toestellen die altijd een geheim verbergen. Over daden of kunde.

….. en de VERWARRING

Tijdens de Open Door herhaalde men tergend regelmatig dat de media verkeerde informatie doorgegeven zouden hebben. Er was namelijk wel een statische en een actieve gebeurtenis, lees expositie en vluchten, maar er waren geen patrouilles.

Blijkbaar gaat het om een naamverwarring en daaraan gekoppeld het logisch dooreenschudden van de inhoud. Het ligt voor de hand dat een Airshow, een luchtshow of een Open Door van een luchtmachtbasis vliegtuigbewegingen met zich meebrengt. En welke: iedereen herinnert zich vooral de spectaculaire teams die met kleurvertoon in ruit, hart of vuurwerk door de lucht dansen. Ik ook, maar de boodschap op de persvoorstelling is anders: het Ministerie van Landsverdediging heeft besloten per jaar slechts één officiële Air-Meeting zal zijn, namelijk in Florennes. En daar gaan de internationale patrouilles dan naar toe.

Verwarring dus, maar de fout mag je niet volledig in de schoot van de ‘verzamelde pers’ leggen. De Luchtmachtbasis Koksijde was mondeling héél duidelijk, maar schriftelijk niet. De gebruikte woorden waren: vliegdemonstraties, vliegmeeting, open door tot Airshow als hoofding bij de correspondentie. Men was duidelijk: vliegdemonstraties met helikopters en vliegtuigen. De voorlopige lijst van statics en flying zou voor de aandachtige schrijver voldoende geweest moeten zijn. Ik heb mijn best gedaan, maar – en dat is spijtig – er staat nergens geschreven dat er géén gekende TEAMS zullen zijn. En dan zijn de kleiner onduidelijkheden verstaanbaar: "Luchtspektakel, paradetuigen van de buitenlandse korpsen" (BN in Nieuwsblad) en "Vliegtuigen, solo en in patrouille" (MMA in Nieuwsblad)

Het Boek

Ik heb niet meteen ervaring met de ‘feeling’ van een boek over luchtvaart, maar de uitgave van "25 jaar Sea King in de Belgische Luchtmacht" door Lambert J. Derenette bij Snoeck-Ducaju&zoon voelt heel uitnodigend aan. Stevige kaft en binding, niet te stugge omslaan van het blad, ruim geschikt zodat alles makkelijk leesbaar is, gelukkig geïllustreerd met zo’n 200 foto’s zodat de (onbewezen) saaiheid van cijfers en letters heel regelmatig versierd kan worden. Ik leg de nadruk op een foto van Peter Maenhoudt op p 127. Ook de achterzijde is leuk meegenomen: een pittige redster kijkt naar de vliegende redder.

Ik hou van dit boek omdat men tot in de details geprobeerd heeft de aantrekkingskracht zo subtiel mogelijk te richten naar alle liefhebbers op alle niveaus: de freak die iedere vlucht noteert, de romanticus die aan iedere Sea King een drenkeling koppelt, de nuchtere vakantieganger die daar zijn veilige duik erkent, … Er is voor iedereen iets. Over vissen die, meegesleurd door de Sea King, vliegende vissen worden, over zoeken en niet vinden, over een kleine staking en de onafgewerkte afspraken van 1984 over hulp bij branden in hoogbouw.

 

Rijk geïllustreerd en leesbaar naslagwerk

Je moet alleen de lange maar duidelijke inhoudstafel volgen en je komt terecht. Zowel voor de kleurtjes op je modelbouw als voor de wiskundige vergelijking tussen redden en verzuipen.

Ik geef dus toe dat ik aanvankelijk zwaar twijfelde aan het ruime interesseveld voor zo’n boek. Maar na lange leessessies moest ik toegeven dat ik geen enkele oude vraag meer had over de geschiedenis van de Sea King en de drukke dagen van de piloten die theoretisch sedert 1975 en praktisch vanaf 8 november 1976 een tastbare ‘reddende engel’ zijn.

Er staan meer dan alleen de‘markante feiten (p.9) ’ zoals auteur Lambert J Derenette het noteert. Over machines en mensen, want ‘laten we niet vergeten dat toestel en bemanning een (h)echt team vormen dat ongeacht de opdracht of het weer steeds op de barricaden staat en daardoor reeds veel menselijk leed heeft kunnen voorkomen.(p.11)"

Meer nog, zegt de Gouverneur, "Het is een elite-eenheid die onze buurlanden ons benijden en waarop onze buurlanden ook veelvuldig een beroep doen. (p.12)"

Een familie die twee dagen na de rustige persconferentie meteen mocht uitvliegen om een garnaalkruier op te sporen en helaas na lang reanimeren moesten afstaan aan de tijd. "We maken hier lange dagen, het is ook soms wachten op een scramble. Maar ze mogen me op gelijk welk moment van de nacht wakker maken, ik ben er meteen," zegt piloot Kris Saman bij Bart Noels.(Nieuwsblad 06.07.2001). "Ik heb het me nog een seconde beklaagd. Ik beleefde hier inmiddels negen fantastische jaren. Tijdens een oproep is de inzet van onze bemanning 200 procent. Als de bel rinkelt, gaan we er voor." (Bij Yvan Naesen, Nieuwsblad 25.06.2001). De auteur kon geen mooiere afsluiting bedenken dan de ingelaste dankbrieven van de geredde mensen die ook op de Open Doordag uitgenodigd waren.

  André BAERT (21062001+ 11072001)