|
Augustus 2001: ik had hem, eerlijk
gezegd, al een tijdje uit mijn gedacht gezet. Hij is niet
groot en zit eindeloos roerloos op zijn gat te kijken naar
de zee. Hij laat alles over zich heen gaan. Hij is zelfs
te lui om zijn vest uit te doen. En dan die ouderwetse
hoed op zijn hoofd. Dat hij geniet van de zee? Let maar
eens goed op: hij is een navelstaarder. Hij heeft de
indruk na te denken, maar zijn benen en voeten zijn
blijkbaar belangrijker dan de mensen die hem vreemd
aanstaren of de snelheid van het opkomende tij.
Tot ik hem rechtopstaand zag op het binnenplein van het
kasteel van Sint-Georges boven Lissabon. |
|
Dezelfde vest, dezelfde hoed. Maar hij
leek zo ernstig. Hij keek recht voor zich uit, het hoofd
een beetje naar omhoog zodat hij precies onder de rand van
zijn hoed de muren van het kasteel kon zien. Of keek hij
naar de tentoonstelling grote sculpturen van die Belgische
kunstenaar Jean-Michel Folon, keek hij naar iets van
zichzelf, verderop tussen de hoge wallen en omfloerst door
de klassieke gitaar van een verfijnd straatmuzikant. Toen
wist ik het: hier staat een dichter.
En toen begreep ik: daar zit diezelfde dichter in
verwondering voor de vormen die de golven om hem heen
maken. |
|
Drie meter zuidwaarts van de bronzen
Portugese dichter Pessoa van Folon staat een imposant
informatiepaneel dat voor een kwart bestaat uit een foto
van Folon bij het zittend figuurtje op de golfbreker nabij
het Albertplein in Knokke. Dat doet je iets. Plotseling is
Europa nog rijker geworden en is de afstand nog slechts
zó ver als het oproepen van de herinneringen duurt. Een
zittende dichter in de Noordzee, een starende dichter bij
de Taag tegenover de Atlantische Oceaan. En zo heeft
Knokke er nog een wereldberoemd beeld bij.
Jean-Michel Folon (Ukkel 1934) is een van de weinige
Belgische kunstenaar die de twee hoofdeigenschappen van de
echte artiest heeft weten te combineren tot een lang
succesverhaal. Werken en werkend – il dessine tous les
jours - een eigen stijl ontwikkelen die authentiek en
uiteindelijk ook innoverend is. Vanaf de woelige jaren
1968 ontbreekt hij nergens.
|
|
Als prille dertiger is hij te gast in
Tokio, Osaka en New York. Dichter bij huis is dat Brussel
Venetië en Milaan. Het is alsof hij zijn artistieke
carrière perfect kan uitstippelen. Over gans de wereld en
over een ruime selectie technieken.
Muurschilderingen, voorpagina’s van tijdschriften,
decors voor toneel en opera, het illustreren van de
wereldliteratuur en vanaf zijn 50ste verjaardag
overal gelauwerd worden met retrospectieven en grote
titels. In 1997 exposeert hij in het Casino van Knokke
waar hij het bronzen beeld meteen op de golfbreker zet.
Het werk wordt twee jaar later aangekocht. In 1999 krijgt
hij een godenopdracht: het tekenen van de vlag voor de
Palio van Siënna. Een jaar later wordt de Fondation Folon
opgericht in het Domein Solvay bij Brussel. "Vanaf nu
kan men al zijn werk op één plaats samen zien."
Folon is thuisgekomen. Na één jaar hebben 80.000
bezoekers de 300 werken in de 14 zalen bezocht. Voor de
liefhebber is er dan nog www.folon-art.com
met info en prijs. |
|
Ondertussen staat de blinde filosoof,
de dichter zonder mond, over gans wereld. Hij denkt en uit
de poëzie van zijn stilte leren we dat iedereen een vrij
is en dat de zee altijd over ons waakt. |
|
Als een beeldhouwer die altijd meester
is over zijn model. In het zeewater bij Knokke denkt de
stille man aan de zon van Lissabon en die paar zinnen uit
het gedicht van 900 verzen van Pessoa |
|
De ode van de zee
"Alleen op
de verlaten kade, op deze zomermorgen,
kijk ik in de richting van de ree, kijk ik naar het
onbegrensde,
kijk ik, en zie met welgevallen hoe,
klein zwart en duidelijk,
een pakketboot binnenvaart.
Hij nadert, heel veraf nog,
scherp omlijnd,
klassiek op zijn manier.
Achter zich in de verre lucht laat hij zijn ijle schreef
van rook.
Hij komt binnen
en de morgen komt mee binnen,
en het zeeleven ontwaakt,
hier, daar, op de rivier,
zeilen worden gehesen, sleepboten stomen op,
sloepen verschijnen van achter de schepen in de haven.
Er staat een bries.
Maar mijn ziel behoort aan wat ik hinder zie,
aan de pakketboot die binnenkomt,
want die behoort de verte,
behoort de morgen,
de maritieme inhoud van dit ogenblik,
de zoete pijn die in mij opwelt als een walging,
een willen kokhalzen, maar in de geest."
(Fernando Pessoa, circa 1914/15)
|