'Stranden en Blikken'

Een tentoonstelling rond het oeuvre van Charlotte Mutsaers en Eric de Kuyper

   

Van 14 december 2002 tot 16 februari 2003 toont de cultuurdienst een innemende tentoonstelling "Stranden en Blikken." Het concept start bij de correspondentie tussen Charlotte Mutsaers en Eric de Kuyper, verschenen in Ons Erfdeel 1998 onder de titel "Plaisir d’Hiver in Oostende’ en ‘Duel in Oostende’ (lijkt wel een film). Daarin wordt beider band met Oostende aangekaart aan de hand van een subtiel spelletje Spilliaert en Ensor plakken met een zucht naar strand of film. Of: hoe kunnen we deze picturale grootmeesters inpassen in de levende stad aan zee.

   

Kijken en Lezen

Door te kijken en lezen. 
En dat is precies wat conservator Norbert Hostyn, voorzitter van de Vrienden van de Stedelijke Musea Roland Laridon, aquarelliste en kalligrafe Liliane Vandenbroucke en tenslotte fotograaf Valère Prinzie hebben gedaan. Het resultaat is een "combine" over uitgebeelde literatuur. Minuscule en monumentale aquarel, hoekige kalligrafie, intieme en panoramische fotografie en de warmte van de oude werken van Ensor en Spilliaert: "Zoveel verschillende blikken op zovele stranden," noteert de commissaris van deze expositie Roland Laridon. 
Hij tovert in zijn motivatie nog een paar parallellen uit zijn esthetische hoed: twee werkwoorden, twee meervouden, mensen die hier stranden en die met een eigen blik naar die stad kijken. Eric de Kuyper: "De essentie van het Oostende-gevoel is het perspectief dat naar niets leidt, tenzij naar een vluchtpunt in het oneindige."

De zee en het strand omschrijven is reflecteren. 

Norbert Hostyn: "Net als Léon Spilliaert is Eric de Kuyper een aandachtige Oostendewandelaar, een flaneur die de stad als geen ander observeert, gevoelig voor duizend-en-één details in het stadsbeeld." Onthouden we ook dat Karel Jonckheere nog voor hem Ensor een flaneur of een kijker naar flaneurs noemde. En dat Karel van de Woestijne dagelijks in diepe bepeinzingen door de stad aan zee wandelde. Een zelfde diepte die Norbert Hostyn bij Spilliaert aanstipt: "De essentie van Spilliaerts kunst ligt (dan ook) hoofdzakelijk bij hemzelf. Het uitgangspunt van zijn werken vormen zijn innerlijke ervaringen."

Over Mutsaers lees ik dat "haar literair werk (toch) een eenheid vormt, ook met haar schilderkunst, (het heeft) ‘een volkskunstkarakter'... dat tot uiting komt in (...) haar voorkeur voor opsommingen boven redeneringen." Wat Eric de Kuyper aanbrengt staat daar dichtbij. Hij "houdt van de banale vanzelfsprekendheden van het dagelijkse leven, omdat veel onbelangrijke, intieme handelingen een signaalwaarde hebben en zodoende stof zijn voor nabeschouwing."

   

Den wordt kerst aan zee.

Drie sleutelwoorden bij Charlotte Mutsaers die doorheen deze expositie uitgebeeld worden in aquarel en fotografie. Drie pointes die standhouden door de spankabels van haar conversatie met het blad en ons. Ze is zowel beschrijvend als kritisch. Ze heeft een vernuftig engagement in zinnen die soms zuchten, soms banaal eenvoudig zijn en die de kleine schoonheid zacht aanporren. Zacht maar duidelijk en blijvend. Hugo Brutin zou het 'subtiel' noemen en dat is het meest treffende woord, zonder schertsende bijklank. Ze ziet en associeert. Ze relativeert zonder banaal te worden. Ze beweegt snel door het decor dat ze stipt en duidelijk aangeeft. Ik weet niet hoe je de toon moet noemen. Cynisch? Fijn schimpen? Uitleggen is niet haar dada; vaststellen daarentegen wel. Dat en de versiering met een paar zinnen in Oostendse Babbel. Ik houd van de intieme passages "als de storm nu maar op zee blijft en de regen in de lucht" en "komiek hoe schrijvers, ik zelf waarschijnlijk niet uitgezonderd, er steeds weer in slagen om in het terloopse het uitdagendst (of moet ik zeggen het meest zichzelf?) te zijn."




www.meulenhoff.nl

   

"Begrijpt Vandecasteele dan niet ..."

Tussendoor maakt ze lokale geschiedenis. Over de Groentemarkt waar geen kinderen mochten spelen: "Het plein heeft er body door gekregen." Wanneer de 12,5 meter hoge Finse kerstboom haar kompaan wordt: "Er valt onze barbaarse schepenen natuurlijk van alles te verwijten - zo pas nog de verwoesting van een uniek stuk dijk uit de jaren dertig inclusief een onvervangbaar tegeltableau en het vertrouwde Horloge - maar dat ze de infrastructuur verrijkt hebben met speciale kerstboomputten getuigt hoe dan ook van begrip voor de identiteit van deze stad. Het verbaast me." Bij kunstenaars gebruikt ze waarden als verrijken of vernauwen en niet verruimen, want "hoe beperkter zijn blikveld, hoe beter. Hoe meer obstakels erin staan hoe beter. Hij zal altijd willen uitvissen wat ze verborgen houden."

Dus: het kader voor de plastische uit of verbeelding zijn boeken. "Aan zee, taferelen uit de kinderjaren" en "Met zicht op zee: aan zee - veertig jaar later" van Eric de Kuyper en "Paardejam" en "Zeepijn" van Charlotte Mutsaers. Het recente boek "Bont. Uit de zoo van Charlotte Mutsaers" is samengesteld door de staf van Meulenhof: In De Morgen (18.12.2002) laat ze dit noteren: "Ik had nooit gedacht dat anderen een boek van mij konden samenstellen dat een uitbreiding van mijn oeuvre is." De aanleidingen tot die zinnenbundels zijn vaak bonte stukken, kleurrijk, uit het leven bewaard, een zoo van tastbare herinneringen aan het ochtendstrand of de avonddijk. Wat 'Zeepijn' betreft zijn die aanleidingen in een aantal kijkkasten verzameld. Dat, het 'intuïtieve' dat uit haar interviews en teksten blijkt en de zuiverheid waarmee de zinnen in je hoofd en hart rusten, maken dat je haar geschreven kunst autobiografische essays mag noemen ( geïnspireerd op de Morgen)

      

Plastic zicht op zee

Moet ik nu schrijven dat Eric de Kuyper een schrijver was omdat hij de boeken verlaat voor het podium in de ruimste betekenis: toneel (Proust) maar ook film (Chantal Ackerman). "Wij, schrijvers, zijn kruideniers, zoals Tom Lanoye zegt. En als die kruidenier merkt dat de tomaten niet verkopen, doet die er misschien ook maar beter aan om zich om te scholen tot tapijtenverkoper. (De Morgen 14.12.2002)

Hij heeft het in ieder geval niet meteen aan zijn kant in "Duel in Oostende." Ik begin aan zijn reactie op de brieven van Mutsaers met een gevoel dat hij wel eens verveeld zou kunnen zijn door dat geschrijf van die dame. Het is moeilijk om antwoorden in een frisse creatieve vorm te steken. Er zijn steeds banden naar het nabije vorige. Dus klinken overal verdedigende toontjes op zoals: "Hoe kom je er bij,…"
Voor de rest likt hij wonden die ik nooit in zijn eerste boeken heb herkend. Over ‘de ruïnes van een gebombardeerde fontein’, waar het oorspronkelijke kindergeluk vervaagt naar het altijd maar vraagstellen van Eric De Kuyper. Wat is echt en wat wordt verbeeld. Wat is de ommekant van het mooie of de herinnering? 
Het gaat over ‘niet’. Over ‘bezitten ze niet’ en ‘niets te zoeken hebben’. Aangevuld met typeringen als ‘tegendraads’, ‘overweldigend’, ‘teneerdrukkend’, deprimerend’, ‘allergisch’, ‘droevig’. 

 
 
affiche signeersessie Boekhandel Janssen 19.02.1994

Uitgeverij Sun

Hij verdedigt zijn kerstboom, de plastic boompjes op het terras en de toile cirée in zijn kamertje aan zee waar hij een ‘bescheiden drang naar avontuur’ zou kunnen voelen. Hij draagt het verleden met zich mee als een mens die reiziger is in zichzelf: "Heel avontuurlijk ben ik niet, dat besef ik ook wel: naar de zee kijken, de zee dag en nacht is misschien wel het summum van wat ik aankan."
"Ook al leef ik slechts op de rand van de natuur, ik heb leren beseffen dat ik, niettegenstaande de weinig gunstige context, niet toevallig ook een piepklein maar toch heel authentiek gevoel voor de zon, de zee en de wind heb bewaard… Dat verbaast me."

    

"Maar wat maakt dat uit! Het zijn mijn fobieën en obsessies."

Eric De Kuyper zit vast in de tijd die tussen de brieven van Charlotte Mutsaers en zijn antwoord ontstaan is. Hij neemt geen initiatieven. Hij werpt geen nieuwe voer voor de leeuwenpen. Hij is het ’niet met jou eens’ en wil ‘laten voelen en begrijpen, (te) laten zien wat ik zie.’ Het is daar dat mijn voorgevoel een teken van waarheid vindt. Na tweemaal ‘Beste Charlotte’ wordt de eenmaal ‘Lieve Charlotte heel kort uitgeschreven want hij wordt ‘kregelig’.
Op 8 mei 1998 staat: "Af en toe ga ik een koffie drinken in het café du Parc; daar kruisen onze wegen elkaar, maar het vreemde is dat we elkaar nog nooit hebben ontmoet." Enkele lijnen verder zingt hij onhoorbaar "Let’s call the whole thing off." Een signaal in tekstverband. 

En dan met een ‘irritant gevoel’ het ‘ik heb geen zin om mij te verantwoorden…Nogmaals: "You say … I say…" De song heet trouwens "Let’s call the whole thing off." De man die passioneel met ‘De verbeelding van het mannelijk lichaam’ de critici tot grootse resenties kon verleiden, zit bij Charlotte strop.

En alsof hij praat tegen iemand die grenzeloos hunkert naar het leven van de stad, de buren, het strand, sluit hij markant af: "Eigenlijk zou ik je een winter lang mijn flat eens willen lenen: je zult merken dat het beeld van de zee je misschien met de dood zal verzoenen." Hij is "de entertainer, maar er zit denkwerk achter…" Het "De Kuypers analytische manier van denken… waarbij je altijd je eigen standpunt als correctie moet gebruiken." (De Morgen 04.04.2001).
Ik houd dus van krantenartikels.

   

De tentoonstelling.

   



Valère Prinzie



Liliane vandenbroucke

       

De liefde voor Oostende van 2x2x2 is … 6 keer anders. Voor de een zijn de mensen en de straten het levende bewijs van het feit 'stad'. Voor de ander is dat het licht door lens. Datzelfde licht dat eerst Ensor en daarna Spilliaert inspireerde tot contrasten in kleur en wit/zwart. Composities van lijnen in wijken, van figuren die bezig zijn, van verdoken leed bij de buur en eigen pijn, van feesten en sterven. Oostende is een kleine kern met aan drie kanten water en een valse navelstreng achter plassen die een park geworden zijn. Achter de imaginaire muren en naar het gat van de Groentemarkt waar de laatste Hollanders het tegen Spanje opgenomen hebben om in mooie rijtjes te sterven. Zou Charlotte Mutsaers dat toen door haar raam en onder de hoge kerstboom gezien hebben? 

Geeft niet: het belang van de visie op een stad en leven met dezelfde stad primeert boven de kleine heemkunde. Oostende wordt geliefd door de gestranden en geleid door oude en nieuwe buren. Oostende is dus een nieuwe stad. Alleen "de zee heerst absoluut" zegt Roland Laridon.
Allemaal om je te vertellen dat er een grote spankracht rond deze tentoonstelling hangt. Positieve stress. Verwachtingen omdat diverse passionele kernen zich over die huizenblokken plooien. Met een prachtig resultaat. Ik maak eerst komaf met een brokje kritiek die rondwarreert als zouden de kijkkasten verloren zijn voor iemand die de boeken niet gelezen heeft. Misschien wel, maar een ‘over-geëxpliceerde’ expositie verliest veel van zijn waarde. Voor de rest alleen positieve klanken.

     

De Details

   

De grote meesters zijn de illustraties van de aanloop tot de literatuur van De Kuyper en Mutsaers. Vandaar de referentiewaarde. Iedereen heeft ten andere de mond vol van de 'onbekende' Hofstraat van Spilliaert. Ik vond het aangenaam zo informeel met de grandeurs van de stedelijke collectie te kunnen omgaan. De tweede laag zijn de aquarellen van Liliane Vandenbroucke en de foto's van Valère Prinzie. De foto's zijn grandioos. Bekijk ze aub niet te vluchtig, zo met de zekerheid dat je toch maar meteen herkend hebt waar het over gaat. Verkeerd. In het weinige nadrukkelijke zit de dramatiek van het water tegenaan strand, dijk, bank en licht. Twee oudere mensen kijken naar het licht, moeder en kind onder de massieve Gapers naar de derde dimensie van wolken die verschuiven als een drijvend landschap. Ik durf deze foto een zelfde perspectief als Spilliaerts Hofstraat geven. De een eng, de andere ruim. Ik denk aan de ruitenwasser die een licht vrijveegt in een monumentaal raam, met zicht op zee vanuit het Thermae Palace Hotel.

De aquarellen zijn verlichte vaststellingen van huisblokken, dijklijnen, strandgesprekken tussen zand en water en af en toe een passant. Of kleine oudere zitters op een bank, netjes en stil aan de rand van de houten balkjes. Drie strandcabines life en de modelletjes verankerd in Noordzeezand. Licht, overal licht dat de kleuren doet vervagen tot intieme momenten die bij veel mensen een gelukkig gezicht aanboden.

Licht dat in het eeuwige water vlekken maakt waar de rand van België staat. Kom er nooit aan, klinkt het uit die ene hoek. De andere kant is te stil. Licht bestaat slechts door de voortplanting door de atmosfeer naar een land, lucht of zeeschap. De kracht van golven tekent brekers op het strand en de kelletjes zijn het ontstaan van Oostende. Rest nog de blokkige kalligrafie, met fragmenten uit de mooie woordenrekken van deze twee en andere pennenruiters.

   
Tenslotte: "Ik ben niet happig op vernissages. Mensen die gezamenlijk op kunst afkomen, zijn niet altijd op hun best."
is getekend: Charlotte Mutsaers
André Baert 18.01.2003

  

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]