Bleu Anvers
|
| |
BLAUW
Sebastian Schutyser
Fotografie Opdrachten Vlaanderen
|
| |
|
"Je krijgt alle tijd om te kijken
naar iemand waar je bijvoorbeeld omwille van het uniform
nooit recht naar durft of wilt kijken." Dat is het
eerste grote positieve gevoel dat uit het fotoboek ‘BLAUW’
van Sebastian Schutyser moet onthouden worden. 40
foto’s van leden van de politie toen die nog opgesplitst
was in gemeentepolitie en rijkswacht. Hier worden 40
mensen uit één beroepsvak tegen hun eigen muur gezet. De
registratie is volledig: persoon in decor met het
vermoeden van een anekdote. Die anekdote blijft verborgen.
Dit zijn geen stills uit een video-opname. Niet zoals Eva
Koch (Vitar)in Venetië of Valérie Mréjen
(verhalen) in ForwArt Brussel: portretten die zo meteen
tot videoleven zullen komen om hun verhaal te doen. |
| |
|

|

|
| |
|
Sebastian Schutyser heeft een
voorbijvliegend fenomeen vastgelegd in voornamelijk blauwe
kledij tegen een muur die iets met de bezigheid op dat
moment te maken heeft. De smid in de smidse, de uitgedoste
agente in een oefenzaal, de waterflik tegen zeemos, de
Ardeense collega tegen leisteen en de enige (afwezig?)
schuin kijkende agente die op de vernissage een ware
praatvaar bleek te zijn. Wat men vermoedt zal men niet
zien en wat men ziet is niet het stereotype mensje van de
rechtsmacht. Dit overstijgt de tragiek van ‘Heterdaad’
en de drukte van ‘Flikken’. Eigenlijk is dit
beangstigend echt.
Schutyser bereikt dat door zich te houden aan een
technisch scenario. Frontaal licht achter boven de
fotograaf veegt schuilhoekjes weg. Een grote technische
camera levert perfecte negatieven af. De personen poseren
en weten dus wat er gaat gebeuren; die wachtseconden zijn
heel belangrijk en maken de inhoud. Iedereen staat ‘ten
voete uit’ dus geeft zich volledig bloot in gestalte ten
opzichte van de werkomgeving. Rineke Dijkstra haalt
haar ‘ontluisterende kilte’van de strandkinderen in
Portraits uit eenzelfde camerastandpunt. Er is zelfs
sprake van het benaderen van de ‘tolerantiegrens van 2
meter’ waarbinnen de geobserveerde persoon zich nog
veilig mag voelen. Maar de nabijheid van de fotograaf is
het kruid dat de anekdote maakt. En zo, zegt korpschef
Eddy Baelemans, "is dat boek nooit saai en is de
agent niet in de val van een machohouding getrapt." |
| |
FotoMuseum Magazine nummer 2
"In Opdracht: Antwerpen 1993 – 2003"
|
| |
|
"Een stad heeft beelden
nodig" zegt directeur Christoph Ruys. En met die
beelden zal het maatschappelijke debat over elk publiek
domein geinformeerder kunnen verlopen. De problematiek van
een veranderende stad is slechts tastbaar aan de hand van
de bewaarde verbeelding. Wat is er veranderd en wat kan
daarvan gevisualiseerd worden via de fotografie.
Om tot de vaststelling te komen dat een
andere benadering van een zelfde thema, dus ook benaderen
in een andere tijd, de heemkunde overstijgt.
Dat wordt heel duidelijk in het tweede
nummer van de FotoMuseum Magazine. Meer nog. Inge Henneman
noteert in haar inleiding dat ‘de interesse van de
wetenschap voor fotografie als bron van kennis, visuele
informatie en onderzoeksinstrument samenvalt met een grote
bloei van de documentaire fotografische strategie die net
van het wetenschappelijke paradigma (model of voorbeeld)
haar artistieke credo heeft gemaakt.’ Precies wat alle
grote internationale tentoonstelling aantonen in de
plastische registratie van een maatschappelijk moment.
Die benadering van het visuele maakt ook dat de visie op
de fotografie veranderd is. Een geïllustreerde stadsgids
houdt zich niet meer aan de chronologische of
topografische opbouw, maar richt zich nu naar de
persoonlijkheid van de auteur en de creativiteit van de
lezers. Die lezer evolueert mee met de auteur die zelf in
de laatste 100 jaar van ambachtsman tot technologisch
kunstenaar is geëvolueerd. |
| |
|

|

|
| |
|
In deze FotoMuseum Magazine
staan prachtige voorbeelden van die veranderde visie. De
zeer dankbare (…) fotografie van de armoede, de
pertinente hoop dat iedere reportage het tegenbeeld van
een opdracht zal zijn, wat in tegenstelling staat tot de
actuele registratie en archiveringsfotografie. De ‘missions
héliographique’ en hoe 4 hedendaagse fotografen de
dramatiek van een levende stad in beeld brengen via de
schoonheid van ieder individu en elk landschap.
Aangezien dit nummer zich bijna volledig toelegt op
Antwerpen, kan men niet om het mondiale, het globale van
deze stad die zowel in literatuur als in visualiseren een
multiculturele schoonheid in zich draagt. Ik heb daar en
dan onthouden dat "wit/zwart omgezette kleur
is." Terwijl vroeger de subtielere inhoud van de
fotografie pas in wit/zwart zichtbaar werd – niet zelf
zien maar getoond worden – is de kleurdirectheid nu de
nieuwe informatiedrager. In ‘Beelden van een verwoest
gewest’ - voor een keer niet door de gebroeders Anthony
– wordt dit heel duidelijk.
|
| |
Tenslotte
|
| |
Antwerpen in de kleur van de dag, bij valavond vanuit
de politietoren, met in de schemerzone mensen thuis of op
straat. Dit is de stad aan de stroom.
De Schelde kaai heeft iets dramatisch. Ruw en leeg en
voor auto’s alleen. Met wrakke oldtimers op het droge en
roestige pakhuizen. Een voorgeveldam huizen uit 2 of 3
eeuwen in elkaar verzonken om nooit echt tot recht te
komen. Hier lees je nog een sprankel zinnetje gedicht bij
een stuk beton en de onverwoestbare kranen, boeien en
loodsen.
Minnes erotische sjouwer, Van Gyseghems geruïneerde
bevrijder.
Wapper en Brabo hebben al te veel een avondzon door de
wolken van Jean Brusselmans boven de stroom zien schuiven.
"Hier vaart een file van 54 vrachtwagens." Het
hospitaalschip Prins Willem Alexander (2003) kan 107
passagiers drijvend houden. 160 mogen aan de kade aan
boord. En nog meer.
Stoïcijns en machinaal leeft dààrachter een stad.
André Baert
05.10.2003
|
| |
FotoMuseum, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen
T 03/242 93 00 F 03/242 93 10
info@fotografie.provant.be
Meer over Sebastian Schutyser en zijn boek Banco volgt.
|