Oostende en Co

De Zuid-Nederlandse Oost-Indiëvaart en handel, 1715-1735

1. De Oostendse Cultuurdienst

Oostende wordt van langsommeer een succulente tentoonstellingsbouwer. Vanuit de cultuurdienst, wel te verstaan. Ja en neen: vanuit de cultuurdienst heeft men de juiste beslissing genomen om Mac3 Company Brugge en Filip Degryse onder de arm te nemen. Dus… ik wil zoveel complimentjes wuiven naar m’n teerbeminde culturisten in dit stadje aan zee. En ieder andere gemeente erop wijzen dat het introniseren van een overkoepelend of dienstencoördinerend ‘orgaan’ het beste uit de gemeentelijke structuur kan puren. Noem het een geïnstitutionaliseerde privatisering waarbij het zwaard van Damocles - zijnde het ontslag bij te onproductief – vervangen wordt door een soort puntensysteem dat de kans op promoties beïnvloed. Een "Swaere Enterprise" met een positieve stresslading.

Dat de tentoonstellingen vaak duidend zijn voor dit nestje aan zee, geldt zeker voor de expositie WWW.MURANO.BE die vorig jaar in de Venetiaanse gaanderijen werd opgezet

 

 

Niet de stukken uit pakweg 1291 werden getoond maar de actuele, vers gedraaide en geblazen concepten van hedendaagse kunstenaars die door de Muraanse glasmakers werden uitgevoerd. En hoe grandioos het pedagogisch luik werd uitgebreid met een bezoek door een 50-tal blinden en slechtzienden. Het Nieuwsblad titelde toen "Fragiele Betasting van Venetiaanse Glas" (16/08/2001 YNG)

Gecoördineerd samenwerken aan één thema betekent dus dat er heel spaarzaam te werk wordt gegaan en dat er geen overdaad, verspilling maar ook geen lacunes in het concept kunnen zijn. Het gaat zo: idee gaat naar werkgroep, werkgroep werkt uit, bespreekt en schuift de afgewerkte platforms door naar de definitieve planning. Rest dan het begeleiden zonder teveel bijkomende beslommeringen. Er iets moois van maken, terwijl het over het schone gaat. Dus:

2. GIC = OC of de Generale Keyserlijche Indische Compagnie (GIC) = Oostendse Compagnie.

Tot eind september loopt in de Venetiaanse Gaanderijen de tentoonstelling « Oostende en Co », het verhaal van de Zuid-Nederlandse Oost-Indiëvaart 1715 –1735. Een zeer aantrekkelijk expositie die een schat aan informatie heel duidelijk verdeelt over een overzichtelijk aantal panelen, kasten en volumes. De kleur die gekozen werd naar het zeegroen van de Noordzee (tegenover het helderblauw van de Indische Oceaan) brengt de bezoeker in de perfecte serene sfeer van een expositie die je alle tijd geeft om te kijken, te volgen en te verstaan.

Duidelijke en vlot leesbare informatie die ruimte laat voor dagdromen over de verre exotische bestemmingen. Dat hoeft natuurlijk niet want droogweg is deze expositie ook een woordenboek over maritieme termen en de Indiëvaart. Ook hier werd nagedacht over de vormgeving en men koos voor de diep bordeauxtint, gebruikt in de kajuiten van de Noord-Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), voor de ronde tekstpaneeltjes en pijltjes.

Dat brengt ons naar het educatief karakter van het project uit de ziel van Horizon Educatief gesneden. Naast de rustige ernst is er een uitnodigende aanknoping voor kinderen en jongeren via twee speelse volumes: een stuk romp en twee kajuiten in de (gewilde?) stijl van een stripverhaal. Daar binnenin wordt de ruimte voor de jonge bezoekers uitgespaard. In de buik van het schip horen we de expressieve stem van Johan Verstreken of een schepen op een Cd-rom van Orbit. Ondertussen verhandelen ze hun Spaanse matten naar de aard van hun graad aan boord. De kapitein krijgt veel meer dan de matroos en de supercargo’s of kooplui van de compagnie mogen hun winstdeel meenemen in zilver en natura. De jonge scheepsmaten

mogen waaiers tekenen, de geur van koffie en specerijen ontdekken, ruilen en een zeemanslied aanheffen.

In de beperkte tijd van een persvoorstelling heb ik commissaris Dr. Jan Parmentier (RUG) gevolgd in zijn begeesterend reisverhaal van de koopvaart tussen de zanderige haven en de factorijen langs de Ganges. Ik voel zijn passie voor de connecties tussen breedtegraden en koopvaart; met impulsief flitsende ogen vat hij de eenvoud van zijn expositie samen. Hij weet dat alles al een basis heeft in zijn publicaties. Zijn catalogus is de verteerbare filtering van alle kennis.

Voor de expositie heeft hij de mosterd gehaald uit het archief van de Oostendse Compagnie dat zowel in de gemeentearchieven van Antwerpen als in het fonds van de RUG ligt, schilderijen in bruikleen en diverse collectiestukken uit België, Nederland en Engeland. Om een duidelijk beeld te geven van het comfort op zo’n schip kan hij gebruik maken van collectiestukken uit het VOC schip ‘Het Vliegend Hert’ dat in 1735 zonk. Perfect getimed, althans voor deze tentoonstelling, en zeer goed bewaard.

(© uitgave Erel Oostende, 1956)

(© uitgave Erel Oostende, 1972)

 

De tijd herhaalt zich altijd. In de frisse ochtend kon je tegen de kim een lange lijn witte schepen zien schuiven. Koopvaardij anno 2002. In de trechter naar het staketsel, waartegen daarnet een vrachtschip het zoenen niet kon laten, glijden de accenten van Oostende voor Anker. Buitengaats en onbereikbaar dobbert de Sedov in het angstzweet van een virtuele ketting.

 

 

3. Oostende = Twee lijntjes (wereld)geschiedenis

Het ging 30 jaar goed na de vrede van Utrecht die in 1713 met de nodige wijn vertekend wordt. Oostende wordt voor de eerste keer een duidelijk lijntje in de wereldgeschiedenis van Europa. Het Beleg van 1601 tot 1604 (die na 1590 al was opgestart) wordt alleen in Zeeland en in Zeeuws-Vlaanderen herdacht. Maar de Oostendse Compagnie wordt markanter onthouden in die gulden annalen van de mercantiele geschiedenis. Dat en de urbanistische rêverieën van Leopold II. Oostende wordt dus in twee lijntjes geschiedenis onthouden.

 

* Een frisse Sagres, graag.

Eerst gaan de Portugezen in de 15de eeuw vanaf Hendrik de Zeevaarders zonnewijzer in de zeevaartschool van Sagres de wereld ontdekken en opkopen. Daarna vertrekt in de 16de eeuw het handelshart van de Nederlanders. En pas in 1715 licht het bij de Gentenaars en de Antwerpenaars om samen met een paar rijke Oostendenaars in het kielzog van de anderen succesvol op de geur van de specerijen uit Azië af te gaan.

Maar hoe? Met een garnaalkuip geraak je niet van het strand en de kustvaart kan niet vergeleken worden met een wereldreis. Dover is al wat verder, maar India … Een Oostendenaar is in principe een eergierig mens, maar wanneer de zakenman boven komt, zijn alle middelen goed: ze gaan bij de Hollanders en de Engelsen te raden, kopen hun oude schepen op (« boten » zegt Sint-Lucas adept en vormgever Filip Degryse; « schepen » verbetert dr. Parmentier hem zeer snel en met een licht gekrenkt accent), maken er nog een paar reizen mee in compagnie (!) van hun ervaren zeelui.

*** Noorden Kwijt?

"Ik wil leren varen in open zee!"verzuchten de slotenspringers. Ze monsteren aan bij de collega’s in Frankrijk en Engeland, leren de stiel en varen vanaf 1722 zelf als ‘copage’ met ervaring in navigatie naar den Oriënt. Aan boord alles van pijp tot luizenkam. De sterren wijzen de weg, de kaart van Edmund Halley gidst hen tussen Brazilië en Afrika, naar proviand in Santiago en dan rest er het afscheidsschot uit het ceremonieel kanon wanneer de schepen uit elkaar gaan na Tristan da Cunha. De ene naar de Rode Zee, de andere naar Bengalen, de laatste naar China. Alles is meegenomen; alleen de tijd moet het stellen met wat zand in een glas. Tussen de spanten resten nog wat tonnetjes wijn uit Oostende. De shipchandlers stellen het goed aan de oostzijde van Ter Streep. Oostende roemt. De Realen van 8 liggen gestapeld bij de aandeelhouders of geschrankt in de koffers van de Compagnieschepen. De promesses worden straks verzilverd. 55 keer vaart men uit. 51 keer komt men terug. Een subliem rendement.

** Het Oostends Sausje

Daarmee bedoelt Dr. Jan Parmentier dat de essentie van de OC niet in Oostende ligt maar in Gent en Antwerpen. Het stadje ‘herbergt’ in 1713 slechts 5000 ‘Oostendenaars’ of toch de nieuwe lichting na de massacre van 1604. Daaronder zitten een drie à viertal rijkere burgers, waarvan één, Thomas Rey, van Ierse afkomst is. Samen met de anderen stichten ze de allereerste aandelenvennootschap van de Zuidelijker Nederlanden. Edelman De Prié krijgt zelfs een pak aandelen gratis voor zijn ‘bewezen’ diensten. Of smeergeld voor zijn lobby werk. Een investering van 6 miljoen gulden die hun door het succes en dus het hoog rendement van 13% geen windeieren zal leveren. Het sausje of het kersje op de taart is het haventje en de Noordzee, de dokken en de bevaarbare kanalen daarachter, en de vele zeelui aan wal die maar al te graag met de koopvaart meegaan. Kwestie van pensioensparen avant la lettre. Een plukje Arabische koffie, een snuifje Indische kruiden, thee uit Bengalen of China. Mooi verpakt in een exotisch gelakt doosje. Wat meer wil je meer?

 

**** Rijke "Pluizak".

Iedereen werd er rijk van. Geloof me vrij. De eigenaars en aandeelhouders, mijnheer De Brouwer die zichzelf rijkelijk laat portretteren Ook de sierkasten in de eenvoudiger huisjes achter de dokken. Snuisterijen, een propje textiel uit een van die exotische factorijen. Beeldjes in klei, met of zonder pruikje, prenten en voorgeschilderde Chinoiserietjes waaraan de lokale kaligraaf dan naam en vlag toevoegt. En wanneer na twee jaar de viswijven de kloeke zeilen aan de horizon zien opstijgen, wordt de drukker al wakker gemaakt. Affiches en catalogi moeten gedrukt worden voor de openbare verkoop. "Vergeet de staalboeken niet!" Kijk, daar gaat de rijke matroos met zijn pluizak; en daar die andere die op het laatste eiland zijn centen verhoerd heeft.Mooi… tot de hoge heren van de VOC en hun Engelse collega’s van de East Indian Company de gaten in hun beurs beginnen te voelen. Karel VI moet inbinden en om ‘dynastieke redenen" wordt de Oostendse Compagnie overboord gegooid.

Afscheid

De zee is eigenzinnig. Haar zeelui ook.

Het toeval wil dat ik na het tweede bezoek de tram op moet. Ik kijk mijn nota’s wat na, herinner me het SMuSKO waar een kleine expositie loopt met schilderijen die ooit de schepen van de RMT vloot sierden. Veel Taf Wallet.

Naast me een oud patriot: "82 jaar, mijnheer en 60 jaar getrouwd. Gelukkig als de koning en als ze niet braaf is, lap: een klets. Toen, mijnheer. Drie dagen heeft het geduurd. Een bom en dan de rest mitrailleren. En volgens mij was gans die oorlog afgesproken spel. 5 jaar heeft de industrie goed gedraaid. Dat is’t."

 

Twee stappen daarnaast een oud zeeman, definitief terug van de koopvaart. Was het Dover, Lissabon of Lima? Hij leunt te netjes tegen het tramhokje, buigt te berekend naar zijn boodschappenkarretje en prevelt te afwezig bij zichzelf. Zijn vaatje is mee aan wal gekomen. Hij bekijkt het Brussels accent van de patriot en negeert hem volledig.

Hij kent de zee aan het ontbreken van echte onzin. De Oostendse Compagnie was een feit door die zeelui. De stuurman aan wal loopt met de eer weg.

André BAERT

29.05.2002

 

Bewaarde hoogtepunten:

Oostende

De catalogus, geschreven door Dr Jan Parmentier, gedrukt bij Die Keure Brugge en uitgegeven door Ludion Gent, is zeer leesbaar, rijk geïllustreerd met de stukken die ook in de tentoonstelling getoond worden, zodat deze catalogus eigenlijk een belangrijk startdocument mag zijn voor de geïnteresseerde locale vorser. (144 pagina’s € 25)

De geschiedenis van Oostende wordt in details uitgewerkt. Nu de Indiëvaart, straks de kustaffiches (2003) die de aanleiding waren tot de defiguratie van de kustlijn en dan het lang verhoopte maar hééééél delicate verhaal van het Beleg van Oostende (2004)

Tot 29 september, dagelijks van 14 tot 18 uur. Op zondag ook van 10 tot 12 en van 14 tot 18 uur.. Info op 059/805500 en 059/56.20.15

Inkom tussen de € 3 en € 1. Scholen gratis.

Alle educatieve rondleidingen voor groepen zijn gratis.

De Venetiaanse Gaanderijen nemen deel aan de museumnocturnes van 25 juni (18 tot 22 uur). Er worden Ook op de Open Monumentendag is de wetenschappelijke opstelling gratis 10 van die succulente catalogi verloot onder de bezoekers.

Bewaarde hoogtepunten:

Nederland

Ook in Nederland wordt de vroegere koopvaart gevierd. De "Vereenigde Oost-Indische Compagnie" wordt opgericht op 20 maart 1602, terwijl Oostende met Oranje en door Spanje bloedt. Die vennootschap VOC wordt uitgebreid getoond.

De Kleurrijke Wereld van de VOC tot 27 oktober 2002 in Amsterdam en Rotterdam. www.scheepvaartmuseum.nl en www.maritiemmuseum.nl

Zuid-Afrika op de Kaart: de Atlas Gordon tot 14 juli in het Rijksmuseum Amsterdam www.rijksmuseum.nl

Met passer en compas : Zuid-Nederlands kapitaal en kennis als bouwsteen voor de VOC, tot 18 september in Plantin-Moretus Antwerpen.

De Voc in Vlaanderen en Zeeland, doorgeefluik van handel en kennis, tot 12 januari Maritiem MuZEEum Vlissingen, www.lampsinshuis.nl

Rondwandeling langs VOC-planten, tot oktober, Leiden www.hortusleiden.nl

André BAERT

31/05/2002