Meg Stuart:

Damaged Goods: ALIBI

 

Gent - Op 6, 7, 9 en 10 december 2002 liep in de Opera-Gent en in een organisatie van Kunstencentrum Vooruit het dansproject Damaged Goods: ALIBI van Meg Stuart. Deze productie werd als volgt aangekondigd:
"Dansers als rugbyspelers in een cirkel. Een man schopt een andere voort, als een voetbal. Confrontaties in niemandsland. Iemand, achter glas, schreeuwt onhoorbaar. Twee mannen vechten. Werkelijkheid wordt spel en omgekeerd. Slogans. Een vrouw verkoopt haar mededansers. Een performer spreekt over schuld en egocentrisme. Lichamen in overdrive. Een aarzelende solo. Op videobeelden davert de wereld op haar grondvesten. De muziek is dwingend. Alibi is een pletwals. Meg Stuart in De Standaard; "We keken naar films als We Were Kings of the Fighting Club, of naar foto’s van Magnum van massamanifestaties. Zo bouwden we aan een geschiedenis van geweld, sport en hooliganisme. Die extreme emoties krijgt het publiek toegespeeld". Met Alibi levert Meg Stuart een verpletterend totaalwerk af.

"Alibi is een zondvloed van beelden over de zondvloed van beelden die onze hedendaagse conditie is. Het stuk neemt de maat van die toestand, zonder oordeel, zonder uitleg, zonder theater zoals te voorzien en te verwachten was". (Tijd Cultuur)
Concept, regie: Meg Stuart met: Simone Aughterlony, Joséphine Evrard, Davis Freeman, Andreas Müller, Vania Rovisco, Valéry Volf, Thomas Wodianka.
Scenografie: Anna Viebrock.
Muziek: Paul Lemp, Peleton m.m.v. Cobra Killer, Low Tide Digitals, Marek Goldowski, Trost, Peter Simon, Bo Wiget, M. Flux.
Video: Chris Kondek. Tekst: Tim Etchells, David Wojnarowicz, Katharina Jones, Damaged Goods .
Coproductie: Schauspielhaus Zürich, Kaaitheater, Théâtre de la Ville (Parijs), Théâtre Garonne (Toulouse).

Van de redactie Podiumkunsten Ann Van Loo - met in haar kielzog Evie Vandevyvere - kregen we volgend verslag

  

Na de Uit-vlucht

Wanneer je een ‘uit-vlucht’ zoekt voor je modaal gedrag met bijhorende ineengevlochten hersenspinsels, die persé een afspiegeling van het ‘normale’ moeten zijn – uitdrukkelijk veel weerstand wekkend … Wanneer je zoiets zoekt, vlieg dan uit over het podium, om je met je eigen afwijkingen te verzoenen binnen de groepschoreografie van Meg Stuart.  Dit moraliserende bevel geeft mij het alibi om het stuk vanuit de hoogte te kunnen bekijken. Vanuit "the top of the opera" (zelfde gemakkelijke positie als de glazen kooi op het podium?), waardoor ik het pretentieuze gevoel krijg dat het net omgekeerd werkt. Dat IK het ijzeren vliegende voorwerp ben dat ze daar beneden doen daveren. Een pretentie die maar van korte duur is, een alibi dat me gelukkig (?) behoedt van het helemaal gek worden.  Het is heerlijk om de toeschouwer te zijn van dit dansspel. Een zaligheid om die beklemmende indruk te hebben toe beschouwd te worden wanneer na een hevige, uitputtende slag iedereen overvallen wordt door de stilte.  


Chris Van der Burght

Het kwantummechanische veld verzorgt de dialoog van minstens twee afzonderlijke zuurstofcirculaties: het ritme van de borstkas net iets achter dat van de dansers. Zij door hun krachtinspanningen via een uitstekende conditie op te drijven; wij door zonder die conditie extra onbewogen te blijven en toch te ademen alsof we een marathon hebben gelopen. Maar dan een marathon van emoties. Slag na slag pijnlijker door het dwingende van de klank. De muziek: het medium dat de grens tussen pijn en genot opheft.

  

Schrijnend Alledaags

In deze creatie over het pijnlijke genieten van het schrijnende in het alledaagse, wordt de kritiek gegeven op een quasi sadistische wijze. Het is blijkbaar heel gewoon om de abnormaliteiten van een ander op een zogeheten wetenschappelijke wijze te omschrijven of in de verf te zetten om de eigen onvolmaaktheden maskeren. Of om de pretentie te hebben emoties van anderen te kunnen vertalen. Interacties onder ons, de beestige mensen, gaan steeds over het afwisselend aantrekken en afstoten in het kosmische veld, op een voetbalveld, in de gymzaal of op het rugbyplein. Dansers nemen elkaar op de nek, laten elkaar hangen, schuiven over elkaar en schoppen de andere weg.  Verkopen elkaar en verkopen zichzelf.  Een sadomaso- chistische dwang beheerst ons doen en laten: does anybody wants me?  Zo komen we bij de schuldvraag: am I guilty? Dwang en angst worden zichtbaar in tics, astmatische aanvallen, lijntjes trekken op het veld, zijn gebied afbakenen, eten en opruimen. Schuld en zich schuldig voelen over wie men is: afwijkend, hooligan, agressief, geen respect voor eigendom of andere 


Doris Fanconi


wezens, niet wetend welke posities in te nemen en the devil’s advocate vertolken. En dat resulteert in de vlucht. Maar wat is er buiten – botsen tegen muren, smekend in telefoonhoorn – wat is er boven – zich nestelend in hoeken, basketbalnetten – wat zit eronder – witte onderbroek en zwarte opgetrokken sokken – It’s not coming. Humor verlicht. Gelukkig. Maar weerom wordt het signaal vertaald naar in het ootje nemen van anderen. De gemakkelijke oplossing.

  

Het Engagement

Dit is een ijzersterk beeld: de afbeelding van een chauffage in een lege kamer met doffe gordijnen. Net alsof we, om de hoek in de kamer, een gruwelijke ontdekking zouden doen. In angst uitbreken, transpireren en gedreven zoeken naar alibi’s om op dat prangende moment niet op die desbetreffende plaats te zijn. Vluchten, hollen doorheen de gangen die op het scherm geprojecteerd worden in die ene hoek, centraal, vanuit een ander gezichtspunt. Voortbewegen op de rails van de trein, op de dool binnen de drukke straten en kruispunten. Omver gemaaid worden door de techniek of door het rijzende dat achter de bomen schuilt in het Blairwitch project.
De ruimte op het podium wordt optimaal benut door ondermeer het meesterlijke van de belichting. Van hels licht in de turnzaal, het magazijndepot en het gekkenhuis over daglicht tijdens de ochtendstond totblauwe, roze en grijze tinten die doen denken aan 



dichtbijeengepakte naaisters.   Wroeten in al die Aziatische landen tegen een hongerloon of zich verschuilen in bunkers om dreigende oorlogen en raketten af te weren. Dit zijn eigen indrukken.. I can ’t help myself, it’s an obsession. Dan is er nog het Intrigerend décor van beschimmelde muren, elektrische apparaten, televisietoestellen en telefoons tegen de verveling. Droge bureaus zoals je die alleen op een muffe hotelkamer in Parijs nog vindt. Met matras, zetel, basketbal en flesjes water en bekers netjes in de rij op metalen rekken. Dansers getooid in sportshirts met rugnummers en voetbalschoenen. Wil de man met het bruine T-shirt de zaal verlaten a.u.b. U wordt gecontacteerd wanneer we u nodig hebben... Niet dus.
Ongelooflijk hoe de dansers zich bewegen, net vechtend om op de grond te blijven, uitgezogen als door honderden bloedzuigers. Stuart’s highway is haar way. 
Een slag-veld.

 
Ann Van Loo

 


[Home] [NOT-index] [Top]