Fonds Georges Maes 25 jaar

   

Het Collegium Instrumentale Brugense bracht in het Thermae Palace Oostende de wereldcreatie van ‘Concertante Kamersymfonie’ van J. Huylebroeck. Deze ‘Concertante Kamersymfonie’ is een compositieopdracht van de Provincie West-Vlaanderen die daarmee de podiumkunsten wil stimuleren die ‘drempelverlagende’ concerten voor te stellen. Het project past perfect in de viering van 25 jaar Fonds Georges Maes. 

Van deze oud-directeur van het Stedelijke Conservatorium Oostende wist Mark Maes nog te vertellen dat nà diens dood in 1976 er een duidelijk gevoel van een ‘onafgewerkte carrière’ nableef. En ook hij bespeelt de snaren van het nieuwe culturele platform: drempelverlagend. Gelukkig aanvaardt hij dat muziek een ‘universele taal’ is. Twee tegenstellingen dus. Niet?

     

Wereldcreatie van 
‘Concertante Kamersymfonie’

 

   

Het dichtgegoten zwembad werd de Albert 1-zaal van het Thermae Palace Hotel en was afgeladen vol voor een keure -vergeef me de omschrijving - locale muzikale talenten. Ik ken er maar een paar van, maar groet ze van hier uit omwille van hun muzikaal talent. Koen Kessels, de dirigent van het Collegium Instrumentale Brugense. Nog nooit heb ik een dirigent mogen meemaken die zoveel vrijheid durft geven aan zijn muzikanten. Die onbeweeglijk maar met het lieve oog onder het wild haar het ritme, de inval en het karakter aanstipt. Prachtig om te zien. France Springuel die gepassioneerd de cello laat spreken over horizontale, diepe, warme klankvlakken. Paul Dombrecht die van de hobo een universeel beschrijvend klankgebeuren heeft gemaakt die niet alleen aanleunt bij pastorales maar vooral de zang in de tijd wordt. De zang van de diepere betekenis. Marc Grauwels maakt de dwarsfluit tot omnivalent instrument dat zowel in de klassieke als in de hedendaagse en populaire uitvoeringen solistische hoogstandjes brengt. Het is aan de muzikant om de weelderigheid in te tomen tot ritmes die suggereren of begeleiden. En uiteraard Steve Dugardin die we als altus al zoveel maal bij Il Fondamento hebben mogen meemaken. 

En nog zoveel meer, zoals Dirk Lievens en al die anderen die ik in mijn frisse onkunde nog.  Het is uit hun kracht dat het klankformaat van de wereldcreatie moest komen. ‘Concertante Kamersymfonie’, een compositieopdracht van de Provincie West-Vlaanderen, voor althobo, natuurhoorn, strijkers en pauken. Drie delen: Allegro moderato: vleugels aan de gedachte, grave: treurmuziek en presto-adagio-presto: gedrevenheid en nostalgie. Als leek kan ik me geen technische benadering permitteren. Het muzikale werkstuk heeft me nochtans erg aangesproken. Er zijn de zeer duidelijke afbakeningen van de evolutie, al kan je ieder afzonderlijk segment naar waarde schatten in een universeel verhaal. Dat betekent dat het notenwerk heel gestructureerd is, duidelijk, tastbaar. Wijst dat naar een spontaneïteit? Neen want virtuositeit is het vervolg op lange ervaring. En intuïtief uitvoeren is een sprookje. Waarmee ik bedoel: de stelling waarin het klankverhaal opgehangen wordt, is gerijpt. En actueel want er lijnt een draad jazz, symfonische jazz door de treurnis. Precies dat jazzy segment maakt het verhaal monumentaal en beklijvend. Het tintje modernisme dat mij zo doet hunkeren naar méér.

   

Nog dit: dit concert werd afgerond met de uitvoering van de Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736). Voor een bespreking verwijs ik naar een andere bijdrage.

Marleen van Nieuwenborgh & André Baert

Oktober 2002
  

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]