|
Stel je Giuliano Carmignola zo voor: "Vibrante strelingen,
krachtige bogen, de serene melodie, de huppelende staccato’s, … de
kracht trilt door in de mimiek van de solist die zowel passioneel als
vanzelfsprekend de tonaliteit van de achtergrond, van het orkest
doorklieft met solo’s, acrobatieën, klanktechnische hoogstandjes tot
aan de pijngrens. Allemaal in de zuivere klankzuil van de concertzaal
waar geen stipje klank verloren gaat.
|
|
En waardoor iedere muzikant altijd
op de tippen van zijn tenen moet spelen. Het is dus onweerlegbaar dat het zien van de interactie tussen de solist
en het orkest een waar plezier voor het oog en het oor was. Je wordt
meegesleept door het enthousiasme en door de gedrevenheid van de musici.
Iets wat het publiek zeker wist te appreciëren. Tot viermaal toe.
|