|
Dvorak schreef 9 symfonieën waarvan de nummers 7, 6 en 8 van
uitstekend naar zeer goed genoteerd staan. De 9de die
Lorin Maazel dirigeert is de populaire "Uit de Nieuwe
Wereld" uit 1893, nà zijn eerste bezoek. In de biografieën
staat dat hij de klank van de Amerikaanse Indianen en bepaalde
Negro Spirituals (zoals gehoord bij ene Harry T Busleigh in New
York) verwerkt heeft in deze ultieme symfonie.
|
|
Ludwig van Beethoven heeft DE revolutie meegemaakt, dus ‘veel
kenmerken van de romantiek vinden in hem hun oorsprong."
Wanneer hij Eroica in1803 componeert, staat die affectie voor de
gigantische vrijheidstrijd van ene Bonaparte nog zeer hoog op zijn
notenbalk. Wanneer de figuur Napoleon met het keizerschap ook
despoot wordt, blijft de nostalgie naar de heroïsche daden
nazinderen.
|
|
Een onvergetelijke dynamiek. Hoe voorspelbaar je de perfectie ook
inschat. Hoe hard je jezelf ook overtuigt dat wat je te horen
krijgt superbe zal zijn, toch sta je niet alleen versteld van het
klankvolume van het orkest. Maar begrijp je niet hoe uit die
flegmatisch lijkende, zeer rustige, gedisciplineerde, eigenlijk
onberoerde virtuositeit van elke muzikant een optelsom schoonheid
kan blijven komen.
Zij brengen, in een studie met de concertmeester, geleid door
de bij leven legendarische dirigent oergekende stukken die ze een
onverwachte toegevoegde waarde geven. Een bijna absurde
gelijkmatigheid waarbij je als leek vaak geen onderscheid kunt
maken tussen een life- en een studio-uitvoering.
Lorin Maazel is geen marionet die met de toonhoogte meedanst.
Geen legende die in het oog springende frivoliteiten heeft. Hij is
aanwezig. Strikt. Streng. Hij kijkt schuinweg rechtsachter naar de
eerste rij maar bedoelt de ganse zaal: stop dat gekuch. Of hij
telt zijn eigen pauze tussen de delen. Hij is presence,
geconcentreerd en zonder partituur. Hij begeleid musici die heel
duidelijk een vol vertrouwen in hem hebben.
|
|
Hij charmeert de
eenzame triangel of de belaste blazer. Hij beveelt de majesteit
van de hobo als eerbewijs aan Beethoven, hij reduceert de eerste
kring tot een sprankel kamerorkest in de turbulentie van een
symfonisch gebeuren. Het panorama van Dvorak is louter Boheems met
Westernaccenten. De violenmassa verheft zich over de weidse
prairies als een warme en zachte wind.
Maar wie hij ook is: het orkest is de basis.
De stukken voor strijkers over Amerika zijn miniaturen of
schetsen voor of van die Nieuwe Wereld waarin je verdwaalt. Je
hart loopt op met de vrije ritmes van de cowboydroom die je alleen
maar kan kennen uit film met filmmuziek.
Daar en dan stel je de
vraag wie kip of ei is. Ik verzin voor mezelf dat de parallellen
tussen de vlakten van Arizona en die voorbij Praag gelijk zijn. En
dat de nostalgie van Bohemen haakt aan het zwarte slaafse. Dat
Dvorak de eerste Moricone was. En dat tijd en plaats slechts een
anekdote zijn in dit universele taalgebruik
|
|
Uit Geschiedenis van de Westerse muziek, Grout en Palisca
(Olympus 2002) geef ik nog dit mee:
Als ongrijpbaarheid en onbegrensdheid romantisch zijn, dan is
muziek de meest romantische van alle kunsten. Haar materiaal
(georganiseerd geluid) is nauwelijks gebonden aan de tastbare
wereld der objecten. Daardoor laat de vloedgolf van indrukken,
gedachten en gevoelens, die zo eigen is aan de romantische kunst,
zich het best uitdrukken in muziek." (p. 616)
|