Twee Romantische grenspalen 
Tussen Beethoven(1770-1827) 
en Dvorak (1841-1904)

   

Concertgebouw Brugge

  

Antonin Dvorak is samen met Bedrich Smetana de belangrijkste Tsjechische componist uit de 19de eeuw. Bohemen – met een lyrische bijklank – was een kroondomein van Oostenrijk en is in de literatuur naar ons overgeschreven als het oord van romantiek en nationalisme. Nationalisme in een andere betekenis dan deze die nu vermeden wordt. Het gaat over nationale onderwerpen als volkswijsheid en volkswijsjes waarin het patriottisme eerder een fierheid dan een egoïsme is. Vandaar dat de Amerikaanse hoofdstukken van Dvorak eigenlijk een sterke Slavische indruk nalaten omdat hij in dat andere landschap de liefde voor zijn horizonten herkent. Transpositie van gevoelens die een hele reeks Noord-Amerikaanse componisten zal beïnvloeden.

   

Dvorak schreef 9 symfonieën waarvan de nummers 7, 6 en 8 van uitstekend naar zeer goed genoteerd staan. De 9de die Lorin Maazel dirigeert is de populaire "Uit de Nieuwe Wereld" uit 1893, nà zijn eerste bezoek. In de biografieën staat dat hij de klank van de Amerikaanse Indianen en bepaalde Negro Spirituals (zoals gehoord bij ene Harry T Busleigh in New York) verwerkt heeft in deze ultieme symfonie.

Ludwig van Beethoven heeft DE revolutie meegemaakt, dus ‘veel kenmerken van de romantiek vinden in hem hun oorsprong." Wanneer hij Eroica in1803 componeert, staat die affectie voor de gigantische vrijheidstrijd van ene Bonaparte nog zeer hoog op zijn notenbalk. Wanneer de figuur Napoleon met het keizerschap ook despoot wordt, blijft de nostalgie naar de heroïsche daden nazinderen.

   

Philharmonia Orchestra London en Lorin Maazel

   

Een onvergetelijke dynamiek. Hoe voorspelbaar je de perfectie ook inschat. Hoe hard je jezelf ook overtuigt dat wat je te horen krijgt superbe zal zijn, toch sta je niet alleen versteld van het klankvolume van het orkest. Maar begrijp je niet hoe uit die flegmatisch lijkende, zeer rustige, gedisciplineerde, eigenlijk onberoerde virtuositeit van elke muzikant een optelsom schoonheid kan blijven komen.

Zij brengen, in een studie met de concertmeester, geleid door de bij leven legendarische dirigent oergekende stukken die ze een onverwachte toegevoegde waarde geven. Een bijna absurde gelijkmatigheid waarbij je als leek vaak geen onderscheid kunt maken tussen een life- en een studio-uitvoering.

Lorin Maazel is geen marionet die met de toonhoogte meedanst. Geen legende die in het oog springende frivoliteiten heeft. Hij is aanwezig. Strikt. Streng. Hij kijkt schuinweg rechtsachter naar de eerste rij maar bedoelt de ganse zaal: stop dat gekuch. Of hij telt zijn eigen pauze tussen de delen. Hij is presence, geconcentreerd en zonder partituur. Hij begeleid musici die heel duidelijk een vol vertrouwen in hem hebben. 

Hij charmeert de eenzame triangel of de belaste blazer.  Hij beveelt de majesteit van de hobo als eerbewijs aan Beethoven, hij reduceert de eerste kring tot een sprankel kamerorkest in de turbulentie van een symfonisch gebeuren. Het panorama van Dvorak is louter Boheems met Westernaccenten. De violenmassa verheft zich over de weidse prairies als een warme en zachte wind.

Maar wie hij ook is: het orkest is de basis.

De stukken voor strijkers over Amerika zijn miniaturen of schetsen voor of van die Nieuwe Wereld waarin je verdwaalt. Je hart loopt op met de vrije ritmes van de cowboydroom die je alleen maar kan kennen uit film met filmmuziek. 

Daar en dan stel je de vraag wie kip of ei is. Ik verzin voor mezelf dat de parallellen tussen de vlakten van Arizona en die voorbij Praag gelijk zijn. En dat de nostalgie van Bohemen haakt aan het zwarte slaafse. Dat Dvorak de eerste Moricone was. En dat tijd en plaats slechts een anekdote zijn in dit universele taalgebruik

  

Uit Geschiedenis van de Westerse muziek, Grout en Palisca (Olympus 2002) geef ik nog dit mee:
Als ongrijpbaarheid en onbegrensdheid romantisch zijn, dan is muziek de meest romantische van alle kunsten. Haar materiaal (georganiseerd geluid) is nauwelijks gebonden aan de tastbare wereld der objecten. Daardoor laat de vloedgolf van indrukken, gedachten en gevoelens, die zo eigen is aan de romantische kunst, zich het best uitdrukken in muziek." (p. 616)

  

Marleen Vannieuwenborgh en André Baert

24.01.2003

Bron: 

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]