Broze Klankschoonheid

   

Brugge - Op 22 oktober 2002 vertegenwoordigen Valya Dervenska en Dora Deliyska in het concertgebouw Brugge Bulgarije naar aanleiding van Europalia 2002.

    

Het ‘kamerconcert’ start met de sonate op.30 Nr.3 in sol groot van Ludwig van Beethoven waarbij de inleider duidt op de evenwaardigheid van viool en piano die Beethoven zoniet introduceert, dan wel benadrukt. Daarna volgt de Sonate in la groot van César Franck, een cyclisch opgebouwd ‘huwelijksgeschenk’ voor een vriend.

Een opgewekt publiek luistert vanaf de vier zijden, drie hoog, gefascineerd naar de dialoog van de verfijnd bespeelde instrumenten. Van dit eerste deel onthouden we de zucht van de snaren binnen deze overtuigende akoestiek en het temperament van de beide klankartiesten.

De passie in deel twee laat ons de efficiëntie van het vorige uurtje vergeten. Een drieluik waarvan het middenstuk de Poème op.25 van Ernest Chausson is en  waarvan men zegt dat hij met dit stuk het zelfvertrouwen in het componeren heeft gevonden.  Om dan te plots te sterven. Met dit vertederende stuk klankpoëzie toont violiste Valya Dervenska haar meesterschap. Zonder partituur, met haar broze en jonge lichaam in de golven van het gedicht en de ogen naar de muze, laat ze opnieuw de snaren zuchten naar sereniteit. Aan beide zijden staan Bulgaarse componisten. Eerst Parashkev Hadjiev, een leerling van Pancho Vladigherov die het concert mag afsluiten met de Rapsodie ‘Vardar’ op.16. Beide stukken hebben van het modernisme de ritmesprongen onthouden, waardoor de uitvoering kan groeien naar een virtuositeit die iedereen in de ban van de gewreven of aangeslagen snaren houdt. Fors, soms met een zwaar ritme dat de luisteraar de keuze laat tussen een kunstwerk of een intens verhaal.

   

André Baert

    

[Home] [NOT-index] [Terug] [Top]