Wereldpremière waarop we te lang moesten wachten:
Pro defunctis: dodenliturgie uit de barok van Alphonse d'Eve & Pietro Torri
| 1. Ontdekking
In 1929 kon prof. Ch. van den Borren een
verzameling van 456 achttiende-eeuwse muziekhandschriften
(met o.a. 107 anonieme composities) aankopen, afkomstig van
de Brusselse Sint-Goedelekerk, de huidige
Sint-Michielskathedraal. De verzameling, bewaard in de
Koninklijke Bibliotheek te Brussel, was meteen de
grootste en belangrijkste verzameling kerkmuziek uit de
Zuidelijke Nederlanden.
Aanvankelijk enkel bekeken door musicologen geraakte de
collectie al vlug in de vergetelheid tot in 1983, 1986 en
1987 opnieuw muziekhandschriften en gedrukte partituren in
Sint-Goedele tijdens omvangrijke restauratiewerken ontdekt
werden.
En vanaf de jaren negentig kent de collectie een heropleving
waarop ze al te lang moest wachten. Verschillende musici
ontdekken de pracht van die tot nu toe onbekende muziek, ik
denk hierbij o.a. aan de enkele jaren geleden verschenen prachtige
Eufoda-CD "Kapelmeesters in Brussel" met werken
uit het Sint-Goedele archief van Joseoh-Hector Fiocco (1703
- 1741), Hercules-Petrus Brehy (1673 - 1737) en
Charles-Joseph Van Helmont (1715 - 1790) door het Collegium
Instrumentale Brugense o.l.v. Patrick Peire (www.davidsfonds.be/eufoda.htm) |
Brusselse kapittelkerk
van
Sint-Michiel en Sint-Goedele
(18de eeuw) |
2. Wereldpremière op
CD
Het
was wachten op Paul Dombrecht met zijn internationaal gerenommeerd
barokorkest Il Fondamento, aangevuld door La Sfera del Canto om
uit de Sint-Goedeleverzameling 2 pareltjes van deze 18de eeuwse
kerkmuziek te ontdekken en meteen ook als wereldpremière op CD
uit te brengen.
Op de CD Passacaille 933 (www.passacaille.be)
met als titel 'Pro defunctis: dodenliturgie uit de barok' worden
2 werken van voor mij althans onbekende componisten
uitgevoerd:
- Alphonse d'Eve, 'O Acerbi', Moteus pro defunctis a 5
Voci et 6 Instrumenti
- Pietro Torri, Missa Pro defunctis a 5 Voci et 6
Instrumenti
Alphonse d'Eve (1666 - 1727) was kapelmeester te Antwerpen en
werd later opgevolgd door de meer bekende Willem de Fesch.
Pietro Torri (1650 - 1737) was hoforganist te München en verbleef
vanaf 1703 als kamermuziekdirecteur en later als hofkapelmeester
te Brussel.
Met de op de CD uitgevoerde composities blijkt dat deze beide
componisten niet moesten onderdoen voor de meer bekende
tijdgenoten zoals Pachelbel (1653), Corelli (1653, Purcell (1659)
of een Alessandro Scarlatti (1660) om maar enkele te noemen.
Het gaat uiteraard om dodenmuziek wat in de barok vaak
indrukwekkende muziek opleverde. Dit geldt ook hier voor beide
composities waarbij vooral de koorgedeelten dit beamen. Maar
ook in de solo's wordt naar allerlei middelen gegrepen om
bijvoorbeeld droevige affecten te ondersteunen door scherpe
dissonanten.
Paul Dombrecht en zijn musici brengen dit alles in een
overweldigende uitvoering waarin zowel de instrumentalisten als de
vocalisten ronduit schitteren. Veel pathos zoals het bij
dodenmuziek hoort, echter alles strak in de hand gehouden. Goede
dynamiek van de instrumenten met weloverwogen ondersteuning
van de uitstekend articulerende solisten en het koor.
Kortom een uitvoering om U tegen te zeggen.
3. Paul Dombrecht, Il fondamento en La
Sfera del Canto
Paul
Dombrecht, een sedert geruime tijd internationaal gerenommeerde
musicus studeerde hobo en kamermuziek en doceert ook aan
het Koninklijk Conservatorium Brussel. Sedert jaren
specialiseert hij zich in het gebruik van de
"oude" instrumenten.
Zijn
internationaal palmares oogt indrukwekkend:
- hij speelde
destijds in het Collegium Instrumentale Brugense o.l.v.
Patrick Peire als hoboïst. Ik mocht reeds in 1979 één van
zijn optredens met het Collegium Instrumentale bijwonen in het
Stadstheater in Brugge.
De dag nadien holde ik naar de platenwinkel en kocht er de LP
'Concerti per oboe e per violino' met concerti van Vivaldi en
Marcello in de uitvoering met Paul Dombrecht (het prachtige
Hoboconcerto in re klein van Alessandro Marcello). Het bleef
lange tijd één van mijn lievelings-LP's.
- hij speelde ook in het Parnassus ensemble met Barthold Kuijken.
- gedurende verschillende jaren maakte hij deel uit van La
Petite Bande voordat hij in 1989 zijn eigen groep 'Il
Fondamento' (barokorkest en vokaal ensemble) oprichtte.
- hij dirigeert het blazersensemble Octophorus en het Paul
Dombrecht Consort
- hij geeft regelmatig meesterklassen in Duitsland,
Italië, Spanje, Griekenland en Israël
- hij maakte opnamen bij Seon, Harmonia Mundi, Astrée,
Opus 111 and Accent
- regelmatig werkt hij samen met andere grote namen uit de
muziekwereld zoals o.a. voor de opnamen van de
Schumann Romances met Jos Van Immerseel voor het label
Accent.
Ondanks zijn drukke bezigheden op het gebied
van de oude muziek, toont Paul Dombrecht ook een levendige
interesse voor 19de eeuwse en hedendaagse muziek.
Il Fondamento
Het Barokorkest Il
Fondamento werd in 1989 opgericht en specialiseerde zich in de
uitvoeringspraktijken van muziek van de 17de en 18de eeuw, uitgevoerd op authentieke instrumenten
en dit onder de bezielende leiding van Paul Dombrecht. Het
ensemble brengt niet alleen de standaardwerken
uit deze periode maar ook niet eerder gepubliceerde en onbekende
werken.
Samen met La
Petite Bande (Sigiswald Kuijken), het Huelgas Ensemble (Paul Van
Nevel), en het Collegium Vocale (Philippe Herreweghe) behoort Il
Fondamento tot de
internationale top van de historische uitvoeringspraktijk van Oude
Muziek.
Il Fondamento
behoort tot de internationale top van barokensembles en wordt in
binnen- en buitenland gewaardeerd voor het onderzoek van minder
bekende composities. Het streeft
naar een eerlijke en intuïtieve benadering van de muziek.
Het ensemble wordt uitgenodigd door
grote festival- en concertorganisatoren. De talrijke CD-opnames
die unaniem worden geprezen ondersteunen deze nationale- en
internationale uitstraling van Il Fondamento.
4. De rooms-katholieke
kerkmuziek van de 17de eeuw (en begin 18de eeuw)
Deze werd gekenmerkt door vier stijlen:
-
De concerterende stijl (stile
concertato): ontstaan in de Venetiaanse school en bereikte een
hoogtepunt bij Giovanni Gabrieli (gestorven in 1612). Leidde
tot de concerterende mis en het concerterend motet met vele
variaties, van solo tot vierstemmig koor, van de eenvoudige
basso-continuo-begeleiding tot aan de
orkestcompositie.
-
De recitativische ariosostijl van de
opera. Dramatische woordvertolking in declamatie en muzikale
zetting zijn de voornaamste kenmerken en zijn heel goed terug
te vinden in beide composities uit de CD.
-
De Romeinse kolossale stijl zou
verder ontwikkeld worden.
-
De contrapuntische of obligate stijl (stile
antico) wordt verbonden met de stile moderno tot de stile
misto of stylus mixtus t.w. de 'vermengde kerkelijke stijl'.
Naast arioso-gedeelten vindt men ook contrapuntische delen en
zowaar hier en daar een fuga.
5. Het Requiem
De dodenmis ofte
Missa pro defunctis zo genoemd naar het eerste woord van het
inleidende gezang; de Introitus: Requiem aeternam dona eis
Domine...
Het kan geheel Gregoriaans worden voorgedragen, ook door koor:
a capella (b.v. Orlando di Lasso) of voor soli, koor en orkest.
In de dodenmis wordt geen Credo noch Gloria gezongen. Het Agnus
Dei heeft een ander slot dan dat van de gewone Mis.
Eric Vandeleene -
09/02/2003
Bronnen:
-
Geschiedenis
van de muziek (Karl H. Wörner)
-
Handboek
van de Muziekgeschiedenis, deel 1 (Dr. M. Boereboom)
-
Begeleidend
boekje bij de besproken CD (Passacaille 933)
-
Begeleidend
boekje bij de CD 'Kapelmeesters in Brussel' met composities van
Fiocco, Brehy en Van Helmont in een uitvoering van Collegium
Instrumentale Brugense o.l.v. Patrick Peire (Eufoda 1133)
|