« Het uitzicht op de horizon is één van de rechten van de mens. »

(Renaat Braem – De Morgen 01.02.2001

Brussel/Oostende - En naast dit oneindig uitzicht is er ook de visuele grens van het eigen interieur. Waar beter te ontdekken dan in de opeenvolgende tentoonstellingen van de VIZO-Galerie. De wat?

Voor (te) velen nog onbekend maar heel belangrijk: de kunstgalerij van het Vizo in Brussel. Op spuwafstand van het centraal station. Met onbekend bedoel ik Tabula Rasa voor de doorsnee kunstliefhebber die zich nog te veel en te eenzijdig toelegt op de gewone galerijen met gewoon beeldend werk en de musea. De galerij van het Vizo is een gespecialiseerd ‘instituut’. Hier passeren quasi alle vormgevers die aan functioneel bedoelde producten een artistieke meerwaarde hebben meegegeven. Je mag dat heel ruim zien. Van boekdrukkunst tot Tupperware. Van keramiek naar meubel. Van lichtpunt naar bestek. Van tuintafel tot webpagina. Men is heel strikt in dit heel ruim productassortiment. Iedereen die het moet kennen, kent het. U vanaf nu ook.

Een paar coryfeeën uit de galerie:

Het salontafeltje van Koen van Spaendonck. Een verfijnd volume dat geminimaliseerd wordt tot zachtogende inox met een uitsparing voor bv tijdschriften of in een andere versie perfect bruikbaar als bar of koffietafel.

Joffice beperkt een kantoormeubel tot de horizontale van werkblad en de zuil waaraan een kastje hangt. Ook hier staat metaal centraal maar wordt het geheel verwarmd door hout dat van het werkblad plots naar de vloer afdaalt.

De zitbanken van Quinze & Milan en Jzuz, waarbij de eerste volumineus aanwezig is in het interieur en de tweede fragmentarisch functioneel is. Over diverse jaargangen hebben ze hun vormgeving in de VIZO-Galerie kunnen tonen en laten bekronen.

Ibens en Bataille maken gebruik van rechte lijnen in een monumentaal interieur. Misschien heb ik het wel verkeerd voor: door hun lijnvoering maken ze een monumentaal ogende ruimte. Een rustpunt.

Ook de tuin wordt inbegrepen in de vormgeving, omdat dit een leefruimte is die teveel gedrukt gaat onder de barokke sleur van beeldjes, potten en graszoden. Links een

fonteintje, rechts een grote kabouter. Wat die kabouters betreft verwijs ik graag naar de ‘Intellectual Gnome" van Rik Delrue, waarbij de tuinkabouter zowel een pakje hersens als inspraak krijgt. Humor met een sliert engagementen.

Amandus Vanquaille is de ontwerper van een tentzeil dat in haar verschillende formaten maar herkenbare vorm op plein en in de tuin kan gezet worden.

Dirk Wynants en de ronde tuintafel in metaal en hout met vaste banken. De tafel met stapelstoelen van Wim Segers, de melkwitte stoelen en zetels van Fabiaan Van Severen. Niet te vergeten de zitbank van het succesnummer Bataille en Ibens.

Straks gaat men dieper in op de Composieten. Ik vergeet er veel. Indien je vragen heb over Vlaamse Design (wat ook dat is een passende naam), dan kan je terecht bij het Vizo, Kanselarijstraat 19, 1000 Brussel en zeker op www.vizo.be of bij Inge.vranken@vizo.be

Samengevat: zoeken naar een perfecte compositie van geometrische vormen die goed ogen en makkelijk bruikbaar zijn. Soms domineert de visie boven het comfort, maar schoonheid vraagt inderdaad wat pijn. Met een plukje ongemak zit je des te bewuster, zegt een onbekend Chinees spreekwoord..

De VIZO-Galerie houdt zich niet alleen bezig met een soort ‘collectiepresentatie’ van genomineerde en gelauwerde vormgevers. Ze presenteert af en toe een individueel kunstenaar van wie een eindejaarsstudent kunstgeschiedenis een thesis gemaakt heeft. Armand Blondeel en André Verrooken waren reeds aan de beurt. De eerst is glaskunstenaar, de tweede meubelontwerper. De derde is een beetje van alle markten thuis maar vooral een vormgever op zich. Marc Vanslembrouck (Oostende, september 1953), beter gekend onder de ronkende naam:

 

*

Sleppe

 

*

1
Fien De Keulenaer heeft Sleppe van kop tot teen objectief gecatalogeerd, besproken en ge- of herschikt naar evoluties. Het geheel werd een monografie die leest als een ontdekkingstocht van een geëngageerd circusartiest. Ik steek meteen van wal met twee vaststellingen. Sleppe is een verzameling technische hoogstandjes met een speels motief in de goede stijl van bijvoorbeeld Mario Callens en William Sweetlove. Hij is ook een vat energie die op een onstilbare wijze ieder idee uitwerkt in alle mogelijkheden maar binnen de zelfgelegde metiergrenzen. Hij kloddert er niet op los, bedoel ik.

 

 

 

 

 

 

                                      *

 

 

 

2

Hij is in ieder kubieke volume geëngageerd op een dubbelzinnige wijze. Er is enerzijds de broosheid van de gebruikte materies, meestal keramiek, maar de kitsch die hij er aan toevoegt verstevigt de greep op de realiteit. Het standpunt in keramiek wordt dan nog eens versterkt door de beschildering, het glazuur, het verhaal als het ware van klei en de geassembleerde fragmenten, waarbij hij regelmatig wil terugkeren naar het hippe gevoel van de zestiger jaren.

3

Sleppe is een verzamelaar van herinneringen maar ook van schetsen, tekens, documenten en documentatie. De monografie noemt het een "bibliotheek" waaruit de kunstenaar permanent kan putten op letterlijke (invoegen) of figuurlijke (aanzetten of inspireren) wijze. Misschien krijg je al een gevoel van overladen statements. Ja en neen, want het geheel is zo geconcipieerd dat materie, kleur en vorm één worden in een mooi engagement.

 

 

 

 

 

 

                 *

 

 

4

Geen chaos op zich maar een chaos wordt getoond. Misschien is dat de reden waarom ik overal, overal het gevoel van ontgoocheling, van afscheid, van pijn, van cynisme voel, zodat ik eigenlijk moet spreken van een ‘ongelukkige’ expositie.

Of is het een expositie over het ongeluk van de mens, gezien door de spanningen van Sleppe.

 

 

 

 

 

 

 

 

                   *

 

 

5

Sleppe werkt heel graag in reeksen vanuit één bevinding die zijn aard vindt in de omgeving of in de maatschappij. Noem het: van lichaam naar protest. Aanvankelijk blijft hij in een barokke stijl waarbij hij bijna als onvoorwaardelijk het ontbreken van een ‘pot’ vorm bijhoudt. Zijn voorstellingen zijn vol, duidelijk en naïef. Zijn kunde op dat moment is dat hij weet wanneer een reeks af is. Zo stapt hij over - ik hou het zeer summier – naar de Symplegade reeks waar twee feiten belangrijk zijn. De kloofvorm en de anekdote daartussen

 

 

 

 

 

 

 

 

                     *

 

 

 

6.

Sleppe is niet alleen kunstenaar. Hij is ook een permanent vormer. Hij denkt organisatorisch of hoe kan hij in groepsverband nog duidelijker naar voor komen met een sociaal beeld. Er is eerst Namur Bouge en dan Briksteen. Ondertussen hebben we hem aan de kust al eens kunnen zien in het PMMK (1987 en 1993) en in Desko (1986 en 1996).

7

Wat stellen we vast in de loop van zijn carrière? Een logische versterking van zijn metier en het uitzuiveren van zijn inhoud. Zover zelfs dat hij aan recyclage begint te doen door ouder werkt in te voegen in een nieuwe creatie. En zo ontstaat een collectie die zowel steden als Egypte aanbelangt, soms agressief wil zijn, en vaak heel subtiel teder over een bezembootje of een piëtagevoel gaat. En een hoogtepunt zijn drie ‘potjes’ die tonen hoe keramiek moet ontstaan. De cirkel is rond. Is het werk af?

8

 

 

 

Doorheen de kunstenaar loopt de mens. Die nu sober geworden is, verfijnd, poëtisch. Een synthese die een monografie meer dan waard was.

 

 

 

 

*

9

 

 

 

Dit is Sleppe. De mens met wie ik ooit zolang geleden op Iron Butterfly in Het Wit Paard van Oostende en De Kim uren lang meegeschud heb.

In bijlage: klik hier voor de vernissagetekst van Piet van Robaeys. Waar de monografie heel duidelijke en strikt is, is deze inleiding vanuit het hart van een vriend geschreven. Kunde en vriendenschap maken de kunstenaar gelukkig.

André BAERT

02.06.2002

(*) = momenteel kunnen de illustraties niet ingezet worden wegens onmogelijkheid tot aanpassen formaat uit de ontvangen CD-rom. We doen navraag bij het VIZO.