|
Van Alle Landen Thuis
Muzikaal Project van Dirk Van Esbroeck, Wigbert Van
Lierde, Els Helewaut en Bart Plouvier
|
| |
| Reizen |
| |
|
Reizen is bijvoorbeeld … leren. Zien,
horen, ruiken, proeven, voelen. Een brug leggen tussen wat
je al weet en wat je in die vreemde omgeving min of meer
herkent of als totaal nieuw ervaart. Voor de
klankkunstenaar is dat muziek en woord, soms samen tot
rillende poëzie. Alain de Botton vindt dat poëzie op
reis – niet reispoëzie – een essentiële gezel is:
"Dat we poëzie vinden in het benzinestation en het
motel, dat we ons aangetrokken voelen tot de luchthaven of
de treinwagon, komt wellicht doordat we, ondanks hun
ongemakken en de middelmatigheid van hun architectuur,
ondanks hun bonte kleuren en hun schelle verlichting, diep
vanbinnen voelen dat deze afgezonderde plekken de
materiële voorwaarden scheppen voor een alternatief voor
het zelfzuchtige welbehagen, de gewoonten en de
beslotenheid van de alledaagse samenleving."
"(De Kunst van het reizen p.65, Atlas Antwerpen 2002) |
| |
| Poëzie |
| |
|
Wie aan poëzie en vreemde landen
denkt, tovert de naam Dirk van Esbroeck uit zijn geheugen.
Na Rum, in diverse formaties tot 1986, ver-taalt hij 25
jaar samen met Juan Masondo de Argentijnse klanken. Maar
ook het Nederlandse woord hangt aan: na Garcia Lorca bijt
hij zich vast op Minne en Van Nijlen, Slauerhof en Du
Perron en werkt hij samen met Van Istendael en nu met Bart
Plouvier.
Het resultaat is "Van Alle Landen
Thuis". Uit alle landen iets kunnen geven aan de
achtergebleven vrienden. Er over praten, dichten en
zingen. Dat is de inzet van dit project. Van Esbroeck
heeft de dualiteit van Vlaanderen en Zuid-Amerika in het
bloed. En hij brengt Guido de Simpelaere (bas, gitaar en
klavier), Christel Borghlevens (klarinet, sax en
accordeon) en Johan Debaedts (percussie) mee. De inzet van
Elsje Helewaut kleeft daar de derde dimensie van het
ontastbare bij. Bart Plouvier heeft gereisd en kan als
kapitein van het woordelijk deel bogen op zijn korte maar
krachtige matrozentijd op de zeeslepers waar Den Hartog,
Borstlap en Norel zowel schipper en god in herkennen.
Wigbert van Lierde is multi-gitarist (akoestisch,
elektrisch, slide, dobro, …) en van alle muzikanten in
Vlaanderen (incluis de Landgrens) thuis tot en met een
eerdere samenwerking met Bart Plouvier. Ik bedoel maar:
iedereen kent iedereen. |
| |
| Podium |
| |
|
Ik kijk graag naar de notering bij het
Internettijdschrift voor Nederlandstalige Podiumkunsten
www.kkunst.com waar professionals zich over de lopende
kwaliteit buigen. Mensen als Harry De Bock geven blijk van
doorzicht, alleen al door ervaring. Vandaar. Ik kan het me
dan permitteren te bezinnen. Bijvoorbeeld over hoe een
project start of waar de zwakke punten van premières
liggen. De vraag stellen wat het merkelijke verschil is
tussen het ontwerpen en bij manier van spreken
binnenskamers opbouwen en de eerste voorstelling op
podium. Wat noteer ik ter plaatse: trage start met het
neo-tragische Odes dat uiteindelijk helemaal niet in de
totaliteit van de inhoud zal passen. De reis begint in een
schaduwwereld tussen mythe en historisch engagement. Pas
daarna volgt de volkskunde van de reis, prachtig aan
elkaar gesuikerd met stem en inhoud van Bart Plouvier.
Tussen Antwerpen en Ierland staan de sterke gitaarklanken
van Wigbert en Van Esbroeck die ervaren meegolven met de
doordringende stem van Van Esbroeck. Van het begeleidende
trio houd ik vooral van Borghlevens’ virtuositeit die
eigenlijk zoveel sterker boven de toonwaarde van gans de
uitvoering komt, enkele verspelingen door de vingers
gezien. Daarlangs en op het gedreven maar stille ritme van
de percussionist Johan Debaets is Guido de Simpelaere
vooral de leidraad waarin je zo af en toe een snuifje
Vermanderen-van-toen blijft herkennen. Oh, nostalgie.
Bombay start heel mooi maar moert dan verdwalen in de
kleine verschillen van maat en klank. Dit is zo’n
voorbeeld van de eenheid die nog wil vervagen door het
voorzichtig zoeken naar de echte rode draad van deze
klankreis.
Elk voor zich staan hier zeer goede
musici, zelfs in die koele ruime spreiding over een koud
podium. Die duidelijke en geacclameerde competentie moet
een duidelijker resultaat geven. Aanvankelijk lijkt het
een spontaan collectief van topmusici met bindende en
gepaste begeleiding. Deze ‘spontane’ ervaring komt uit
de verwarringen en vergissingen die je graag bij een
première meeneemt zolang het geen echte ongeplande ‘session’
wordt.
Dit is een project dat bestaat omdat
muziek moet gehoord worden en muzikanten nieuwe dingen
willen uitvoeren. Er moet wel nog gewerkt aan de
versmelting. En dan hopen dat de speellijst langer wordt
dan nu op Internet opgesomd. 4 à 5 optredens lijkt me te
krap. |
| |
Stadsschouwburg Brugge
André Baert
11.10.2003 |
|