|
Adela, Mi Amor
José Navas en Compagnie Flak
|
| |
| Stadsschouwburg Brugge, 17 oktober 2003 |
| |
|
Ook bewegen is niet evident. Ik
observeer wandelaars voor de stadsschouwburg en bemerk
veel onzekerheden van psychische (vooral als ze je zien
ijken) en fysische (schoeisel) aard. Er is nog weinig
evenwicht op straat. Alleen een mollige
Centraal-Afrikaanse dans op zachte zolen. De magere
blondine schuift op te late sandalen. Hoe dichter bij de
vloer, hoe eleganter. Vandaar dat ballet nu dans van het
lichaam met de vloer mag genoemd worden.
Dans krijgt vandaag ook de allures bij
van grafisch evenwicht in de afstanden, collage van
lichaamstekens in de houding, dynamiek van de tijd in de
snelheid, het verhaal via ritme, tempo opbouwen en
bruuskeren, aanhalen en contrasteren, en de obstakels van
het speelveld. Ik volg nu alleen de ene danser die daarbij
geleid wordt door geluid en licht. Heel vaak is dans
multidisciplinair met een duidelijk en vaak gevarieerde
hiërarchie. Daarboven de dampkring van uitersten waardoor
heen alleen de trillingen en golven van muziek, kleur en
zweet een weg vinden. |
| |
| Dans als beeld: |
| |
|
Een sensuele dansvoorstelling waarbij
liefde – Adela, mi amor - zo uitgekiend getekend wordt,
dat die aangekondigde sensualiteit versterkt wordt tot
verfijnde erotiek. Meer nog: het naakt was visueel
aanwezig onder de vorm van twee verkledingen aan de
schaduwkant van het podium, en de transformatie van een
pontificaal rood ingecapete danseres naar een naakt blank
liggende marmer. Een zuivere naaktheid die zowel uw ogen
streelt als zichzelf dicht beschermt.
De wervelende, wiekende dansers hebben
één toonaangevend doel voor ogen: het zoeken naar de
uiterste lichamelijke extase in geconcentreerde golvingen
en trillingen van de buik, terwijl de ene danser naar het
publiek op wandelt en de andere naar de vier hoeken van
het schrijdt. De schoot is tragisch en veeleisend. Is
ruimte en uitdaging. En dat wordt flinterdun getoond in
lichaamspannende blauwe transparante maillot. De naaktheid
wordt zo vereenvoudigd tot lichaamlogische contouren die
in hun visuele perfectie iedere millimeter dans
accentueren. Zo wordt de reis langs verlangen naar
explosie een utopie van lust en een neerschrijven van
lichamelijk geluk. Dat is choreografie met lichamen als
inkt.
Drie bewegingen: speels en jong,
geborgen en naakt, zacht en wild. Drie zuilen: de kus aan
het begin en aan het einde, het decor dat moedwillig
getormenteerd wordt tot gestyleerde verticale ruïne, en
het af en toe verstillen van de dansers tot monumenten van
lichamelijke expressie.
Enerverend, continu, gericht zoeken
naar de ultieme verstilling die niets met de dood te maken
heeft, maar alles met een afgewerkt gevoel. Dat volgt
alleen nog de snelle ademhaling van zes danseressen in een
donkere zaal. 20 seconden stil voor het publiek begrijpt
dat het ‘stuk’ af is. |
| |
| Muziek wordt dans: |
| |
|
De uitbeelding van permanente beweging
wordt altijd geleid door een aan de dans extern ritme. De
emotionele lijn van sensualiteit en erotiek, de erogene
lijn van het lichaam, wordt georchestreerd. Het beeld
wordt materie en alleen materie, die in beweging moet
gebracht worden. Componist Michel F. Côté herschrijft de
ademhaling naar een compositie van wrijving en
elektronische tintelingen. Aanzwellend of wegdeemsterend
jungled de netelige percussie een steeds heftiger wordend
ritme tot een bezwerend stortvloed geroffel waarop de
lichamen in ieder vezel moeten vibreren. Hitsig, puntig,
tergend spits, pijnlijk scherp dialoog tussen temporiseren
en elektronische flitsklanken. Je voelt door de klanken
heen de stijgende pijn van het lichaam dat tot het
uiterste wordt ingezet. Een snertende tik verplicht de
dansers uit hun secondenpauze.
De realiteit van de klank is nijpend:
de creator van het geluid zit vooraan in een ingekorte
orkestbak boven zijn klankkeuken. In gedempt licht
verdwijnt de figuur. De start is heftig, direct, gejaagd
en fris door de onophoudelijke interferenties van
flitsende klanken met een vaag vermoeden van brokken
melodie. Er is realiteit maar die moet vervagen naar de
klank van passie. In dit kluwen van een buitenwezense
heftigheid na de eerste zachte kus onder de dansers, is
alleen nog plaats voor lichamen en kracht die in tot
hijgende en zwetende zuilen kolken. De klank wordt een
deining en opspattende golven.
Wanneer danser en muziek stoppen,
blijven de zes aanhoudende snelle ademhalingsritmes en het
snel groeiende gejubel in de zaal. |
| |
Compagnie FLAK: www.flak.org
André Baert
18.10.2003 |
|